Live Foto Review: Bospop 2016 @ Weert

Live Foto Review: Bospop 2016 @ Weert
09+10 juli 2016
Foto’s: Hub Dautzenberg

Bospop is een ouderwets gezellig pop-rockfestival dat dit jaar voor de 36ste keer zal plaatsvinden op 9 en 10 juli. Wat in 1980 begon als een kleinschalig festival voor met name regionale amateurbands op een doe het zelf podium is inmiddels uitgegroeid tot een muziekspektakel met bands van internationale allure dat een vaste plaats op de festivalkalender heeft verworven.

Grote namen die reeds op Bospop gespeeld hebben zijn Sting, Santana, Deep Purple, Neil Young, Simple Minds, ZZ-TOP, INXS, Toto, UB40, Alice Cooper, Steve Lukather, Status Quo, Bryan Adams, Golden Earring, Iron Maiden, Motorhead, Joe Cocker, Lenny Kravitz, John Fogerty, Alanis Morrissette, Gavin DeGraw, Dreamtheater en nog vele anderen.

Op deze editie – Bospop 2016 – op het programma: The Waterboys, Maria Mena, The Waterboys, Midas, Vido & St. Antonius Eisbrecher, DeWolff, The Waterboys, Maria Mena, The Cranberries, Kovacs, Seal, Selah Sue, Nena, Trixie Whitley, The Howlin’, CC Smuggles, Def Americans, Elvis Costello, The Bosshoss, Counting Crows, Simo, The Mavericks, Steve Vai, Santana, K’s Choice en Kensington.

Zaterdag 9 juli

The Cranberries 1 The Cranberries

The Cranberries 2 The Cranberries

DeWolff 1 DeWolff

DeWolff 2 DeWolff

Eisbrecher 1 Eisbrecher

Eisbrecher 2 Eisbrecher

Flogging Molly 1 Flogging Molly

Flogging Molly 2 Flogging Molly

Flogging Molly Flogging Molly

Kovacs 1 Kovacs

Kovacs 2 Kovacs

Maria Mena 2 Maria Mena

Maria Mena Maria Mena

Seal 1 Seal

Seal 2 Seal

Selah Sue 1 Selah Sue

Selah Sue 2 Selah Sue

Selah Sue 3 Selah Sue

Selah Sue 4 Selah Sue

Selah Sue 11 Selah Sue

Walter Trout 2 Walter Trout

Walter Trout 3 Walter Trout

Walter Trout 4 Walter Trout

walter bassist

Walter Trout Walter Trout

The Waterboys 2 The Waterboys

The Waterboys 3 The Waterboys

The Waterboys 4 The Waterboys

Zondag 10 juli

Steve Vai Steve Vai

Simo Simo

K's Choice K’s Choice

K's Choice K’s Choice

The Howlin’ The Howlin’

Elvis Costello Elvis Costello

Elvis Costello Elvis Costello

Elvis Costello Elvis Costello

Counting Crows Counting Crows

The Bosshoss The Bosshoss

The Bosshoss The Bosshoss

The Bosshoss The Bosshoss

The Bosshoss The Bosshoss

Album Reviews: Car Seat Headrest en Peter Bjorn and John

Car Seat HeadrestCar Seat Headrest – Teens of Denial (Rise / Matador)
Eigenzinnig, bevlogen, overtuigend, energiek, creatief, integer, bezeten. Dat zijn een paar van de begrippen die je te binnen schieten als je naar Teens Of Denial, de eerste volwaardige cd van Car Seat Headrest luistert. Spil van de band is ene Wil Toledo, die besloten heeft met deze cd uit zijn muzikale schulp te kruipen. Geen gefreak meer op z’n slaapkamer, maar een volwaardige productie.

Toledo is een man met een boodschap, a man on a mission. Hij doet dat compromisloos en veelzijdig, zowel muzikaal als tekstueel. Neem nou de Ballad of the Costa Concordia. Een muziekstuk van ruim 11 minuten, dat sommigen misschien een ‘suite’ zouden noemen. Hij propt het stuk vol met muzikale ideeën (van garage tot elegante koortjes) en instrumenten (blazers, toetsen, stemmen) en veel, heel veel tekst. Het kapseizen van het Italiaanse cruiseschip gebruikt hij als metafoor voor de strijd van een jonge man oom zijn idealen overeind te houden. De muziek vliegt alle kanten op en is daardoor interessant.

