Knettergekke metal in een theatraal jasje: het is een prima omschrijving voor het Zweedse Avatar, maar dekt de lading nét niet helemaal. Een band die een complete plaat maakt over een fictief land en de eigen gitarist tot koning hiervan kroont, valt nu eenmaal moeilijk te duiden. LiveGuide riep daarvoor de hulp in van frontman Johannes Eckerström, maar kwam bedrogen uit. De zanger blijkt namelijk nog vreemder dan zijn podium-looks doen vermoeden.
Tekst LiveGuide | Elysa van der Ven
Jullie nieuwe album draait volledig om ‘the King’. Ik had verwacht dat jij als frontman wel de troon zou bestijgen, maar gitarist Jonas bleek degene met blauw bloed. Vanwaar deze keuze?
“Het was geen kwestie van kiezen. De Koning is de Koning en ik ben slechts een nederige onderdaan. Onze heer is geboren met zijn titel; dat is zijn lot.”
En dat zullen we weten ook: in iedere songtitel komt het woord ‘King’ terug. Was dat bewust of ging het automatisch zo?
“Het was een absolute must. We moeten tenslotte de identiteit van de Koning onthullen. Hij is trouwens de grootste inspiratiebron die je ooit zou kunnen bedenken, dus het ging erg makkelijk.”
Een voorbeeld van zo’n songtitel is A Statue of the King. Stel je voor: je mag van wie dan ook ter wereld een beeldje op je nachtkastje. Wie is de lucky one?
“De Koning natuurlijk. En ík zou daarmee zelf de lucky one zijn.”
Is er een historische gebeurtenis of mythe die het koningthema inspireerde?
“Een heleboel momenten uit de geschiedenis – naast de koning zelf natuurlijk. Neem de zogenaamde geboorte van Jezus Christus en alle heisa daaromheen: die gebeurtenissen zijn ongetwijfeld gestolen uit ons nummer King After King.”
Een mooi moment om het even niet meer over de Koning te hebben. Wie zou een geweldige Koningin zijn?
“Die keuze is aan de Koning. Ik bevind me niet in de positie om de private affairs van His Royal Majesty te onthullen. Glorie aan de Koning!”
Oké, hier volgt een nieuwe poging: Avatar Country is de titel van de nieuwe plaat. Wat maakt dit beloofde land zo bijzonder?
“Het is het land van je wildste dromen en al je heavymetalfantasieën. Dit alles bevindt zich in een soort twilight tussen verheerlijking en verval. Het ruikt er naar overwinning en de burgers verkeren in een eeuwige staat van verrukking. Ze stralen in het felle licht dat de Koning op hen werpt. Ook jij kunt trouwens inwoner worden van Avatar Country…”
Klinkt, uh… aanlokkelijk. Voor de gewone burgers onder ons: hoe verkrijg je eigenlijk toegang tot dit mystieke land?
“Als je erin gelooft, zal je metalhart je de weg wijzen.”
Okee… Wil je verder nog iets kwijt?
“Ja.”
LIVEDATA 13/03 TivoliVredenburg, Utrecht 31/03 Paaspop, Schijndel 02/06 Fortarock, Nijmegen
Klinkt als: je vrolijke neefje dat stipt middernacht verandert in een vleesetende brulclown met een talent voor gitaarspel en blikken gooien
—
Het kan verkeren bij concert- en festivalkrant LiveGuide. Hebben ze eerst Kendrick Lamar op de cover staan, prijkt een maand later doodleuk de kop van Tom Smith op het voorblad. Maar deze overgang mag dan als water en vuur zijn: ook Editors levert weer een pomper van een coverstory op.
De nieuwe LiveGuide, het krantje waarvan de 39e editie vanaf vandaag gratis te verkrijgen is op ruim 500 locaties in Nederland. Onder meer bij popzalen als TivoliVredenburg, Melkweg, 013, De Oosterpoort en Muziekgieterij.
Dronken Alex Kapranos
Waar met Tom Smith en gitarist Justin Lockey uitgebreid wordt gesproken over hoe verdomde gewelddadig de mannen van Editors zelf wel niet zijn, heeft ook het interview met Franz Ferdinand een agressief tintje. Alex Kapranos biecht namelijk op hoe hij een keer in een dronken bui iemand het gevecht gaf waar hij om vroeg. “Ze willen met een artiest vechten, zodat ze tegen hun maten kunnen zeggen dat ze een bekende zanger hebben geslagen.”
