Uit Haarlem komt tot ons The Yukon Club. Alex, Geert, Lennert en Lars zetten hoog in met hun eerste single Absence. Voor een debuutsingle klinkt Absence opmerkelijk gerijpt en zelfverzekerd. In recensies wordt Radiohead op gevoerd als referentie, maar daarmee wordt de band een beetje te kort gedaan. York & co zullen vast hoog op de waarderingslijst staan van the Yukon Club, maar het imitatiestadium lijkt de band al ver voorbij. Bijzonder is dat de Club ook niet direct aan andere Nederlandse bands doet denken. De stem van de zanger zal voor een aantal mensen misschien even wennen zijn, maar daarna treedt de verslaving in. Vergissen is menselijk dus mogelijk, maar wij hebben het gevoel dat we nog veel gaan meemaken met The Yukon Club.
Author: Flip van der Enden
EL VY
De meeste supergroepen zijn niet echt super. Dat beroemde muzikanten het leuk vinden om samen ‘iets’ te doen wil niet zeggen dat dat iets ook interessant is. Meestal niet eigenlijk. Dat is de regel. De uitzondering zou wel eens El VY (spreek uit L Vaai) kunnen heten. Supergroep is misschien wat overdreven voor wat feitelijk een duo is, waarvan slechts de helft echt beroemd is. Matt Berninger won harten als zanger van The National. Zijn partner in EL VY en vriend voor het leven, Brent Knopf heeft nog wel even te gaan voordat hij net zo bekend is als zijn nieuwe partner. Knopf zit in Ramona Falls en zat in Metronoma. EL VY krijgt automatisch aandacht, omdat Berninger er in zingt, maar ook als het een debuut zou zijn van een nieuwe band zou Return To The Moon de nodige aandacht trekken. Het is een klein maar knap nummer, vrolijk voor wie The National gewend is met een dansbare beat en een refrein dat beklijft. De samenwerking tussen Matt en Brent verliep zo voorspoedig dat er voldoende materiaal is voor een album. Dat gaat net als de single Return To The Moon heten en staat voor eind oktober gepland. Niet veel later begint El VY aan een wereldtournee, die de band op 3 december naar de Melkweg brengt.
Gary Clark Jr
De blues heeft een beetje een slecht imago. Veel Afro-Amerikaanse jongeren associeren de blues met het verleden, de slavernijtijd. Voor hen was vroeger alles behalve beter. Verder wordt blues vaak gezien als het domein van oudere heren met paardenstaarten. Dat is niet helemaal terecht, dankzij bands als White Stripes en Black Keys leeft de blues ook onder jeugdigeren. Eens in de zoveel tijd is er ook een zwarte muzikant, die wel trots is op zijn muzikale erfgoed, die in de voetsporen treedt van Muddy, de drie Kings en held Hendrix. Zoals Gary Clark Jr. Junior is traditiebewust, maar geen traditionalist. Zijn blues heeft soul, hij kan flink rockend uit de hoek komen, maar is ook niet vies van een beat uit een hip hop doosje. Grinder is een van de twee voorproefjes die Clark Jr de wereld in heeft gestuurd om ons te attenderen op het feit dat de release van zijn nieuwe album, The Story Of Sonny Boy Slim aanstaande is.
Misty Miller
Misty Miller kwam een kleine twee jaar geleden in beeld met haar Chronicle EP. Daarvan plukten we het nummer Anything For You. Latere releases werden gewogen maar net even te licht bevonden. Maar met Happy zijn we helemaal…blij. De 21 jarige zangeres uit Zuid-Londen is kort gerokt en goed geluimd en heeft op Happy ook de sound en de song om haar boven het peloton uit te tillen. Misty mag dan een solo-artiest zijn, muzikaal past ze prima in de ‘female fronted bands’ stroming, gitaarbands met meiden aan het roer zoals Wolf Alice, Black Honey en Torres o.a. Hierheen halen maar die meid.
Sundara Karma
Flame is niet de eerste single van Sundara Karma uit het Britse Reading, maar wel hun beste. Met afstand. Op hun vorig jaar verschenen debuutsingle, Indigo Puff klonk het kwartet nog als een Arctic Monkeys kloon. Een jeugdzonde zullen we maar zeggen, toen de single uitkwam waren de bandleden nog maar net 18. Flame daarentegen laat een band horen die zijn eigen boontjes dopt en meer verwantschap vertoont met andere jonge indie honden als Circa Waves en Catfish & The Bottlemen dan met oudgedienden als Arctic Monkeys en Franz Ferdinand. Melodie en energie gaan hand in hand en een flinke dosis typisch Britse swagger maken Flame tot een song die je nog vaak gaat horen en Sundara Karma tot een band om eens goed in de gaten te houden.
