Interview: Patrick Watson

Singer-songwriter Patrick Watson verhuisde voor zijn nieuwe album Love Songs For Robots enkele dagen van een koud Montreal, Canada naar een warm Los Angeles. Het resultaat is een warm album, waarop het gevoel en zijn band centraal staan. We spraken de muzikant annex babe-magnet over het album, dat volgens de berichten een conceptalbum zou moeten zijn.

Tekst Chris Dekker Foto Mathieu Parisien

IslBGOp een van de eerste mooie dagen van het jaar zit Watson op ons te wachten op het terras van het Lloyd-hotel in Amsterdam. Onderuitgezakt, een coole Ray-Ban op de neus, een latte in de hand en voorzien van een brede glimlach. Patrick is zo iemand die je haast geen vragen hoeft te stellen. Uit enthousiasme voor muziek volgt er een spraakwaterval, totdat de medewerker van de platenmaatschappij het seintje voor de laatste minuut geeft. Het enthousiasme wordt nóg groter als ik, bassist zijnde, aftrap met een compliment over de mooie baslijnen van Mishka Stein.

“Ik vind het zo tof dat je dat zegt! Niemand vraagt over hem en dat snap ik niet. De bas is mijn favoriete instrument en hij speelt zo fijn. Mishka heeft altijd mooie hoge baslijnen. Ik denk dat het komt omdat hij van oorsprong Russisch is. Ik weet niet waarom, maar Russen hebben het in hun bloed om mooie, sombere melodielijnen te maken. Ik vind het absurd dat mensen niet horen dat ik een van de beste bassisten ter wereld in mijn band heb!”

Nu je daarover begint. De plaat komt uit onder jouw naam, maar in feite ben je een band?
“Dat is ooit zo ontstaan, ja. Ik begon als solo-artiest, maar de band hoort echt bij mij, maar we hebben er gewoon nooit een naam voor bedacht. Misschien is dat ook wel een van onze geheimen. Als je echt een band hebt, dan is iedereen verantwoordelijk en zijn er veel meer discussies en ruzies. Nu ben ik altijd de schuldige, haha! Ik maak me zorgen om de richting, ik deal met de problemen en de band heeft toch voldoende input in het creatieve proces. En geloof trouwens niets dat je leest: Grote band die doen alsof ze een democratie zijn, hebben vaak een nazi als zanger. Mag ik dat hier zeggen, haha! Een band kan soms ook maar beter één leider hebben.”

Conceptalbum
En hoe is de band betrokken bij het creatieve proces? Als ik naar het nieuwe album luister hoor ik veel bandnummers, maar ook de nummers met soundscapes waar jij patent op lijkt te hebben.
“Ik schrijf veel nummers zelf. Meestal vraag ik al snel de bassist erbij en zo ontstaan mijn songs. De band jamt echter ook zonder mij en ze komen met ideeën, waarbij ik alleen de zanglijn en tekst hoeft toe te voegen. Dat gaat meestal goed. Zij vinden mijn nummers een enkele keer niet fijn, ik zing wel eens een nummer van de band wat niet direct mijn favoriet van de plaat is, maar de afwisseling maakt het, denk ik, wel sterk.”

Love Songs For Robots. Volgens de bijgevoegde informatie is het een conceptalbum?
Patrick kapt me meteen lachend af: “Ach ja. Platenmaatschappijen willen graag een verhaal, journalisten ook, maar het is gewoon een album met liedjes. Ik wist al dat alle journalisten er over zouden beginnen, maar dat hoeft dus niet, haha! Wat ik je wel kan vertellen is dat het album meer om songs draait. En er is meer zang. Nu ik interviews doe moet ik opeens zelf nadenken over de teksten en ik kom er steeds meer achter dat dit album vrij universeel is qua teksten. Ik zing over dingen die ik heb meegemaakt, maar alleen ik weet het echte verhaal erachter. Als ik ‘ik’ zing, zing ik over de collectieve ‘ik’. Het gaat over alle ‘ikken’ in het publiek. En wat ik ook steeds meer merk is dat mijn teksten niets zijn zonder de muziek. Je kan een zin met tien woorden op tien manieren uitspreken. Je kunt steeds de klemtoon op een ander woord leggen en het betekent tien keer iets anders. Mijn muziek geeft die klemtonen. Die geeft de sfeer. Die bepaalt de ware betekenis.”Hiphopdemo’s
Wat mij opvalt is dat het album warmer klinkt, je zingt iets anders.
“Je hebt te veel kille synth-albums, maar het kan ook anders. Kijk naar een band als Air. Hun Virgin Suicides-soundtrack heeft een mooie groove en dat heeft me geïnspireerd. Ik ben meer naar soulzangers gaan luisteren en ik ben maandenlang hiphopdemo’s gaan maken. Ik hou niet zo zeer van rap en de teksten, maar wel van het gevoel. Ik heb me de frasering van hiphop eigen gemaakt. Daarna wilde ik het proberen te vergeten, zodat het een natuurlijk onderdeel van me werd. Dat is hopelijk gelukt. En de reden dat de synthesizers warm klinken, komt door de studio.”

