Babe Rainbow – Zeitgeist

Terwijl bij ons de zon zich nog maar zelden laat zien is het in Australië hartje zomer. Babe Rainbow doet met Zeitgeist een geslaagde poging on de zomer van 20/21 van een soundtrack te voorzien. Het belangrijkste middel dat de band inzet om een tropisch effect te bereiken is een Afrikaanse aandoend gitaartje (de lick heeft opvallend veel weg van die van Tacamun van Gabriela & Rodrigo, maar dat mag de pret niet drukken).

Zeitgeist is niet zo all-out psychedelisch als bijv. Peace Blossom Boogy, het nummer waarmee de boys uit Byron Baye zich in onze kijker speelde. Maar echt nuchter willen we Zeitgeist toch ook niet noemen. Veel gebeurt er niet in de ruim 4 minuten die Zeitgeist duurt. Het nummer kabbelt rustig voort op een enkele break na, waarin de beach bums laten horen (bijna) dat ze net zo fraai samen kunnen zingen als The Beach Boys. Zomerser dan dit wordt het niet deze winter.

Baio – Endless Me, Endlessly

Waar kennen we Baio ook alweer van? Van de indie-evergreen Sister Of Pearl o.a. Maar ook als voormalig bassist van Vampire Weekend waarvan hij mede-oprichter is. Chris Baio mag dan officieel de band hebben verlaten, Ezra Koenig doet nog regelmatig een beroep op hem.

Onder eigen (achternaam) brengt Baio sinds 2013 muziek uit, veelal poppy songs met een tropisch tintje. De oogst bestaat inmiddels uit drie albums en een tiental singles. Dat is inclusief de nieuwe. Endless Me, Endlessly laat horen dat ook Baio de Britse new (romantics) wave heeft (her)ontdekt als bron van lering en de vermaeck. Baio‘s compositie roept herinneringen op aan bands als ABC en Heaven 17. Als je ze naast elkaar legt zijn de verschillen groter dan de overeenkomsten, maar Baio zang en de compositie zijn typisch des eighties.

Dat er op technisch gebied sindsdien nogal wat veranderd is maakt Endless Me ook duidelijk. Verkeerde een band als ABC letterlijk weken in de studio met producer Trevor Horn, Baio heeft de uitstekend klinkende en smaakvol geproduceerde single thuis opgenomen, zo goed als in zijn uppie. Endless Me, Endlessly komt van het nog te verschijnen album Dead Hand Control.  

Django Django – Glowing In The Dark

In Glowing In The Dark weet Django Django met minimale middelen een maximaal effect te sorteren. Je hoort niet veel meer dan een up-tempo drumbeat of een upbeat drumtempo, een synthesizer-lijntje, en een stem. Die stem daar draai het om. Die is door een toverdoosje gehaald zodat hij verdubbelt, verdrievoudigd, vervormt en verleidt. Zelden heeft de kunt van het weglaten zo swingend geklonken.

De Django’s zijn blijkbaar zelf ook in hun sas met Glowing In The Dark, want ze hebben er de titelsong van hun nieuwe album van gemaakt. 12 februari is de releasedatum.  

Tiña – Golden Rope

Je moet er van houden, maar dat geldt voor bijna alle bands die een eigen geluid produceren. Maar Tiña zou wel eens een van de belangrijkste nieuwkomers van dit jaar kunnen blijken.

We hebben eerder een nummer van ze gedraaid (Dip), maar dat werd een beetje weggehoond. Veel luisteraars bleken niet bestand tegen de falsetstem van Joshua Loftin. In Golden Rope zing hij in zijn ‘normale’ stem. Hopelijk wekt die geen irritatie op zodat de kracht van zijn songs en de power van zijn band op waarde kan worden geschat.

Loftin zit in de naweeën van een zenuwinzinking. Naast gesprekken is het schrijven van songs is deel van zijn therapie. Om die reden heeft hij het debuutalbum van zijn band ‘Positive Mental Health Music’ genoemd. Zo’n titel doet een zwaarmoedig album vermoeden, maar dat is maar schijn. Loftin verwerkt thema’s als eenzaamheid, faalangst en depressie in sprankelende, speelse songs, die met zorg, liefde en hoorbaar plezier zijn gemaakt. De therapie lijkt dus te werken.

Tiña maakt rudimentaire rock, gitaarmuziek zonder veel franje. Snuifje Smiths, mespuntje Velvet Underground. De zang staat centraal, want de teksten zijn belangrijk. Golden Rope is representatief voor het debuutalbum van de band uit Zuid Londen inclusief het chaotische slot dat suggereert dat het soms nog wel kan spoken in Loftin’s hoofd.

Minefield – Home

Allemaal leuk en aardig om als huurmuzikant de globe rond te trekken, maar beter doe je dat natuurlijk met je eigen band. Het kwartet dat rockt onder de naam Minefield heeft het klappen van de zweep geleerd als secondanten van o.a. Gene Simmons, Ace Frehley en Slash & Myles Kennedy.

Nu bepalen Todd Kerns, Brandon Fields, Jeremy Ashbrock en Matt Starr zelf hoe ze klinken. En hoe ze klinken is best bijzonder. Minefield maakt classic rock in en stijl die het midden houdt tussen de potige bluesrock van een band als Free, je weet wel van All Right Now, en de meerstemmige southern rock van een band als Kansas. Je weet wel van Carry On Wayward Sons.

Inderdaad een merkwaardige combi. Maar dat hij werkt maakt Home duidelijk. Minefield is nog een verse band. Home is pas hun tweede single, de opvolger van het niet minder sterke Alone Together. Album wordt medio volgend jaar verwacht.

