Ben Howard – Crowhurst’s Meme

Ben Howard heeft niet één maar twee nieuwe singles uit. En allebei goed. Wij hebben (voorlopig) gekozen voor Crowhurst’s Meme, omdat Ben op dat nummer een ander pad bewandelt dan hij doorgaans doet.

Ons omver rocken zal de 33 jarige singer-songwriter niet snel doen, maar op Crowhurst’s Meme zijn de gitaren elektrische en flink vervormd. De drummer speelt een constante shuffle (denk Paul Simon’s 50 Ways) op een kit waarover een dikke deken lijkt te zijn gegooid. En dan is er nog een pianist die aldoor akkoorden speelt op zijn eveneens versterkte instrument. Ben is Ben. Hij zingt als altijd zuiver en goed articulerend. De Crowhurst uit de titel is Donald Crowhurst, een solozeiler die in 1969 omkwam tijdens een poging om rond de wereld te varen.

Ben’s nieuwe songs komen op album #4 dat ‘Collections From The Whiteout’ (26/3) gaat heten en is geproduceerd door niemand anders dan Aaron Dressner van The National. 

Queen’s Pleasure – Panic From Dublin

De eerste single in het nieuwe jaar van Queen’s Pleasure is iets ingetogener dan we van het Amsterdamse kwartet gewend zijn. Dat we toch te maken hebben met de band van ‘Big Boys Loan’ en ‘Sitter’ wordt tegen het einde duidelijk als niet zozeer het tempo als wel het energieniveau flink wordt opgeschroefd.

Verder horen we dat de jonge honden hun klassiekers kennen; van The Beatles en The Who tot Blur en Arctic Monkeys de goede verstaander herkent van elk van hen wel iets in Panic From Dublin. Dat is geen bewust (of onbewust) jatwerk, maar een duidelijke stijlkeuze ingegeven door (goede) smaak en voorkeur. Of zoals Jurre Otto met een platte Engelse tongval zingt in Panic From Dublin; “I Like It When Boys Stay British’”.

Billy Nomates – Heels

Billy Nomates kwam vorig jaar sterk voor de dag met een album vol half gezongen half gesnauwde postpunksongs. Daarmee plaatste ze zich in de steeds drukker wordende   of parlando praatpunk hoek. Binnen dat spectrum zit Billy dichter bij het assertieve Seaford Mods (ze doet ook mee op hun nieuwe album) dan bij het poëtische Fontaines DC laat staan het positivistische Scratchcard Lanyard.

Songtitels als Happy Misery, Hippy Elite en No maken duidelijk dat Billy een angry young woman is, die van haar hart geen moordkuil maakt noch een blad voor haar mond neemt. Billy, die in het echt Tor Maries heet lijkt er van uit te gaan dat ze geen vrienden maakt met haar muziek, tenminste daar lijkt haar aangenomen achternaam op te duiden. Maar dat valt dus erg mee, of tegen vanuit Billy’s perspectief.

Achter de woede schuil een bijzonder talent, zowel verbaal als muzikaal. Zo boos als in het begin lijkt Billy ook niet meer te zijn. Op Heels, dat net als het album werd geproduceerd door Geoff Barrow van Portishead komt Billy iets milder uit de verf. In Heels gaat ook ze ook niet tekeer tegen anderen, maar richt ze haar blik naar binnen. De song gaat over weten wie je bent, ook onder druk of ten tijde van crisis, zei ze onlangs in een interview. Billy zingt ook een beetje in Heels dat mede door haar lekker venijnige stem doet denken aan Suzi Quatro, maar daar zal ze zichzelf niet bewust van zijn.

FuckFuckFuck – Bad Habits

Soms vraag je je af hoe een band aan z’n naam komt. In geval van FuckFuckFuck is dat wel duidelijk. De oprichter sloeg een keer hard met een hamer op zijn duim en riep eureka! Met zo’n bandnaam schrik je zoveel mensen af als je aantrekt. Ook een belangrijk deel van de media zal met een boog om je heen lopen. Maar dat lijkt de band in kwestie geen fuck te schelen. Het zal waarschijnlijk niemand verbazen dat FuckFuckFuck van de punk is, pure punk niet die vage post punkshit.

Bad Habits is het debuut van driewerf Fuck. Tenminste voor zo ver wij weten. De band bestaat al een tijdje dus voor het zelfde geld hebben ze al eerder kattenkwaad uitgehaald en is dat geboycot, gecensureerd of gewoon verdwenen. Er zijn drie of vier Fucks. De rapporten verschillen. Harde info is schaars en foto’s geven niet echt uitsluitsel omdat die meestal zijn genomen tijdens een optreden en dan staat de halve zaal op de bühne. Of de halve band in de zaal. Zeker is dat de Fucks met hun opruiende Ramoneske punk in het gat stagediven dat is gevallen na het overlijden van John Coffey.

The Haunted Youth – Teen Rebel

Eigenlijk zou The Haunted Youth A Haunted Youth moeten heten, want er is maar één jongeling die achterna wordt gezeten. Zijn naam is Joachim Liebens. Teen Rebel is zijn debuutsingle. En wat voor debuut!

The Haunted Youth maakt gitaar + synthesizer muziek van het dromerige en onthaastte soort. Niks ‘haunted’ dus. Het Beatle-esque (Ticket To Ride) intro neemt al gauw zo’n 45 seconden in beslag. Tik tok lijkt dan ook niet het medium waarop Joachim mikt om zijn muziek onder de mensen te brengen. The Haunted Youth is voor luisteraars die luisteren, die kunnen genieten van een goede compositie, een sterke sfeer (10 cc – I’m Not In Love) en meeslepende instrumentale passages (Real Estate).

