King Hannah – Crème Brûlée

Crème Brûlée is de debuutsingle van King Hannah, een hij/zij duo uit Liverpool. Zij heet Hannah Merrick en zingt. Haar partner heet Craig Whittle en speelt gitaar. Samen schrijven ze de nummers.

Dat laatste heeft enige voet in aarde gehad. Dat ze kan zingen weet Hannah wel. Als kind zong ze al in Disney Musicals, maar dat ze ook goed is in het schrijven van liedjes wilde er bij haar maar moeilijk in. Ruim een jaar heeft Craig er over gedaan om haar over haar schroom heen te helpen en haar te overtuigen een band te beginnen.  Een naam had hij al, King Hannah.

De lange aanloop verklaart wellicht het gerijpte karakter van Crème Brûlée. De single klinkt eerder als het werk van een act met de nodige kilometers op de teller dan van een stel debutanten. Crème Brûlée dat een dikke zes minuten klokt, valt in twee delen uiteen. Part 1 is van Hannah. Op Part 2, dat zo’n beetje de helft van de song in beslag neemt, mag Craig uitpakken op gitaar. Als we een vergelijking mogen maken, Crème Brûlée begint als Mazzy Star en eindigt als Neil Young.

De single is uit op City Slang, een Amerikaanse label dat -getuige een artiestenstal met paradepaardjes als Caribou, Calexico en Wye Oak – aan strenge kwaliteitscontrole doet.

The Zolas – I Feel The Transition

Het is wat stil aan het Canadese rockfront, vooral omdat hun vlaggenschip Arcade Fire tijdelijk uit de vaart is genomen. Dat wil echter niet zeggen dat er helemaal niks gebeurt in het land van Mounties en Maple Leaf. 

Door het uitblijven van grof geschut krijgen nu de minder bekende bands een kans om voor het voetlicht te treden. Zoals The Zolas, een band die met I Feel The Transition  een heerlijk radioplaatje heeft afgeleverd dat -we kunnen het niet ontkennen- meer dan een beetje op Oasis lijkt. 

The Zolas timmeren al ruim tien jaar aan de weg en heeft back home een trouwe en aanzienlijke schare fans opgebouwd. Dat deed het trio uit de omgeving van Vancouver met een drietal opvallend gevarieerde albums. Het leentjebuur spelen bij de Gebr. Gallagher is dus niet uit armoe. Behalve van Oasis herken je in I Feel The Transition ook sporen van Stone Roses en The Verve. Het nummer lijkt dus vooral een ode aan muziekstad Manchester. 

 

Paceshifters – Hurdles

We kennen Paceshifters als een hard werkende, stevig rockende en buitengewoon betrouwbare band. Hoewel niet al hun songs een 10 zijn, heeft de band nog nooit een onvoldoende gehaald. Ook nieuwe single Hurdles krijgt een hoog rapportcijfer.

Het eerste voorproefje van wat alweer album vijf van de band uit Wijhe (O) gaat worden is Paceshifters ten voeten uit; laagvliegende gitaren, lekker achteloze leadzang (Lennon meets Corgan), een zingende bas en een drumpartij waarmee je een bunker kunt opblazen.

Toch klinkt Hurdles net even wat subtieler dan we van het trio zijn gewend. Ondanks een straf tempo en flink volume zit er rust en ruimte in Hurdles. Klonk het vroeger nog wel eens alsof de song er met de band vandoor ging, nu is duidelijk de band de baas. Dat wordt nog wat met die Paceshifters.

Ben Hopkins – Running On Air

Met zijn Laugh Track maakte Ben Hopkins een nummer dat hoog zal eindigen in de P75 van 2020. Grote kans dat hij met twee nummers is de eindlijst gaat komen, want ook Running On Air maakt indruk.

