Westerman – Blue Comanche

Will Westerman is een Britse twintiger die de nodige faam heeft verworven met melodieuze, intieme luisterliedjes. Slaapkamerpop is de nieuwe term voor het genre dat Will beoefend. De slaapkamer is waar hij zij songs schrijft en opneemt. De slaapkamer is de geijkte plek om naar zijn muziek te luisteren.

Wie thuis muziek maakt kan niet al te veel lawaai produceren anders gaan de buren klagen. Dat verklaart het bescheiden volumeniveau van Westerman‘s songs. Blue Comanche kan aangenaam kabbelen op de achtergrond. Wie echter oplet wordt rijkelijk beloond met een nummer dat het oor streelt met zijn bijna vochtige drumsound, klaterende keyboards en atmosferische zang. Maar misschien nog wel het mooist is de mijmerende gitaarsolo.

Westerman stond op ESNS, maar is daar een beetje te onder gegaan in het geweld. Een album is in de maak hopelijk gevolgd door een nieuw bezoek aan ons land. 

Regal Lily – Goldtrain

Gold Train van Regal Lily is een nummer waarvan we nu al weten dat het verzet gaat oproepen, dat de player vol gaat stromen met negatieve reacties. Dat moet dan maar, want wat hier gebeurt is te bijzonder om links te laten liggen.

Regal Lily is een meidentrio uit Tokyo dat een soort shoegaze maakt. So far niks aan de hand. De zangeres van het drietal zingt echter -zoals de meeste J en K-pop zangeressen- met een meisjesstemmetje. En daar zit het euvel. Je moet er namelijk van houden. Of de tijd nemen om er aan te wennen. Op de song zelf valt weinig af te dingen en de gitaren worden zeer vaardig en met smaak bespeeld, maar ja dat lolita stemmetje.

Regal Lily blijkt ook niet alleen. Er is in Japan al een tijdje sprake van een explosie van hard tot stevig rockende meidenbands. Waarschijnlijk heeft de scene wel een naam, maar ons Japans is te roestig om die te kunnen achterhalen. Laten we het voorlopig op Manga rock houden.  

Het lijkt een kwestie van tijd voordat de Manga rockettes ook in het westen van zich zullen laten horen. Het is gewoon te goed en opvallend wat de dames doen. Baby Metal -meer een gimmick dan een band, maar wel leuk- heeft hier al op festivals gestaan en ook meidenmathrock band Tricot is al aan onze kusten gesignaleerd. Maar er is dus nog heel veel meer waar zij vandaan komen. Je bent bij deze gewaarschuwd.

Algiers – We Can’t Be Found

Algiers is enig in zijn soort. Dat weten we natuurlijk al sinds het debuutalbum van de tussen Londen en Atalanta Georgia pendelende band.

Met nieuwe single We Can’t Be Found worden we nog een extra met de neus op dat feit gedrukt. Wie of wat anders combineert rock en blues en (post)punk en gospel en geëngageerde teksten tot songs van stadionformaat? Inderdaad niemand. Helaas is originaliteit geen voorwaarde voor succes anders zou Algiers wel in De Kuip staan in plaats van in de kleine zaal van Paradiso.

Met zijn langzaam oplopende spanning, new wave galm en de bevlogen zang van Franklin James Fischer, die beschikt over longkracht 10 is We Can’t be Found Algiers op zijn toegankelijkst en om die reden een prima uithangboord voor het ‘There Is No Year’ album, dat deze week is uitgekomen.

Concert: 13 februari Paradiso, Amsterdam.

Philip Sayce – Spirit

Na het poppy uitstapje van vorige week trakteren we het Pinguin Rockvolk deze week op een werkje van steviger aard, de nieuwe single van de Canadese bluesrocker Philip Sayce.

Spirit is precies wat de bluesdokter voorschrijft voor de donkere dagen als deze. Sayce‘s Spirit heeft de drive van een goederentrein, bezielde leadzang en een refrein dat zelfs door toondove rockers makkelijk is mee te zingen. Maar Spirit heeft vooral heel veel gitaar, zowel van het ritmische als van het solistische soort.

