Keo – That’s Me

Opvallend genoeg is metal-bode Kerrang! de enige site die kond doet van de komst van het debuutalbum van Keo.

De Britse rockt band weliswaar vrij stevig maar fans van het zeg maar hardere werk zullen er hun neus voor ophalen. Wij dus niet. Wij vallen als een blok voor de melancholieke ondertoon van deze ouderwets goede rocksong. Het absoluut niet geheime wapen van de nog nieuwe band, hun eerste single verscheen vorig jaar, is zanger/songschrijver Finn Keogh.  Die klinkt hier zowel stoer als kwetsbaar. Niks te zeuren? Jawel 2 minuut 11 is we erg kort en het Put A Smile On For Me album komt pas op 25 september uit. Maar verder niks dan lof.

 

Keo staat op Rock Werchter

Personal Trainer – Moping

De meeste koks vinden het niet leuk als je over hun schouders meekijkt. Willen Smit doet niet moeilijk en vertelt gewoon welke kookboeken hij heeft ingezien bij het bereiden van nieuwe single Moping.

De nieuwe single van Personal Trainer heeft sporen van Pixies, They Might Be Giants en het nog vrij obscure New Yorkse duo Callahan & Witscher. Van dit drietal is de invloed van They Might Be Giant het makkelijkst herkenbaar. Moping is een speels en springerig liedje met actieve drums en lieve koortjes. De tekst is autobio en gaat over het bestaan van een muzikant. Dat is als een perpetuum mobile altijd in beweging. Moping is de tweede single van het derde album van Personal Trainer. De opvolger van Still Willing heet Human Assholes en verschijnt later dit jaar op het Britse Bella Union label.

Concerten: 27 juni EKKO, Utrecht. 17 juli, Kneist Festival (B), 25 juli Rock Olmen (B) 27-30 augustus, Into The Great Wide Open. 12 september Backyard Festival (B) 18 september Carré, Amsterdam.

The Skinner Brothers – Where We Come From

Er is iets vreemds aan de hand met de nieuwe single van The Skinner Bros.

Het duurt even voordat je ontdekt wat precies: maar het nummer is gespind, versneld afgespeeld, op de zang na. Het geeft Where We Come From een haastig en onrustig karakter, maar dat is dus precies de bedoeling. Na tig singles kennen we The Skinner Brothers wel zo’n beetje. Die doen zelden normaal. Goed is het wel. Where We Come From is een poppy song die best hitpotentie zou hebben als hij niet zo opgefokt zou klinken. Het zal niemand bevreemden dat er maar één bandlid is dat Skinner heet, de man die alles zingt en schrijft Zachary Charles Skinner. Hoe hij eruit ziet weten we niet, want hij draagt net als zijn bandmates een masker (en een trainingspak). Ondanks al die gekkigheid gaat het goed met The Skinner Brothers. Ze hebben pas vol trots hun grootste optreden ooit bekend gemaakt. Op 1 november staan ze in de Electric Ballroom in Londen voor 1500 maffe Britten.

Violet Grohl – Cool Buzz

Violet Grohl (20) heeft haar afkomst mee en haar uiterlijk niet tegen. Ze is dus de dochter van Dave.

In theorie heeft ze dus de wind in de zeilen, maar in de praktijk moeten nepo-babies zich dubbel en dwars bewijzen. Meeliften op de faam van pa en/of ma is uit den boze zeker in de muziek. Maar voorlopig gunnen we de kleine Grohl het voordeel van de twijfel. In interviews is ze (bijna) net zo sympathiek als senior en haar songs zijn net even beter dan best aardig. Cool Buzz is een lekker rockliedje, puntig en energiek en geen seconde te lang. Wel erg 90’s maar dat zijn veel songs van Gen Z’ers. Het is niet helemaal duidelijk wat de artistieke inbreng van Violet is. Op Youtube staat dat zij de muziek heeft geschreven, maar op Spotify zien we zes namen bij de credits wat duidt op professionele hulp van buitenaf. En dat is een beetje vals spelen.

Mexican Institute Of Sound – Ritmo Babilona (feat Meridian Brothers, Beck)

Ritmo Babilona van Mexican Institute Of Sound hebben we opgepikt omdat het zomer is.

En omdat Beck er op meedoet. En omdat het een lekker maf nummer is. Achter de naam Mexican Institute Of Sound gaat producer Camilo Lara schuil, een ingezetene van Mexico City. Lara is vooral bekend in de tv/film en game wereld. Hij componeerde muziek voor Ugly Betty, Californication en diverse FIFA games. Ook schreef hij het officiële thema voor het aanstaande WK. Tussen die bedrijvigheid door maakt hij ook nog ‘gewone’ albums. Vorige week is zijn nieuwste uitgekomen. Op RUIDO TOVAR staat o.a. het tropische Ritmo Babilona dat hij maakte met zijn Colombiaanse vakbroeders, The Meridian Brothers en ‘onze’ Beck dus.

Boards of Canada – Prophecy At 1420 Mhz

40 (!) jaar geleden richtten de Schotse broers Mike en Marcus Eoin Sandison hun Boards Of Canada op. Twee jaar later verscheen hun debuutalbum waarmee het duo zich vestigde als grondleggers c.q. vernieuwers van de elektronische muziekscene (afdeling ambient).

