Interview: Paceshifters

De titel van een biografie over Paceshifters zou kunnen zijn: een droomverhaal. Of misschien: Je zou het bijna niet kunnen verzinnen. Hoezo dan? Zanger en gitarist Seb Dokman vertelt dat hij als 12 jarig jochie de Fender Telecaster van toenmalig post-grunge outfit Supersuckers gitarist Ron ‘Rontrose’ Heathman op eBay zag staan. “Ron was mijn grote gitaarheld! Die Telecaster moest ik hebben.” Drie weken later lag op zijn verjaardag ineens een hele grote doos in zijn slaapkamer. Jawel hoor, de gitaar! Stiefvader Frank had Ron tussen neus en lippen door geschreven dat de gitaar voor een jongetje van nét 13 was, zijn allergrootste fan. Vervolgens werd de hele familie uitgenodigd om de volgende show in Dortmund (‘dat ligt wel bij jullie in de buurt toch?’) bij te wonen. Alsof al het bovengenoemde niet bijzonder genoeg was, ontstond er ook nog een muzikale vriendschap. “Ron is later zelfs met zijn vriendin een week bij ons in Wijhe geweest. Hij heeft gewoon met haar in mijn slaapkamer geslapen!” Hij lacht! “Waarschijnlijk hebben ze seks gehad in mijn bed.”

Tekst Nieke Frantzen Foto Gerard Rouw

Enfin. De mannen van Supersuckers namen hun jonge aanbidder Seb, zijn iets oudere broer Paul en de toenmalige drummer Koen, onder hun hoede. Vanaf dat moment zaten ze in een achtbaan waar ze nog steeds niet uit zijn gestapt. In 2008 kwam een split EP met Supersuckers uit inclusief een single in samenwerking met Peter ‘Pan’ van Elderen. De bijbehorende minuut van De Wereld Draait Door, een contract met Suburban Records, Zwarte Cross, Eurosonic… Noem maar op. Nu, zeven jaar later en drie albums verder, hebben ze in binnen- en buitenland menig podia betreden.

Eind februari stonden ze op de tweede editie van Scumbash, “Dat was een mooi feestje! Met veel bier!” Hoewel het vaak de jongste muzikanten zijn op zo’n festival, voelen ze zich absoluut niet de jonkies, “wij hebben eigenlijk op jonge leeftijd van Supersuckers geleerd hoe je je moet gedragen als respectabele muzikant: je bent gewoon te gast. We houden allemaal van hard werken: spullen snel op- en afbouwen zodat de volgende band de ruimte heeft, en vooral niet ‘te cool’ doen. Biertje drinken kan best! Maar wel strak spelen. Dus, nee, ik voel mij eigenlijk nooit de jongste.” Ze gaan, relatief gezien, al ontzettend lang mee. De gemiddelde leeftijd van Paceshifters ligt zo rond de 23, dus welgeteld spelen ze al 1/3 van hun leven met elkaar. “Fucking hell, inderdaad. Wat gaat de tijd snel! We hebben al drie albums achter de rug en hebben plannen om weer te gaan schrijven. Hopelijk kunnen we deze zomer beginnen met opnemen.” Deze keer zal het schrijf- en opnameproces er iets anders uitzien dan voorheen, “Paul heeft vorige week de sleutels gekregen voor zijn nieuwe woning in Zwolle! Nu moeten we data prikken en agenda’s naast elkaar leggen om samen te komen.” Vroeger kon dat bij wijze van spreke aan de ontbijttafel, maar nu hebben we afgezien van muziekwerk ook allemaal andere baantjes om alles te financieren. Behalve gitaarles (“leuk!”) werkt Seb bijvoorbeeld op zaterdagen in een groot supermarkt distributie centrum, wat best goed betaald. “Paul is ook grafisch ontwerper en heeft, in samenwerking met onze neef, de zeefdrukken en CD ontwerpen gemaakt. Het is niet alleen in eigen handen, maar ook in eigen familie!” En de Dokman familie is groot. “Er zijn nog twee andere broers, en een broertje.” Van die broers hebben Seb en Paul ook de liefde voor grunge overgenomen.Grote inspiraties? “Dat blijven, behalve Supersuckers natuurlijk, The Ramones en Nirvana. Nog een mooi verhaal: wij speelden met Supersuckers in België en ik zat met Ron backstage te hangen, beetje gitaar spelen. Wij hadden het over inspiratiebronnen en ik vertelde dat Kurt Cobain wel een held is voor mij. Supersuckers waren net als Nirvana deel van de Sup Pop Records familie, en kenden elkaar natuurlijk. Hij zei: ‘ik heb wel gechilled met Kurt en samen drugs gebruikt… dat moet je echt nooit doen!’ vaderlijk advies, dus.” Hij moet er zelf om lachen. Of Kurt op de gitaar heeft gespeeld die Seb als jongetje voor zijn verjaardag kreeg, weet hij helaas niet.

Over de eerste single Drone van het in augustus uitgebrachte album Breach (2014), zei muziekblad Oor: “als de rest van dit album zo goed is als deze track, gaat 2014 jullie jaar worden!” Was dit ook zo? Seb is even stil, maar begint al snel en enthousiast de grootste gebeurtenissen van afgelopen jaar op te noemen. ”Presentatie in een uitverkocht Hedon, onze eerste echte tour door Canada met de Amerikaanse Redneck rockers van White Cowbell Oklahoma, Pinkpop, Zwarte Cross, Eurosonic. Dit was inderdaad een jaar vol hoogtepunten.” Zaterdag 25 april spelen ze in Los Angeles tijdens het showcase festival Global Rock Summit. “Super vet! Dat is zo spannend. Het is voor een Nederlandse band best moeilijk om daar door te breken, maar we gaan ervoor.” Op de vraag of ze alles zouden opgeven om daar dan ook naartoe te gaan: “Ja! Ik zeker wel. Wij hebben het er eigenlijk nog niet over gehad, maar we gaan er samen voor. Onze prioriteiten liggen bij de band en muziek maken. We zijn nog jong – en we gaan er 100% voor.”

Als je nou aan de andere kant van de oceaan speelt – is het dan een nog indrukwekkend om bij DWDD een minuutje te krijgen? “Thuis spelen blijft bijzonder. Het is ook zo raar om je eigen gezicht op TV te zien.” Alle avonturen terzijde, een ding blijft zeker: grote of kleine zalen, binnen- of buitenland – Paceshifters geven alles. Ze zijn 4 april te zien tijdens onze eigen Pinguins in Paradiso avond, “nog zo’n goed feestje! Wij hebben er zin in.”