Nog even iets over de maker dezes. Philip Sayce is 43 jaar geleden geboren in Aberystwyth in Wales. Op zijn 2e werd hij door zijn ouders ontvoerd naar Toronto, Canada. Daar werd hij door diezelfde ouders blootgesteld aan een muzikaal menu dat vooral bestond uit platen van Eric Clapton, Dire Straits en Ry Cooder. Door eigen schuld raakte Phil verslingerd aan de muziek van  Jimi Hendrix, Stevie Ray Vaughn en de drie blues koningen, BB, Albert en Freddie King. In 1997 begon hij aan een driejarig verblijf in de band van Jeff Healy. Ook heeft Philip nog een tijd miss Melissa Etheridge mogen begeleiden. 

Wie nog mocht twijfelen aan zijn vaardigheid op de elektrische gitaar wijzen we graag op het feit dat gitaargod Eric Clapton Philip in 2013 vroeg om te komen optreden op zijn befaamde Crossroads Guitar Festival in het New Yorkse Madison Square Garden. In 2006 bracht Philip Sayce zijn eerste album uit. Afgelopen vrijdag verscheen zijn 9e, Fits Me Good met daarop uiteraard ook onze nieuwe Breekijzer.

The Districts – Cheap Regrets

Een paar protestsongs maakt nog geen trend. Maar het beginnen er wel opvallend veel te worden. Logisch, want er is ook heel wat om je zorgen om te maken. Van brandende werelddelen en nieuwe enge ziektes tot en met gevaarlijke wereldleiders.

Om het bij ons eigen straatje te houden. Sam Fender, Declan McKenna en Algiers hebben allemaal recentelijk in de Graadmeter gestaan met een maatschappijkritisch nummer. Aan dit rijtje mag ook The Districts worden toegevoegd. De band uit Philadelphia, die recentelijk songs uitbracht over het wapengeweld in de VS (Loving Protector Guy) en naastenliefde in een egocentrische samenleving (Hey Jo) komt nu met een nummer over vervreemding.

Cheap Regrets is een danstrack voor denkers. Zanger-componist Rob Grote wil mensen laten dansen op een song die gaat over hoe ze langs elkaar heen leven. De middelen die de band hanteert om dat doel te bereiken zijn een gruizige discobeat, sexy synths en opzwepende gitaren. Wie na drie minuten nog niet staat te swingen wordt daar alsnog toe gedwongen als de band het energieniveau nog een paar tandjes opschroeft. Dit alles gehuld in een galm die Cheap Regrets een geslaagde (alweer) eighties feel geeft.

Alle genoemde nummers komen op het nieuwe, vierde album van The Dictricts, You Know I’m Not Going Anywhere. Het album is door de band zelf geproduceerd met hulp van Keith Abrams en gemixt door Dave Fridmann (Tame Impala, Flaming Lips, MGMT). De releasedatum is 3 maart.  

Concert 7 mei Ekko, Utrecht.

Pearl Jam – Dance Of the Clairvoyants

Na bijna 30 jaar en 10 albums gooit Pearl Jam het over een andere boeg. “We’ve opened some new doors creatively and that’s exiting”, zegt bassist Jeff Ament die het druk heeft op de nieuwe track. Vrees niet fans. De grunge koningen zijn nog steeds te herkennen in Dance Of the Clairvoyants, al was het maar omdat de stem van Eddie Vedder er een uit duizenden is.

De eerste single van het eerste nieuwe studioalbum in 7 jaar van Pearl Jam is dus geen opgevoerde rocktrack of doorvoelde aanstekerballad. Maar wat dan wel? Dance Of the Clairvoyants doet -zeker het einde- nog het meest denken aan de hortende en stotende new wave van bands als Talking Heads en Devo. Erg eighties dus.

Het is even wennen, maar na een paar draaibeurten is de stap minder groot dan je eerst dacht. Wat Dance Of the Clairvoyants vooral is, is een zeer interessant begin van het vierde decennium in het bestaan van één van de beste bands ooit. Dat belooft dus wat voor  Pearl Jam album nummer 11, Gigaton dat op 27 maart uitkomt.

Concert: 22 & 23 juli Ziggo Dome, Amsterdam met in het voorprogramma White Reaper.