Ja, want je nam niet thuis op in Canada, maar je ging naar Los Angeles?
“We boekten een paar dagen in de legendarische Capitol Studios in LA, ja. Dat was eigenlijk een geintje, een vakantie voor de band. Maar de mensen zijn daar zo goed! Binnen een uur stond het drumstel helemaal klaar, met microfoons er omheen. Dat duurt normaal een dag. We konden dus snel opnemen en we namen soms drie songs per dag om, terwijl we normaal drie dagen over één song deden. Nu waren we goed voorbereid qua samples, maar toch. Er staat daar een dure Neve-mengtafel, die je misschien kent van de Sound City-documentaire. Normaal kunnen synths heel scherp en kil in het hoog klinken, maar de Neve maakte alles rond, warm en organisch. Ook het warme klimaat speelde mee. We hadden een andere mindset. Daarna zijn we snel weer teruggegaan naar Canada, we hebben weer veel pre-productie gedaan en daarna hebben we wat dagen in LA bijgeboekt. Wat begon als een grapje, pakte zeer goed uit.”

iPhone
De songs zijn dus bijna live opgenomen?
“Dat klopt. Er zitten bijna geen overdubs in. Ik hou van spontaniteit. Ik pak liever goede momenten dan goede ideeën. Als je live met elkaar speelt gebeurt er gewoon iets. Tijdens repetities nemen we alles op met een iPhone of een simpele recorder met één microfoon. Als het daarop goed klinkt, is het nummer goed en als het er slecht op klinkt, kan het ook met veel microfoons niets worden. De goede omstandigheden van de Capital Studios hielpen wel mee. Alle instrumenten waren qua geluid van elkaar gescheiden, maar we speelden tegelijk en we konden elkaar zien. De mix op de koptelefoon klonk al zo fijn, dat dat het beste in je naar boven haalt. Soms speelden we iets voor de eerste keer en dan had ik zo’n moment van ‘hadden we deze take maar opgenomen’. Dat bleek dan ook zo te zijn en zo staan er veel eerste takes op het album.”

Is het niet leuk om eens wat met al die iPhone-opnames te doen? A la the Basement Tapes van The Band en Bob Dylan?
“Ja, dat moeten we echt eens doen! We hebben echt veel mooie en rare dingen. Opnames terwijl we dronken zijn, opnames waarbij een van mijn effecten op hol sloeg en waarbij de drummer dat effect volgde. Dat was psychedelisch, maar super en dat bereik je nooit meer. Een andere keer waren we onder invloed van paddo’s. Mag ik dat wel zeggen? Ach fuck it, dit is Nederland. Hier mag het!”

Ik laat het paddo-gedeelte wel uit het interview!
“Ach, weet je wat het leuke is van Patrick Watson zijn? Ik zit qua beroemdheid net onder al die bekende namen. Ik ben een verwend nest, want ik heb een geweldige band, ik kan alles doen wat ik wil, op zijn tijd kan ik een dure studio boeken, ik kan me tijdens touren wat luxe permitteren en ik kan de muziek maken die ik wil. Maar gelukkig heb ik geen miljoenen fans die allemaal wat van me verwachten en ik ben niet zo beroemd dat een rare quote meteen een grote krantenkop wordt. Houwen zo, lijkt me! Als jullie maar allemaal mijn album kopen, haha!”

LIVEDATA 08/05 Melkweg, Amsterdam 09/05 Muziekgieterij, Maastricht

Album Reviews: Patrick Watson en Skinny Lister

Patrick Watson - Love Songs for RobotsPatrick Watson – Love Songs For Robots 200 (Domino/V2 Benelux)
Patrick Watson‘s nieuwste album is direct zijn beste. Meer dan ooit weet hij een mooie brug te slaan tussen popsongs en sferische soundscapes. Beide zijn aanwezig, maar vooral de combinatie valt hier op. Terwijl zijn band een solide basis geeft van bas en drums, weet Watson er heerlijk dromerig overheen te musiceren, pianolijnen gaan moeiteloos over in dikke fuzzgitaren en er is altijd genoeg melodie om pakkend te blijven. De baslijnen zijn het apart vermelden zeker waard. Mishka Stein steelt de show met prachtige, hoge en melodieuze partijen. Een ander opvallend punt is de sound van het album. Het is warm, natuurlijk en organisch. Ondanks het gebruik van samples tijdens het opnemen is er nauwelijks gebruikgemaakt van een zogenaamde clicktrack om alles strak te houden. Je hoort een band musiceren en ook nog eens een zeer goede band die er zin in heeft. De mooie, sferische teksten en het fijne stemgeluid maken het geheel af. Fans kunnen het album blindelings aanschaffen en Watson zal zeker nieuwe zieltjes winnen. Hopelijk niet teveel, want hij vertelde ons dat hij liever in de internationale subtop blijft hangen. Een aanrader. Chris Dekker

