Moses – Waiter

Uit de eerste zin van de Spotify bio van de band Moses, ‘Having Nothing In Common With The Saviour Prophet. Except Great Live performance’ kan je twee dingen opmaken. 1) de band heeft humor en 2) ze moeten wel uit Engeland komen. Dit soort branie is typisch Brits. Amerikanen zijn doorgaans te vroom om te durven spotten met een figuur uit de bijbel.

Google laat zien dat Moses een populaire naam is onder artiesten. Zo is er een band uit Nederland die luistert naar de naam Moses, een duo uit Canada en tig acts die of van voren of van achter Moses heten.

‘Onze’ Moses komt uit Londen en telt vier leden van begin twintig. De band is een jaar of vier actief. In die tijd hebben ze zo’n vijftien songs uitgegeven, energieke en catchy gitaarnummers die dankzij de karakteristieke (hoge) stem van zanger Victor “Moses‘ Moise direct herkenbaar zijn. De laatste zes staan -uiteraard – inclusief Waiter op het vers verschenen debuutalbum van de band, ‘Almost Everything Is Bullshit’. 

Meestal zet Moses er goed de vaart in. Waiter is hun eerste ballad. Een muzikantenwijsheid zegt dat ballads moeilijker zijn dan up tempo songs. Als dat zo is dan slaag Moses met vlag en wimpel voor de test. Waiter bouwt gestaag op naar een grandioze finale die je afhankelijk van je stemming naar een zakdoek of aansteker doet grijpen.

 

Finn Ronsdorf – Blue

Het is vaak maar een detail dat een nummer van oké tot OKAY! maakt. In geval van Finn Ronsdorf‘s Blue is dat een haastig opgetrommeld koor. Blue is een bezielde ballad. Veel meer dan Rondorf’s zang, gitaar en voornoemd koor heeft het nummer niet om het lijf.

In de verte doet Blue wel aan de Hozier denken. Toen die nog geen budget had om breed uit te pakken. Finn komt uit een klein dorpje in het Zwarte Woud, Zuid Duitsland dus. Daar was hij zeg maar ‘the only gay in the village’. Zodra de mogelijkheid zich voordeed vluchtte hij naar Berlijn. Helaas bood de hedendaagse hoofdstad van het hedonisme niet het verlangde geluk.

De 20 jarige singer-songwriter ontdekte al snel dat het hebben van veel vluchtige vrienden geen remedie is tegen eenzaamheid. Gelukkig heeft hij zijn muziek, als vlucht en uitlaatklep.

Opera Alaska – Fall

Opera Alaska is geen naam die bovenaan eindigt bij de zoekresultaten van Google. Zoals altijd biedt de toevoeging van het woord ‘band’ uitkomst. Wat blijkt?

Opera Alaska is een nieuwe band, een duo eigenlijk bestaande uit Moss man Marien Dorleijn en ‘jazz’ gitarist Marzio Scholten. Als je ze opzoekt op Spotify is het zaak dat je de volledige naam invoert. Er blijken namelijk wel meer hondjes te zijn die de naam van het meest noordelijk gelegen staat van de V.S. lekker vinden klinken.

De eerste single van Opera Alaska hebben we gemist, maar dat zal ons met Fall niet gebeuren. ‘Playful indie, danceble grooves, dreamy melodies and above all killer songs’ staat er in de Facebook bio. Het enige wat we daaraan toe te voegen hebben is, en lekker veel gitaar!

Het is duidelijk dat Marien en Marzio veel plezier hebben gehad tijdens het opnemen. Het zal dan waarschijnlijk ook niet bij twee nummers blijven.

The Lathums – Fight On

The Lathums komen uit Wigan, een stadje dat is gesitueerd tussen Liverpool en Manchester, twee van de belangrijkste talentpools van Engeland. Het hoge spelniveau, de eigen sound en de kwaliteit van hun songs verhullen het feit dat de vier bandleden nog maar net de twintig zijn gepasseerd.

Fight On is het titelnummer van EP 2, die een maandje geleden is verschenen. Het nummer doet zijn titel alle eer aan. Fight On klinkt als een strijdlied. De tekst refereert ook aan een gewapend conflict, maar de boodschap is er een van vrede, ‘So Walk With Me Down On Memory Lane, Or Be Forced To Repeat Our History’, zingt zanger Alex Moore met zijn onverbloemde Noord Engelse tongval.

The Lathums is spekkie voor de bekkies van fans van eveneens geëngageerde gitaaracts als Sam Fender en Declan McKenna. En van The Smiths. Het is niet moeilijk om te horen dat Johnny Marr de held is van gitarist Scott Concepcion. Door de altijd wat chauvinistische Britse pers wordt The Lathums binnengehaald als de beste band sinds Arctic Monkeys. Dat staat  nog te bezien. Maar dat er hier iets moois aan het ontstaan is, is een ding dat zeker is.

The Lazy Eyes – Tangerine

Met zijn door een centrifuge gehaalde leadzang en simultaan gespeelde gitaartje toont The Lazy Eyes zich op nieuwe single Tangerine ijverige leerlingen van de King Gizzard school voor paddopop. Maar net als je denkt kunnen ze niks zelf verzinnen  breakt de drummer in en geeft hij de beurt aan de gitarist die hem houdt tot de laatste toon is uitgeklonken. En zo komt nog goed met The Lazy Eyes.

Feitelijk volgt Tangerine (geen cover dus van het gelijknamige nummer van Led Zeppelin) het zelfde patroon als op Cheesy Love Song. Part one is voor de zanger, part two voor de gitarist. Verschil is dat de debuutsingle, een stonede ballad is en Tangerine een dopey rocker. Het idee dat we nog veel en lang plezier gaan beleven aan The Lazy Eyes blijft overeind.