Dry Cleaning – Scratchcard Lanyard

Punk gedijt het best ten tijde van onrust en rampspoed. Zoals nu ongeveer dus. Verschil tussen de punks van toen en de (post) punks van nu is dat de laatsten literair zijn aangelegd. En ook meer akkoorden kennen dan hun illustere voorgangers. Maar het sentiment is het zelfde net als de drang om ten strijde te trekken. Na shame, Fontaines DC, The Murder Capital, Sports Team, IDLES etc willen we je nu graag voorstellen aan Dry Cleaning.

De band uit Londen bracht vorig jaar in eigen beheer twee EP’s uit, maar is nu toegetreden to de stal van 4AD. Dat maakt ze label-mates van o.a. Daughter, Big Thief en The National. De nieuwe platenbaas had het lumineuze idee om Dry Cleaning te koppelen aan PJ Harvey producer John Parish.

Scratchcard Lanyard (kraskaart sleutelkoord) is de eerste vrucht van deze samenwerking en doet hoop leven. Zangeres of beter vocaliste, want zingen doet ze niet echt, Florence Shaw draagt een tekst voor over hoe frustrerend het wel niet zijn kan je plek te vinden in deze wereld. Daar kan je je ontzettend druk over maken, maar Florence denkt liever aan leuke dingen. In Scratchcard Lanyard somt Florence een aantal zaken op waarin zij kan vluchten als ze daar de behoefte toe voelt. Onderwijl rockt de band er geconcentreerd op los in een donker getinte compositie die glimt als het nachtelijke New York van Lou Reed en David Byrne.

Psychedelic Porn Crumpets – The Terrors

Om The Verve te parafraseren, ‘the drugs do work’ ten huize van de Psychedelic Porn Crumpets. Aan The Terrors te horen heeft de band naast de gebruikelijke geestverruimende middelen ook van de peppillen gesnoept.

‘Now look at them go’ roept iemand voordat het geweld losbarst. Het sein voor de  Australische paddo-rockers om er in volle galop tegen aan te gaan. Op een kleine adempauze na houdt de band het moordende tempo tot het einde toe vol. Blazers lukt het maar net om de band bij te houden. Gitaristen moeten alles op alles zetten om niet uit de bocht te vliegen. Alleen de zanger weet zijn hoofd koel te houden en chaos te voorkomen.

Wilde PPC op voorgaande nummers nog wel eens in het vaarwater van King Gizzard & The Lizard Wizard zitten, op The Terrors gaat de band direct naar de bron, Pink Floyd ten tijde van Syd Barret. Maar dan ‘on speed’ dus.

The Great Communicators – Candle

Na een tijd op drift te zijn geweest hebben The Great Communicators nu hun draai weer gevonden. Er waren wat strubbelingen op het personele en label-front, maar met komst van een nieuwe sparringpartner voor voorman Arend Dijkstra is de band weer op volle oorlogssterkte. De nieuwe Great Communicator is Linda van Leeuwen. Linda kennen we als drummer van Bombay (Show Pig), stille kracht achter Sue The Night en zangeres in het orkest van Thijs Boontjes. Hoezo veelzijdig?  

The Great Communicators werden een paar jaar geleden ingehaald als Het Volgende Grote Ding van de Nederlandse indie-scene. Candle laat horen dat uitstel geen afstel hoeft te betekenen.

Een rotsvaste beat en een lekker gitaarloopje vormen het decor van een muzikale krachtmeting die eindigt in harmonie. 

The Clockworks – Enough Is Never Enough

De (post/neo) punk golf is nog lang niet ten einde. Er komen steeds weer nieuwe bands bovendrijven terwijl het succes van aanstichters als Fontaines D.C. en The Murder Capital etc nog meer muzikanten zal inspireren maatschappelijk commentaar te leveren in puntige gitaarsongs.

The Clockworks komen uit het Ierse Galway. De band heeft dit jaar al vier singles uitgebracht. Songs met aansprekende titel als Can I Speak With The Manager? en The Future Is Not What It Was. De titel van hun nieuwe single, Enough Is Never Enough doet denken aan James Bond, maar dat zal door het woord Enough komen.

De openingsfrase van Enough Is Never Enough luidt; ‘It Was A Tuesday and It Was Bleak’. Wat volgt is een verhaal over de verworpenen der aarde, bezien vanuit verschillend perspectief. Wat zanger-tekstdichter James McGregor misschien mist in zangtechniek compenseert hij ruimschoots met taalvaardigheid.

The Clockworks zitten op het nieuwe label van Alan McGee, een Schotse muziekondernemer die in de geschiedenisboeken staat vermeldt als ontdekker van o.a. The Jesus & Mary Chain, My Bloody Valentine en Oasis.

Altin Gün – Ordunun Dereleri

Voor hun nieuwe single is Altin Gün weer diep in de nalatenschap gedoken van de Anatolische rockscene van de vorige eeuw. Dit keer heeft de band een nummer afgestoft dat zou oud is dat niemand meer weet wie de componist is. Een zogenaamde traditional.

Op de streamingsdiensten staan dan ook tientallen versies van Ordunun Dereleri. Maar geen een die klinkt als de interpretatie van de Amsterdammers. Altin Gün heeft zich het volksliedje toegeëigend door het in een retro elektronisch jasje te steken, een gedurfd maar geslaagd experiment. Ordunun Dereleri is ook het bewijs dat de werkzaamheden zijn begonnen aan wat album 3 gaat worden van Altin Gün. Werktitel is Yol.