LIVEDATA 08/05 Melkweg, Amsterdam 09/05 Muziekgieterij, MaatsrichtSkinny Lister - Down on Deptford BroadwaySkinny Lister – Down On Deptford Broadway (Xtra Mile Recordings)
In 2012 verscheen het debuut Forge & Flagan van dit zestal uit Londen. Folkmuziek gedrenkt in een goed glas, teksten waarin verteld wordt over de kleine dagelijkse gebeurtenissen in het leven, de lach en de traan die bij het leven horen komen in elk nummer langs. De traan valt laat op de avond in het laatste glas in het al zo goed als verlaten café. Vol goede moed wordt de weg naar huis ingeslagen. De volgende ochtend is de wandeling een zwart gat, maar de herinnering aan de drank voelbaar en  rommelt de gehoorde muziek door het zware hoofd. Skinny Lister maakt muziek die past bij namen als Dropkick Murphys en Flogging Molly. Releases van deze groepen leveren niet heel veel nieuwe inzichten op, maar zijn vooral een voortzetting van bekende kwaliteit. Down On Deptford Broadway bevat dan ook geen verrassingen. Opener Raise A Wreck begint bijna a capella, maar na twee minuten is het feest. Zes muzikanten laten horen gegroeid te zijn, optredens op podia in Europa en Amerika hebben hoorbaar positieve ervaring opgeleverd. Nog steeds is er de behoefte om te feesten, opwindende folkrock te maken en een goed glas te drinken. Skinny Lister slaagt met Down On Deptford Broadway met vlag en wimpel. Het zestal mag elk festival deze zomer openen of afsluiten. Feest gegarandeerd. Jaks Schuit

LIVEDATUM 23/08 Lowlands, Biddinghuizen

Album Reviews: Lieutenant en Jim White vs.The Packway Handle Band

Lieutenant - If I Kill This Thing We're All Going to Eat for a WeekLieutenant – If I Kill This Thing We’re All Going To Eat For A Week (Dine Alone Records)
Nate Mendel heeft een muzikale cv om de tanden bij af te likken en de oren wijd open te zetten. Mendel speelt bas in Foo Fighters, was betrokken bij de eerste releases van Sunny Day Real Estate en stond aan de wieg van de groep Fire Theft. Binnen Lieutenant is hij componist, gitarist en producent. Op If I Kill This Thing We’re All Going To Eat For A Week spelen nogal wat bevriende muzikanten mee. De gastenlijst zou een kleine zaal in Nederland uit verkopen. Het zou gemakkelijk zijn om al die namen van muzikanten uit Helmet, Fleet Foxes en Modest Mouse te noemen. Veel belangrijker is dat Mendel er in geslaagd is een persoonlijk album te maken. Negen nummers op deze release en op geen van de nummers klinkt Mendel als een kopie van de groepen waarin hij actief is door. Dit is geen herhaling van een Foo Fighters release, er wordt niet teruggegrepen naar bekende zaken van Sunny Day Real Estate.

Opener Belle Epoque zet de toon voor de rest van de plaat. Lieutenant speelt transparante popmuziek die vakkundig en met veel liefde in elkaar is gezet. Natuurlijk zijn er bekende elementen. Mendel zong waarschijnlijk al harmonieuze koortjes halverwege zijn basisschoolopleiding en doet dat ook op deze release. De energie van Foo Fighters is aanwezig, maar is niet omgezet in harde riffs en energieke rock. De muziek van Lieutenant klinkt vooral bedachtzaam en weloverwogen. Dat betekent ook dat er een aantal zaken op deze release niet te vinden zijn. Mendel heeft niet gekozen voor het avontuur. Lieutenant vliegt nergens de bocht uit. Sterker nog de groep komt, om de beeldspraak even vast te houden, nog niet in de buurt van een vangrail. Dodelijk wordt het dus niet. Mendel zal de boterham moeten beleggen met opbrengsten uit andere groepen. If I Kill This Thing We’re All Going To Eat For A Week bevat bijna 38 minuten luisterpop, die nergens verveelt en nergens schokt. Jaks SchuitJim White vs. the Packway Handle Band - Take It Like a ManJim White vs.The Packway Handle Band – Take It Like A Man (Yep Roc Records/Munich)
“I Always look like I’m going to the dentist when I’m on stage”, bedacht Jim White toen hij voor de eerste keer The Packway Handle Band plezier zag maken tijdens hun optreden. Dit was precies wat hij ook wilde. Nog dezelfde avond zocht de swamp-folk troubadour toenadering tot het bluegrass-gezelschap maar het duurde nog even voordat de plezierige samenwerking resulteerde in een optreden samen en het duurde nog langer voordat er een eerste volledig album samen werd opgenomen. De combinatie op Take It Like A Man is in diverse opzichten heel bijzonder geworden. Je zou het zelfs een cross-over in het genre kunnen noemen. De spiritueel getinte ‘Southern gothic folk’ van White en de opgewekte, dikwijls luchtige en vooral makkelijk in het gehoor liggende, bluegrass van de band blijken wonderbaarlijk goed bij elkaar te passen. Mocht je overigens geen idee hebben waar deze excentrieke muzikant, schrijver, ex-fotomodel, ex-surfer, ex-boxer en eigenlijk ex-alles, voor staat dan biedt de fascinerende documentaire Searching For The Wrong-Eyed Jesus uitkomst.