LIVEDATA 28/03 Taaipop, Lutjebroek 04/04 Pinguins in Paradiso, Amsterdam 14/05 Oerrock, Ureterp 14/05 Dauwpop, Hellendoorn 29/05 Sniester Festival, Den Haag 30/05 The Spy And The Butcher, Emmen 30/05 Kaaspop, Edam 06/06 Vestrock, Hulst 27/06 Gimme Shelter Festival @ Underground, Lelystad 16/07 Dieksiepop, Haarle

Interview: De Staat

Als één band sinds hun debuut constant een vaste waarde in de Nederlandse scene is, dan is het De Staat wel. Momenteel werken de Nijmegenaren in de voormalige poptempel Doornroosje aan plaat nummer vier, maar daar komen ze speciaal voor Pinguïns in Paradiso zaterdag 4 april uit vandaan. Tijd om frontman Torre Florim eens telefonisch lastig te vallen…

Tekst Milo Lambers Foto Isabelle Renate la Poutré

Onlangs brachten jullie de EP Vinticious Versions, met daarop een aantal nieuwe versies van oude De Staat-nummers. Evolueren nummers zich bij jullie op natuurlijke wijze?
“Bij bepaalde nummers laten we live altijd veel open. Bijvoorbeeld bij het nummer Wait For Evolution. Daar zit een lang jamstuk in. Dat klinkt nooit hetzelfde. Dat ontwikkelt zich wel, ja. Het idee voor Vinticious Versions ontstond anders. We worden vaak gevraagd voor instore-optredens, maar spelen eigenlijk nooit akoestisch. Ik heb niet eens een akoestische gitaar. Dat dwingt je om andere arrangementen te schrijven. Dat hebben we verder uitgebouwd op Vinticious Versions. Ik ben helemaal los gegaan in de studio.”

Op dit moment werken jullie in het voormalige Doornroosje aan een nieuwe plaat. Je gaf eerder aan dat je de plaat ‘from scratch’ zonder bemoeienissen van buitenaf. Waarom kiezen jullie voor deze aanpak?
“Dit wordt onze vierde plaat alweer, ik voel dat het tijd is voor een andere aanpak. Voorheen schreef ik thuis in mijn eentje heel veel en huurde we een studio met een engineer. Nu doen we alles zelf. Dit geeft ons veel meer ruimte om te experimenten. We kunnen bijvoorbeeld kijken welke drumset-up het beste werkt. Het gevaar is natuurlijk dat je daarin doorslaat, maar ik werk graag op deze manier. Ik heb de laatste plaat van Janne Schra (Torre’s vriendin, red.) ook zo geproduceerd. Het is een heel intensief proces, maar ik denk dat we op deze manier spannende dingen kunnen doen.”

De muziek van De Staat heeft altijd experimentele kanten gehad, maar het is toch ook heel dansbaar. Hoe zorg je dat je niet doorslaat in het experiment?
“Ik probeer mij er tijdens het schrijven van nummers altijd van bewust te zijn dat ik het ook live uit moet kunnen voeren. Mijn partijen moeten niet te lastig zijn. Sowieso houd ik niet van erg ingewikkelde dingen. Mensen moeten met hun hoofd kunnen knikken. Soms kom je er ook live pas achter of iets werkt of niet. Dat had ik bijvoorbeeld met Devil’s Blood, een van de singles van het vorige album I_CON. We speelde dat nummers op tv en ik merkte dat ik me ontzettend moest concentreren. Ik moest mijn kop erbij houden. Hoe je dat oplost? Nou, gewoon meer oefenen.”

Zaterdag 4 april spelen jullie bij Pinguïns in Paradiso. De Paradiso is voor veel bands een bijzondere plek. Hoe is dat voor jullie?
“Precies zoals je zegt: ‘het is een bijzondere plek’. Ik kan me nog herinneren dat we daar voor het eerst speelde. Ik raakte helemaal een beetje verward van het gangenstelsel backstage. En dan ben je al zenuwachtig. Wanneer dat was? Ik denk een voorprogramma in de kleine zaal. Voor The Presidents of the USA, dacht ik. Iets later speelde we ook tijdens de Pinkpop-presentatie. Dat was wel een momentje.”

In 2012 bracht je solo een cover uit van The Prodigy’s Firestarter. Onlangs plaatste The Prodigy de clip op hun Facebook-pagina. ‘The best cover ever of one of our songs’. Sindsdien werd het nummer een enorme hit online. Enig idee waarom dat nu pas op gang komt?
“Het nummer is gebruikt in de trailer van een populaire game: Just Cause 3. Veel gamers vonden het nummer gaaf en zo is het bij The Prodigy terecht gekomen. Ik denk dat The Prodigy per dag ontzettend veel berichten krijgt, je moet net de mazzel hebben dat ze het opvangen. Heel tof natuurlijk. Ik vind het zelf ook nog steeds een gaaf nummer. Of we hem in Paradiso spelen? Dat zou zo maar eens kunnen.”

LIVEDATUM 04/04 Pinguins in Paradiso, Amsterdam

posterpip2metprijs

Interview: Sven Hammond

Juist nu de hernieuwde kennismaking en opmars van het Hammond-orgel een hoogtepunt lijken te hebben bereikt, blijkt het dat Sven Hammond ervoor gekozen heeft om IV, het nieuwe album dat 6 maart zal worden uitgebracht, van een meer gitaargeoriënteerd geluid te voorzien. Wanneer ook nog de Soul uit de bandnaam is geschrapt roept dat vragen op. Oprichter/toetsenist Sven Figee en zanger/songwriter Ivan Peroti waren bereid om een en ander toe te lichten.

Tekst Jeroen Bakker

“Je hoeft die jongens niets wijs te maken”, aldus Sven Figee die het woord bandleider liever niet in de mond neemt maar maar zichzelf wel eens gekscherend ‘Voorzitter van de Stichting’, noemt. “Ik houd niet van beperkingen wanneer het om creativiteit gaat. Dat werkt ook niet in deze band. Het lijkt voor deze muzikanten bijna zelfs een noodzaak te zijn om maar niet binnen kadertjes te hoeven werken. Ze zijn gek op improviseren en jammen en ik laat het graag een beetje los. Iedereen kan bij ons ongeremd zijn eigen dingen doen. Sven Hammond staat bekend als een band die het avontuur nu eenmaal graag opzoekt. Van daaruit ontstaan niet alleen op het podium maar ook in de studio de meeste ideeën. Geen enkele show is hetzelfde. Ik wist ergens wel waar ik naartoe wilde maar hoe het eindresultaat er uit komt te zien weet je nooit. Ik wilde een nieuw album maken met festivalmuziek en daarom moest het geluid stevig klinken om daarmee vervolgens op het podium enorm te kunnen knallen.”