Dat geldt ook voor de rest van de cd. Rammende gitaren (geen metal, geen hardrock) worden ijskoud afgewisseld met bijna minimalistische stukjes die in de verte aan Cluster en Eno doen denken. Teens Of Denial is een album voor mensen die durven te luisteren naar muziek die ze (nog) niet kennen. Muzikale refrenties: Clem Snide / Eef Barzelay en Centro-matic, maar dan met meer en forser gitaarwerk. Carseat Headrest maakt Intrigerende muziek. Voorwaarde is dat je je er voor openstelt. Eerst helemaal beluisteren en dan pas oordelen!  Tekst mania | Fons DelemarrePeter Bjorn and JohnPeter Bjorn and John – Breakin’ Point (Kobalt / V2 Benelux)
Herinner je nog die onweerstaanbare oorwurm uit de zomer van 2006? Je weet het vast nog wel; Young Folks met dat fluitje, die trommeltjes, dat animatieclipje en die heerlijke feelgood-vibe. En ja, dat is alweer tien jaar geleden! Nadien hebben we niet veel meer gehoord van de drie Zweden, maar dat is niet gek. Eigenlijk richtten ze namelijk helemaal niet op catchy hitjes. Het bijbehorende album stond verder vol met alternatievere popmuziek met 80s-invloeden. Ook op het verdere werk deden ze geen poging om het hitsucces op te volgen; de twee albums erna waren respectievelijk instrumentaal (!) en een wat experimentelere versie van hun doorbraakalbum. Vanaf hun vorige album leken ze echter voorzichtig wat meer met popmuziek te flirten, en op dit nieuwe album doen ze dat zelfs onbeschaamd. Breakin’ Point staat vol met catchy popliedjes, toegankelijker dan ze ooit gemaakt hebben.

Sterker nog, als je de nieuwe plaat hoort, ben je bijna geneigd om ze sell-outs te noemen. Maken die inventieve Zweden nou gewoon platte popmuziek? Met popmuziek is echter niet per se iets mis, zolang het goed wordt uitgevoerd. En bij nadere beluistering blijkt wel dat Peter Bjorn and John hun vak verstaan. Met de opener Dominos kom je al meteen terecht in een krachtig, opzwepend nummer met een refrein dat niet meer uit je hoofd te branden is. En wat blijkt? Dat geldt voor de overige elf nummers ook. Het tempo wordt lekker hoog gehouden, elk nummer blijft hangen, en de teneur is prettig positief en dansbaar.

Tekstueel gezien komen de heren zo nu en dan ook gevat uit de hoek. Dat mag ook wel, want thematisch gezien is het vrij uitgekauwd: de welbekende relatieproblemen worden besproken. Gekukkig geven Peter Bjorn & John er een leuke draai aan, met vermakelijke zinnen als: ‘and that look on your face made me feel like a crook from an Albert Camus book’. En ondanks de hitgevoelige richting die ze zijn ingeslagen, zijn ze zeker niet op zoek naar beroemdheid, want op Pretty Dumb, Pretty Lame halen ze op slinkse wijze uit naar de commercialiteit en de megasterren van nu.

Toch schuurt er wat. De mannen zijn weliswaar niet uit op het grote geld, maar toch voelt de muziek bij vlagen wel erg hap-slik-weg aan. Als je het losziet van hun oudere werk, is het gewoon een prima album dat lekker wegluistert, vol met potentiele radiohits. Er bekruipt echter toch het gevoel dat Peter Bjorn and John wel een interessanter album neer hadden kunnen zetten. Arnout de Vries

Live Foto Review: Courtney Barnett @ Paradiso

Live Foto Review:Courtney Barnett @ Paradiso, Amsterdam
05 juli 2016
Foto’s: 
Willem Schalekamp

De Australische Courtney Barnett maakt slackerrock van de bovenste plank. Ze maakt in haar nummers grappige observaties van alledaagse observaties en knalt er vervolgens weer in met verwoestende zelfreflectie. De muziek sluit hier naadloos op aan. Met Depreston en haar single Three Packs A Day is ze zacht en lief, maar met Pedestrian At Best en History Eraser vliegen de met de vinger geplukte gitaarsalvo’s je om de oren. Haar optreden in Paradiso is haar eerste optreden in een zaal na het uitbrengen van haar wereldwijd lovend ontvangen debuutalbum Sometimes I Sit And Think And Sometimes I Just Sit.

Courtney Barnett Courtney Barnett @ Paradiso

Courtney Barnett Courtney Barnett @ Paradiso

Courtney Barnett Courtney Barnett @ Paradiso

Courtney Barnett Courtney Barnett @ Paradiso

Courtney Barnett Courtney Barnett @ Paradiso

Courtney Barnett Courtney Barnett @ Paradiso

Courtney Barnett Courtney Barnett @ Paradiso

Courtney Barnett Courtney Barnett @ Paradiso

Courtney Barnett Courtney Barnett @ Paradiso

Courtney Barnett Courtney Barnett @ Paradiso

Album Reviews: Bat For Lashes en The Jelly Jam

Bat for LashesBat For Lashes – The Bride (Parlophone)
Het is bijna vier jaar stil geweest rond Bat For Lashes. De band rond zangeres Natasha Khan maakte tussen 2006 en 2012 drie uitstekende platen, die nu eindelijk een vervolg krijgen. The Bride is een concept plaat en vertelt het verhaal van een vrouw wiens aanstaande echtgenoot is omgekomen terwijl hij op weg was naar het huwelijk. De vrouw gaat vervolgens alleen op de geplande huwelijksreis en komt terecht in een roller coaster van emoties. Het is een mooi verhaal, maar de muziek op de plaat is nog veel mooier.