De inkt van White’s scheidingspapieren was nog nat toen de teksten al klaar lagen voor een nieuw solo-album. Om er ook daadwerkelijk iets mee te doen bleek voor de emotioneel onevenwichtige muzikant iets te lastig totdat The Packway Handle Band uitkomst bood.
In Not A Song komen de twee uitersten bij elkaar en krijgen we de obscure hersenspinsels op een vrolijk muzikaal palletje aangereikt en in Jim 3:16 wordt een bijzondere, ietwat onhandige ontmoeting met rockabilly-legende Sleepy LaBeef uit de doeken gedaan.
Prima te beluisteren allemaal maar de oplettende luisteraar zal ontdekken dat hier veel meer achter zit. Neem ook als voorbeeld het bizarre, duistere, Wordmule dat al eens in de populaire serie Breaking Bad werd gebruikt en op dit album te vinden is in een opgefriste en gereviseerde uitvoering. In Sorrows Shine wordt behoorlijk afgeweken van de nieuwe, ingeslagen koers en horen we iets terug van ‘de donkere kant’ die zo kenmerkend is voor het werk van White. Het maakt daarmee Take It Like A Man interessant voor zowel de ‘roots-purist’ als de meer ‘allround- muziekliefhebber’. Jeroen Bakker

Interview: CJ Bolland “Magnus toonde mij de weg naar de song”

Exact tien jaar na debuutalbum The Body Gave You Everything kwam Magnus, het muzikale ei van dEUS-frontman Tom Barman en techno-dj CJ Bolland, vorig jaar op de proppen met hun tweede worp Where Neon Goes To Die. Opnieuw een verzameling opwindende songs, geurende recensies en liveconcerten met de nadruk op letter een, twee, drie en vier. Want Magnus vormt tegenwoordig een volwaardige band die ook de volgende maanden weer wil stomen in binnen- en buitenland. Op de vooravond van hun volledig uitverkochte AB-concert, kropen we onder de vleugels van CJ Bolland voor een openhartig en eerlijk gesprek over Darwinisme, hiphop en zuurverdiende centen.

Tekst Ruud Van De Locht Foto Senne Van Der Ven

Exact één decennium liggen de twee albums van Magnus van elkaar verwijderd. Niet echt het toonbeeld van een productieve band.
CJ: “Louter een kwestie van agenda’s, dEUS-albums en allerlei film- en tv-werk voor Tom. De eerste stenen voor dit album legden we reeds in 2009, maar pas in 2013 konden we het alle ruimte en tijd geven.”

Je frustratiepan stond ongetwijfeld op barsten?
CJ: “Niet onmiddellijk, want het was helemaal niet zeker of er wel een vervolg zou komen. Toen die knoop was doorgehakt, begon het inderdaad wel te kriebelen. Daarom geniet ik nu voluit: een goede flow, een hoop fun en goede ideeën, voor het eerst op het podium met een liveband… Bijkomend voordeel is dat de nieuwe groepsleden kunnen meeschrijven aan volgende nummers, waardoor een derde Magnus-plaat hopelijk een pak sneller ‘van de persen’ rolt. De kans bestaat zelfs dat dEUS nu een tijdje in de wachtzaal moet blijven. Met die frustratie valt het dus wel mee…”

Singing Man, de eerste single van het nieuwe album en een duet met Editors-frontman Tom Smith, legde meteen een erg hoge standaard. Ongetwijfeld één van de beste nummers die we op Where Neon Goes To Die terugvinden.
CJ: “In eerste instantie namen we Puppy op, waaraan we erg hard werkten tot het strak rechtop stond. Nadien had ik er even geen zin meer in en wilde me graag wat amuseren. Dan kruip ik het liefst in mijn persoonlijke speeltuin van new wave, cold wave en EBM. Die spielerei leidde volledig pijnloos tot Singing Man. Dat hoor je ook aan het nummer.”