De timing voor het uitbrengen van IV lijkt ideaal aangezien veel festivalprogrammeurs nog druk bezig zijn om de ideale line-up te formeren. De kans is heel groot dat je Sven Hammond wel eens op een festival bent tegen gekomen. Zo waren de shows op het North Sea Jazz Festival, maar ook Bospop, Paaspop en Zwarte Cross memorabel. Tijdens het recente Eurosonic/Noorderslag Festival werd eveneens een ijzersterke indruk gemaakt, maar toch blijken er nog enkele op de ‘bucketlist’ te staan. Volgens Ivan Peroti ontbreken Pinkpop en Lowlands nog. “Het hangt van diverse factoren af, waaronder bijvoorbeeld de steun van 3FM, of je daar kunt spelen. Alles moet kloppen op het juiste moment. Wij hebben besloten ons daarover niet al te druk te maken. Het belangrijkste is dat we ons nu kunnen focussen op de muziek. Daarnaast maakt het ons niet zoveel uit of wij nu voor 100 man of een paar duizend spelen. We rocken toch wel.” Sven vult hem aan: “Je merkt dat de interesse wel steeds breder wordt. Meer mensen blijken ons te zien zitten. Wel zo prettig want met een plaat vol piano-ballads sta je niet zo snel op Paaspop.”

Ook in het buitenland blijft de band niet onopgemerkt. “Dat is het mooie van dit digitale tijdperk waarin alles meteen ook wereldwijd kan worden uitgebracht. We krijgen reacties uit landen als Argentinië, Brazilië en Chili maar ook uit Amerika, Canada, Korea en Japan. Onlangs zijn we in Spanje opgepikt en meteen ook uitgenodigd om in juni te komen spelen op een festival in Bilbao. Staan we gewoon tussen acts als ZZ Top en Eagles of Death Metal.”Op dit moment is het vizier duidelijk gericht op de uitgebreide clubtour die afgelopen 5 maart van start is gegaan in het Paard van Troje. Enkele nieuwe tracks zijn al losgelaten op het publiek in Groningen tijdens Eurosonic/Noorderslag. “Het beviel van beide kanten erg goed. Ondanks dat het nieuwe, en dus onbekende nummers zijn zag je het publiek er in meegaan”, aldus Ivan die naast Sven Hammond ook andere interesses heeft. Zo schreef hij al eens materiaal voor Voice of Holland-ster Shary-An. Zijn collega, drummer Joost Kroon bezet regelmatig de drumkit in The New Cool Collective. “Joost heeft het dikwijls over zijn andere vrouw als hij het over die andere band heeft. Hij kiest niet maar combineert het.” Momenteel staan de neuzen in dezelfde richting en draait alles om de release van nieuwe album en de daaropvolgende optredens. Sven die graag nieuw talent ontwikkelt en zich vaak met producerswerk bezighoudt, vindt het een goede zaak dat de bandleden afzonderlijk hun eigen dingen buiten de band om doen. “Het inspireert en verrijkt soms enorm.”

Over het ontbreken van Soul in de bandnaam is al veel gezegd. “We zijn met het vorige album The Usual Suspects een bepaalde weg ingeslagen en nu denderen we door. We zijn in een rocktrip beland. Het is nu meer gitaargeoriënteerd. Mijn toetsen hebben daarom een andere rol gekregen. De Hammondliefhebbers zullen het met minder solo’s moeten doen. Het is een risico dat je neemt maar wanneer je vijf keer een zelfde soort album opneemt zullen er ook mensen afhaken. Progressie maken is voor ons heel belangrijk. We zijn nu een stapje verder gegaan ten opzichte van het nieuwe album en we zijn nog meer dan ooit een echte band geworden. De track Fly is daar een goed voorbeeld van. Kijk, ik ben dan wel Voorzitter van de Stichting maar soms zijn we vijf kapiteins op één schip, vijf gelijken die proberen tot één ding te komen. Het is een groot verschil met de tijd dat het eerste album nog moest uitkomen. De ambities zijn steeds groter geworden. Ik droomde er altijd van om lekker tekeer te kunnen gaan op een orgel en kijk nu eens wat daarvan is terechtgekomen. Het is volledig uit de hand gelopen.”

LIVEDATA 20/03 Burgerweeshuis, Deventer 21/03 Atak, Enschede 26/03 Patronaat, Haarlem 27/03 Simplon, Groningen 28/03 Hedon, Zwolle 02/04 Rotown, Rotterdam 09/04 Effenaar, Eindhoven 10/04 Tivoli de Helling, Utrecht 14/04 Melkweg, Amsterdam 16/04 W2, ’s Hertogenbosch 17/04 Nieuwe Nor, Heerlen 24/04 De Kelder, Amersfoort 01/05 Grenswerk, Venlo

Interview: PAUW is psychedelisch nuchter

Vraag je de mannen van PAUW wat ze vinden van de hype rondom hun band, antwoorden ze eensgezind: “Welke hype?” Brian Pots (gitaar/zang), Rens Ottink (drums), Eszl Du Vois (bas) en Kees Braam (toetsen) concentreren zich op het creëren van muziek, genieten van de aandacht van pers en publiek maar ervaren zelf geen hype. “Dat is meer iets dat we van anderen horen dan dat wij in de gaten hebben”, zegt zanger/gitarist Brian. “We komen uit Twente, daar bekijken we het leven vrij nuchter”, beaamt toetsenist Kees.