Alles draait om de stem van Natasha Khan die schittert in ingetogen ballads, maar ook uitstekend uit de voeten kan in wat zwaarder aangezette elektronische tracks. The Bride laat een zeer veelzijdige instrumentatie horen waarin de weemoed domineert. In het donkere muzikale landschap en de veelal ingetogen tracks gedijen de prachtige vocalen van Natasha Khan beter dan ooit, waardoor je genadeloos in het trieste maar ook mooie verhaal van de plaat wordt getrokken. Bat For Lashes is terug. En hoe. Tekst Mania | Erwin ZijlemanThe Jelly JamThe Jelly Jam – Profit (Music Theories Recordings / Mascott Label Group)
Leden van Dream Theater, Winger en King’s X brachten in 2000 het gelijknamige debuutalbum van The Jelly Jam uit. In veel recensies kreeg de progrock het etiket vernieuwend. Het was alsof de muzikanten onderbelichte delen van de muziek van genoemde groepen dichter voor het voetlicht haalden. De combinatie van die delen en het gegeven dat er voor de release geen enkele druk was, leverde frisse, af en toe herkenbare en vooral intense progrock op. Het was alsof The Jelly Jam in de studio sporen ongebruikt durfde te laten en daarmee toch tot een voller en speelser geluid kwam. Twee jaren later verscheen The Jelly Jam 2 waarna de groep een lange pauze nam. Pas in 2011 verscheen Shall We Descend. Opnieuw spatte het plezier uit de speakers en stonden de fans in lange rijen bij de kassa’s van de concertzalen.

In 2016 verschijnt Profit, een release die eerder de studiotitel Prophet droeg. Echter geen beladen of zware boodschappen bij deze release. Twaalf nummers op Profit en wat opnieuw opvalt is de lichtvoetigheid van de muziek. De teksten van Ty Tabor (King’s X) zijn in alle gevallen goed te volgen en liggen prettig in het gehoor. Opener Care is zo’n nummer waar het hoofd fijn op meedeint en de tekst na tweemaal draaien in het hoofd gebeiteld zit. Stain On The Sun heeft een speels, gemakkelijk klinkend intro. In Stop roffelt Rod Morgenstein (Winger) ogenschijnlijk zo simpel en verleidelijk, dat elke luisteraar mee gaat tikken op een tafel of een stoel en in Memphis zet bassist John Myung (Dream Theater) de vloer van de concertzaal in lichterlaaie met een spetterend intro.

Zo heeft elk van de twaalf nummers een eigen tint, een welriekende geur en een uniek stempel. Profit heeft nergens de langdradigheid die soms aan progrockprojecten kleeft. Profit laat plezier en kwaliteit horen. Jaks Schuit

Pinguin Radio presenteert podcast Volkskrant Radio #10

Pinguin Radio en de Volkskrant slaan de handen ineen voor een maandelijkse radio-uitzending waarin we u bij de hand nemen langs de beste albums van de maand.

Iedere eerste maandag van de maand tussen 20:00 en 22:00 uur live te beluisteren bij Pinguin Radio en een dag later terug te vinden op Volkskrant.nl als podcast en uiteraard ook bij ons op de site!JTNDaWZyYW1lJTIwd2lkdGglM0QlMjIxMDAlMjUlMjIlMjBoZWlnaHQlM0QlMjIxMjAlMjIlMjBzcmMlM0QlMjJodHRwcyUzQSUyRiUyRnd3dy5taXhjbG91ZC5jb20lMkZ3aWRnZXQlMkZpZnJhbWUlMkYlM0ZmZWVkJTNEaHR0cHMlMjUzQSUyNTJGJTI1MkZ3d3cubWl4Y2xvdWQuY29tJTI1MkZwaW5ndWlucmFkaW8lMjUyRnBpbmd1aW4tcmFkaW8tcHJlc2VudHMtdm9sa3NrcmFudC1yYWRpby0xMC00LTctMjAxNiUyNTJGJTI2aGlkZV9jb3ZlciUzRDElMjZsaWdodCUzRDElMjIlMjBmcmFtZWJvcmRlciUzRCUyMjAlMjIlM0UlM0MlMkZpZnJhbWUlM0U=

Live Foto Review: Metropolis 2016 @ Rotterdam

Live Foto Review: Metropolis 2016 @ Zuiderpark, Rotterdam
03 juli 2016
Foto’s: 
Willem Schalekamp

Het Metropolis Festival is een uniek evenement. Geen enkel gratis festival manifesteert zich zo specifiek met onbekend, maar altijd veelbelovend talent. Metropolis laat een groot publiek kennismaken met nieuwe popmuziek. Het eendaagse festival biedt een podium aan talentvolle bands en acts, die op het punt van doorbreken staan. Het biedt een zoektocht door de spannende line-up van artiesten met een live reputatie. Naar goede muziek moet je niet alleen luisteren, goede muziek moet je live ervaren.

