Memphis May Fire – The Old Me

Ook metalmannen hebben wel eens een minder moment, een periode dat ze niet goed in hun getatoeëerde vel zitten. Daar heeft Memphis May Fire een liedje over gemaakt. Frontpersoon Matty Mullen zingt uit eigen ervaring. Dat verklaart de overtuiging waarmee hij zijn teksten in de microfoon spuwt. Muzikaal klinkt nieuwe single The Old Me als een cross tussen Alice Cooper en RATM. Theatrale rapmetal dus met de versterkers op vol volume.

Memphis May Fire is een a-typische metalband. Waar het gros van de collega’s stoer doet en flirt met de duivel is de band uit Dallas, Texas niet bang hun gevoelige kant te etaleren en songs te schrijven over angst, onzekerheid en andere emoties, die de moderne mens van zijn apropos kunnen brengen. Waar de meeste metalbands een puinhoop achterlaten, streven Mullen en zijn mannen naar een betere wereld. Om dat te ontdekken moet je wel naar de tekst luisteren. Doe je dat niet dan hoor je gewoon een band die kan rocken als de besten en dat al bijna tien jaar lang. Een soort schaap in wolfskleren dus dat Memphis May Fire. Bijzonder.

Sharon Van Etten – Comeback Kid  

Sharon Van Etten is terug, new and improved zouden ze in Amerika zeggen. Natuurlijk is de zangeres, die ons eigentijdse classics schonk als Every Time The Sun Comes Up en Our Live direct herkenbaar, -wat wil je met zo’n stem- maar in Comeback Kid staan de drums harder dan voorheen en bepalen synthesizers de duistere sfeer van haar eerste nieuwe nummer in vier jaar.

Met zijn Talk Talk achtige intro en vocalen, die aan de grote Patti Smith doen denken zit er een duidelijke jaren tachtig smaak aan Comeback Kid, een periode die de 37 jarige zangeres niet heel bewust heeft meegemaakt.

De interval tussen doorbraakalbum, Are We There (2014) en Sharon‘s vijfde, die begint volgend jaar uitkomt, is niet ingegeven door luiheid of gebrek aan inspiratie. Allesbehalve. Ze is in de tussentijd moeder geworden en heeft hard gewerkt aan haar nevencarrière als actrice. Sharron is te zien in de Netflix serie The OA en op het toneel in een adaptatie van Twin Peaks. O ja. Ze is ook weer gaan studeren, psychologie. Tussen de bedrijven door heeft de moeder/actrice/student toch nog tijd gevonden om songs te schrijven voor haar nieuwe album, songs die bewust een beetje schuren. ‘I didn’t want (the album) to be pretty’, zei ze onlangs in een interview. Het Remind Me Tomorrow album werd geproduceerd door John Congleton, die zo’n beetje de halve muziekwereld in zijn studio heeft gehad, variërend van Blood Red Shoes tot War On Drugs, van Brian Wilson tot David Byrne en van Sigur Ros tot Lana Del Rey.

Comeback Kid laat horen dat het artistieke huwelijk van de studioveteraan en de indie-diva een, zoals de Amerikanen zeggen – match made in heaven -is.

 

Lana Del Rey – Mariners Apartment Complex.

Ook al is niet ieder nummer van Lana Del Rey geschikt voor onze doeleinden, dat de diva iets in haar mars heeft staat buiten kijf. Lana heeft al vijf albums op haar naam staan, maar haar kruit nog lang niet verschoten, blijkt uit de twee tracks die de komst aankondigen van een zesde langspeler.

Laat het ook duidelijk zijn dat miss Del Rey geen marionet is, maar zelf verantwoordelijk voor haar muziek, productie zowel al composities. Net als haar Zweedse collega en evenpool Lykke Li heeft Lana een voorkeur voor beschouwende songs. Mariners Apartment Complex en het eveneens nieuwe Venice Bitch zijn daar weer sterke voorbeelden van, misschien wel de sterkste toe nu toe.

Mariners Apartment Complex heeft een troostende toon. Lana, die recentelijk uit een dal is gekropen biedt zich aan als steunpilaar, you lose your way, just take my hand zingt ze, I’m your man. Daarmee verwijst ze naar een song van Leonard Cohen, elders in het nummer citeert ze Elton John. I Ain’t No Candle In The Wind.

Lana produceerde het nummer, net als de rest van het nieuwe album met Jack Antonoff, de ladies man van het producersgilde, die eerder met o.a. Lorde, Taylor Swift en St Vincent werkte. In de backingband zit o.a. Dan Auerbach van Black Keys. Het nieuwe album, Norman Fucking Rockwell, genoemd naar de illustrator, die beroemd is geworden met idyllische afbeeldingen van the American way of life verschijnt begin 2019.