Tekst Jacqueline Schoonhoven

Hun eerste single Shambhala was eind 2014 Single van de week en IJsbreker bij Pinguin Radio en met hun 38 shows – vorig jaar – zijn ze de meest geboekte band ooit van de Popronde. Rens (drums): “We speelden toen soms vier keer in een weekend. Dat was wel te gek. Doordat we zoveel hebben opgetreden, zijn we meer op elkaar ingespeeld geraakt.” Eszl: “Qua sound en timing zijn we één geworden. We zijn parallel aan elkaar gegroeid en nu met Kees erbij hebben we meer inspiratie en maken we meer kabaal.” Kees: “Ik voel me soms net een octopus. Ik speelde thuis wel piano maar ik kan nu dingen die voorheen nooit speelde.”PAUW maakt psychedelische muziek, geïnspireerd door het werk van helden als Pink Floyd, The Doors en The Small Faces. De jongens lijken met hun kledingstijl en lange haren zo weggelopen van een platenhoes uit de jaren zeventig maar zijn alle vier pas begin twintig. Drie van de vier studeren aan het conservatorium van Amsterdam, Kees doet dit jaar auditie. Door de mix van jonge jongens en de ‘oude’ muziek spreekt PAUW een breed publiek aan. Brian: “Soms zie je oudere mensen echt ‘spacen’ op hun eigen manier, anderen gaan los op de uptempo stukken.”

Ze kennen elkaar van school, een feestje, en van de studie. Rens speelde voorheen al wel in coverbands. Brian niet: “Ik was meestal aanhang. Op een gegeven moment wilde ik een eigen band. Toen heb ik Rens gevraagd om eens te jammen. Dat deden we in een varkensschuur bij ons in het dorp. Zo is het ontstaan.”

De bandnaam is begonnen als grapje. Rens: “Vroeger als we naar festivals gingen en we waren elkaar kwijt dan deden we een pauwenschreeuw om elkaar terug te vinden. Mensen om ons heen noemden ons daarom de ‘drie pauwen uit het oosten’. Toen we een bandnaam nodig hadden, hebben we het eerst PAUW genoemd, met de bedoeling om later iets anders te bedenken. Opeens kent iedereen ons al als PAUW. Dus we laten het maar zo.”

Bassist Eszl sloot zich als al snel aan, was even weg maar is inmiddels weer terug en Kees is er vanaf het begin bij als ‘roadie’. Maar hij is drummer en speelt ook toetsen. Sinds dit jaar is hij toetsenist van de band. Brian daarover: “Onze inspiratiebronnen gebruiken allemaal toetsen. We hadden allerlei ideeën maar konden dat zonder toetsen live niet waarmaken. Sinds Kees erbij is, hoeven we ons niet meer te beperken. En als gitarist ben ik veel vrijer in de nummers omdat Kees de ruimte vult met toetsen.”

Speelden ze eerst nog covers, al vrij snel ontstond er een muzikale richting die uiteindelijk heeft geleid tot wat PAUW nu is. De eerste nummers ontstonden tijdens het jammen maar ondertussen wordt er gericht gewerkt aan nieuw materiaal. Brian: “Ik ontwikkel concepten en neem die mee naar de oefenruimte. De rest vult op zijn eigen manier aan. We doen het allemaal wel samen.”

Brian schrijft ook de teksten en hij kiest met titels als Shambhala en Abyss vrij bewust voor een spirituele richting. “Ik vind het leuk om te lezen en na te denken over ‘zweverige’ onderwerpen. Shambhala is een mythisch koninkrijk van liefde en vrede. Het is een metafoor voor de gedachte dat als je je eigen ding doet, je je eigen Shambhala kunt bereiken. De Abyss is een afgrond waar niemand naartoe wil maar waar het wel interessant is. Maar, het staat iedereen vrij om het voor zichzelf te interpreteren.”

In januari speelde PAUW op Noorderslag voor het eerst als viermanformatie en in deze samenstelling. En ze brachten hun eerste EP PAUW uit. Dit werd gevierd in een uitverkocht Metropool in Hengelo. Brian: “Daar kwamen wel wat zenuwen bij kijken. Een hele zaal vol met bekenden en familie die voor onze muziek kwamen.” Rens: “Maar wel gaaf dat iedereen voor jouw muziek komt.”

PAUW hoopt na de zomer een volledig album uit te brengen. “En veel te spelen!” Momenteel wordt er hard gewerkt aan nieuw materiaal en de agenda loopt flink vol met boekingen. 4 april staan ze tijdens het Pinguin Radiofeest in Paradiso, in april gaat de reis naar Lissabon in Portugal, in mei staan onder meer Dauwpop en London Calling op de agenda. Rens: “Hopelijk komt daar nog heel veel bij. Ik wil wel op de grote festivals spelen!” Brian: “Elke repetitie heb ik een voldaan gevoel, heb ik iets geleerd en iets ontdekt. We willen gewoon doorgaan zoals het nu gaat.”

LIVEDATA 21/03 Eureka, Zwolle 27/03 Simplon, Groningen 04/04 Pinguins in Paradiso, Amsterdam 04/04 Paaspop, Schijndel 27/04 Oranjepop, Nijmegen 05/05 Bevrijdingsfestival, Utrecht 14/05 Dauwpop, Hellendoorn 16/05 London Calling @ Tolhuistuin, Amsterdam 23/05 Galerie Pachamama, Meerlo 06/06 Eindhoven Psych Lab, Eindhoven 17/06 Welcome To The Village, Leeuwarden 18/07 Pedro Pico Pop, Raalte 14/08 La Truite Magique, Houffalize (BE)

Check for updates/more shows: www.pauwband.com

Interview: Nothing But Thieves kruipt in loopgraven

Jong, dynamisch en toch geduldig bouwend aan een carrière. Dat lijkt ons een beloftevolle cocktail om muzikale vonken te slaan de volgende jaren. Geen wonder dat het Britse vijftal Nothing But Thieves met Wake Up Call de status van IJsbreker verwierf. Hoog tijd om Conor, Joe, Dom, Price & Phil voor het voetlicht te houden. Voorlopig nog in Southend-On-Sea, binnenkort in ons eigen Amsterdam.

Tekst Ruud Van Der Locht

De videoclip van de nieuwe single Ban All The Music toont vijf post-puberale jongens in mooi afgeborstelde maatpakjes die hun jeugdhormonen de vrije loop laten d.m.v. een losbandig liedje. Nothing But Thieves, dus. Bij de Amsterdamse meisjes van goede en iets minder goede zeden, zullen ze in ieder geval hoog scoren op de populariteitsladder. Maar beschikt deze band ook over enige muzikale credibiliteit? Laten we een ‘factcheck’ uitvoeren en een lijntje leggen met Southend-on-Sea waar deze band uit het ei kroop. Zanger Conor staat ons met veel enthousiasme te woord. “We leerden elkaar op school kennen en muziek maken was ons lust en ons leven. Wanneer ik als jong ventje concerten bezocht, vond ik het zalig om te crowdsurfen. Nu heb ik mijn eigen fans-crowdsurfers. Wat wil je meer?”Southend-On-Sea; het klinkt iets minder rock and roll dan Liverpool, Manchester of London City. “Grote concertzalen vind je er inderdaad niet, maar toch heerst er best een levendige muziekscene. Blijkbaar veroorzaakt de zeewindjodium goede vibraties. En Londen ligt tenslotte in onze achtertuin,” relativeert Conor.

