The Magpie Salute

The Magpie Salute: “Met de komst van succes en geld, rijzen de ego’s de pan uit.”

The Magpie SaluteVan kraaien naar eksters. Rich Robinson begon met een handvol voormalige The Black Crows-kornuiten zonder de oude ‘bullshit’ een nieuwe band: The Magpie Salute. Na een live-debuut is er nu een volledige plaat met eigen nummers, getiteld High Water I.

Tekst Mania | Ruben Eg

In het kantoor van gitaarfabrikant Gibson aan het Amsterdamse IJ, kijkt Robinson uit het raam omlaag naar de Tolhuistuin. Een solotournee van de voormalig Black Crowes-gitarist, met de huidige Magpie Salute-zanger John Hogg als voorprogramma, bracht hem in 2015 naar Paradiso-Noord. ‘Ik probeerde al jaren om iets met John samen te doen, te spelen, toeren of op te nemen. Samen in een busje en gewoon rondtrekken was geweldig’, herinnert hij zich.

Jouw toen verschenen soloplaat, The Ceaseless Sight, was een bandalbum. Heeft solo toeren in Europa dan louter te maken met een financieel aspect?
“Nee hoor. Ik heb ook een solotour in de Verenigde Staten gedaan. Spelen zoals de nummers zijn geschreven zie ik als de ultieme test of een nummer kan overleven zonder alle bullshit er omheen. Dán is het een goede song. Terug naar het ontstaan van het liedje is heel intiem, voor mij althans. De productie na het schrijven is ook geweldig. Je kunt allerlei melodieën en instrumenten toevoegen. Maar als je dat alles weer weghaalt, hoor je de basis.”

Erg bluesy.
“Zeker. Weet je, mensen gaan vaak met een bepaalde verwachting ergens naar toe. Dat is denk ik een meer maatschappelijk fenomeen. Alles moet volgens de regels. Ja, we hebben de vrijheid om te winkelen, te zeggen wat je denkt. Maar eigenlijk rijden we op een enorme snelweg waarin alles volgens de regels gaat. Bij optredens vraag ik me soms wel eens af: wat is de bedoeling van een toegift ook al weer? En dan blijf ik maar gewoon op het podium staan en zeg ik: “Denk nu maar even in dat ik wegloop en terugkeer voor een toegift”. Want eigenlijk slaat het nergens op.”

Eerder dit jaar speelde je broer Chris akoestisch in Paradiso, omdat de helft van zijn band in Ierland was ingesneeuwd. Na een eerste teleurstelling, was het toch één van de beste shows van de Chris Robinson Brotherhood die ik zag.
“That’s cool.”

Het debuut van The Magpie Salute uit 2017 was ook zo’n verrassing. Vooral omdat het een live-plaat was.
“In 2014 werd ik uitgenodigd voor zo’n Woodstock-sessie, waar je live voor een klein publiek in de studio speelt. Ik wilde dit toch net wat anders doen. Hoe ouder ik word en hoe meer ik speel, hoe meer ik de gift waardeer om met mensen te spelen met wie je een echte connectie hebt. Het is intrigerend om te spelen met een groep die als een machine werkt. Alle losse onderdelen die als één geheel samen werken, maar waarin iedereen toch een enorme vrijheid heeft om eigen dingen te doen. Dus ik dacht: laat ik Marc (Ford, red.) eens bellen. Die heb ik niet meer gesproken sinds hij The Black Crowes verliet. Zo raar: je zit zes, zeven jaar elke dage dag samen in een bus, en opeens zijn ze weg. Hij zei meteen: “Ik kom eraan.” Zo heb ik toetsenist Eddie Harsch ook gebeld. In drie dagen speelden we zes sets; drie akoestisch en drie elektrische. Marc kwam laat binnen door vertraging met zijn vliegtuig. We hadden elkaar tien jaar niet gezien, plugde zijn gitaar in en de magie was terug.”

Vervolgens nog een korte tournee?
“We deden New York, en dat was met een paar uur uitverkocht. Eddie overleed een paar weken later. Maar we wilden toch doorgaan. Op zoek naar een bandnaam zochten we een vogel die minder donker dan een kraai is. En dus kwamen we uit op een ekster: The Magpie Salute. Want The Black Crowes was zo’n donkere band, de meest negatieve band in de wereld. Alsof je in een tornado woonde. Veel mensen werden de tornado uitgeslingerd, anderen hielden zich staande in het oog van de storm.”

Hoe kwam dat zo?
“Drugs en ego’s, vooral van mijn broer. De vis stinkt vanaf de kop. Onze relatie was altijd giftig en fout, en het werd alleen maar slechter en slechter. Dat droop omlaag naar de rest van de band. Iedereen had een agenda, tot het management aan toe. Niemand ging er goed mee om. Ik was 19 jaar toen ik Shake Your Money Maker maakte. Met de komst van succes en geld, rijzen de ego’s de pan uit.”

De controle kwijt?
“In zekere zin. Drugs, drugs en ego, drama; van alles. Iedereen had zijn eigen shit en iedereen speelde zijn eigen rol. Het was ellendig. Als we speelden was dat alles weg, voor twee uur dan. Maar daarna keerde de tornado snel terug. Het werd alleen maar erger. Terwijl het allemaal niet zo hoeft te zijn. Wij hoeven ons niet als klootzakken te gedragen. Het is nutteloos.”

Lesje van ouder worden?
“Absoluut. Ik speel solo al jaren met drummer Joe Magistro, met Sven Pipien zelfs sinds mijn zeventiende in de Crowes. Sven was niet zo’n geweldige bassist, ik niet zo’n goede gitarist. Maar we werden samen steeds beter. Toen The Black Crowes uiteen ging, had ik nooit meer zo’n klik met een bassist. Zo is het ook met Joe en indertijd met Mark in de Crowes. Zij voegen altijd iets perfects toe aan wat ik had geschreven. Vorig jaar leerden we 220 songs; covers van The Free, Humble Pie en Big Star, zo’n 80 Crowes-nummers en liedjes van mijzelf. Ik vond het fascinerend hoe deze band alle kanten op kon gaan.”

War Drums vind ik fantastisch gedaan op het debuutalbum. Wie speelt de gitaarsolo? Jij of Marc?
“Eeeeeh. Ik denk dat ik het ben. Precies weet ik het niet. Want we hebben toen zo veel opgenomen. (lacht) Ken je het origineel van War? Die band had zo’n fantastische ritmesectie, met blazers. Onze versie is wat meer trippy.”

Sister Moon is mijn favoriete nummer van High Water I. Het brengt zo’n enorme rust over.
“John en Marc hebben dat nummer geschreven. Zij kwamen tien dagen naar mijn huis in Nashville om liedjes te schrijven. We gooiden gewoon alles wat we hadden op tafel. Marc en John waren een keer laat bezig, toen Marc hem een akkoord liet horen. Die nacht maakte John er een pianopartij en tekst bij. Het had daarop helemaal geen gitaar meer nodig. Normaal zou je er strijkers aan toevoegen, maar ik dacht: laten we een pedalsteel doen die lijkt op strijkers. Het resultaat verraste mij enorm. Ik vind het zelf ook één van de mooiste nummers van de plaat.”

LIVEDATA 21/11 Poppodium 013, Tilburg 22/11 TivoliVredenburg, Urecht 28/11 Doornroosje, Nijmegen