Alex Vargas Alex Vargas @ Metropolis

Death Alley Death Alley @ Metropolis

DOOXS DOOXS @ Metropolis

HAELOS HAELOS @ Metropolis

Iguana Death Cult Iguana Death Cult @ Metropolis

Indian Askin Indian Askin @ Metropolis

Indian Askin Indian Askin @ Metropolis

Methyl Ethel Methyl Ethel @ Metropolis

MetropolisMetropolis

Vaudou Game Vaudou Game @ Metropolis

Vince Staples Vince Staples @ Metropolis

White White @ Metropolis

Pinguin Radio presenteert Volkskrant Radio #10

Elke eerste maandag van de maand op Pinguin Radio van 20:00 tot 22:00 uur de beste tracks van de belangrijkste 10 albums samengesteld door de muziekredactie van de Volkskrant.GojiraGojira – Magma (Roadrunner / Warner Music)
In de niet-extreme metal is de Franse band Gojira de laatste jaren de blikvanger. Gojira maakt donkere maar progressieve postrock en metal, die ook nog eens ergens over gaat. De band, afkomstig uit Bayonne (in Frans Baskenland), zingt bij voorkeur over de roofbouw die de mens pleegt op de natuur en daar bouwen de mannen geen al te vrolijke liedjes omheen.

Door: Robert van Gijssel 29 juni 2016

Magma is beheerst en somberder dan de voorgangers. Op vorige albums had Gojira soms de neiging het technisch vernuft te etaleren, maar in het plechtstatige The Shooting Star mogen de gitaren rustig riffen en is vooral de groove belangrijk: een geweldige openingstrack, met bezwerende en meerstemmige vocalen die je direct de plaat binnenslepen. Het titelnummer is ook al zo’n mooi rockende donderpreek, waarin Mario Duplantier toch stiekem laat horen welke geweldige drumbreaks hij beheerst. Uitschieter is het tweeluik Pray en Only Pain, waarin Gojira de snelheid opvoert in zware thrashmetalriffs die in Franse handen lijken op een mix van Sepultura en Tool. Een heerlijke rockplaat, ook voor niet-metalheads.

Robert EllisRobert Ellis – Robert Ellis (New West Records)
Een van de betere nieuwe singer-songwriters is de 27-jarige, uit Houston afkomstige Robert Ellis. Zijn twee jaar geleden verschenen album The Lights from the Chemical Plant werd te weinig gehoord, wat te maken zal hebben met zijn muzikale ongrijpbaarheid.

Door: Gijsbert Kamer 29 juni 2016

Hij schrijft kleine countryliedjes waarin hij ruimte laat voor melodische wendingen of jazzgitaar. Lijkt rommelig, maar het vormt een eenheid door zijn lichte, beetje nasale en melancholieke stem.
Ook zijn titelloze vierde album zit weer razendknap in elkaar. Dit keer zijn het vooral strijkers die de liedjes kleur geven. Wonderschoon zijn de met grote precisie uitgewerkte arrangementen. Prachtig klinkt bijvoorbeeld de elektrische piano op California, een van de mooiste liedjes van de plaat. Eentje waar je misschien even voor moet gaan zitten, maar dat geduld wordt uiteindelijk rijkelijk beloond.

WevalWeval – Weval (Kompakt/ N.E.W.S.)
Ook aan de meer avontuurlijke kant van het elektronische muziekspectrum begint Nederland internationaal leuk mee te doen. De Bossche producer Jameszoo tekende bij het Amerikaanse label Brainfeeder van Flying Lotus en doet daar nu heel mooie dingen. En op het Duitse dancelabel-op-stand Kompakt verschijnt het albumdebuut van het Amsterdamse duo Weval.

Door: Robert van Gijssel 22 juni 2016

Dat mag er zijn. De titelloze plaat staat ramvol knap opgebouwde en weldadige dansmuziek, die toch nergens overdreven doordacht klinkt. Het geluid is toegankelijk, organisch en warm: de synthesizers zijn menselijk en comfortabel en de zware drumbeats en bassen lijken afkomstig van de ritmesectie van een echt bandje.

Tracks als I Don’t Need It worden geduldig opgetrokken uit funky en melodieuze baslijntjes, eenvoudige maar pakkende synthesizermelodieën en steeds precies de goede vocale samples, die de tracks van catchy haakjes voorzien. Na drie keer draaien zit zo’n nummer voorgoed in je hoofd. Net als het lichtelijk nostalgische Square People, dat aanvankelijk bij weemoedige en mistige toetsen doet denken aan de droomdance van bijvoorbeeld Bibio. Tot er weer zo’n strakke en opwindende bas onder wordt gezet.

De plaat als geheel is ook al zo’n mooi bouwwerk. De spanning wordt opgevoerd richting finale: Just in Case en het in twee stukken opgeknipte You Made It, met weer van die prachtig vervormde vocalen, en in deel twee een echte dansvloerclimax met onwaarschijnlijk lekkere bassen en bliepende synthsequenties. Aan Weval gaan we dus ook live heel veel dansplezier beleven, op festivals als Pitch en Lowlands.

Eli Paperboy ReedEli Paperboy Reed – My Way Home (Yep Roc)
Een blanke jongen met een zwarte soulstem die opzwepende vintage rhythm-and-blues speelde, zo introduceerde de Amerikaanse Eli Paperboy Reed (1983) zich een jaar of tien geleden.