Critici situeren Nothing But Thieves in de indie-popregionen, alhoewel Conor lichtjes riposteert. “We voelen ons zowel aangesproken door de klassieke rock van Led Zeppelin en AC/DC als het werk van Sam Cooke, Chet Baker of Arcade Fire. Vooral de eigenzinnige aanpak van deze band laatste ligt ons wel. We willen vooral een eigen gezicht tonen.”

Dat vertaalt zich niet in een vast, gestructureerd strijdplan, Nothing But Thieves laten de teugels het liefst losjes vieren en alle mogelijke ervaringen hun werk doen. “De voorbije vier jaar schreven we een eigen sound bij elkaar, maar we bekijken nog elke dag wat er op ons afkomt en hoe die indrukken ons groeiproces beïnvloeden. De toekomst wijst wel uit waar dit avontuur ons brengt. “

Na twee eerdere singles kwamen de ‘non-diefjes’ begin dit jaar dus met Ban All The Music op de proppen. Een nummer dat prompt werd opgepikt in de BBC-tiplijst en een airplay-stroomversnelling veroorzaakte. “Maar het blijft hard werken want uiteindelijk zijn we nog helemaal niet zo bekend, zelfs niet in in Groot-Brittanië. We spelen meestal in zaaltjes voor drie- tot vierhonderd fans. Maar geen probleem, wij houden van die organische groei.” Dat neemt niet weg dat de band intussen op plusminus 25.000 Facebook-likes kan rekenen en een platendeal versierde bij major label RCA.

Die fans reageren volgens Conor lovend tot overweldigend. Vooral in Warschau kregen de jonge Britten een bijzonder warm onthaal. “Ik weet niet wat die Polen bezielde, maar ze gingen volledig uit hun dak. Maar ook in Amsterdam beleefden we een hoop lol. De juiste chemie tussen de bandleden is daar niet vreemd aan. Na een heleboel personeelswissels, heb ik de indruk dat we eindelijk het juiste spoor vonden.”

Dat leidt hen in 2015 alvast langs een aantal concertzalen, festivalpodia die Conor voorlopig angstvallig geheim houdt, en de opnamestudio waar Nothing But Thieves tijdens het najaar zijn eerste volwaardige album opneemt. “Voorlopig liggen er zestien nieuwe songs te wachten. Je houdt ons dus maar beter in de gaten”, waarschuwt de zingende Brit ons…

LIVEDATA 04/04 Pinguins in Paradiso, Amsterdam 05/04 Paaspop, Schijndel

Interview: Danko Jones

Wanneer de gelegenheid zich aandient om iemand als Danko Jones aan de tand te voelen naar aanleiding van zijn zojuist verschenen album Fire Music, ben je als verslaggever altijd op je hoede. De Canadese zanger/gitarist staat er om bekend nog wel eens heel anders te reageren dan je op voorhand zou verwachten. Wij besluiten om de knuppel in het hoenderhok te gooien en hem, samen met bassist John “JC” Calabrese, te confronteren met enkele precaire onderwerpen als vriendschap, loyaliteit, drugsgebruik, onzekerheid en drummers…

Tekst Jeroen Bakker Foto Jens van der Velde

“We komen hier altijd graag”, aldus JC wanneer we hem vragen hoe het is om weer in Amsterdam te zijn. “We hebben hier ooit eens in de Jordaan gewoond. Het was een tijdelijke oplossing omdat we geen zin hadden om iedere avond in een ander hotel te zitten na een optreden of iedere keer heen en weer te vliegen. Zo zaten we toch dichtbij Schiphol”. Danko Jones vult hem aan: “Die buurt bevalt ons zoveel beter dan het toeristische Leidseplein. Het was een soort basiskamp wat we daar hadden opgeslagen in het festivalseizoen.” JC noemt ondertussen het hele rijtje van bekende winkelketens die zich daar in de buurt bevonden.

“Of ik wel eens onzeker ben over de ontvangst van mijn nieuwe album? Kijk, je probeert jezelf iedere keer weer te overtreffen. Je moet je goed bewust zijn van het feit dat jouw muziek deel uitmaakt van iemands leven. Dat ene favoriete album kan heel belangrijk zijn voor die persoon en toch moet ik proberen om een nog betere te maken. Het is geen onzekerheid maar meer de druk die dat met zich meebrengt. Ik ben nooit nerveus voor de release van een nieuw album. Ook nu niet. Toen we de clip, de teaservideo, van Gonna Be A Fight Tonight op het web zetten was 99.9% van alle reacties positief. Hoewel ik nog altijd heel erg blij ben met de vorige platen die we hebben uitgebracht, was ik niet zo tevreden over de ontvangst ervan en was ik er iedere keer op voorhand al van overtuigd dat men moeite had met één bepaalde of soms zelfs twee tracks van dat album. Dat is nu niet het geval. Ik heb nu niet het gevoel iets te moeten verantwoorden naar het publiek toe. Ik ben hier heel erg tevreden over.”

De clip die Danko noemt is opgenomen tijdens de Motörhead’s Motörboat-cruise die vorig jaar in september plaatsvond. Er werd gedurende vier dagen lang met Lemmy van Motörhead op zee rondgedobberd. “We waren zeer vereerd dat hij ons vroeg om mee te varen. Het voelt alsof we nu tot de Motörhead-familie behoren”, vertelt de opgetogen JC. “Behalve Ministry, Anthrax, Zakk Wylde en Testament was ook onze held Phil Anselmo van Down aanwezig en Danko speelde even mee in die band tijdens hun show op de boot.”

De uitnodiging komt niet zomaar uit de lucht vallen. “Het was ruim tien jaar geleden dat Lemmy ons tijdens onze show in de Barfly te Londen bezocht en we elkaar voor de eerste keer ontmoetten. Het zou een sterke vriendschap worden die nog steeds voortduurt. Ondertussen zijn we twee keer met Motörhead op tournee geweest”, aldus de trotse Jones.

