Tim Knol nam de tijd voor zijn vierde album. Lekker klooien in zijn eigen studio waar alles kon en tijd geen rol speelde. Het resultaat is Cut The Wire. Een creatieve plaat met pakkende melodieën en intrigerende teksten. “Het voelt als een herstart.”
Tekst Popmagazine Heaven | Sandy Abrahams
Het leek de afgelopen jaren misschien wat stil rond de singer-songwriter, maar Tim Knol was toch echt gewoon aan het werk. Hij deed twee theatertournees, maakte een plaat met zijn garagerockband The Miseries en fotografeerde veel. “Ik heb continu gewerkt, alleen niet direct zichtbaar voor de buitenwereld.” Dat was wel anders toen hij, twintig jaar oud, in 2010 met zijn titelloze debuutalbum en de hitsingle Sam doorbrak. Na die vliegende start volgde een jaar later Days.
Niets leek zijn succes in de weg te staan – tot schrijfpartner Matthijs van Duijvenbode er in 2013 de brui aan gaf en Knol er alleen voor stond. De muzikale scheiding kwam hard aan, maar hij herstelde zich en maakte het sublieme album Soldier On, over afscheid nemen en weer doorgaan. Nu is er eindelijk een opvolger. Cut The Wire verschijnt in januari en voelt als een herstart.
“Het zijn een paar gekke jaren geweest. Vanaf 2010 had ik veel succes, maar ik besefte toen niet echt wat ik aan het maken was. Het is nu veel rustiger in mijn leven en ik weet beter waar ik naartoe wil de komende jaren. Ik wil vooral mooie popliedjes schrijven. Voorheen verloor ik dat een beetje uit het oog doordat alles te snel ging. Ik kon niet meer relativeren. Succes kan rare dingen met je doen. Als nuchtere Noord-Hollander denk je dat dat jou niet overkomt, maar onbewust gebeurt het toch. Alles lijkt zo normaal. Dat je bij DWDD zit, dat je bij 3FM speelt. Terwijl het eigenlijk heel uniek is. Ik was destijds graag iets volwassener geweest.”
Schijn
Hij nam twee jaar de tijd voor Cut The Wire. Op het eerste gehoor klinkt het als een opgewekte plaat met vrolijke melodieën, maar schijn bedriegt. De teksten zijn een stuk minder opgeruimd dan de muziek doet vermoeden. “Ik voel me op zich wel goed hoor, maar ik heb veel ergernissen. Die heb ik opgeschreven. Er zitten persoonlijke dingen tussen. Zoals dat mensen met wie je werkte je laten vallen. Dat je het gevoel hebt dat ze geen reet om je geven, terwijl ze doen alsof dat wel zo is. Het komt er op neer dat ik op dit moment echt alleen op de wereld sta.”
Misschien zet Knol dat laatste wat te sterk aan, hij ziet zelf ook wel dat hij goede mensen om zich heen heeft. De medewerkers van de platenmaatschappij, de heren van zijn studio in Hoorn, vrienden zoals drummer Kees Schaper en Djurre de Haan (awkward i). Verder natuurlijk zijn vriendin, al tien jaar een rots in de branding, zoals hij het zelf zegt. En niet te vergeten Anne Soldaat, gitarist van het eerste uur. “Met Anne heb ik een muzikale klik. We begrijpen elkaar. De plaat hebben we samen geproduceerd. Het schrijven deed ik voor het eerst in mijn eentje, in een huisje in Egmond aan Zee. Twee weken melodieën en tekstideeën bedenken. Die nam ik mee naar Anne. Hij heeft een thuisstudio waar we lekker konden werken. De plaat klinkt zoals hij klinkt omdat Anne meedoet. Zonder hem was het veel rootsier geweest, meer americana. Anne zorgt voor het popsausje.”
Op zijn Spotify-playlist Sweet Melodies zette hij nummers van artiesten die hem inspireerden bij het maken van Cut The Wire. Veel sixties en seventies popmuziek, maar ook garagerock en alt.country uit de jaren negentig. Al die invloeden zijn terug te horen op het album. “Ik ben vooral van de oude dingen, al hoor ik ook goede nieuwe muziek. Ryan Adams, Wilco en Daniel Romano, om maar wat te noemen. Die laatste vind ik, vanwege zijn eigenzinnigheid, een van de beste artiesten op dit moment.”
