Joywave – Compromise

Compromise, de nieuwste release van Joywave schijnt al een jaar of twee jaar oud te zijn. Het illustreert het tijdloze karakter van de muziek van het Amerikaans kwartet. Of ze waren gewoon hun tijd vooruit, zo kan je het ook zien.

Toen Joywave een jaar of zes geleden begon met het mengen van gitaren, synthesizers en falsetzang waren ze de roependen in de woestijn. Nu is er een heel legioen synthi-rockbands. Vaak leggen de pioniers het af tegen de navolgers – een gevolg van de wet van de remmende voorsprong- maar Joywave houdt zich moeiteloos staande. Behalve een hippe sound heeft de band namelijk ook een groot arsenaal aan sterke songs. Zoals Compromise met zijn veelbelovende begin, spannende middenstuk en euforische einde. Helaas houdt de band zich aan de radiowet die bepaalt dat een nummer maximaal drie en halve minuut mag duren. Compromise had best nog wel wat langer door mogen gaan.

De nieuwe single van de band uit Rochester U.S.A is niet de eerste track die we van ze draaien – Somebody New (2015) en Going To A Place (2017) – gingen voor, maar wel de beste. Dat er snel een album en Europese tour moge volgen.

Johnny Marr – Hi Hello

Hi Hello is misschien wel het meest Smiths-achtige liedje van Johnny Marr tot nu toe. Het lijkt wel of hij wil zeggen dat niet Morrissey, maar hij uiteindelijk verantwoordelijk is voor de sound van The Smiths, een band die  met recht en reden wordt beschouwd als een van de beste bands uit de Britse pophistorie.

Terwijl zijn voormalige collega zijn carrière en nalatenschap ondermijnt met matige albums en discutabele uitspraken lijkt Marr in de bloei van zijn leven te verkeren. Dat werd ook wel tijd. De lijst van acts met wie John Martin Maher in zijn post- Smiths bestaan heeft samengewerkt is even lang als indrukwekkend; Paul McCartney, Modest Mouse, The Pretenders e.v.a. Theoretisch zou dat prachtmuziek moeten hebben opgeleverd, in de praktijk viel dat best wel tegen.

Nu Marr zich volledig op zijn solocarrière lijkt te hebben gericht, stromen de resultaten wel binnen. Easy Money van zijn vorige album bezegelde zijn comeback, recente single The Tracers is er ook een uit de categorie uitstekend en met Hi Hello maakt Marr duidelijk dat hits nu regel zijn en geen uitzondering. Ook mogen we de Pinguinhit, The Priest niet onvermeld laten,  een spoken word tussendoortje dat hij opnam met actrice Maxine Peak en door onze luisteraars naar de top van de Graadmeter werd gestemd. Over twee weken komt Call The Comet, Marr‘s derde en naar het zich laat aanzien beste solo-album tot nu toe.

Gurr – Hot Summer

Hot Summer is een aanstekelijk zomerliedje, gebracht door een damesduo dat niet onbekend lijkt met het werk van The B52’s en andere Amerikaanse oude new wave en garage acts.

Gurr spreek je waarschijnlijk uit als Goer, want Andreya Casablanca (gitaar en zang) en Laura Lee (drums) komen uit Berlijn. De meiden zijn sinds 2012 samen, hebben in die Heimat al het nodige succes, maar zijn ook daarbuiten geen onbekenden meer, zeker niet in punkkringen. De oogst van 6 jaar Gurr is een album, een EP en een handvol singles, waarvan Moby Dick tot dusver de bekendste is. Grote kans echter dat Hot Summer de vonk in het kruidvat zal blijken en de naam Gurr ook buiten de punkparochie bekend zal maken.

Hot Summer is overigens niet wat het lijkt te zijn. De vrolijke beat maskeert een serieuze tekst over angsten en neuroses in een tijd, de zomer dat iedereen onbekommerd en zorgeloos lijkt, maar ondertussen. Een muzikaal paardje van Troje dus. Jammer dat de Nederlandse festivals al volgeboekt zijn, maar Hot Summer lijkt een liedje dat wel een paar zomers meekan.

