Magische ode van The Kik aan Boudewijn de Groot in PHIL. Haarlem

The Kik in het theater met een 22-koppig orkest. Alle seinen staan dan op groen voor een paar uur topentertainment. Dat krijgen we dan ook voorgeschoteld in de schitterende PHIL. in Haarlem. Boudewijn de Groot wordt geëerd in een toepasselijk genaamde show: Boudewijn de Grootste.

Gezien: The Kik + orkest in PHIL. Haarlem, 16 januari 2026

Tekst & foto: Pieter Visscher

Het is zo’n avond waarop alles op zijn plek lijkt te vallen. Mooie, volle zaal, een band en een orkest in topvorm en vocaal ook nog eens alles spatzuiver. Van Dave von Raven, de als Dave Mellaart geboren 44-jarige Rotterdammer weten we dat wel, maar zo kraakhelder en gearticuleerd klinkt zijn vriend op gitaar (en vaste tweede stem) Arjan Spies ook, wanneer we hem Wat Geweest Is, Is Geweest horen zingen. Een nummer dat Boudewijn de Groot in 1973 schreef. Afkomstig van het schitterende album Hoe Sterk Is De Eenzame Fietser. Bloedmooie tekst, prachtige melodie. ‘Iedere nieuwe lente is alles nieuw voor mij, want de winter is dood, het oudjaar is voorbij.’

Het is een aaneenrijging van briljante liedjes die we voorbij horen komen in de geboortestad van trouwe compagnon, wijlen Lennaert Nijgh en de stad waar Boudewijn een groot gedeelte van zijn leven doorbrengt. “Het mooiste liedje dat ooit in Nederland geschreven is”, horen we Von Raven het iconische Testament aankondigen. Het is een zitconcert in de PHIL. en het is prettig dat er niet tot nauwelijks wordt meegezongen door het publiek, hetgeen de kracht van het optreden behoorlijk versterkt. Van Raven beschikt over een mooie stem en je proeft aan alles dat het werk van De Groot hem zeer nauw aan het hart ligt. We horen fijne anekdotes tussen de nummers door en zijn getuige van een los, speels optreden, met The Kik én het enorme orkest in bloedvorm. Vooral die strijkerssectie komt goed uit de verf in het repertoire van De Groot, die opnieuw zijn goedkeuring had gegeven aan The Kik, dat al eerder met het oeuvre van De Groot langs theaters is getrokken.

“Von Raven, meteen na de pauze: “Normaalgesproken zouden we meteen beginnen, maar we missen nog twee debielen in deze band. De toetsenist en de drummer. Waarschijnlijk staan ze buiten te roken. Laten we ze effe roepen!” Niet veel later sluit het duo weer aan. “Iedereen heeft wel een liedje van Boudewijn waarmee hij of zij zich kan identificeren”, vervolgt Von Raven. “Zo heb ik er ook eentje en dat heet Beneden Alle Peil.” Het staat op De Groots tweede album, uit 1966, Voor De Overlevenden. ‘Je ogen hoeven niet zo hard te staan, ontspan die harde lijnen om je kaken. Je lichaam, lief, is zacht om aan te raken.’
We horen klassieke songs als Avond en Een Meisje Van 16 voorbijkomen en het onovertroffen Verdronken Vlinder, dat voor kippenvel zorgt. Werk van de allergrootste chansonnier die we in Nederland hebben gehad en nog altijd hebben. Boudewijn de Groot is 81 en springlevend. We hoorden hem weer geregeld voorbijkomen in de al jarenlang door Pinguin Radio uitgezonden Snob 2000.
Von Raven: “Omdat we in de stad van Boudewijn en Lennart zijn, gaan we het proberen met Strand. We spelen ‘m voor het eerst, deze tournee. Het nummer is gewoon te snel. De meester zelf heeft er ook moeite mee gehad.” Het gaat om de debuutsingle van De Groot, die de muziek in 1964 schreef. De tekst is van Nijgh. Het razendsnelle liedje met koddige tekst wordt foutloos gezongen door Von Raven, die daarna wel bijna aan de beademing moet. Hij krijgt een glas water aangereikt van een collega. Het is een prachtavond, die afgesloten wordt met Welterusten, Mijnheer De President uit 1966 (!), met een tekst die in het huidige tijdperk nog zó verdomde urgent is, dat de tranen bij menigeen in de ogen springen. Wat een heerlijke avond.

Sparks sprankelt in Haarlemse poptempel PHIL.

Zo fris en springlevend hadden we het nou ook weer niet verwacht. Russell Mael is 76 en zijn broer Ron wordt immers 80 in augustus. Sparks in een zo goed als uitverkochte, bij vlagen kolkende PHIL. in Haarlem betekent een kleine twee uur topamusement. Petje af. Weergaloos.