LA Priest
La Priest (je zeg la op zijn Frans en geen l.a.) is het alias van Sam Dust, die bij de burgerlijke stand bekend staat als Samuel Eastgate. Als Sam Dust maakte Eastgate furore in electro-land met zijn bands Dust en Late Of The Pier. In 2010 liet hij de boel de boel en begon hij aan een wereldreis die een jaar of vijf zou duren en hem de geestelijke en muzikale bagage bezorgde voor zijn jongste project, La Priest. De single Oino bereide ons voor op een melodieus en genre overstijgend album, dat ondanks zijn elektronische coating een warm kloppend hart heeft. Je kunt er goed op dansen, maar net zo makkelijk in je strandstoel van genieten. Learning to Love heet de opvolger van Oino, iets wat in geval van La Priest helemaal niet moeilijk is.
Nothing But Thieves
Volgens velen de sensatie van de tweede editie van Pinguins In Paradiso. Het gaat hard met Nothing But Thieves. Ongeveer een jaar geleden bombardeerden wij Wake Up Call, de debuutsingle van de band tot IJsbreker. Nu een flink aantal optredens in ons land en een paar singles verder kan het vijftal uit Southend-on-Sea rekenen op een flinke schare fans in Nederland. Dik verdiend, want de platen zijn prima en de optredens imposant. Het komt helaas niet meer zo vaak voor dat een band fans maakt met optredens, Nothing But Thieves met frontman Conor Mason dus wel. Wat wel vaak voorkomt tegenwoordig is dat bands vrij lang wachten met de opname van een debuutalbum. Normaal is nu om eerst een handvol singles en EP’s te laten verschijnen, zo veel mogelijk op te treden en met die ervaringen aan de opnamen van een eerste langspeler te beginnen. We mogen dus wel wat verwachten van het eerste album van Nothing But Thieves. We zullen nog wel wat geduld moeten uitoefenen, want voor oktober zal er niet veel gebeuren op dat front. Gelukkig wordt het wachten flink verzacht door topsingles als Trip Switch.
The Arcs
Outta My Mind van The Arcs maakt duidelijk dat Dan Auerbach de band niet is begonnen uit artistiek oogpunt. De nieuwe single had helemaal niet misstaan op een album van Black Keys, Auerbach’s zang zorgt voor instant herkenning. The Arcs bestaat uit muzikanten op wie Dan een beroep doet als hij platen produceert voor anderen. Vaak blijven sessiemuzikanten anoniem, denk aan de Funk Brothers die op vrijwel alle Motown hits te horen zijn, maar bijna niemand van naam kent of aan de anonieme studiomuzikanten van de Wrecking Crew die hun stempel drukten op zo’n beetje alle hits die in de jaren zestig uit L.A. kwamen. Auerbach wilde zijn trouwe begeleiders dus in het zonnetje zetten, een nobel streven dat ook nog eens prima muziek heeft opgeleverd.
Modest Mouse
Acht jaar hebben ze er over gedaan, de opnamen van het zesde album van Modest Mouse. Complete sessies zijn in de la gegaan, producers ontslagen, bandleden vertrokken, studio’s gewisseld, tours gecanceld en nog is Modest Mouse main man Isaac Brock niet tevreden met het resultaat en belooft hij een nieuw album zodra het ‘legally possible is’. Het is prima als een artiest zo kritisch is over zijn eigen werk, maar waarschijnlijk hoort hij andere dingen dan wij. In onze oren klinkt het Stanger To Oursleves album gewoon uitstekend. Het is misschien niet het beste album van Modest Mouse, maar de band van Brock op halve kracht is altijd nog beter dan menig ander band op volle toeren. Luister maar naar het intrigerende The Ground Walks, with Time In A Box.
Okke Punt
Dat kwaliteit geen garantie is voor succes wordt vrijwel wekelijks bewezen in een of andere talentenjacht op TV. Of het nu The Voice is of De Beste Singer-Songwriter van Nederland. Zelden winnen de besten. Dat brengt ons bij Okke Punt, een 23 jarige zanger-componist uit Lisse, die de verdiende eerste plek aan zijn neus voorbij zag gaan. Giel koos met zijn hormonen en niet met zijn oren. Okke debuteert met het imposante Life Ain’t Easy. Hij is een ongemeen goede zanger, die ook nog eens in staat is om songs te schrijven die hem passen als een maatpak, maar ook zo ambachtelijk zijn dat covers onvermijdelijk lijken. Ook maakt de song duidelijk dat Okke misschien een debutant is maar zeker geen dilettant. Hij treedt al jaren op met eigen band, was een belangrijke speler in de band van Yori Swart (net als hij alumni van het Conservatorium van A’dam) en heeft als tijdelijk lid getourd met Fiction Plane. Eigenlijk mag Okke blij zijn dat hij niet is uitgeroepen tot beste singer-songwriter van Nederland (volgens Giel). Het zijn vaak de runners-up die het verst komen.