Door: Gijsbert Kamer 22 juni 2016

Maar spetterende shows werden gevolgd door helaas steeds minder vurige platen. Een paar jaar geleden werd tevergeefs geprobeerd om van hem een popster te maken, door hem aan de Engelse producer Mark Ronson te koppelen, waarna hij uit beeld verdween.
Nu neemt Eli Paperboy Reed wraak met een even rauw als opzwepend nieuw album. My Way Home staat vol met spijkerharde soul, elf sterke liedjes overgoten met een warme gospelsaus.
Eli Paperboy Reed schreeuwt alsof hij door de duivel bezeten is de longen uit zijn lijf. Even hysterisch klinken orgel en gitaar. De productie is zo rudimentair dat je al snel geneigd bent de plaat het etiket garagesoul te geven. Intense godvruchtige schreeuwsoul, zoals je die veel te weinig hoort.

Allen ToussaintAllen Toussaint – American Tunes (Nonesuch/Warner Music)
Voordat de legendarische zanger, producer en pianist Allen Toussaint november vorig jaar overleed, nam hij nog een prachtige plaat op. Op American Tunes speelt Toussaint de muziek waarmee hij zelf opgroeide of die anderszins belangrijk voor hem was.

Door: Gijsbert Kamer 22 juni 2016

Naast werk van zijn stadgenoot uit New Orleans en leermeester Professor Longhair, interpreteert hij achter de piano liedjes van Duke Ellington, Fats Waller en Paul Simon. Veel jazz (een hoogtepunt is Bill Evans’ Waltz for Debby), maar Toussaint maakt er met zijn sprankelende spel iets geheel eigens van. Vaak doet hij dat alleen, maar een enkele keer krijgt hij hulp van Van Dyke Parks als tweede pianist of zangeres Rhiannon Giddens.

Het mooiste bewaart Toussaint voor het laatst: een bewerking van zijn eigen Southern Nights en een breekbaar gezongen versie van Paul Simons American Tune. Een fraaie afsluiting van een buitengewoon sterk oeuvre.

ApneuApneu – This Will Never Happen To Us (Subroutine/Clear Spot)

Je moet wat als je wanhopig bent en niet zo handig met vrouwen: ‘I got a haircut at the place you recommended (…) I carved the letters of your name in my forehead just to prove I’m true.’

Door: Menno Pot 15 juni 2016

Zulke ontwapenende, komische zinnen tref je bij bosjes aan in de liedjes van Apneu, Amsterdamse gitaarband met een meisjesobsessie die heeft geleid tot de songtitels Siobhan, Caroline, Jennifer én Emily. Allemaal niks geworden, vermoedelijk.

Apneu heeft met het derde volwaardige studioalbum This Will Never Happen To Us een van de leukste Nederlandse indierockplaten van de laatste tijd gemaakt. Deze sluit losjes aan bij de Amsterdamse school van Hospital Bombers en Naive Set: ongedurig huppelende popsongs (de aanduiding ‘pop’ kun je per geval van een prefix als power- of jangle- voorzien), vaak met een gitaar die als een eigenwijs snijbrandertje de zangmelodie schaduwt.

Behoorlijk tragikomisch, melodieus en onweerstaanbaar allemaal. En o ja, de prijs voor ‘Songtitel van het Jaar’ kan alvast worden beloofd aan Homelessly Devoted To Glue, want daar gaat echt helemaal niemand meer overheen.

Giorgio MoroderGiorgio Moroder – TRON Run/r (Original Video Game Soundtrack) (Disney Interactive/Sumthing Else)
Bij de verspreiding van de goede werken van de elektronische muziek speelt het computerspel een niet te onderschatten rol. Dat was al zo in de jaren negentig. Het futuristische racespel Wipeout bijvoorbeeld had een fantastische soundtrack met de grote dance van de jaren negentig, van Orbital tot The Chemical Brothers en Leftfield. Het spel werd een culthit en werd vervolgens razend populair. Die dance ook.

Door: Robert van Gijssel 15 juni 2016

Begin dit jaar verscheen de game TRON Run/r, een afgeleide van de Hollywoodfilm TRON: Legacy uit 2010. Daarvoor maakte Daft Punk een soundtrack die al leuker was dan de film. Voor het spel tekende de legendarische Italiaanse producer Giorgio Moroder (van o.a. Donna Summer), met soundtrackcomponiste Raney Shockne en nog wat grootheden uit de elektronische muziek (Darkstar, Plaid, Bibio). De nu verschenen gamesoundtrack is een cadeautje voor de liefhebbers van gejaagde, futuristische grotestadstechno met een cinematografische lading. Een aantal originele Moroder-tracks voor TRON Run/r zijn geremixt door technohelden van statuur.

Het stuk 611 Time Out bijvoorbeeld is in bewerking van Autechre een subtiel atmosferische dancebeuker, in een genre dat we ooit ‘intelligent dance music’ noemden, vol van dwarse en Afrikaans aandoende ritmes en tegenritmes en broeierige baslijnen. Het Moroder-nummer Recursion zit vol synthesizernostalgie, met bliepende en razendsnel bubbelende sequenties die we van de disco-pionier gewend zijn. Donker en bezwerend, en indrukwekkender dan het werk op Moroders laatste album. Daarmee is TRON Run/r meer dan een dancetussendoortje, een aanrader.

William BellWilliam Bell – This Is Where I Live (Stax/Universal)
Soulzanger William Bell was in 1961 met You Don’t Miss Your Water verantwoordelijk voor een van de eerste en grootste hits op het legendarische Stax label. Een intens gezongen ballad, die nog altijd kan doorgaan voor een van de mooiste soulliedjes ooit. Hij schreef ook hits voor anderen zoals in 1967 Born Under A Bad Sign voor Albert King, maar de laatste decennia was zijn productie vooral wisselvallig.