Gezien: Sparks, PHIL. Haarlem, 26 juni 2025

Tekst: Pieter Visscher

Sparks is dat legendarische duo uit de Verenigde Staten dat in 1967 voor het eerst van zich laat horen met Computer Girl, met een geluid à la Kraftwerk, avant la lettre. De broers Mael zijn inmiddels 58 jaar (!) onafscheidelijk actief en als we dus érgens de sticker met broederliefde op kunnen plakken is het op de twee Amerikanen.

Terwijl Russell Mael een nummer aankondigt van het 24ste studioalbum van de band, A Steady Drip, Drip, Drip uit 2000, wordt hij er door de achter zijn toetsen zittende Ron op gewezen dat betreffende track schittert door afwezigheid op de setlist. Of komt het pas later aan bod? Dat is in eerste instantie onduidelijk. Het zijn van die kleine spitsvondigheden die het aangenaam maken naar een show van Sparks te kijken. Of vergiste Russell zich écht? Het gaat om Please Don’t Fuck Up My World, het afsluitende nummer van A Steady Drip Drip Drip. Niet veel  later komt het wel aan bod. “The song seems more relevant than ever‘, verzucht Russell, die stilstaat bij de puinhoop op Moeder Aarde. Please Don’t Fuck Up My World is een track met een nog hogere urgentie dan vijf jaar terug.
Opvallend hoe het ook uit volle borst wordt meegezongen door het grote aantal jongeren in grote zaal van de PHIL. Niet alleen op zitplaatsen, maar vooral pal voor het podium. Tieners en twintigers, die uiteraard geen fans van het eerste uur zijn, maar teksten uit die periode wel woordelijk meezingen en op vrijwel elke track dansen en springen. Ron komt zelfs even achter z’n keyboard vandaan voor een kort dansje, een knotsgekke variant op Michael Jacksons moonwalk.
Het is ongelooflijk hoe geweldig Russell Mae nog zingt. Ook in het prijsnummer This Town Ain’t Big Enough For The Both Of Us haalt ie werkelijk elke noot en zit er nog totaal geen sleet op zijn falset. Russell huppelt bovendien nog over het podium als ware hij Mick Jagger ten tijde van Emotional Rescue.
Extravagant, carnavalesk pak om het lijf, het haar in de gitzwarte verf. Jong voor altijd. Zo’n attitude en waarom ook niet? Het past zo mooi bij het theatrale karakter van de artpop/rock van Sparks. Het avant-gardemuziekduo dat op het podium wordt ondersteund door een drummer, twee gitaristen en een bassist. Drie van hen doen tweede stemmen. Het is geregeld oorverdovend en in your face wat er wordt neergezet door het zestal, dat het onlangs verschenen Mad! allesbehalve negeert.
In de toegift komen Ron en Russell in schitterende honkbalshirts van Sparks Haarlem het podium op. Gekregen van twee meiden, voorafgaand aan het optreden, zegt Russell. Een rood en een blauw exemplaar. Ron zegt sowieso niets. Stoïcijnsere types kom je niet tegen in het muziekwereldje. Maar de aandachtige toeschouwer ziet ‘m genieten. Halverwege neemt-ie één nummer voor z’n rekening: Suburban Homeboy van Lil’ Beethoven (2002). Wat minder energiek gezongen dan op plaat. De facto zelfs gesproken. Een verfrissend rustpunt tijdens een optreden dat dat rustpunt misschien juist wel even nodig had, omdát het allemaal nog zo energiek is wat er op het podium gebeurt. Het lijdt geen twijfel: Sparks is nog lang niet klaar.

Colin Blunstone brengt Haarlemse PHIL in vervoering

Dat Colin Blunstone (in juni wordt hij 80) nog zo fris op het podium staat, is bijzonder. We zien geen oude man aan het werk in de PHIL in Haarlem. Het is kermis in de stad, Koningsnacht bovendien, maar het grootste feest vindt plaats in de goedgevulde, schitterende theaterzaal.

Blunstone staat al vanaf 1961 op de planken en heeft een carrière achter de rug om van te watertanden. Hij haalde niet alleen als zanger van The Zombies grote successen. Onder andere solo en als de stem voor bijvoorbeeld The Alan Parsons Project worden ook successen aaneengeregen. In de PHIL passeert een staalkaart van al die activiteiten de revue. Blunstone in kek glitterjasje en moderne jeans is goedlachs als altijd, maakt geintjes met bandleden en vertelt de ene na de andere anekdote. Over de drie jaar dat hij in hetzelfde appartement woonde als Duncan Browne bijvoorbeeld. De  Engelse singer-songwriter die op 46-jarige leeftijd bezweek aan kanker. “I learned a lot from him about songwriting.” Blunstone start het onverwoestbare The Wild Places in. Schitterend. “The song was only a big hit in your country, The Netherlands.” Het is bijzonder te noemen. Blunstone woonde drie jaar in hetzelfde appartement als Browne, die hem de kneepjes van het songschrijverschap bijbracht.