“I got the feeling that there something goin’ on tonight”, opent Puppy. Toch beweren jullie bij hoog en laag dat het wilde nachtleven achter jullie ligt.
CJ: “Kijk, we zijn geen 25 meer en hebben relaties. Dus dat is allemaal wat minder, maar we hebben op geen enkel moment formeel besloten van “nu maar eens te stoppen met dat kinderlijk gedrag”. Je zal ons enkel wat minder aantreffen tussen zonsondergang en zonsopgang.”

Thé Lau vertelde me onlangs dat de losbandige periode van Seks, Drugs & Rock and Roll intussen wel voorbij is. Hard werken en een sterke arbeidsethos, zijn vandaag blijkbaar veel meer aan de orde?
CJ: “Als muzikant moet je vandaag inderdaad keihard knokken om overeind te blijven. Zowel in de studio als op elk podium moet je jezelf waarmaken. Het is zaak om tijdens het festivalseizoen zoveel mogelijk op zo groot mogelijke podia te spelen. Enkel op die manier word je bescheiden vergoed voor het studiolabeur. Dan was het in de jaren ’90 een stuk eenvoudiger. Ik zat alleen in de studio en trad solo op, waardoor ik de volledige gage opstrijkte.”Je vertelde me ooit dat je in die periode veel geld verkwiste. Spijt?
CJ: “Nog elke dag. Ik leefde heftig en kende veel tegenslag. Ik clashte met de fiscus en moest mijn huis en studio verkopen. Erg pijnlijk, vooral als je daar twintig jaar voor werkte. Nu huur ik een appartement. Maar ik heb het enkel aan mezelf te danken. Als jonge gast besefte ik niet wat er gebeurde, toen het grote geld rond mijn kop stoof. Ik geloofde ook absoluut niet dat daar ooit een einde aan zou komen.”

Is het nog leefbaar?
CJ: “Het is zonder meer moeilijk. Gelukkig kon ik op de steun rekenen van een heleboel vrienden die destijds ook meegenoten van mijn rijkdom, en me niet vergeten zijn. Vandaag zijn mijn inkomsten opnieuw wat gestabiliseerd, maar het blijft angstig uitkijken naar een nieuwe zomer. Stromen er voldoende euro’s binnen om de opname- en productietijd van een volgend project te overbruggen? Want je moet constant in de running blijven natuurlijk.”

We leven ook muzikaal volop in het online tijdperk. Maar daar valt blijkbaar weinig te rapen?
CJ: “Streamingdiensten zoals Spotify zijn voor artiesten een absolute dooddoener. Wij krijgen slechts een minuscule habbekrats per stream. Voor een stream moet de gebruiker bovendien meer dan de helft van het nummer beluisteren. Neem bijv. Singing Man dat ongeveer 140.000 streams scoorde. Dat vertaalt zich in plusminus tienduizend unieke personen of units. Via de iTunes Store, zou ons dat een kleine vierduizend euro opleveren. Nu ontvangen we zeven euro van Spotify. De enige winnaar is de platenfirma die er zijn hele catalogus van de laatste vijftig jaar op zet.”

Staken is geen optie, vermoed ik. Wat kunnen jullie doen?
CJ: “Jezelf zoveel mogelijk profileren, op podia staan, ervoor zorgen dat mensen je plaat horen… puur Darwinisme. Het gevolg is dat jongeren die twintig jaar geleden hun kans waagden in de muziekwereld, nu veel sneller voor een vaste, zekere job zullen kiezen. Dat is aan mij niet langer besteed op mijn 43. Ik zal me eens gaan aanbieden op de arbeidsmarkt… Ik aanvaard het speelveld zoals het er vandaag bij ligt. Dat blijft trouwens spannend, want groot succes loert altijd om de hoek.”

Samen op avontuur met zielsverwant Barman. Het lijkt wel pure chemie…
CJ: “De voorbije dertien jaar zaten we zowat elf jaar samen in de studio. We vormen een enorm complementair duo en proberen elkaar steeds te overtreffen. Constant botsende ego’s zonder dat ze al teveel schade aanrichten. Voordien kende ik dEUS amper, uitgezonderd enkele radionummers Wanneer Tom me aansprak om hem in te wijden in de ‘apparatuurwereld’ ging er ook voor mij een totaal nieuwe wereld open. Magnus opende voor mij de deuren van de song. Bovendien was ik het ook beu nog langer alleen te werken.”

Een constructieve stap, die reeds twee aanstekelijke albums opleverde. Vergelijk ze eens met elkaar.
CJ: “De tweede is zonder meer donkerder dan de eerste. Terwijl The Body Gave You Everything een plaat is die je draait op weg naar een feestje, klinkt Where Neon Goes To Die meer als een soundtrack voor een trip huiswaarts. Bovendien verwerkte ik een hoop andere muzikale invloeden in het tweede album. Zo luisterde ik de voorbije tien jaar veel naar hiphop. Dat deed ik vroeger nooit, maar de huidige hiphop typeert zich door zijn waanzinnige producties, waarvan ik erg veel opsteek. Hiphop is ongetwijfeld muzikaal het meest interessante genre van het moment, ook al ben ik geen fan van rap.”