Door: Gijsbert Kamer 15 juni 2016

Hoewel nooit gestopt met zingen, verdween hij regelmatig uit zicht om weer vergeefs met inferieur geproduceerde platen de aandacht te trekken. Maar zingen kan hij nog, zo toont hij aan op het zeer smaakvol klinkende This Is Where I Live, op hetzelfde label waar hij zijn grootste succes had.
Het Stax label koppelde Bell aan John Leventhal, die alles precies de gepaste sobere klank geeft. Bell zingt prachtig, vol onderkoelde emotie. Naturel, zonder effectbejag zoals dat op bijvoorbeeld de platen van Charles Bradley wel gebruikelijk is.

Geen moment doet Bell zijn best modern of actueel te zijn. Hij neemt oude liedjes als Born Under A Bad Sign onder handen en geeft ze de nieuwe betekenis van een oudere man die terugdenkt. Mooiste liedje is het kleine, gospelachtige People Want To Go Home. Nu maar hopen dat Bell het volgende maand op het North Sea Jazz Festival net zo klein en verzorgd wil houden.

WhitneyWhitney – Light Upon The Lake (Secretly Canadian/Konkurrent)
Dat was een aangename verrassing, deze winter. Gewoon vanuit het niets een heerlijk warm zomers liedje. Beetje droevige vocalen, opgevangen door een strijkje en troostrijke blazers. No Woman heette het nummer, de uitvoerende band noemde zichzelf Whitney.

Door: Gijsbert Kamer 8 juni 2016

Twee jongens, live uitgebreid tot zes muzikanten, uit de indiescene van Chicago, zo bleek. Mark Kakacek (gitaar) en Julien Ehrlich (drums) speelden al samen in het aardige maar nooit echt van de grond gekomen Smith Westerns, terwijl Ehrlich ook nog drumde in Unknown Mortal Orchestra.
Een heuse indiesupergroep dus, dat Whitney, waarin Ehrlich de hoge falset voor zijn rekening neemt. Dat doet hij soms een beetje beverig, maar op zijn best klinkt hij als een kruising tussen Shuggie Otis en – iets minder cool – de Alessi Brothers.

Die referenties werkt hij met Kakacek zelf in de hand door precies de juiste jarenzeventigarrangementen aan de mooi verzorgde liedjes te geven. Klein Farfisa-orgelgeluid, een beetje blazers, lui ritme en, heel fraai in bijvoorbeeld Dave’s Song, een van George Harrison geleend gitaargeluid.

Het is wel duidelijk dat het begin jaren zeventig razend populaire Westcoast-popgeluid (zie ook America, Bread en Carole King) model stond voor Whitneys albumdebuut. Ze benaderen het knap en voegen er een handvol eigen hedendaagse popjuweeltjes aan toe.
Een instrumentaal nummer als Red Moon, met een tikkeltje valse trompet, hadden ze beter van de plaat kunnen houden, maar verder is Light upon the Lake voorbestemd om een van de zomerplaten van 2016 te worden.

Amber ArcadesAmber Arcades – Fading Lines (Heavenly/PIAS)
Het verhaal achter Amber Arcades is al mooi genoeg. Annelotte de Graaf uit Utrecht verzamelt al haar spaargeld en gaat naar New York om daar met zelf gekozen professionals de mooiste plaat te maken die ze in haar hoofd heeft. Thuisgekomen blijkt het Britse label Heavenly geïnteresseerd om de plaat uit Fading Lines uit te brengen, met als gevolg dat de eerste lovende recensies voor Amber Arcades Brits waren.

Door: Gijsbert Kamer 8 juni 2016

Het geluid van Amber Arcades laat zich omschrijven als melodieuze ‘dreampop’, die doet denken aan Stereolab en Real Estate, wiens drummer Jackson Pollis op Fading Lines te horen is. Producer Ben Greenberg laat de mooie, warme stem van De Graaf mooi samenvloeien met de gitaren. Come with Me, Fading Lines en het lekker voortjakkerende Turning Light zijn hoogtepunten op dit verder zeer coherent klinkende album.

Amber Arcades maakt het soort gitaarpop dat hier nooit zo is aangeslagen, maar waarop ze in het Verenigd Koninkrijk nog altijd dol zijn. In een aantal liedjes hoor je echo’s van Stereolab, Broadcast en Lush terug. Namen die in het buitenland meer tot de verbeelding spreken dan hier, maar daarom zit Amber Arcades ook bij een Brits label.

Live Foto Review: 16Down @ Hedon

Live Foto Review: 16Down @ Hedon, Zwolle
02 juli  2016
Foto’s Sharon & Maureen

16Down viert in 2016 haar 20-jarig jubileum met een optreden in Hedon, met zowel oud als nieuw werk! In 1996 ontstaat 16Down uit een deel van de Prodigal Sons. Vanaf begin 2000 gaat het ontzettend hard met 16Down en zijn ze dagelijks te zien op TMF, MTV en worden ze grijs gedraaid op de Nederlandse radio. Support deze avond is van Samuel Ford.

