Haldern Pop 2019 onderscheidt zich nog immer in festivalland

Alles verandert op deze wereld. In hoog tempo. Technologie als toverwoord. We zijn ten prooi gevallen aan de ratrace. Alsof de duvel ons op de hielen zit. Alles verandert. Continu en in de vaart der volkeren. Behalve in Haldern. Waar alles hetzelfde blijft. Waar slechts één ding centraal blijft staan: kwaliteitsmuziek. Ook in 2019 is het programma een verademing, afgezet tegenover het enorme mêlee aan festivals wereldwijd.

Tekst Pieter Visscher, foto’s Andries Makkinga

Al vroeg meesterlijk afgetrapt door onder meer de Duitse pianist Kirill Richter in de kerk van Haldern realiseer je je al snel dat het weer zo’n weekeinde wordt met talrijke muzikale verrassingen. Zo hebben velen mogelijk een negatieve connotatie bij de bandnaam Kadavar (foto) en dat is niet zo gek. De rockgroep uit Berlijn verrast op het hoofdpodium op alle fronten met een sterk door Led Zeppelin en psychdelica beïnvloede sound die het Duitse dorp op zijn grondvesten doet schudden. Drie man sterk zorgen de Duitsers, allang omarmd in metalkringen, voor een vrijwel continue geluidsmuur van smaakvolle stonerbluesrock die net zo verrassend als overdonderend is. Hyperauthentiek kun je het niet noemen, dat is duidelijk. Verpletterend des temeer. Denk ook aan King Gizzard & The Lizard Wizard. Muzikale geestverwanten die vorig jaar ongeveer hetzelfde presteerden op hetzelfde podium, maar zeker niet met z’n drieën. Verrassing van de dag. Wat een zanger ook, die Christoph Lindemann. Gaan we meer van horen.

Stevige techno in een bandsetting brengen doet het uit Oostenrijk afkomstige Elektro Guzzi. Hoeveel er daadwerkelijk live gebeurt is lastig in te schatten, want het accent ligt toch wel heel erg zwaar op de techno, die geregeld opzwepend genoeg is om de uitpuilende Spiegeltent te laten zweten. Wanneer je heel goed je best doet ontwaar je livedrums, gitaar en bas. Muziek voor geoefende oren. Geheide hit ook op de Dance Valleys en Tomorrow Lands van deze wereld. Zonder twijfel.

Robocobra Quartet (foto) is een freejazzformatie uit Engeland die verder gaat dan gelijkgestemden als, bijvoorbeeld, Badbadnotgood en GoGo Penguin. Agressievere benadering van de jazz en ze hebben met drummer/zanger Chris Ryan een opvallende blikvanger in huis. Geestig en to the point. Zet ‘m neer op een willekeurige geitenfuif en je hebt de poppen aan het dansen. Muzikaal is het geregeld rommelig en zijn songstructuren nauwelijks te ontwaren. Desondanks blijf je bij de les. Robocobra Quartet daagt muzikaal uit en dat bevalt. De grenzen van de jazz worden continu opgezocht.

Gurr (foto) is een Duitse drievrouwsformatie die in de klassieke opstelling, met een mannelijke drummer overigens, gitaar, bas en zang/gitaar zowel Duits- als Engelstalige nummers op plaat heeft gezet en die live ten gehore brengt in de Haldern Pop Bar. Die uitpuilt en de door Blondie beïnvloede sound zich laat welgevallen. Poprock met een punky twist. Wie wordt daar niet blij van? Aan het eind van de set crowdsurft een van de twee zangeressen, Andreya Casablanca, gezellig door het raam naar buiten, waar ze vrolijk verder zingt. Het tekent de frivoliteit van de band. Met een fijne cover van Nirvana’s Territorial Pissings wordt afgesloten.