Een derde Magnus-album kan er snel aankomen, vertelde je. Terug meer licht of nog donkerder?
CJ: “Ik hoop vooral dat het live-aspect nog meer op de voorgrond treedt. Dat de diverse bandleden geïntegreerd worden in het schrijfproces en hun externe invloeden bij andere bands mee naar de studio brengen. Voor mij mogen een aantal nummers zelfs al jammend ontstaan, zoals dat bij dEUS constant gebeurt. Persoonlijk blijf ik constant graven en zoeken naar de meest bizarre invalshoeken.”

LIVEDATA 14/05 Dauwpop, Hellendoorn 22/05 Gladiolen, Olen 26/06 Rock Werchter, werchter 27/06 Grensrock, Menen 28/06 Genk on Stage, Genk 01/08 Suikerrock, Tienen

Album Reviews: Lower Dens en Turbowolf

Lower Dens - Escape from EvilLower Dens – Escape from Evil (Ribbon Music/V2)
Als je Jana Hunter van Lower Dens hoort zingen, denk je al snel aan een andere zangeres: Victoria Legrand van Beach House. En laat de leadsingle van Escape from Evil (To Die in L.A.) nou ook net een luchtig, ietwat dromerig popliedje zijn. Je zou Lower Dens echter behoorlijk te kort doen door ze een Beach House-achtig bandje te noemen, want het viertal uit Baltimore heeft genoeg eigen smoelwerk. Eén van de verschillen: waar de muziek van Beach House haast wegzweeft, wordt de muziek van Lower Dens aan de grond gehouden door de ritmesectie van de band. Bovendien is Escape from Evil, je merkt het al aan de titel, helemaal niet zo luchtig. Jana Hunters persoonlijke beslommeringen staan centraal, en de toon wordt zo nu en dan behoorlijk donker.
Genoeg over Beach House dus. Lower Dens begon ooit als begeleidingsband om de experimentele folkmuziek van Jana Hunter kracht bij te zetten. Dat beviel zo goed dat ze ondertussen alweer toe zijn aan hun derde album. Het folkgeluid is verdwenen en heeft plaats gemaakt voor sfeervolle indie pop. Elk nummer is op een sterk fundament van bas en drums gebouwd, waarover keyboard en gitaar subtiel maar effectief de sfeer zetten, en Jana Hunter naar hartelust kan mijmeren over de dingen die haar dwars zitten. Relationele problemen, maar ook de maatschappij zelf. Haar teksten blijven wel aan de vage kant; ze zijn nogal schetsmatig en lijken soms haast losse flarden. Hierdoor blijft het soms gissen, maar het past gevoelsmatig bij de muziek.
De muziek heeft namelijk ook wat luisterbeurten nodig, en geeft je geen catchy refreintjes als handvatten. Integendeel, vaak zingt Hunter juist heel trage, meeslepende melodieën. Het steekt mooi af tegen de veelal wat vlottere begeleiding. Heeft de muziek je echter te pakken, dan heb je een heel constante plaat met tien intrigerende liedjes, waar genoeg in te ontdekken valt. Eerder gaf ik al aan dat de single To Die in L.A. juist nogal lichtvoetig klinkt, maar de band is op z’n best als er een donkere sfeer wordt neergezet. Zo is het hoogtepunt het traag voortbewegende I Am the Earth, dat zeer onheilspellend klinkt. Ook de opener en Company, weliswaar minder traag, vallen op door een wat donkere toon, terwijl de tweede single Ondine juist een perfect dreampopliedje is.
Geef Escape from Evil dus wat de tijd, en je hebt tien liedjes die niet meteen opvallen maar zich uiteindelijk ontpoppen tot meeslepende sfeerstukjes. Arnout de Vries

Turbo Wolf - Two HandsTurbowolf – Two Hands (Spinefarm Records/ Caroline Music)
Turbowolf nam enkele jaren geleden de tijd voor het debuut. De groep werd opgericht in 2008 en presenteerde pas in 2011 Turbowolf. De muziek van het viertal uit Bristol werd omschreven als een combi van rock, metal en elektronica. Invloeden waren zo divers dat de pers moeite had om de juiste etiketten op de groep te plakken.
Voor Two Hands kunnen dezelfde etiketten worden gebruikt, maar daarmee zou de groep opnieuw te kort worden gedaan. De groep tapt muzikaal nog steeds uit dezelfde vaatjes en zoekt opnieuw de kartelranden, de grenzen van de muziek anno 2015 op. Het experiment wordt geen moment geschuwd. Toy Memaha is een goed voorbeeld. Turbowolf experimenteert in dit nummer 42 seconden met kinderspeelgoed-instrumentjes en dendert daarna door in Nine Lives.
Two Hands opent met Invisible Hand. Lome akkoorden op een gitaar en pas na een minuut is er de versnelling. Elke zaal met fans zal na dat intro ontploffen in een energieke nietsontziende dans. Rabbits Foot was eind 2014 een singel en blijft een track met een heerlijk pompende riff. In Engeland was de singel een groot succes en blijkt nu de perfecte aanloop te zijn geweest voor Two Hands. Deze tweede release van Turbowolf laat de groei van de groep horen. Er is weer ruim drie jaar de tijd genomen om goede nummers te schrijven en op de juiste manier de groeven in te spelen. Het is een plaat die energiek en agressief klinkt, maar nergens de luisteraar buiten sluit. Two Hands is de ideale release voor de stap naar een groot publiek. Turbowolf gaat op tournee met Death From Above 1979. Wat een prachtige affiche! Jaks Schuit