Samuel Ford
Samuel FordSamuel FordSamuel FordSamuel FordSamuel Ford

16Down

16Down16Down16Down16Down16Down16Down16Down16Down16Down16Down

Album Reviews: Rival Sons en Gallowstreet

Rival SonsRival Sons – Hollow Bones (Earache)
De huidige grootte van Rival Sons is mooi af te meten aan de mededeling dat de overtuigde retrorockers het voorprogramma verzorgen van de lopende aller-, allerlaatste afscheidstoernee van metal mastodont Black Sabbath. Rival Sons is inmiddels zelf een grote band met een back catalogue waarin iedere opvolgende plaat de vorige overtrof zonder aan kracht in te boeten.

De nieuwe plaat Hollow Bones is de logische en wederom overtreffende en creatieve trap van Rival Sons. De Amerikanen bezitten een oude muzikale ziel die diep geworteld is in de psychedelica en rock van de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw. Hollow Bones schudt, piept en kraakt weldadig onder aanstekelijke gitaarriffs en stuwende drums, tuit met een snufje soul hooghartig de epische lippen en zwelgt in breekbare en zalvende kwetsbaarheid. En daarboven straalt zanger Jay Buchanan als de meest waarschijnlijke reïncarnatie van Jim Morrison sinds zijn dood op 3 juli 1971. Tekst Mania | Menno ValkGallowstreet - BattleplanGallowstreet – Battleplan (V2 Benelux)
Gallowstreet is kort voor Gallowstreet Brass Band, een twaalfkoppige band uit Amsterdam. Een brassband is een band bestaande uit, de naam geeft het al een beetje weg, koperblazers en percussie. Het is een muziekvorm die een ietwat stoffig imago heeft, met de hoogtijdagen van de brassbands in het Engeland van de jaren ’30 en ’40. Toen werden er onder andere veel competities tussen brassbands gehouden en had elk plaatsje wel zijn eigen koperblazers. Tegenwoordig is het een uitstervend soort in de muziekwereld, en wordt het in Nederland vaak in één adem genoemd met de harmonie- en fanfaregroepen. Niet erg hip dus, en de bezetting van de bands bestaat vaak uit oudere mannen.

Dat is in het geval van Gallowstreet echter totaal anders. De band bestaat voornamelijk uit twintigers, die zich verder ook bovengemiddeld interesseren voor moderne muziek. In de afgelopen jaren hebben ze een flinke live-reputatie opgebouwd middels energieke shows waarbij ze ook regelmatig moderne hits naar hun eigen hand zetten. En niet alleen hits, op hun debuut-EP staat zelfs een medley waarbij ze een rij nummers van de alternatieve elektronica-artiest Hudson Mohawke coveren.

Na vier naar lang poppodia en festivaltenten op z’n kop zetten, is er nu eindelijk een album. Maar hoe vang je de live-energie die deze band zo kenmerkt? Dat is heel moeilijk, begrepen ook de leden van Gallowstreet, en daarom is er voor een ietwat andere aanpak gekozen. Vooruit, de nummers (alleen maar eigen composities) zijn nog altijd opgewekt, met een lekkere vaart erin. Maar de nadruk ligt minder op het opzwepen van het luisterpubliek, en meer op het onderhouden van het luisterpubliek door middel van sterke melodieën, boeiende composities en filmische sferen.

Het debuutalbum heet Battleplan en dat verwijst naar het overkoepelende thema dat de band heeft gekozen. Bijna alle nummers hebben een titel die met strijd te maken heeft, en ook in de clips komt het thema ‘strijd’ terug. Muzikaal gezien moet je daar soms wel wat je eigen fantasie voor gebruiken, maar ook regelmatig speelt de band epische stukken waarbij je je zo kan verplaatsen in de strijden die personages als Achilles, Asterix en Hattori (een samoerai) hebben geleverd. Dat zijn namelijk ook enkele voorbeelden van de songtitels. Het einde van de leadsingle Diesel doet ergens zelfs wat denken aan Star Wars en illustreert het filmische karakter van de muziek.

Het gevaar als je als brassband een instrumentaal album opneemt, is dat het wat eenvormig wordt en de verveling toeslaat. Dat heeft Gallowstreet prima weten te omzeilen. Zelfs binnen de nummers zitten tal van wendingen, waardoor je continu bij de les gehouden wordt. Tegelijkertijd klinkt de muziek ook aangenaam als lekker opbeurende achtergrondmuziek. Het interessantst is de band wel als ze met elektronische muziek flirten, en dat maakt Etna tot een hoogtepunt. Zonder dat er daadwerkelijk elektronica gebruikt wordt, weet de band toch een eigen interpretatie te geven van hedendaagse dance. Zo weet de trombone via zijn lage tonen een bas-geluid te creëren dat zo gebruikt had kunnen worden door Moderat. Bovendien klinken de blazers in Etna op hun spannendst, en laat het nummer de volledige potentie van Gallowstreet horen.