Connan Mockasin – Charlotte’s Thong

Met zijn geblondeerde coupe ziet Connan Mockasin er uit als Heino zonder bril. De als Connan Tant Hosford geboren zanger-componist-gitarist baant zich een eigen weg door het poplandschap. Niet gehinderd door wetten en regels doet hij wat hem invalt en bevalt. Dat levert even vreemde als mooie muziek op met als voorlopig hoogtepunt het nog immer intrigerende I’m The Man That Will Find You. Connan’s songs schieten alle kanten uit, de overeenkomst is dat ze vrijwel allemaal traag zijn van tempo. Geestverwanten zijn o.a. vriend en collega Ariel Pink en Flaming Lips.

Terwijl het grote publiek voornamelijk in de war raakt van Connan‘s geesteskinderen hebben zijn collega’s wel waardering voor zijn werk. Zo heeft hij getoerd met Radiohead en Charlotte Gainsbourg en is hij te horen op albums van James Blake en MGMT.

Mockasin komt van Nieuw Zeeland, maar is na een zwerftocht van tien jaar via o.a. Londen en Los Angeles nu in Tokyo neergestreken. Als Connan & The Mockasins bracht hij een drietal moeilijk te krijgen albums uit, onder eigen naam tot nu ook drie. De laatste stamt uit 2013. Hoog tijd dus voor een nieuw teken van leven. Dat is onderweg. Op 12 oktober zal Jassbuster het licht zien, even later gaat Mockasin op tournee en zal hij ook hier te zien zijn. De aan de albumrelease voorafgaande single, het schalks getitelde Charlotte’s Thong geeft aan dat ook Connan’s vierde weer een onconventionele plaat wordt. Het 8 minuten nummer, dat voornamelijk uit gitaarsolo’s bestaat, klinkt namelijk als Dire Straits, op valium.

LIVEDATUM: 28/10 Paradiso (uitverkocht) , Amsterdam.

GOOSE – What You Need (NONSTOP Live Remix)

Het origineel van What You Need van GOOSE stamt uit 2016 en is een rustig swingende ietwat gepolijste elektrotrack, die eerder gemaakt lijkt voor gebruik in de huiskamer dan in de dance hall. Live daarentegen dampt, stompt en briest het nummer als een stier, die na een lange winter alleen op stal voor het eerst weer een koe ruikt.

Het gereviseerde What You Need is dan ook een van hoogste punten van de festivalact van het kwartet uit Kortrijk. Zo ook op Pukkelpop waar er tot onze vreugd iemand tijdig op record drukte zodat we nu overal en allemaal uit de plaat kunnen gaan op de NONSTOP Live Remix van What You Need. Het zou helemaal geen gek idee zijn om de rest van de Pukkelpop-set ook vrij te geven, want GOOSE had het duidelijk op zijn heupen.  

LIVEDATUM: 19 oktober Melkweg (ADE), Amsterdam.

Jaguar Jaguar – Tricks

Jaguar Jaguar is een nieuwe Belgische band, die bij tijd en wijle sterk doet denken aan een oude Belgische band, dEUS. Het is alweer even geleden dat Vlaanderen de toon aan gaf in de alternatieve muziekscene van de lage landen bij de zee. Maar het begint weer aardig te borrelen onder onze zuidgrens met acts als Bazart, Tamino, Warhaus, J Bernardt en nu dus ook het muzikale gezelschap zich noemende Jaguar Jaguar. Eerst even een mededeling van technische aard. Als je de bandnaam intypt op Spotify krijg je een Amerikaanse band die ook Jaguar Jaguar heet. Onze Vlaamse vrienden vind je door de songtitel Tricks toe te voegen. Als je dat hebt gedaan krijg je het debuut van een vers vijftal, dat is opgestaan uit de as van de band Lohaus.

Jaguar Jaguar heeft het aangename met het nuttige verenigd door de zomer door te brengen in Spanje om aldaar songs te schrijven voor hun debuut EP. Het vooruitgestuurde Tricks maakt duidelijk dat het een vruchtbaar verblijf was. De eerste single van Jaguar Jaguar is een sfeervolle meerstemmig gezongen groeidiamant, die aansluit bij de muziek van genoemde landgenoten en dEUS dus.

De huidige Vlaamse scene begint vorm te krijgen en in vorm te komen, zozeer zelfs dat we voorzichtig kunnen spreken van een renaissance. Voor ons Noorderlingen iets om een beetje jaloers op te worden, net als vroeger.

LIVEDATUM: 2/11 Filter festival, Trix, Antwerpen.

Mumford & Sons – Guiding Light

Mumford & Sons is terug naar af. Qua sound dan. Net als op het vorige album, waarop de band zich een stadionsound aanmat, blijft de banjo in de foedraal, tenminste op Guiding Light.

Zou zo maar kunnen dat er op andere songs van het nieuwe album -Delta is de titel- weer lustig op los wordt getokkeld, maar de basis is van Guiding Light is net als in den beginne akoestisch, de boodschap als vanouds stichtelijk en het beoogde effect weer heilzaam. Het model is dat van I Will Wait. De concessie aan de moderne tijd zit hem in het gebruik van synthesizers als kleuring. Op een gegeven moment lijkt er zelfs even een drop te komen, maar het blijft bij een suggestie.