North Sea Jazz presenteert programma 2015

Nadat eerder de komst van onder meer D’Angelo, Mary J. Blige, Tony Bennett  & Lady Gaga,  John Legend, Chick Corea & Herbie Hancock, Jamie Cullum, Melody Gardot, Paulo Nutini, Lionel Richie, Emeli Sandé, Gary Clark Jr. en Alabama Shakes werd aangekondigd, maakt de organisatie van het Port of Rotterdam North Sea Jazz Festival vandaag het complete programma van de komende editie bekend. In totaal zullen er in het weekend van 10, 11 en 12 juli verdeeld over 13 podia zo’n 150 optredens plaatsvinden. Het volledige blokkenschema is nu op de website te raadplegen.

Op het programma staat een groot aantal speciale projecten waaronder de Europese première van “Joni’s Jazz” van Brian Blade, een eerbetoon aan zangeres Joni Mitchell met gastartiesten Oleta Adams, Lizz Wright, Michael Kiwanuka en Terence Blanchard.  Om een beeld te geven van veertig jaar North Sea Jazz geschiedenis presenteert het festival dit jaar enkele iconische musici uit elk decennium vanaf 1976, zoals Stanley Clarke, Roy Hargrove, Bill Frisell, bassist Avishai Cohen en José James. Ook is er speciale aandacht voor vijf muzikanten die ook op het eerste festival aanwezig waren, “Founding Fathers of ’76”.

Artist in Residence
Dit jaar is Nederlands meest avontuurlijke drummer Han Bennink Artist In Residence. Op vrijdag speelt Bennink met het trio Oscar Jan, Peter en Han (met pianist Oscar Jan Hoogland en trompettist Peter Evans). Zaterdag treedt hij op met zijn eigen Han Bennink Trio, met daarin klarinettist Joachim Badenhorst en pianist Simon Toldam. Op zondag geeft Han een concert met het legendarische ICP Orchestra, met speciale gasten. Han Bennink is ook beeldend kunstenaar, zijn werk is op het festival te zien in de kunsttentoonstelling “Let Freedom Ring”.

Compositieopdracht
Het festival verstrekt jaarlijks een vrije compositieopdracht aan een veelbelovende Nederlandse jazzcomponist. Deze keer valt de eer te beurt aan Reinier Baas.  “Reinier Baas maakt heldere muzikale keuzes en is in staat om continu de aandacht vast te houden. Hij verrast vernuftig met kleine gebaren die bij de luisteraar de wens oproepen elk van zijn stukken nogmaals te horen”, aldus de motivatie van de jury. De première van Reinier Baas’ compositie is op zondag 12 juli.

PORT OF ROTTERDAM NORTH SEA JAZZ FESTIVAL 2015
Vrijdag 10, zaterdag 11 en zondag 12 juli 2015
Ahoy Rotterdam
Dagkaarten: € 85,- (excl. servicekosten), met CJP korting: € 75,- (excl. servicekosten)
Driedagenkaart: € 200,- (excl. servicekosten)
Group ticket (tot 10 personen): € 650 (excl. servicekosten)
Junior ticket (t/m 15 jr): € 20  (incl. servicekosten)

Kaartverkoop via www.northseajazz.com, www.ticketmaster.nl en 0900 – 300 1250 (60 cpm). All-in kaarten € 269,- (excl. servicekosten) en plusconcertkaarten  € 20  (incl. servicekosten) zijn te koop vanaf zaterdag 25 april om 10.00 uur.

Pink Martini op 27 oktober in TivoliVredenburg

Na een uitverkochte show in de Melkweg Amsterdam in 2014, is op dinsdag 27 oktober het eclectische Pink Martini opnieuw in Nederland te bewonderen. Pink Martini is een orkest op zichzelf dat op geheel soepele wijze elementen van klassiek, jazz, tijdloze pop en wereldmuziek combineert tot een groovy en laid-back muzikale avond. Het concert in de Grote Zaal is in het kader van hun laatste album Dream A Little Dream. Tickets voor dit muzikale avontuur zijn vanaf woensdag 22 april om 10.00 uur verkrijgbaar via de website van TivoliVredenburg en Ticketmaster Nederland.