“Do You Wanna Rock wordt de nieuwe single. Het is één van de hardere nieuwe tracks en voortgekomen uit een idee van de nieuwe drummer Rich Knox. We hebben hem na enkele audities al meegenomen op tournee en hadden snel het gevoel dat we maar eens moesten kijken of er nog meer mogelijk was in de studio.”

De band heeft een bedenkelijke reputatie als het om drummers gaat en vandaag is hij er ook al niet bij. Jones: “Waar dat vandaan komt weet ik niet. Twee vroegere drummers zijn zelfs pas na vijf jaar weg gegaan. Niet slecht lijkt me. Nee, het is geen spannend Spinal Tap-verhaal. Rich bevalt ons erg goed. Hij bracht meestal zelf een idee aan en vroeg zich af wat wij er mee konden. Volgens mij zijn wij zelfs loyaal als ik kijk naar onze crew en alle mensen die betrokken zijn bij dit circus. De band Danko Jones bestaat dan ook al een tijdje maar er is momenteel meer harmonie dan ooit in deze band. Mijn angst was dat dit van grote invloed zou zijn op de intensiteit en woede waar we normaliter veel energie uit halen en in muziek vertalen. Maar toen we eenmaal in de studio begonnen hebben we ons prima kunnen focussen op het maken van knalharde rock. Ik durf zelfs te beweren dat Fire Music onze hardste plaat ooit is geworden.”

Zoals gewend bevat dit album ook veel autobiografische elementen. Hoe zit dat met Getting Into Drugs? “Oh het gaat eigenlijk over een jongen die er pas op latere leeftijd achterkomt dat hij drugs prettig vindt. Ik heb wel eens wat gebruikt toen ik jong was maar deze gaat zeker niet over mij”, bekent Jones met een oprechte blik. Hier zit dus ook geen spannend verhaal in en dan bevinden we ons ook nog eens in Amsterdam. “Er zijn zoveel bands die stoere verhalen ophangen over het ‘Redlight District’ en de coffeeshops. Jullie krijgen volgens mij altijd de slechtste shows van alle bands die hier spelen. Daar hoef je bij ons in geen geval bang voor te zijn.”

LIVEDATA 21/03 Melkweg, Amsterdam 28/03 Metropool, Hengelo 20/06 Graspop Metal Meeting, Dessel 12/07 Bospop, Weert
Check for updates/more shows: http://www.dankojones.com/tour/

Interview: July Talk

“Rock ‘n roll is spontaniteit, dat is het belangrijkste wat we hebben geleerd sinds we aan het touren zijn.” De Canadese band July Talk is al twee jaar op pad en komt weer naar Europa. Op het moment zijn ze nog in de Verenigde Staten en ligt frontvrouw Leah Fay op de grond van een waskamer te slapen als ik haar wakker bel voor een interview.

Tekst Martje Schoemaker

“Toen we ons eerste album opnamen hadden we nog maar vijf keer op een podium gestaan.” De ervaring die July Talk op doet zorgt voor een intense sfeer zowel op het podium als voor het publiek. Leah is een frontvrouw die overal is, kruipend, rollend en springend op het podium. Zelfs in het publiek, alleen als het nodig is zegt ze. “Soms moet je het publiek in om ze echt te kunnen grijpen.”

Wat de muziek voor July Talk is, merken ze vooral als ze zelf ergens in het publiek staan. De beleving van een optreden is zo persoonlijk en bij iedere artiest weer anders. Vorig jaar stonden ze in Toronto op het TURF Festival waar hun muzikale heldin Jenny Lewis (Rilo Kily red.) ook optrad. “Haar hele optreden hebben we in een soort totale aanbidding en met open mond staan bekijken.”

Maar hoe organisch rock ‘n roll is, en wat ermee mogelijk is, blijkt pas echt uit een optreden van Patti Smith uit 1968 in Berlijn, waar ze Gloria doet, vertelt Leah: “Dit optreden is voor mij alles wat rock ‘n roll behelst. Het begint met een prachtige voordracht van een gedicht en op een bepaald moment rolt ze over het podium.”Deze rauwe rock ‘n roll, die intensiteit zie je ook terug bij July Talk op het podium. De chemie tussen zanger/gitarist Peter en Leah hoor en zie je meteen, maar het is een vijfkoppige band. “Tijdens het touren zijn we tot iets verworden wat we zelf de ‘July Talk body’ noemen. We bewegen, spelen en functioneren als één geheel.” Wat het dan wel verrassend maakt om Leah in een waskamer te vinden om te slapen. Soms moet je jezelf toch losmaken van je lichaam.

“Wij zijn niet wat de rock ‘n roll maakt. Je kan wel wat bedenken, hoe het moet klinken, maar als je je mee laat slepen door de muziek, komt er iets veel mooiers uit. Die spontaniteit die er in rock ‘n roll zit, dat was de grootste verrassing.” Ze verheugt zich op het publiek in Nederland: “Jullie zijn zo eerlijk. Dat voelen we als we spelen, en als wij gaan, dan gaan jullie mee.” Anders dan in Amerika bijvoorbeeld, waar concerten vooral veel schreeuwen en bier is.

“Dat is leuk en opzwepend, maar niet perse wat we willen bereiken met onze muziek.” De chemie van de band op het podium, helemaal het samenspel tussen Peter en Leah fascineert en het schuurt ook een beetje, op een prettige manier. “Wij willen je laten voelen, wat het ook is wat je bij ons voelt.”

LIVEDATA 01/04 Metropool, Hengelo 02/04 V11, Rotterdam 03/04 Podium Asteriks, Leeuwarden 04/04 Pinguin in Paradiso, Amsterdam 05/04 De Oefenbunker, Landgraaf 05/04 Paaspop, Schijndel 14/04 Café Video, Gent

Interview: Raketkanon

Raketkanon. Raketkanon. Raketkanon. Hoe vaker je het zegt, hoe vreemder het wordt. Toch sluit de naam wel goed aan bij de furieuze liveshows van de band uit Gent. LiveGuideNL sprak met zanger Pieter-Paul Devos.

Tekst LiveGuideNL / Mathieu Mannaerts Foto Anton Coene

Jullie tweede album RKTKN2 is opgenomen in Chicago met producer Steve Albini, de man achter de knoppen bij onder meer Nirvana’s In Utero. Waarom kozen jullie voor hem?
“Bij Albini wordt alles live opgenomen, bij ons zelfs de vocalen. Wanneer je bijvoorbeeld naar The Jesus Lizard of PJ Harvey luistert, hoor je dat het ontzettend live en krachtig klinkt. Alsof je in dezelfde ruimte staat. Dat is wat we wilden en bij ons heeft hij dat ook met verve gedaan.”