Er kan geen misverstand over bestaan dat Guiding Light een nummer is van Mumford & Sons, een Keltische versie van Bruce Springsteen, zeg maar. Dat is goed nieuws en ook weer niet. De folkboom van een tijd geleden waar Mumford & Sons leiding aan gaf is voorbij. Met uitzondering van Ben Howard, die wel nieuwe wegen bewandeld zijn folkies als Noah & The Whale, of Monsters & Men en Edwin Sharpe weer terug bij af. Carrièrematig gezien. Live kan Mumford & Sons nog jaren teren op reputatie en repertoire. Of Guiding Light ook een evergreen wordt? De tijd zal het leren.

Rival Sons – Do Your Worst

Rival Sons is niks minder dan betrouwbaar. De Amerikano’s zullen niet snel gekke sprongen maken, maar hun rock is steevast solide en hun singles altijd om over naar huis te schrijven.

Het voorschot op album zes van de California Boys heet Do Your Worst en volgt het beproefde recept. Na een stevige intro-riff trekt Jay Buchanan zijn mond open om even later in het refrein gezelschap te krijgen van zijn collega’s. Als je niet beter zou weten zou je denken dat Rival Sons een band is uit de jaren zeventig, de gouden eeuw van de hard rock voordat die werd weggeblazen door de heavy metal. Do Your Worst had makkelijk van de oude Faces of Free kunnen zijn, afkomstig van het zelfde album waarop ook All Right Now staat. Bluesrock van de bovenste plank dus. 

Voor de opname van hun nieuwe album, dat pas voor januari op de planning staat, heeft Rival Sons twee legendarische studio’s geboekt, RCA Studio A waar Elvis zijn beste werk heeft opgenomen en de misschien nog wel legendarischere Muscle Shoals Studio, waar o.a. Aretha Franklin en The Rolling Stones geschiedenis hebben geschreven. Goed voorbeeld doet goed volgen. 

White Lies – Time To Give

Zeggen dat we aangenaam verrast zijn over de nieuwe single van White Lies is een understatement. We zijn dolenthousiast over Time To Give! Misschien wel extra omdat we de band stiekem al hadden opgegeven.

Daar was ook wel reden toe. Vorig jaar nog verscheen er een nieuw album van White Lies, maar dat was vooral minder van het zelfde en ook geen succes. De platenmaatschappij van White Lies verloor het vertrouwen en liet de band vallen. Misschien was dat net de schop onder de kont, die de band nodig had. Daar lijkt het in ieder geval wel op. Time To Give getuigt van een nieuw elan, van een hernieuwde drang om te bewijzen dat er nog wel degelijk leven zit in de band.

Los van een accentverschil -meer keyboards minder gitaren- ligt Time To Give in het verlengde van oude successen als To Lose My Life, Death en Bigger Than Us. De sombere Britse 80’s new wave sound, die ook bands als Interpol en Editors tot mooie dingen beweegt, blijft de belangrijkste bron van inspiratie. De druk om te scoren lijkt echter te hebben plaatsgemaakt voor een hervonden liefde voor muziek.

Het ruim 7 minuten durende Time To Give heeft een part 1 en een part 2. De eerste helft is vocaal, het sluitstuk grotendeels instrumentaal en werkt toe naar een climax van stadionformaat. Laten we niet overdrijven en zeggen dat Time To Give het beste White Lies nummer tot nu toe is, maar dat de Britten weer terug zijn aan het front is wel duidelijk.

LIVEDATA: 18/2 Paradiso, Amsterdam. 19/2 Doornroosje,Nijmegen. 21/3 Effenaar, Eindhoven.

Pip Blom – Come Home

Misschien is het de nieuwe ritmesectie, haar snel groeiende sterrenstatus in Engeland of zijn het de vele kilometers, die de band heeft gemaakt. Waarschijnlijk spelen alle drie factoren een rol, maar feit is dat Come Home het beste nummer van Pip Blom is tot nu toe. Zo goed zelfs, dat het er naar uitziet dat het kwartet uit Amsterdam Oost na de U.K. nu ook de V.S. gaat veroveren.

Het internet gonst aan de overkant van de oceaan. Het invloedrijke Stereogum bijvoorbeeld citeert met bewondering uit de tekst en noemt Pip ‘a very talented leader’. De grootste pluim krijgt de band van Rolling Stone, toonaangevend sinds 1967. De recensent van dienst dicht Pip ‘a Kurt Cobain-ish gift for saying a lot with a little’ toe. Niet alleen haar lyrics maken indruk ook haar gitaarspel wordt zeer gewaardeerd net als de ritmesectie (‘everything is so tigtly’). Het eindoordeel luidt, ‘cold as ice’. Dat is Amerikaans voor super cool. De U.S.A. ligt aan Pip‘s voeten. Sorry Glennis.

LIVEDATA: 5/10 Metropool, Enschede. 20/10 50 Years of Schuit Festival. Katwjjk.