Al zijn zijn grootste hits de songs die door anderen zijn gecomponeerd. Het bloedstollend fraaie Andorra bijvoorbeeld. Het tweede nummer van de avond. Geschreven in 1972 door Rod Argent en Chris White van The Zombies, de band waarmee Blunstone grote successen vierde. Het als schoolbandje gestarte gezelschap, actief vanaf 1961. Blunstone is dan een jaar of 15, 16. Natuurlijk hebben de jaren inmiddels vat op ‘m gekregen, maar vocaal nog zó buigzaam en overtuigend. Het is ongekend. Blunstone blijft ogenschijnlijk eenvoudig op de been. Ook in de hogere regionen.

Wat volgt is een vloedgolf aan hits en andere pareltjes, gespeeld door een magnifieke band. Stuk voor stuk topmuzikanten. Ze krijgen solo ook vrijwel allemaal de kans te excelleren. Het is feest in de PHIL. Een opeenstapeling van hoogtepunten, met onvervalste klassiekers als Time Of The Season, What Becomes Of The Brokenhearted, The Tracks Of My Tears, She’s Not There (“I recorded this song when I was eighteen years old”), en het nog altijd betoverende Old And Wise van The Alan Parsons Project. In de PHIL staat iedereen inmiddels. Het is een hartverwarmende avond in Haarlem, waarop Blunstone nog even laat doorschemeren nog lang niet klaar te zijn met optreden. We kijken ernaar uit. Pieter Visscher (tekst en foto)

Roos Rebergen en SunSunSun Orchestra fenomenaal in phil. Haarlem

“Ik schommel door het leven. Als een wipwap op en neer”, zingt het 36-jarige multitalent Roos Rebergen (ze schrijft ook) in de schitterende, sfeervolle kleine zaal van de phil. in kerstminnend Haarlem. We kennen Rebergen ook van haar band Roosbeef, in 2008 debuterend met het sterk onderscheidende album Ze Willen Wel Je Hond Aaien Maar Niet Met Je Praten.
Tekst: Pieter Visscher // Foto’s: Peter van Heun
Onder toeziend oog van de grootste Nederlandstalige zanger aller tijden Boudewijn de Groot (80), die Roos Rebergen graag even aan het werk ziet in de stad waar hij opgroeide, zien we een zangeres die regelrecht geschiedenis schrijft met het Vlaamse strijkkwintet SunSunSun Orchestra. Op het onlangs verschenen album hoorden we al dat het heel erg goed zit. Met bandleider Tim Vandenbergh werden nummers van Roosbeef uitgezocht die zich goed zouden lenen voor strijkers en vocalen. Live komen ze nog veel beter uit de verf dan op plaat. Niet alleen door die fabuleus klinkende strijkers, ook door de aanwezigheid van toetsenist Antoon Offeciers.
Rebergen, authentiek tot op het bot en bijzonder grappig bovendien, maakt er een speelse avond van, waar de klasse werkelijk vanaf druipt. Wat passen haar stem en het geregeld net zo gevoelige als uitbundige SunSunSun Orchestra toch wonderwel bij elkaar.
Na een van de liedjes: “Roos zegt kort iets en toont blijdschap.” Het is de Gelderse boerendochter, tegenwoordig wonend in België, ten voeten uit. “We gaan ook een nieuw liedje spelen”, zegt ze, “dat heet Lithium. Verder gaat alles goed…. Ze noemen mij ook wel de Kurt Cobain van de lage landen.”
SunSunSun Orchestra laat de strijkers extra exalteren in Rodeo. Wat een klasse, wat een verrukking, wat een zeggingskracht en stilaan opbouwende emotie. Geestverroering. Extase. “Balanceren op de wereldbol. Toe, hou nog maar een beetje langer vol’, is Rebergen net zo stimulerend.
“We staan na afloop met cd’s en vinyl beneden. Kun je niet missen, of je moet héél erg je best doen. We doen dat zelf. Ik had ook iemand kunnen regelen voor een paar tientjes. Maar we maken graag even contact met de fans. Niet te lang!” Rebergen houdt de lachers op haar hand. Ondergetekende grist niet veel later een setlist van het podium en sluit achter aan in de rij. Iedereen wil wel zo’n elpee of cd. Rebergen signeert, maakt een babbeltje en knuffelt een paar keer met haar oma, die er ook is. Ik vertel haar dat de show door mij wordt gerecenseerd op de website van Pinguin Radio. Een handtekening op de setlist en “We verwachten vijf sterren. X, Roos.” Het zijn er uiteindelijk zes geworden, omdat het zo’n muzikaal fenomenale avond was. Mensen, de tournee met SunSunSun Orchestra duurt nog wel even. Ga dat zien! Ga dat zien! Ga dat zien!