Erg actief zijn ze nooit geweest. 5 albums is niet veel, maar het is de kwaliteit en niet de kwantiteit die het werk van de broers zo baanbrekend maakt. En nu is er na 13 jaar eindelijk weer een nieuw album. Was het begin deze eeuw bijna nog ondenkbaar dat muziek van Boards of Canada buiten specialistische programma’s om op de radio te horen zou zijn. Nu zetten we zonder problemen een van de tracks van Inferno op onze playlist. De tijden zijn veranderd, maar B.O.C. ook wel een beetje. Prophecy At 1420 Mhz is nog steeds geen song in de conventionele betekenis: geen (verstaanbare) tekst, laat staat een refrein en ook geen melodie die je lekker meefluit. Maar wel een onweerstaanbare groove, een buitenaardse sfeer en een breed scala aan fraaie geluidjes en intrigerende samples. Prettig op de achtergrond en een avontuur als je er eens goed voor gaat zitten.

Feeble Little Horse – Dior

Feeble Little Horse houdt zich niet aan de spelregels van marketing en promotie.

De artrockband uit Pittsburg heeft zomaar plompverloren een nieuw album los gelaten zonder singles vooraf en zonder persbericht. En waarom niet? De kans dat het bitknot album een bestseller wordt is nihil. Geheel fanloos is de band ook weer niet. Spotify registreert een kleine 140 k luisteraars per maand. Die zullen opgetogen zijn met bitknot, een album vol kleinoden. Vrij letterlijk, de meeste songs duren nog geen twee minuten. Ook muzikaal tart Feeble Little Horse allerlei wetten en regelgevingen. Geen refreinen, plotselinge eindes, halve intro’s, heftige stemmingswisselingen. Alles kan en mag in het universum van FLH. Binnen die context is Dior een vrij normaal nummer. Alleen de manier waarop de batterij elektrische gitaren plotseling invalt zal even wennen zijn, net als de de nieuwe melodie halverwege, maar verder blijft men redelijk binnen de lijntjes. Die verrassingen zorgen er wel voor dat Dior zijn schoonheid pas na een paar draaibeurten prijsgeeft. Maar dat is eigenlijk alleen maar goed.

Tramhaus – Plovdiv

Plovdiv is de naam van een stad in Bulgarije, een stad die Tramhaus nooit meer zal vergeten.

De band is daar namelijk een keer verschrikkelijk verdwaald. Die toch wel bijzondere ervaring heeft Tramhaus nu vereeuwigd in en song, die afgelopen week als nieuwe single op ons is losgelaten. Aan Plovdiv is goed te horen dat dat dolen door de pittoreske straten van de vreemde stad een neurotische ervaring moet zijn geweest. De zanger gaat nog net niet over de rooie en de band schiet niet helemaal uit de bocht, maar het scheelt maar een haar. Waren oudere nummers smeulende bermbrandjes, het nieuwe Plovdiv is meer een molotovcocktail. En dat is dus een compliment.

Cheekface – I Don’t Work Here

We kennen Cheekface nog van I Only Say I’m Sorry When I’m Wrong en We Need A Dumpster Here.

Daarna hebben we de band min of meer los gelaten vanwege de vaak te jolige aard van hun songs. De bandnaam zegt het al. Ze nemen weinig inclusief zichzelf serieus. Maar I Don’t Work Here is leuk en goed, en funky ook. Cheekface is een echte indieband niet alleen qua sound, maar ook wat werkwijze betreft. I Don’t Work Here is afkomstig van een zesde langspeler die door de band uit L.A. net als de vorige vijf wordt uitgebracht op hun eigen label. Dat heeft als nadeel dat ze geen internationale promotiemachine achter zich hebben, maar als groot voordeel dat ze precies kunnen doen wat ze willen. Zoals lekker maffe muziek maken  Dat zesde album van Cheekface heet Podium. Over een maandje of twee komt hij uit.

Getdown Services – I Can’t Die Like That

Net als Iggy Pop treden de twee boys van Getdown Services het liefst halfnaakt op.

Niet om hun six packs te tonen of hun tattoos te showen, die hebben ze niet, maar (waarschijnlijk) om aan te geven dat ze het allemaal niet zo serieus bedoelen. Toen ze nog onbekend waren trokken ze hun shirts uit om aandacht te trekken, om op te vallen. Blijkbaar hadden ze nog onvoldoende vertrouwen in de aantrekkingskracht van hun muziek. Het blote bovenlijf is een gimmick geworden die nu vast onderdeel is van hun anarchistische en prettig gestoorde optredens. I Can’t Die Like That is de opvolger van The Radiator en de tweede single van het derde album van Getdown Services. Het hoofdinstrument is dit keer een elektrische gitaar. Daarop wordt een heerlijke Stones-achtige riff gespeeld. Het is het muzikale frame van een song over dingen gecompliceerder maken dan ze zijn. Dit is, toegegeven een vrije interpretatie van een nogal cryptische tekst. Het album – Primeordeal Slotmachine- is nu uit!