Net als op de eerste plaat zijn de songtitels naar mensen vernoemd en ook jullie geluidsman heeft zijn eigen track gekregen. Waar heeft hij dat aan te danken?
“Onze mixer Nico van der Eeken is een toffe gast, maar ook heel ijdel. Hij wil al sinds de opnames van de eerste plaat dat we een track naar hem vernoemen. Dat hebben we altijd geweigerd, maar toen hij ons geld gaf hebben we maar toegegeven. Het nummer past ook wel bij hem. Nico heeft het wonderlijke talent om tegelijkertijd lief en agressief te kunnen zijn.”

Dankzij jullie dodelijke live-reputatie komt er een grote Europese tour aan. Zijn jullie verrast door het succes?
“Onze booker heeft zeker een goede job gedaan, maar een verrassing? Nee, het komt niet compleet uit de lucht vallen. Het is wel zo dat we met de band redelijk consequent zijn blijven groeien, maar ik heb niet de indruk dat het is gekomen omdat we toevallig de juiste contacten hebben.”

De tour brengt jullie regelmatig naar Nederland. Worden jullie ons al zat?
“Veel van onze coolste shows zijn in Nederland geweest. Jullie verschillen niet zoveel van de Belgen, buiten de alom bekende leuze die tussen de nummers door wordt geroepen. Ik denk dat je aan elke Vlaamse band kan vragen welk woord ze het vaakst horen als ze in Nederland zijn en dat het antwoord steeds hetzelfde is.”

Welk woord is dat dan?
“SPEEEELUH!!”

LIVEDATA 05/03 EKKO, Utrecht (Show verplaatst ivm ziekte bandleden) 13/03 Merleyn, Nijmegen 14/03 Xinix, Nieuwendijk 16/03 Paradiso, Amsterdam 19/03 Vera, Groningen 20/03 Asteriks, Leeuwarden 16/04 Gebr. De Nobel, Leiden 17/04 Hedon, Zwolle 24/04 Ik Zie U Graag, Breda 14/05 Klomppop, Ovezande 15/05 Gigant, Apeldoorn

Klinkt als:
krachtige karaktertrekjes gekanonneerd in muzikaal kabaalTop 9 Bewapende Bands
Ooit een raket uit een kanon gelanceerd zien worden? Wij ook niet, maar als het maar een beetje als de Belgische band klinkt, rekenen we op een oorverdovend geluid dat alle ramen in de nabije omgeving doet springen. Er zijn natuurlijk genoeg andere artiesten die zich met de kracht van buskruit hebben gemeten. LiveGuideNL plaatst zich vrijwillig in de vuurlinie om daar een lijstje van te maken.

  • Sex Pistols
  • Cannonball Adderley
  • Smif-n-Wessun
  • Guns N’ Roses
  • The Rifles
  • The Gun Club
  • Fatal Bazooka
  • Velvet Revolver
  • Machine Gun Fellatio

Interview: Lonely The Brave

Enkele maanden geleden stonden ze al in de bovenzaal en onlangs werd bekend dat ze er zullen terugkeren voor Pinguins in Paradiso! dat 4 april zal plaatsvinden. De mannen van Lonely The Brave maken zich op dit moment klaar voor een uitgebreide tournee in de UK waar voor de eerste keer als headliner zal worden opgetreden. Drummer Gavin ‘Mo’ Edgeley komt superlatieven tekort wanneer wij met hem terugblikken op het succesvolle maar minstens zo bizarre carrièreverloop van de band.

Tekst Jeroen Bakker

“Dat optreden bij jullie vorig jaar tijdens het Eurosonic Festival heeft ons veel opgeleverd”, aldus Edgeley. Lonely The Brave speelde een ijzersterke set die volgens velen tot de beste van het festival behoorde. “We speelden het afgelopen jaar in Den Bosch en in Amsterdam maar ook in een plaats met de naam Zwolle? Spreek ik het goed uit? ‘The club was absolutely rammed.’ We kunnen het nog steeds niet geloven dat er zoveel mensen uit allerlei, voor ons nog onbekende plaatsen naar onze band komen kijken.”

Edgeley begeeft zich, wanneer de drukke agenda het toelaat, regelmatig zelf ook naar de clubs om naar bands te kijken. Het toeval wil dat hij na ons gesprek meteen zijn spullen zal moeten pakken voor een 24-uurs-trip naar Amsterdam om een dag later in de Winston Kingdom te kunnen kijken naar Pianos Become The Teeth, één van zijn favoriete nieuwe bandjes.
Als muzikant speelt hij zelf ook graag in de kleinere clubs maar met zijn band heeft hij al op festivals als Download, Reading, Rock am Ring, Pukkelpop en Rock in Park gestaan. “Echt nauwelijks te bevatten”, klinkt hij enthousiast en verbaasd tegelijk. “En dan te bedenken dat we op dat moment nog maar één ep hadden uitgebracht.”

Het vragen naar andere hoogtepunten levert een enorme hoeveelheid superlatieven op. “Moet je je voorstellen: je speelt nog maar kort met elkaar en staat vervolgens op de bekendste festivals ter wereld. Festivals waar je vroeger alleen maar van droomde. Het is een enorme eer om op Glastonbury te spelen maar wanneer dat ook nog eens op het John Peel Podium is, een podium vernoemd naar iemand die zoveel voor de muziek heeft betekend, dan grenst dat aan het ongelofelijke. Ook die ene keer dat we voor The Deftones mochten openen in Parijs is er één om nooit te vergeten. We zijn allemaal grote fans van die band.” Naar verluidt heeft Edgeley zelfs grote lappen tekst van de Californische metalband op zijn lichaam laten tattoeëren. Dat ook de muzikale invloed duidelijk waarneembaar is zal geen verrassing zijn.