Pink Martini bestaat momenteel uit 13 muzikanten die de meest uiteenlopende talen en muziekstijlen beheersen. Dit vertaalt zich overduidelijk in het oeuvre van de groep. Dankzij hun tournees doorheen Europa, Turkije, Taiwan, Japan, Libanon en Amerika absorbeerden ze nog meer muzikale invloeden. Tijdens een concert van hen waant de toeschouwer zich achtereenvolgens in een samba parade in Rio, een Cubaans café, een Frans theater uit de jaren dertig, een Italiaans herenhuis of in Japan. Er wordt gezongen in maar liefst vijftien talen, met een doorleefde muzikale begeleiding die schippert tussen klassiek, jazz en pop.

De band heeft samengewerkt met nog tal van artiesten en talloze symfonische orkesten Zelfs de originele cast van Sesamstraat is aan de beurt geweest. Hun nummers werden opgepikt in diverse films, series (o.a. The Sopranos) en reclamecampagnes. Elk optreden is telkens weer een belevenis op zich. Eentje die je één keer gezien moet hebben en dan voor goed naar meer smaakt.

LIVEDATUM 27/11 TivoliVredenburg, Utrecht

Win één van de 5 limited EP’s Agape van Bear’s Den

Agape_150Het folktrio uit Londen is ondertussen een hele grote band geworden. Bear’s Den heeft ondertussen hits als Sahara Pt. II, Elysium en het geweldige debuutalbum Islands uit.

Nu verschijnt binnenkort de gelimiteerde EP Agape van Bear’s Den. Winnen? Laat ons even weten wat Agape nu eigenlijk betekent en dan heb jij zo’n uniek exemplaar op je deurmat liggen.

Mail je naam met je adresgegevens naar prijsvraag@pinguinguinradio.com.

LIVEDATA 22/08 Pukkelpop, Hasselt 23/08 Lowlands, Biddinghuizen

Counting Crows in juni naar de Oosterpoort Groningen en Philharmonie Haarlem

De Amerikaanse rockband Counting Crows komt in juni met de Somewhere Under Wonderland Tour naar Nederland. Op 16 juni zijn zij te zien in de Oosterpoort in Groningen, en een dag later in de Philharmonie in Haarlem. De support act voor deze shows is de New Yorkse band The Last Internationale. Kaartverkoop is reeds gestart via Ticketmaster.

Vanaf hun allereerste verschijning zorgden de Counting Crows voor meerdere ontploffingen in de muziekwereld. De donkere debuutplaat uit 1993 August and Everything After leverde meteen een van hun grootste hits op: Mr. Jones. Ruim tien jaar later brak de band ook bij het grote publiek door met Accidentally in Love en Holiday in Spain. Los van het feit dat de band al meer dan 20 miljoen albums heeft verkocht, is de formatie vooral geliefd om hun dynamische liveshows. Naast de reeds bekende optredens op Pinkpop en Concert At Sea geeft de band twee headline shows in Groningen en Haarlem ter ere van hun nieuwe album Somewhere Under Wonderland.

De support wordt beide avonden gedaan door de New Yorkse rockband The Last Internationale. De band werd in 2013 opgericht door gitarist Edgey Pires en vocalist Delila Paz. Later sloot drummer Brad Wilk zich bij de band, en werd het debuutalbum We Will Reign uitgebracht. Na een verpletterend optreden in de Melkweg vorig jaar keren zij voor de support van Counting Crows terug naar Nederland.

Counting Crows: Somewhere Under Wonderland Tour
+ support: The Last Internationale
16 juni 2015, Oosterpoort, Groningen
17 juni 2015, Philharmonie, Haarlem
Entree: vanaf €48 (excl. servicekosten)

Meer info over dit concert vind je op: www.mojo.nl. Kaartverkoop is reeds gestart via: www.ticketmaster.nl en 0900 – 300 1250 (60 cpm).

Simply Red komt met nieuw studioalbum

Op 29 mei verschijnt het achtste studioalbum van Simply Red getiteld Big Love. De eerste single Shine On is reeds verschenen.

Toen de band afgelopen najaar de wereldtournee aankondigde om hun dertigste verjaardag te vieren, begon frontman Mick Hucknall na te denken over nieuwe songs: “Once I began wondering how Simply Red were going to sound, I started writing songs,” zegt Mick. “And once I started, I couldn’t stop. Big Love is the first Simply Red album to feature only original compositions since 1995’s Life.” Big Love bevat twaalf tracks en is geproduceerd door Mick Hucknall en Andy Wright. Simply Red’s handelsmerk de blue-eyed soul sound is goed terug te horen in de eerste single Shine On.

LIVEDATA 20/11 & 21/11 Ziggo Dome, Amsterdam