Matt Maltese – Misery

‘Morrissey for millennials’ wordt hij wel genoemd, de man die zich Matt Maltese laat noemen. Als je Misery hoort begrijp je wel waarom, en niet alleen vanwege de titel.  

Matt Maltese is een 22 jarige Brit, drager van pakken en pantalons en schrijver-zanger van luxueuze levensliederen soms met een politieke inslag. Misery staat op Matt‘s debuutalbum, Bad Contestant, dat hij maakte samen met producer Hugo White van The Maccabees. Diens invloed is niet erg groot, tenminste Matt‘s muziek lijkt niet op die van The Maccabees. Hij houdt het doorgaans rustig en legt het accent op de tekst.

Misery is een zacht wiegende ballad met lange gitaarlijnen die in de verte wel aan Pink Floyd doen denken. Matt croont zich een weg door een tekst  over het feit dat iedereen wel iets heeft om zich somber door te voelen. Matt Maltese is duidelijk een artiestennaam, maar wel een met een clou. Maltesers zijn namelijk chocolaatjes, perfect troostvoer, bijvoorbeeld ten tijde van Misery.

Goat – Let It Burn

Let It Burn van Goat is een behoorlijk maf nummer van een behoorlijk maffe band. Het is zo’n song die de ene keer indruk maakt en de andere keer irriteert. Liever dan Goat links te laten liggen, willen we Let It Burn een paar keer draaien om te kijken wat de reacties zijn.

Goat komt uit het moderne Zweden, maar klinkt alsof ze met een tijdmachine naar het heden zijn gereisd vanuit het Engeland van 1974 toen de dwarsfluit nog hip was en de Wah Wah pedaal een redelijk recente uitvinding. Even voor de goede orde, de band heet dus Goat, niet te verwarren met Ghost dat ook uit Zweden komt en er vergelijkbaar uitziet met maskers en rare kostuums en dergelijke. Muzikaal lijken de bands totaal niet op elkaar.

Let It Burn is een lied met een verhaal. Dat verhaal grijpt terug op een christelijke traditie met voorchristelijke – lees heidense- wortels. In Gävle, een klein stadje in midden Zweden wordt er jaarlijks rond kerst een beeltenis van een geit gebouwd. Het ruim tien meter hoge, van stro gemaakte gevaarte is al decennia lang onderwerp van conflict. Onbekenden steken het beest in brand of maken het kapot, tot verdriet en woede van de bouwers en bewoners. Wie of wat er achter zit weet niemand. Het kan een vorm van vandalisme zijn of baldadige jeugd, maar men vermoedt dat het het werk is van aanhangers van Odin en ander Noorse goden. De songtitel, Let It Burn verraadt aan welke kant Goat staat.

Een beetje vreemd dus. Dat geldt ook voor de song. Let It Burn laat zich het best omschrijven als  heksenrock met voornoemde dwarsfluit en gitaarsolo’s, tribale drums en getormenteerde (waarschijnlijk) dameszang. 

De platen van Goat worden internationaal uitgebracht door Sub Pop. Sinds 2012 heeft Goat 5 studio en 1 live-album uitgebracht. Let It Burn is nieuw. mogelijk de voorbode van een nieuw album.

In Zweden staat Goat binnekort in het voorprogramma van Foo Fighters, Hun vooralsnog enige show buiten Scandinavië vindt op 15 juni plaats op het Citadel festival in Londen. 

Honeymoan – We

Honeymoan komt uit Zuid Afrika. Bij Zuid Afrika denk je wellicht aan Soweto beat, Die Antwoord of de acts die Paul Simon gelanceerd heeft met zijn Graceland album. Vergeet dat alles, want Honeymoan is hele andere koek.