Zwarte Cross, Camp Moonrise en Nana Adjoa
Stukken vriendelijker gaat het eraan toe in gesprek met Pieter Holkenborg van de Zwarte Cross, die uitlegt waarom het festival toch in vredesnaam begint met een hiphopweide… Ook leuk: LiveGuide laat de directeur van het nieuwe festival Camp Moonrise drie fijne albums tippen en spreekt Nana Adjoa (A Polaroid View, Sue the Night, Janne Schra) over haar besluit om haar eigen hoofd op het hakblok te leggen door het solopad te kiezen.
Tusky, Khalid, Dream Wife, Rosemary & Garlic, The Game en Avatar
Verder nog: de rider van de kersverse punkrockhype Tusky, de zwembadavonturen van riot grrrl-dames Dream Wife, een ode aan Khalid door zijn grootste fan Aïcha, een quiz waarin wordt getest wat Rosemary & Garlic weet van hiphopsuperster The Game en bizar geouwehoer van de Zweedse metalhead Johannes Eckerström, die met zijn band Avatar in het koninkrijk van hun almachtige gitarist leeft. “Het is het land van je wildste dromen en al je heavymetalfantasieën.”
Droevig nieuws: in de 38e uitgave van de gratis concert- en festivalkrant

Het extra dikke winternummer van
“Er is al veel met de jongens gespeeld en dat is waarom ik dit allemaal zo graag doe. Vanaf het begin met MoonKings heeft de ontvangst mij verrast. De mensen zijn mij blijkbaar niet vergeten.” Hij heeft er absoluut geen moeite mee om over het verleden te praten. “Ik ben er trots op. Nog steeds is die waardering enorm. Toen we in Japan aankwamen werd ik opgewacht door mensen met tranen in hun ogen. Het was daar een van de eerste festivals waar we speelden en daar stonden we meteen oog in oog met 60.000 rockliefhebbers. Samen spelen en opnemen is ook geweldig hoor, het is iets ambachtelijks maar er gaat niets boven de dynamiek van een liveshow. Ik kan niet wachten om weer de bühne te beklimmen. De albumreleaseshow in Enschede is stijf uitverkocht en de touragenda wordt wekelijks aangevuld met optredens.”
Wanneer er geen optredens zijn wordt er regelmatig samen iets gedronken. Uiteraard worden terloops wel even de plannen met betrekking tot MoonKings doorgenomen. De boerderij heeft zanger Jan Hoving nog niet verkocht. Hij bezit vele hectaren in de polder en het seizoen is nog maar pas afgelopen. “Nee daar is zeker geen sprake van”, lacht Vandenberg. “De muziek is de laatste tijd natuurlijk ook een beetje een rare business geworden en niet meer te vergelijken met toen. Je moet daar tegenwoordig ook creatief mee kunnen omgaan. We proberen zo veel mogelijk om alle thuiswerkzaamheden heen te plannen. In Nederland is het allemaal prima te doen maar als het over de grens binnen de zes uur kan, rijden we meteen weer terug. Soms, zoals met optredens in Scandinavië of Spanje, worden we ingevlogen en vliegen we de volgende ochtend weer terug. Je loopt wel eens tegen aparte praktische zaken aan zoals in het festivalseizoen. Anderhalf uur na het optreden op Fortarock, ons eerste grote festivaloptreden met de band en zeker ook voor de jongens een bijzonder leuke ervaring, werd ik door Jan gebeld terwijl ik met die jongens van Alter Bridge rondhing. Hij wilde nog even kwijt hoeveel hij van het optreden had genoten. Toen ik hem vroeg of hij ook bij ons kwam zitten bleek dat hij alweer in zijn overall op de tractor zat want er moest geoogst worden. Bij ons gaat het net even anders dan bij andere bands. Kijk, we weten dondersgoed dat wanneer we deze band in de jaren tachtig en negentig waren begonnen, we in de grotere zalen en stadions hadden gespeeld.”