Cliché
Misschien zou Knol ook wel eens iets anders willen maken dan wat hij tot nu toe heeft gedaan, een echte americanaplaat of zo. “Ik zie het niet snel gebeuren. Het is ingewikkeld als Nederlander te zingen over Amerikaanse landschappen, highways en dat soort shit. Het zit hem in de teksten, maar ook in de muziek. Het is al snel cliché. Ach, ik houd gewoon van popliedjes. Die maak ik al lang en ik vind het leuk er aan te werken.”
De behoefte nieuwe dingen te proberen is er wel, maar hij jaagt dat niet als een heilig moeten na. “Bij dit album heb ik meer geëxperimenteerd. Ik had een andere benadering in mijn hoofd en uiteindelijk kwam deze muziek er uit. Daar leg ik me bij neer. Je kunt wel besluiten dat je een bepaalde sound wilt, maar soms zit het er gewoon niet in.”
LIVEDATA 02/03 So What, Gouda 03/03 Muziekcooperatie, Meppel 08/03 Park Schouwburg, Hoorn 09/03 Asteriks, Leeuwarden 10/03 Rotown, Rotterdam 16/03 Effenaar, Eindhoven 17/03 TivoliVredenburg, Utrecht 23/03 Paradiso Noord, Amsterdam 24/03 De Spot, Middelburg 30/03 Luxor, Arnhem 07/04 Heartland Festival, Hengelo 21/04 Het Park Schouwburg, Hoorn
Het extra dikke winternummer van
“Er is al veel met de jongens gespeeld en dat is waarom ik dit allemaal zo graag doe. Vanaf het begin met MoonKings heeft de ontvangst mij verrast. De mensen zijn mij blijkbaar niet vergeten.” Hij heeft er absoluut geen moeite mee om over het verleden te praten. “Ik ben er trots op. Nog steeds is die waardering enorm. Toen we in Japan aankwamen werd ik opgewacht door mensen met tranen in hun ogen. Het was daar een van de eerste festivals waar we speelden en daar stonden we meteen oog in oog met 60.000 rockliefhebbers. Samen spelen en opnemen is ook geweldig hoor, het is iets ambachtelijks maar er gaat niets boven de dynamiek van een liveshow. Ik kan niet wachten om weer de bühne te beklimmen. De albumreleaseshow in Enschede is stijf uitverkocht en de touragenda wordt wekelijks aangevuld met optredens.”
Wanneer er geen optredens zijn wordt er regelmatig samen iets gedronken. Uiteraard worden terloops wel even de plannen met betrekking tot MoonKings doorgenomen. De boerderij heeft zanger Jan Hoving nog niet verkocht. Hij bezit vele hectaren in de polder en het seizoen is nog maar pas afgelopen. “Nee daar is zeker geen sprake van”, lacht Vandenberg. “De muziek is de laatste tijd natuurlijk ook een beetje een rare business geworden en niet meer te vergelijken met toen. Je moet daar tegenwoordig ook creatief mee kunnen omgaan. We proberen zo veel mogelijk om alle thuiswerkzaamheden heen te plannen. In Nederland is het allemaal prima te doen maar als het over de grens binnen de zes uur kan, rijden we meteen weer terug. Soms, zoals met optredens in Scandinavië of Spanje, worden we ingevlogen en vliegen we de volgende ochtend weer terug. Je loopt wel eens tegen aparte praktische zaken aan zoals in het festivalseizoen. Anderhalf uur na het optreden op Fortarock, ons eerste grote festivaloptreden met de band en zeker ook voor de jongens een bijzonder leuke ervaring, werd ik door Jan gebeld terwijl ik met die jongens van Alter Bridge rondhing. Hij wilde nog even kwijt hoeveel hij van het optreden had genoten. Toen ik hem vroeg of hij ook bij ons kwam zitten bleek dat hij alweer in zijn overall op de tractor zat want er moest geoogst worden. Bij ons gaat het net even anders dan bij andere bands. Kijk, we weten dondersgoed dat wanneer we deze band in de jaren tachtig en negentig waren begonnen, we in de grotere zalen en stadions hadden gespeeld.”


De november-issue van
Als beste mondharmonicaspeler in de wijde omtrek van zijn geboortegrond aan de Costa Brava, lag het voor de hand om vooral blues te spelen, maar eenmaal in Amsterdam begon Max Meser folksongs te schrijven toen hij een aantal jaar geleden hier naartoe verhuisde.
Het oktobernummer van