Net als de bandnaam zet dus ook de songtitel je enigszins op het verkeerde been. Teens lijken niet de doelgroep van de track en rebels wordt het ook nergens. Gejaagd op deze youth wordt er waarschijnlijk alleen door platenmaatschappijen en boekers.

Whispering Sons – Surface

De term postpunk valt te pas en te onpas de laatste tijd, maar op nieuwe single Surface klinkt Whispering Sons (weer) alsof het jaar 1981 is en de plaats van handeling Manchester, de tijd en plek waarin een verfijnde vorm van punk ontstond, die toen new wave heette en tegenwoordig postpunk wordt genoemd.

De band uit Belgisch Limburg mengt de doem van Joy Division met de intensiteit van de vroege Cure en de energie van pre Joshua Tree U2. Je kunt je slechtere voorbeelden voorstellen. Maar Whispering Sons doet meer dan verlangen opwekken naar ‘temps perdu’. Een tijd die ze overigens alleen van verhalen kennen. Mogelijk van hun ouders.

In de persoon van Fenne Kuppens heeft de Sons een frontvrouw die klinkt als geen ander en geboren lijkt om sombere songs te vertolken. De andere Sons geven haar vleugels met hun strakke en indringende spel. Surface is de eerste nieuwe track van Whispering Sons sinds het in 2018 verschenen debuutalbum.  Wanneer de opvolger van Image het donker zal zien, is nog niet bekend.

Two Feet – Fire

Internet houdt van schuttingtaal. Zet fuck in een songtitel en je hebt gegarandeerd een hit. Two Feet debuteerde een paar jaar geleden met het nummer Go Fuck Yourself, de teller staat op ruim 350 miljoen plays. Nu moet gezegd worden dat Go Fuck Yourself een ijzersterke track is en omdat Two Feet nog wel meer nummers heeft met tientallen miljoenen plays is hier geen sprake van een toevalstreffer en ook niet van een novelty hit.

Two Feet is één man, Zachary William Dess uit NYC. Hij speelt op het alternatieve rockveld. Zijn sound is een mix van gitaar, elektronica en falsetzang.

Zach’s achtergrond is jazz en blues, maar dat weet hij dus goed te verstoppen. Met Two Feet (bijna 61 cm) begon hij in 2016. Vorig jaar bracht hij zijn tweede album uit. Fire staat daar niet op, maar had wel gekund, want qua vorm en inhoud van het zelfde laken een pak. Het ingetogen Fire is opgehangen aan een gitaarloopje dat nabije familie is van dat van Every Breath I Take van The Police. Ode of plagiaat? Sting heeft nog niet gedreigd met een rechtszaak dus het zal het eerste wel zijn.

 

Everyone You Know – When The Sun Comes Up

Everyone You Know is een nieuw Brits duo bestaande uit de broers Rhys Kirby Cox en Harvey Kirby. De broeders zijn van het type dat in de UK lads wordt genoemd, beetje blufgozertjes dus, maar in hun geval absoluut niet gespeend van talent.

De boys brengen singles uit bij de vleet. When The Sun Comes Up is hun 27e! De 28e is inmiddels ook al een feit. Everyone You Know maakt indie van het dansbare soort, songs die teruggrijpen op de vroege jaren negentig toen xtc ook in rockkringen populair werd. Harvey bedenkt de beats en Rhys verzorgt de vocalen. Heel veel variatie zit er niet in hun tracks. Dat hoeft ook niet zolang de formule maar werkt. En dat doet hij op het introverte, maar aanstekelijke  When The Sun Comes Up!  Er wordt gerockt, gerapt en met weemoed teruggedacht aan die tijd dat je kon doorfeesten tot de zon opkwam. Op plaat blijven de boys binnen de perken, maar je kunt je voorstellen als dit ooit de bühne bereikt het behoorlijk uit de hand kan lopen. Op een goede manier dan.

Still Corners – White Sands

De forte van het Brits-Amerikaanse Still Corners is het presenteren van heldere melodieën in sfeervolle producties. Zet een track van Greg Hughes en Tessa Murray op en je waant je ver van hier. In geval van White Sands is dat in de woestijn van Arizona en New Mexico, een streek die niet zo ver ligt van het territorium van Khruangbin.

Om het juiste effect te bereiken heeft het duo leentjebuur gespeeld bij Ennio Morricone en de muziek die hij begin jaren zeventig schreef voor spaghetti westerns als Navajo Joe, Once Upon A Time In The West en The Good The Bad & The Ugly. Vrijwel alle songs op het nieuwe The Last Exit album hebben een effect uit de trukendoos van de Italiaanse meester; een mondharmonica, weemoedige violen of zoals op White Sands een high-lonesome gitaar waarin zowel het oostelijk gelegen Texas als het zuidelijke Mexico doorklinkt. White Sands opent met het geluid van een onweersbui. Gelukkig kan je net op tijd schuilen in een verlaten pueblo. Nu maar hopen dat de ratelslangen en schorpioenen niet op het zelfde idee komen.

Psychedelic Porn Crumpets – Pukebox

Psychedelic Porn Crumpets komt uit het psychedelische deel van de Australische rockscene. De band heeft drie albums uit met een vierde in aantocht. Daarvan draaien we eerder The Terrors en Mr. Prism. De laatste schopte het zelfs tot IJsbreker.

Het grote verschil tussen de nieuwe en de oude tracks van de band uit Perth is het tempo. Wilden de psych-rockers op voorgaand werk nog wel eens lekker uitweiden. De voor het nieuwe SHYGA album bedoelde tracks racen naar de eindstreep. Pukebox heeft wel iets van U2 voordat de gezapigheid intrad. Dat we nog steeds te maken met de paddo-eters van weleer maken de instrumentale breaks duidelijk en anders wel het slotstuk met zijn laagvliegende gitaren.