Het gedreven Laugh Track nam Hopkins op in de nasleep van een onfrisse affaire. Hij is door een ex beschuldigd van seksueel overschrijdend gedrag. Het werd een wellis nietes verhaal dat Hopkin’s toenmalige band PWR BTTM de kop kostte. Tot een rechtszaak is het niet gekomen en nu probeert hij zijn naam te zuiveren en een doorstart te maken onder eigen naam.

Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Zo’n beschuldiging gaat je niet in je koude kleren zitten. Hopkins doet dan ook niet alsof er niks is gebeurd. Al zou hij dat wel willen. ‘I Wanna Be Allright For A Little While’, zingt hij in Running On Air. De frustratie is bijna tastbaar. Een bezeten saxofoonsolo onderstreept de urgentie van Running On Air, een song die vrij letterlijk adembenemend is.

Working Men’s Club – John Cooper Clarke

John Cooper Clarke is een Britse dichter, die eind jaren 70 zijn eerste bundel uitbracht. Niet als boek maar op LP. Je kunt Clarke vergelijken met Jules Deelder, maar dan punk i.p.v. jazz.

Working Men’s Club eert de nu 71 jarige dichter met een nummer dat klinkt alsof het nog steeds 1979 is. John Cooper Clarke, de song had niet misstaan op een plaat van The Normal, Human League, New Order of een van de andere synhti-poppioniers. Hun productie klinkt iets voller, maar dat zal komen omdat de band waarschijnlijk werkt met plug-ins op hun laptop ipv van de oorspronkelijke, analoge synthesizers.  

De new wave ontstond in een donkere periode in de Britse historie. Een tijd met veel werkeloosheid, stakingen en de dreiging van een atoomoorlog. De synthesizer bleek bij uitstek het instrument om de tijdsgeest te vangen. Er is sindsdien veel veranderd en verbeterd, maar met Corona aerosolen in de lucht, een snel opwarmende aarde en de opkomst van autoritaire regimes is er ook nu genoeg om je zorgen over te maken.

Blijkbaar vinden de millennials van Working Men’s Club dat er nog steeds geen geluid is dat beter past bij onzekere tijden dan dat van de goede oude synth.

Liz Lawrence – Whoosh

Op Whoosh leren we Liz Lawrence van een andere kant kennen. Vorige singles als None Of My Friends en California Screaming zijn serieuze songs over serieuze zaken als de angst buiten de boot te vallen en de kruiwagens vol deprimerende berichten die dagelijks over ons worden uitgestort.

Dit keer laat Liz zich niet in de put praten, maar gooit ze de kont tegen de krib en neemt ze zich voor -misschien wel tegen beter weten- in om gewoon eens van het leven te genieten. In de auto te springen en de boel eens lekker de boel te laten. Joy So Sweet, Joy So Sweet  luidt het refrein van Whoosh. En hoe beter zo’n blijde boodschap naar buiten te brengen dan met hulp van een gospelkoor? Het enige wat je zelf moet doen is meeklappen liefst op de maat. Het gevoel van bevrijding volgt dan vanzelf. Liz’ muzikale hart onder de riem is het titelliedje van haar nieuwe EP. Die is op 2 oktober online gekomen.

Napalm Death – Amoral

Deze week weer een Breekijzer die je mondkapje laat wapperen. Kenners weten genoeg als we de naam Napalm Death laten vallen. De rest raden we dringend aan de veiligheidsriemen aan te doen of anders een helm op te zetten.

De mannen van Napalm Death zijn oude rotten in het metalvak. De eerste demo’s zagen begin jaren tachtig van de vorige eeuw het daglicht. Vanaf 1988 dealt de band serieus in zwaar metalen langspelers. Dat zijn er nu bijna twintig. Net iets meer dan het aantal voormalige bandleden. Je moet namelijk stevig in je schoenen staan wil je bestand zijn tegen de decibellen storm die de de Britse Grindcore band weet op te wekken. Van de oorspronkelijke club is niemand meer over. De kern van de huidige band is sinds 1992 bezig met onrust stoken.