Na twee ep’s is er dan nu The Day’s War, het eerste volwaardige album en daar hebben de fans van het eerste uur bijna vijf jaar op moeten wachten. “De release hiervan werd nog eens enkele maanden uitgesteld omdat een grote platenmaatschappij het internationaal wilde aanpakken”, klinkt het haast verontschuldigend. “Wij hebben nooit met een bepaalde doelstelling gewerkt. Wanneer je een mogelijke carrière vooraf zou uitstippelen dan ziet het er waarschijnlijk iets anders uit. Bij ons is het nu eenmaal zo gelopen. We merkten al snel dat de muziek, onze grootste liefhebberij, niet langer als een hobby kon worden beschouwd. Er hebben zich enkele kansen aangediend en die hebben we gepakt. Nee, daar hebben we nooit spijt van gehad. We vinden de tournees ontzettend gaaf om te doen en ik denk dat de vele optredens die wij samen hebben gedaan een positieve invloed hebben op het geluid zoals je dat op The Day’s War kunt horen.”
De recensies op het afgelopen najaar verschenen album zijn lovend. De band is er dan ook in geslaagd om de live-intensiteit van de haast epische indierock in de studio vast te leggen.

“We kijken terug op een zeer geslaagd jaar. Samenvattend kun je zeggen dat het een combinatie is geweest van geluk hebben en hard werken waardoor we het hebben afgedwongen. Het was in ieder geval een jaar om nooit te vergeten.” Met de vraag of dit alles in 2015 te overtreffen valt houdt hij zich niet bezig maar dat er mooie dingen staan te gebeuren staat nu al vast. “We starten binnenkort met de headline-shows in Europa, te beginnen met een tour in Engeland. Kort daarop volgt Nederland. Maar geloof me, het feit alleen al dat we overal kunnen spelen is ‘mindblowing’. Nog maar vier jaar geleden zijn we begonnen in Cambridge. Het is een uit de hand gelopen hobby waar we helemaal voor gaan. Het is nog net zo leuk als in het begin maar eigenlijk leer ik er nu pas van te genieten. Ik realiseer me nog steeds heel erg goed hoe moeilijk en onzeker de beginperiode soms was. Toch wist ik al op school dat ik dit zou gaan doen. Moet je nagaan, tijdens Aardrijkskunde werd ik vaak uit de klas gezet wegens wangedrag en desinteresse. Ik wist maar nauwelijks de gevraagde plaatsen op de kaart aan te wijzen. En nu sta ik in diezelfde plaatsen op een podium.”

LIVEDATA 04/04 Pinguins in Paradiso, Amsterdam

Interview: Mister and Mississippi

Mister and Mississippi wordt vaak omschreven als folkband, maar dan kom je al gauw in het rijtje ‘brave, mooie muziek’ terecht. Gitarist Danny van Tiggele kan zich niet vinden in zo’n opgeplakt etiket. “We werden af en toe vergeleken met Mumford & Sons, terwijl we dat totaal niet zijn. Ik zou onze muziek ook eerder folkrock dan folkpop noemen.” Met tweede plaat We Only Part To Meet Again verwacht het viertal nooit meer met iets anders dan zichzelf te worden vergeleken. Wij merkten opeens iets anders op.

Tekst LiveGuideNL / Tim Arets Foto Sanja Marusic

Het stigma ‘lieve folkband’ heeft de band nooit willen hebben. “Toen we net begonnen, deden we mee aan de Amsterdamse Popprijs”, herinnert gitarist Tom Broshuis zich. “De jury beschreef ons in het juryverslag als ‘zoetsappig folkbandje’. Daar waren we dus niet blij mee. Bij de finale hebben we toen een dikke middelvinger naar dat rapport gemaakt door op het eind alles kapot te gooien. Dat werkte…”
Zangeres Maxime Barlag: “Het was het enige moment dat we echt agressie in een nummer hadden verwerkt.”
Danny vult aan: “Dat was volgens mij ook de reden dat we wonnen. Doordat we alles omgooiden, ontstond er een boze ontlading van energie. We werkten ook echt naar die climax toe.”

Ook op We Only Part To Meet Again is spanning en ontlading te horen. Drummer en zanger Samgar Lemuël Jacobs vertelt: “We hebben twee nummers met een best wel groots einde. Niet per se agressie, maar wel met een energie die er op dat moment gewoon uit moest. Toen we hier aan het jammen waren, kregen we allemaal kippenvel van hoe dat zich had opgebouwd.”

Samenwonen
Tussen de middelvingers naar meningen van critici door, heeft deze groep stiekem wel iets weg van een stel Amerikaanse serievrienden met een bijzonder hechte band. Naast het vele toeren en repeteren, wonen de drie heren van de band namelijk ook nog eens samen. Wordt het nooit te veel, dat continu bij elkaar zijn?
Tom: “Eerst zaten we ook nog bij elkaar op school. We zijn inderdaad veel samen, maar eigenlijk werkt dat prima.”
Danny: “Ik denk dat het zelfs goed is. Als je zoveel gaat touren, moet je een basis hebben die altijd werkt. Ons huis vormde ook meteen het hoofdkwartier voor onze band.”
Maxime grapt: “Ze hebben vaker discussies over de afwas dan over de muziek.”
Tom: “Maar soms gaat het ook wel over muziek hoor.”
Danny: “Als ik een idee heb voor een nummer, wil ik dat graag snel delen. Het werkt voor mijzelf erg fijn dat ik er gelijk over kan praten en er niet alleen mee hoef rond te lopen.”
Maxime: “Je leert elkaar niet alleen muzikaal kennen, maar ook ‘in het echt’. Er heerst een goede onderlinge sfeer, wat ik ook belangrijk vind om naar buiten uit te stralen. Ik voel me ook een halve kerel onder hen.”
Danny lacht: “Ze tilt zo een versterker de bus in! Met elkaar toeren is zwaar, maar er zijn geen man/vrouw-irritaties.”
Maxime: “Zij staan langer voor de spiegel dan ik, haha!”

LIVEDATA 05/03 Effenaar, Eindhoven 06/03 Paard van Troje, Den Haag 07/03 Metropool, Hengel 08/03 Where The Wild Things Are, Zeewolde 12/03 Plato // Instore, Groningen 12/03 Oosterpoort, Groningen 13/03 Doornroosje, Nijmegen 14/03 Muziekgieterij, Maastricht 15/03 Velvet // Instore, Amsterdam 15/03 Paradiso Noord, Amsterdam 02/04 Cafe Café, Hasselt (BE) 03/04 N9, Eeklo (BE) 08/04 De Roma, Antwerpen (BE) 10/04 Motel Mozaïque, Rotterdam 20/04 Het Depot, Leuven (BE)
Check for updates/more shows: http://misterandmississippi.nl/shows/

Klinkt als: de melodieuze soundtrack van meeslepende tv-series waar je nooit genoeg van krijgt.

Het februari-nummer van LiveGuideNL is nu uit en gratis verkrijgbaar op meer dan 550 adressen.