De tijd heeft nog altijd geen vat gekregen op Nits. De band van zanger/gitarist/toetsenist/mondharmonicaspeler Henk Hofstede (74), toetsenist/zanger Robert-Jan Stips (76) en drummer/zanger Rob Kloet (73). Rasmuzikanten in de allermooiste band die Nederland ooit heeft voortgebracht. Oké, een gelijkspel met Golden Earring, waar Hagenees Stips ook deel van uitmaakte overigens.

Gezien: Nits in Muziekgebouw Eindhoven, 1 maart 2026
Tekst en foto: Pieter Visscher
Wat als eerste opvalt in Muziekgebouw Eindhoven is de ronduit verbluffende akoestiek en je hoort bovendien aan alles dat er een zorgvuldige soundcheck is gedaan. Muziekgebouw Eindhoven is sowieso een feest om te bezoeken in het bruisende centrum van Eindhoven. Alles ademt klasse en die zien we ook nog eens terug op het podium. Neem een van de prijsnummers Nescio, in een knallende uitvoering ten gehore gebracht. Nits is geen band die terugvalt op routine, maar altijd en eeuwig alles uit de kast haalt om te spelen met de kaders van hun eigen geluid. Het avontuur wordt nooit uit de weg gegaan. Er blijft een hoog improvisatiegehalte, wat concerten van de band altijd van extra accenten voorziet. Hofstede vertelt over het ontstaan van de song Ultramarine: over een ontmoeting die er niet was tussen Claude Monet en Bob Dylan in de lift van een Londens hotel. ‘So many colours in my head, Ultramarine, extra fine and white lead. The London fog is falling down.’ Hofstedes fantasie is eindeloos, hetgeen we ook zien op zijn zelf getekende en geschilderde visuals die bij elk nummer weer anders zijn en extra veel cachet geven aan het optreden. Hofstede is een multitalent en evenals zijn twee vrienden ongelooflijk innemend, hetgeen ook weer duidelijk wordt na afloop tijdens de handtekeningensessie bij de merchandisestand van de band.
Hofstede vertelt over zijn jeugd. Over oma, die altijd en eeuwig breide. Yellow Socks & Angst verhaalt daarover: ‘Grandma is knitting by the fire. Electric fire. Television on a saturday night. Rudi Carell on the television.’
Elk nummer heeft zijn eigen narratief en zeggingskracht. Persoonlijke, autobiografische elementen in teksten maken het luistergenot extra groot. We nemen plaats in het hoofd van de schrijver in rustiger nummers, die dan nog fijner binnenkomen. Wat een ongelooflijk oeuvre heeft de band afgeleverd in al die 52 jaren en van sleet is nog geen sprake. Ondanks de auto-immuunziekte waar Hofstede aan lijdt. Hij danst evenwel om de haverklap, soms op koddige wijze. Levenslust om in te lijsten.
Men and women running with sticks of dynamite. Storming stone buildings in the middle of the night. It never, never, never, never, never stops. Never stops.’