Amoral komt van het album,  Throes Of Joys In The Jaws Of Defeatism, het eerste nieuwe werk van de band in vier jaar. Er is dus meer waar dit vandaan komt. Doe er je voordeel mee. Of vermijdt als de pest. Al naar gelang je muzikale geaardheid.

All Them Witches – The Children of Coyote Woman

Je zult niet de eerste of enige zijn die bij het horen van de naam All Them Witches meent te maken te hebben met een herrieband. Maar dat valt reuze mee. Of tegen natuurlijk, dit geheel afhankelijk van je muzikale geaardheid. 

Het uit Nashville Tennessee afkomstige All Them Witches rockt vrij bescheiden en ook nog een op een manier die past bij hun southern roots. American Gothic wordt hun stijl wel genoemd, een wat duistere vorm van Americana met echo’s van swamp rock, delta blues en een mespuntje voodoo. Zelf voeren ze vroege Black Sabbath en de oude Dr John op als ijkpunten.

All Them Witches heeft  sinds 2012 al acht albums uit de puntmuts getoverd. Waaronder een in Brussel opgenomen live-plaat. The Children Of Coyote Woman is terug te vinden op het eerder dit jaar verschenen album, Nothing As The Ideal en lijkt geïnspireerd door een oude Indiaans volksverhaal. Eerder al bracht All Them Witches een track uit met de titel, The Marriage Of Coyote Woman. Zowel de leadzang als de drums hebben iets inheems Amerikaans, een lonesome slidegitaar vervolmaakt de spooky sfeer.

De nieuwe IJsbreker is zeer geschikt voor liefhebbers van o.a. Jason Isbell, My Morning Jacket en ook (de oude) Highly Suspect.

Goat Girl – Sad Cowboy

Ze worden geafficheerd als post punk, maar Goat Girl doet wat ons betreft aan sprokkelrock. De nieuwe single van het dameskwartet uit Londen is namelijk een allegaartje van stijlen. Een zeer geslaagd allegaartje zeggen we er snel bij.

Het in de album versie ruim vijf minuten durende Sad Cowboy valt in diverse delen uiteen. Het begin is een rocksong. Die doet mede vanwege het stemgeluid van zangeres Clottie Cream (Lottie Pendlebury) wel aan The Pretenders denken. Halverwege verdwijnt zij uit beeld en neemt een analoge synthesizer de leiding over. Niet veel later gaat de beat erin en eindigen we dansend als een dolle op een track, die niet had misstaan op een album van Primal Scream.

Kortom zeer boeiend. Fans van Goat Girl zullen niet heel erg verbaasd zijn over het muzikale equivalent van fusion cooking wat de band hier doet. Op hun twee jaar geleden verschenen debuutalbum deden ze ook al actief aan genre hopping. Alleen nog niet binnen de contouren van een enkele song.

Om het voorzichtig uit te drukken, de interesse is gewekt in het nieuwe album van L.E.D., Naima Jelly, Rosy Bones en voornoemde Clottie Cream. ‘On All Fours’ verschijnt eind januari 2021.

Royal Blood – Trouble’s Coming

Goed hij is gelikt, maar ook goed gelukt, de nieuwe single van Royal Blood. Als we weer een van onze roemruchte vergelijkingen mogen poneren, Trouble Is Coming klinkt als een nummer van Queen in een remix van Daft Punk.  Om wat preciezer te zijn, Queen van voor de bombast en Daft Punk van voor Pharrell. 

Mike en Ben hebben dus hun dansschoenen aangetrokken. Wie Royal Blood niet kent en Figure It Out en Troube Is Coming naast elkaar hoort gelooft nooit dat het dezelfde band is. De productie is overigens van de mannen zelf. Van druk van de platenmaatschappij is geen sprake. Het lijkt er op dat ze een nummer wilde maken dat hit potent is zonder de fans van het eerste uur al te zeer tegen de borst te stuiten. Dat is dus aardig gelukt. Met die aantekening dat de grens van goede smaak wel in zicht komt. Over het nieuwe album is verder nog niks bekend.