Het vijftal uit Kaapstad maakt funky shoegaze. Ja dat bestaat dus. We is de debuutsingle van de band die koud een jaar bestaat. Honeymoan is begonnen door een stel vrienden en vriendinnen die eerder in andere bands speelden. Geen van die bands bracht het tot buiten de scene van Kaapstad, maar Honeymoan heeft de potentie mondiaal te gaan.

We is een onthaast, Tame Impala-achtig werkje met als extra’s een vernuftig basloopje, gestoorde gitaren en de heerlijk coole zang van. Tja namen moeten we je voorlopig schuldig blijven zo pril is het nog allemaal. Hun Facebook geeft geen details, net als hun Soundcloud. De enige site waar we iets van informatie over Honeymoan konden vinden is Spaanstalig, maar ook daar wordt niemand met name genoemd. Echter, als Google-translate geen fout maakt, zou de componist van We in Amsterdam wonen. Mocht hij/zij dit lezen, graag even melden bij de redactie.

Zeal & Ardor – Built On Ashes

Vrij veel zo niet alles is uniek aan Zeal & Ardor. Als je de naam ziet, denk je van doen te hebben met een duo.  Zeal & Ardor is echter een eenmansbedrijf. Eigenaar en uitbater is Manuel Gagneux, een man met zowel Zwitserse als Afro-Amerikaanse roots -wat ook niet alledaags is- maar het meest bijzonder aan Zeal & Ardor is toch wel dat het een blackmetalband is, die absoluut niet zo klinkt.

Wat Zeal & Ardor anders maakt dan alle andere metalbands, black of niet is hun mix van gospel en heavy metal; van Mahalia Jackson en Black Sabbath om het in termen van muzikale voorgangers te zeggen.

Het barst natuurlijk van de metalbands met christelijke, lees duivelse invloeden, maar die beperken zich altijd tot de lyrics. De kerkelijke invloed op Zeal & Ardor is dus ook muzikaal. Het is op zijn minst spraakmakend, de fusie Afro-Amerikaanse kerkmuziek met de muziek van de duivel. Zeal & Ardor heeft vorig jaar dan ook heel wat stof doen opwaaien met hun debuutalbum, Devil Is Fine. Toen dat stof weer was neergedwarreld, bleef er vooral bewondering over. Ook omdat Zeal & Ardor live vrij sensationeel is. Gospel is namelijk een stijl die in ons DNA zit. Het is een oergenre waar niemand die van muziek houdt ongevoelig voor is, net als rock overigens. Het werkt dus, en hoe!

Built On Ashes is nieuw, maakt deel uit het het tweede Zeal & Ardor album, Stranger Fruit dat volgende week op ons zal worden losgelaten. Dat is vlak voordat Gagneux en zijn huurlingen het woord weer live gaan verspreiden en o.a. diensten zullen houden op Graspop, Dour en Lowlands.

LIVEDATA: 22/6 Graspop. Dessel, België. 14/7 Dour festival, België. 19/8 Lowlands, Biddinghuizen.

Vistas – Tigerblood

Vistas is een energieke nieuwe band uit de Schotse hoofdstad Edinburgh. Er zijn vier Vistas. Ze beoefenen een genre dat niks meer en niks minder is dan indierock. In geval van Tigerblood betekent dat een stevig rockend nummer met enerverende leadzang, dikke lagen keyboards en gitaren en mooie  meerstemmige refreinen. Omdat Vistas wel iets wegheeft van zowel Biffy Clyro als Franz Ferdinand zou je kunnen spreken van een typisch Schots geluid.

De meerwaarde van de achtste single van de Schotse band zit hem in de tomeloze energie. Een ander pluspunt is het prettige stemgeluid van zanger Prentice Robertson. Al is Tigerblood al de achtste single van Vistas, toch treffen we de band redelijk vroeg in hun carrière. Ze hebben net hun eerste tour als headliner door Schotland achter de rug en hebben nu hun zinnen gezet op het land ten zuiden van de muur van Hadrianus. Voor hun eerste test, een optreden op ontdekkingsfestival The Great Escape zijn ze met vlag en wimpel geslaagd. Hopelijk zijn wij later dit jaar aan de beurt. Een show van Vistas op London Calling zou een goed begin zijn.   