Maar al met al moet er gezegd worden dat Battleplan in zijn geheel een erg consistent album is. Gallowstreet laat horen dat je het ietwat ouderwetse fenomeen van een brassband nog hartstikke relevant kan klinken. Het is niet voor niets dat ze op moderne festivals als Pitch geprogrammeerd worden. Er lijkt nog alle ruimte te zijn om door te groeien, maar het debuutalbum Batteplan is alvast een uitstekend startpunt. Arnout de Vries

LIVEDATA 01/07 Pitch Festival, Amsterdam 09/07 Loungefest, Noordwijkerhout 16/07 Wildeburg, Kraggenburg 30/07 Totaalfestival, Bladel 13/08 Waterpop, Wateringen 27/08 SunGrooves, Ravenstein 21/10 Sugarfactory, Amsterdam

Album Reviews: The Mystery Lights en Cat’s Eyes

The Mystery LightsThe Mystery Lights – The Mystery Lights (Wick)
Oorspronkelijk uit Salinas in Californië, maar met een heldhaftige sprong verhuisd naar New York, komen The Mystery Lights de New Yorkse rock’n’roll-scene weer op de kaart zetten. De vijf leden maken een vuige, harde, rafelige en rauwe variant op rock.

Met een beetje fantasie herkennen we Velvet Underground, maar ook MC5 en Richard Hell & The Voidoids. Met dit knallende debuut telt New York weer helemaal mee, de rauwe energie van deze band is aanstekelijk en zorgt voor een frisse bries. De muziek klinkt doorleefd, dit is duidelijk iets wat ze altijd al hebben willen doen. Dit is een fijn debuut. Tekst Mania | Erik MundtCat's EyesCat’s Eyes – Treasure House (Kobalt / V2 Benelux)
Faris Badwan en Rachel Zeffira leven in totaal verschillende werelden. Badwan is frontman van The Horrors, een band die post-punk, shoegaze en psychedelica met elkaar combineert, en Zeffira is een operazangeres. Toch vonden ze elkaar in een gezamenlijk liefde voor sixtiespop. Specfiek de eerste helft van de sixties, nog vóór de ‘british invasion’ en dan voornamelijk meidengroepjes als The Shangri-Las. Een match die je niet snel zou verwachten, maar het leverde zelfs een muzikale samenwerking op. Onder de naam Cat’s Eyes maken de twee muziek waar in hun andere muzikantenbestaan geen ruimte voor is.

Vijf jaar geleden debuteerden ze met een album dat de jaren ’60-invloeden combineerde met een donker sfeerbeeld, fluistervocalen en een filmisch karakter. In de tussentijd hebben ze daadwerkelijk een filmsoundtrack gemaakt (The Duke of Burgundy), heeft Badwan een album opgenomen met The Horrors, en heeft Zeffira een solo-album uitgebracht met weer wat meer klassieke invloeden. Nu is het dus weer tijd voor een volwaardig Cat’s Eyes-album.

Treasure House is wat lichter van toon dan zijn voorganger. Ook lijkt er meer tijd genomen te zijn voor de liedjes. Waar het op het debuutalbum af en toe bleef bij (weliswaar fraaie) sfeerschetsen, bevat Treasure House liedjes met kop en staart. Liedjes waarin de rol van Badwan en Zeffira als vocalisten groter is geworden. Maar bovenal liedjes die weer bol staan van de sixtiesverwijzingen, tot op het punt dat het haast plagiaat lijkt. Zo doet Be Careful Where You Park Your Car wel heel erg denken aan I Only Want to Be With You van Dusty Springfield. Het duo komt er echter mee weg door er wel hun eigen draai aan te geven, in dit specifieke geval bijvoorbeeld door de toevoeging van een surfgitaartje.

In andere gevallen blikken ze vooral terug op de orchestrale pop van de jaren ’60, en maken ze die eigen door de toevoeging van een ongrijpbare sfeer, dromerigheid en een vleugje tristesse. Op Girl on the Room horen we een aangrijpende mix van de tienermeisjesdramatiek van The Shangri-Las en de meeslependere, grootse dramatiek van The Walker Brothers, een groep waar ook The Last Shadow Puppets goed naar hebben geluisterd. De omfloerste vocalen van Zeffira maken het vervolgens af.

Zeffira heeft ook de hoofdrol op het album. Ze doet nu net wat meer dan fluisteren, wat goed uitpakt. Het duo stijgt boven zichzelf uit op de paar nummers waar ze de retro-invloeden loslaten, en kiezen voor een verstild geluid. Zo laten ze op de afsluiter Teardrops horen dat ze wel meer zijn dan een retrobandje. Het nummer weet te ontroeren in zijn sereniteit, en is een prachtig voorbeeld van hoe twee totaal verschillende artiesten samen kunnen komen en toch een bijzonder raakvlak weten te vinden.

Voor het grootste gedeelte roept Treasure House vooral een heerlijk nostalgisch gevoel op, naar een tijd die de artiesten zelf en ook de meeste luisteraars niet meegemaakt zullen hebben. Met The Horrors heeft het niets te maken, met klassieke muziek evenmin; op Cat’s Eyes creëren Faris Badwan en Rachel Zeffira hun eigen wereld. Een wereld waarin het erg fijn is om even te ontsnappen aan de drukte van het bestaan, en op de beste momenten geraakt te worden door de schoonheid van dat andere bestaan. Arnout de Vries