The Beths – Dying To Believe

The Beths komen uit Nieuw Zeeland. De naamgever van de band is Elizabeth Stokes. Zij en haar medemuzikanten leerden elkaar kennen tijdens een jazzopleiding aan de uni van Auckland.

Waarom ze van jazz zijn overgestapt op indie vermeldt het verhaal niet. Het zou te maken kunnen hebben met werkgelegenheid. Of de behoefte van Beth om ook haar teksten voor het voetlicht te brengen. Hoe dan ook spelen kunnen de kiwi’s. En we mogen blij zijn dat The Beths de ommedraai hebben gemaakt.

Het eerste Beths album stamt uit 2018 en introduceerde de band als makers van energieke powerpop in de stijl van ‘klassieke’ meidenbands als The Bangles en The Gogo’s, maar dan met extra veel gitaar. Een tikketje retro dus. Het succes was er niet minder om en bracht de band o.a. naar Nederland voor een paar optredens. Nieuwe single, Dying To Believe biedt geen nieuwe inzichten, maar laat wel horen hoe strak en muzikaal The Beths zijn. Album twee, ‘Jump Road Gazers’ volgt op 10 juli.

Gorillaz – Aries (feat Peter Hook & Georgia)

Voor episode 3 van Song Machine van Gorillaz heeft alfamannetje Damon Albarn de hulp ingeroepen van voormalig Joy Division en New Order bassist Peter Hook en aanstormend elektropop talent Georgia. De hoofdrol neemt Albarn a.k.a. 2-D echter zelf voor rekening. Hij is de leadzanger van Aries, de Engelse naam voor het sterrenbeeld Ram.

Het is opvallend hoe herkenbaar Hook’s bassound is. Hij krijgt ook alle ruimte om zijn stempel op Aries te drukken. Georgia roert de prominent aanwezige elektronische trom. Het zijn deze details die het nummer meerwaarde geven. Zonder had het melancholieke Aries ook op een album van Blur kunnen staan of van Daman Albarn solo.

AM Sam – Money

Geen onderwerp dat zo vaak bezongen is als poen, op de liefde na dan natuurlijk. AM Sam combineert de twee. Het Soester snarenwonder voert Money op als metafoor voor een nieuwe liefde.

De kans dat die beklijft is net zo groot als de kans op een gevulde bankrekening. Niet erg dus. Met Money maakt AM Sam weer eens duidelijk dat niemand klinkt zoals hij, de begeleiding is grotendeels elektronisch, maar Sam’s sound als elektropop omschrijven is de plank misslaan. Daarvoor is de rol van de gitaar te groot. Het tempo is dit keer lekker plagerig wat goed past bij de de lome zang. Rest ons nog te vermelden dat de vrouwenstem die je hoort van Lisa Brammer is, de voormalige frontvrouw van de band Dakota. De totale oogst AM Sam is nu een magere vijf songs. Hoogtijd voor een album.

Phoxjaw – Half House

In de clip van Half House van Phoxjaw zie je de vier bandleden gebroederlijk aan een kampvuur zitten keuvelen. Dan tovert een van hen een reuzenpad uit zijn rugzak. Hij likt aan het beest en geeft hem door. Het schijnt dat je van het likken van sommigen amfibiesoorten behoorlijk high kunt worden. Nu komt er toch een partij freaky muziek denk je dan, maar dat valt erg mee. Of tegen dat kan natuurlijk ook. Het paddenspul lijkt vooral invloed te hebben op de cameraman, die beeft alsof hij met een drilboor in de weer is.

Half House is een vrij aardse rocktrack, grungy en stevig, maar niet echt metal. Tenminste zo lijkt het. Halverwege verandert de wind plotseling van richting, gaat de beuk er in en worden reeds betreden paden verlaten. In het met gitaren overgoten slot duiken zelfs blazers op! 

Half House is typisch zo’n nummer dat baat heeft bij een paar keer luisteren. Pas dan hoor je hoe knap alles in elkaar zit en hoe goed bezig dat Phoxjaw wel niet is.

Twee eerder verschenen EP’s bezorgden Phoxjaw het predikaat veelbelovend. Die belofte wordt op 5 juli ingelost met de release van   debuutalbum Royal Swan. Die pad uit de clip is overigens niet echt, Phoxjaw des te meer!

Phoebe Bridgers – Kyoto

Hoezo workaholic? In 2017 bracht Phoebe Bridgers haar eerste album uit, een mega succes waarop o.a. oud IJsbreker Motion Sickness te vinden is. Het jaar daarop sloeg ze de handen ineen met Lucy Dacus en Julien Baker. Dit supertrio kwam met de EP boygenius waarvan we Me & My Dog grijs hebben gedraaid. Vorig jaar sloeg Phoebe Conor Oberst aan de haak voor een gelegenheidsband die ze Better Oblivion Community Center doopten. Onze hit was Dylan Thomas.

Als Phoebe niet in de studio te vinden was, stond ze wel ergens op een podium, solo, met haar vriendinnen of met de frontman van Bright Eyes. Het leek er op dat alles wat de nu 25 jarige ingezetene van Los Angeles aanraakte in goud veranderde.

Nieuwe single Kyoto laat horen dat ze haar ‘Midas touch’ nog lang niet kwijt is.  Kyoto is de tweede single van Punisher (release 19 juni). Is de eerste, The Garden een mooi zondagochtend liedje, met zijn vlotte tempo en feestelijke blazers is Kyoto geknipt voor de rest van de week. Phoebe Bridgers is een van de hardst werkende en breedst georiënteerde artiesten van dit moment.  Benieuwd wat ze volgend jaar gaat doen.