De Wolff – Nothing’s Changing

Niet dat DeWolff het nou zo moeilijk heeft gehad, integendeel, maar plots gaat het het Limburgse trio wel heel erg voor de wind. De band begint 2020 met een authentieke hit en een uitverkochte show in Paradiso.

Die hit, It Ain’t Easy hebben we even overgeslagen. Als we zeggen dat hij dankzij Radio 2 de hitparade is ingeklommen begrijp je wel waarom. Nothing’s Changing is wel ons kopje thee. Het korte edoch krachtige bluesrock werkje komt net als de hit van een nieuw album, Tascam Tapes dat door de Pablo, Luka en Robbin ‘on the road’ in de Mercedes Sprinter is opgenomen op een antieke 4 sporen cassetterecorder.

De ‘distortion’ die je hoort op Nothing’s Changing komt dan ook niet van een moderne plug-in, maar is een mooi meegenomen bijeffect van de beperkingen van de opnameapparatuur. Het ‘Tascam Tapes’ album was bedoeld als ludiek tussendoortje, maar lijkt nu een bestseller te worden. Zo gaat het in de muziek, altijd anders dan je denkt.

Demob Happy – Mother Machine

Het laatste deel van een trilogie noemt Demob Happy frontman Matt Marcantonio de nieuwe single van zijn band. Deel een is Less Is More, deel twee Autoportrait, en het slotstuk heet dus Mother Machine.

Demob Happy heeft Mother Machine bewust als laatste gepland, omdat het  nummer iets laat horen van de nieuwe richting waarin de band zich ontwikkeld. Dat nieuwe geluid lijkt gebaseerd op de glamrock van de vroege jaren zeventig van de vorige eeuw.  De beat van Mother Machine doet sterk denken aan die van Suzi Quatro’s ‘Can The Can’. De gitaren en koortjes vormen een ‘wall of sound’ zoals 10cc produceerde ten tijde van ‘Wall Street Shuffle’, terwijl de  leadzang gender fluïde klinkt, zoals toen bij Bowie en Bolan.

Het zou echter een vergissing zijn de song als retro weg te zetten. De invloeden zijn slim verwerkt en eigen gemaakt. Het eindresultaat is dan ook geen ode aan lang vervlogen tijden, maar een relevante update van een tijdloos geluid/genre. Niet dat we er nog aan twijfelden, maar met Mother Machine laat Demob Happy definitief  horen een van de interessantste rockbands van de jaren 20 te zijn.

Equal Idiots – 16

Met de release van nieuwe single 16 kondigt het Vlaamse fun punkduo Equal Idiots de release aan van een fonkelnieuw album.                21 februari is de dag waarop ‘Adolescence Blues Community’, de opvolger van het juichend ontvangen debuutalbum ‘Eagle Castle BBQ’ moet gaan uitkomen. 

De albumtitel suggereert twee dingen. A) dat Thibault en Pieter nog niet volwassen zijn of dat vooralsnog weigeren te worden. En B) dat er verdriet in het spel is, waarschijnlijk liefdesverdriet. Het eerste is goed te horen aan 16, een lekker onbesuisd nummer met een opgeschroefd tempo en een pesterig schoolpleinrefrein. Het tweede kan er op duiden dat het in 16 geuite voornemen van ‘I’m Gonna Make You Mine’ niet is gelukt. 16 is ook wel erg jong voor vaste verkering.

 

Juniore – Ah Bah D’Accord

Twee jaar geleden alweer scoorde het Franse Juniore een solide Pinguin hit met Panique. Eind vorig jaar verscheen er een nieuwe single plus het bericht dat Anna Jean en haar secondanten weer komen spelen (zie onder). Goed nieuws dus.

Ah Bah D’Accord klinkt als een Panique part deux, een Franstalige neo new wave song met prominente surf bas, analoge synths et chanté a la yé yé’. Dat is de klassieke vrouwelijk zangstijl geïntroduceerd in de ‘années soixante’ door zuchtmeisjes als Francoise Hardy en France Gall.

Het zou logisch zijn als er een derde album verschijnt van Juniore, maar daar over zwijgt internet vooralsnog.

Concert: 4 april Melkweg. Amsterdam.