Donna Blue – Baby

Donna Blue denkt met weemoed terug aan de periode tussen het einde van de rock ‘n roll en het begin van de Britse invasie. Voor wie die tijd, net als de leden van Donna Blue niet heeft meegemaakt even een lesje popgeschiedenis.

Rond 1960 kwam er vrij plotseling een einde aan de rock ‘n roll. Men vermoedde een complot van de Amerikaanse regering, die niets moest hebben van de vermaledijde nieuwe popmuziek. Elvis moest het leger in, Chuck Berry belandde in de gevangenis en Buddy Holly kwam om bij een vliegtuigongeluk. Jerry Lee Lewis draaide zelf zijn carrière de nek om door met zijn 13 jarige achternichtje te trouwen. Normaal in zijn thuisstaat Louisiana, maar nergens anders. Het zou nog een jaar of vier duren voordat The Beatles de Britse invasie zou inluiden. Het interbellum tussen het einde van de rock ‘n roll en de komst van de Britten wordt vaak gezien als een periode waarin niks gebeurde.

Donna Blue denkt daar heel anders over. Het was de tijd van de girlgroups, door platenbazen bij elkaar geraapte meidengroepen van drie of meer teenagers. Acts als The Shirelles, The Ronettes en The Shangri-las maakten in principe wegwerpmuziek, bedoeld voor directe consumptie. Hun songs zijn echter onbeperkt houdbaar gebleken en een bron van inspiratie voor tal van artiesten, die na hen kwamen waaronder The Beatles en dus ook Donna Blue.

De belangrijkste attractie van de girlgroups was onschuld, de meiden waren nog onbevangen en onbevlekt. Het enige wat ze deden was dromen. De girlgroup sound is de belangrijkste, maar niet de enige invloed op Baby, de opnieuw uitgebrachte single van het Nederlandse Donna Blue. De historisch bewuste luisteraar hoort (en ziet in de video) ook sporen van Twin Peaks, een tv serie die zich afspeelt in die ogenschijnlijk onschuldige tijd waarin de hardste drug een glas whiskey was. Donna Blue rijdt in het najaar de Popronde, doe je petticoat aan of je corduroy broek, spring op je Vespa en ga ze zien.

LIVEDATA 01/06 Patronaat @ Haarlem 03/06 Vrije Geluiden @ Utrecht

The Minutes – Love Hope & Other Plans

Met nieuwe single Love Hope & Other Plans laat het Ierse Minutes weten dat ze nu echt terug zijn. Na vier jaar stilte hebben Mark Austin, Tom Cosgrave en Shane Kinselle de krachten weer gebundeld voor een nieuw offensief. Waarom die stilte? Net op het punt dat de band op doorbreken stond, is niet duidelijk. Erg verstandig was het niet, maar het feit dat ze daar schijt aan hadden heeft ook wel weer wat. Verstand en rock & roll gaan lang niet altijd samen.

The Minutes maakte naam met boogie-ende rocksongs met gelijke delen energie en melodie. Hun debuutalbum (met daarop oud-IJsbreker Black Keys) kwam uit in 2011, drie jaar later gevolgd door een live-plaat, een logische zet, want in de tussentijd had het trio de naam en faam vergaard als Ierland’s beste liveband. En toen kwam dus die pauze die een maand of wat geleden lekker ruw werd verstoord met de single Got My Love.  

De nieuwe single Love Hope & Other Plans is weer lekker stevig, maar wat avontuurlijker dan we van het drietal zijn gewend. Het nummer opent vertrouwd met een muur van gitaren, waarna Mark zijn mond opentrekt, maar dan volgt er een synthesizerbreak gevolgd door een psychedelische passage. Het blijkt de opmaat naar een euforisch einde. Wie op meer van het zelfde had gehoopt heeft dus pech, wie zijn band graag scherp en vernieuwend heeft, zit goed bij The Minutes.