 

Betere muziek voor de vrijdagnamiddag is nauwelijks denkbaar met Whitney op het podium van de mainstage. Nadat de Australische punkrockformatie The Chats ongelooflijk veel zieltjes wint in de Spiegeltent. Een compact wolkendek houdt de warmte lekker vast, terwijl een bui van betekenis al snel vergeten is. Het platgetrapte grasland kan natuurlijk ook wel wat hebben na al die droogte in Duitsland. De falset van drummer/zanger Julien Ehrlich past nog altijd naadloos in het poppy folkgeluid van de Amerikanen. De inmiddels klassieke hit No Woman voelt al jaren als een wollen deken tijdens koude winternachten. (Hart)verwarmend.

De doorgewinterde opportunist zal zeggen dat Talk Talk niet dood is, maar verplaatst is naar het lichaam van de Canadees Jesse Mac Cormack en geef die opportunist maar eens ongelijk. Vooropgesteld doen hij en zijn band er sterk aan denken en de Spiegeltent leent zich uitstekend voor de breekbare indierock van het gezelschap, dat meer elektronica zal moeten gaan gebruiken om daadwerkelijk in de buurt te komen van Marc Hollis en zijn voormalige kornuiten. Het songmateriaal is mager en Mac Cormack heeft trekjes van een poseur. Vooralsnog een 6-. We blijven ze wel in de gaten houden. Opvallend: wanneer je linksachter in de Spiegeltent naar buiten tuurt, waar de deuren openstaan, en je de in de wei grazende koeien tot je neemt, krijg je toch het gevoel dat Hollis het allemaal oké zou hebben gevonden.

Barns Courtney (foto), in dezelfde tent heeft de moves van Mick Jagger en de stem en de liedjes om een willekeurig schuurfeest aan de gang te krijgen. Gaat elke boerenbruiloft de komende jaren daarnaast op z’n kop zetten en wat is Glitter & Gold een móddervette hit!

The Father John Misty, the Son and the Holy Ghost. In die volgorde ziet Josh Tillman ze graag voorbij komen en het wordt ook nog eens soepeltjes waargemaakt. De man is eigenlijk kind aan huis in Haldern en vinkt alle verwachtingslijstjes opnieuw af, zonder ook maar een spier te verrekken. De zonnebril ophouden, terwijl de koperen ploert al urenlang bier drinkt met de maan en consorten; Hij, ja Hij komt er lachend mee weg. Een bloemlezing van zijn ‘best ofs’ komt voorbij en het tempo ligt in een enkel nummer wat hoger dan op plaat. Noem het verwaand, zelfs megalomaan wanneer je dat wil. Maar plak er ook en vooral de sticker met ‘wereldklasse’ op. Dat verdient-ie. En z’n band ook. Het is eigenlijk abnormaal hoe mooi een nummer als Just Dumb Enough To Try is.

De Amerikaan permitteert zich in eerste instantie alle grappen en grollen achterwege te laten. Interactie nihil en geen haan die ernaar kraait. Tijdens de eerste drie kwartier dan. Want opeens gaat het alsnog los. ‘Be true, not better’, de prachtslogan van Haldern Pop wordt gefileerd en gebruikers van geestverruimende middelen krijgen de teleurstellende mededeling dat in het laatste halfuur slechts stemmige ballads voorbij gaan komen. Dat blijkt reuze mee te vallen. In de finale zit bijvoorbeeld Holy Shit, dat misschien wel het mooiste nummer is dat ooit geschreven is op deze planeet. Vanavond zeker! “Ancient holy wars, dead religions, holocausts. New regimes, old ideas.
That’s now myth, that’s now real.” Ja, houd het maar eens droog. En die stém! Hebben we weer een winnaar dit festivalseizoen? Jazeker.

This is what five feminists look like!”, vertelt zanger Joe Talbot van de Engelse punkband IDLES op zijn geheel eigen wijze. IDLES schrijf je in kapitalen, terwijl tot op heden niemand weet waarom. Maar met teksten over liefde in allerlei opzichten, waaronder plooineuken, gloryholes en wat niet meer zij, kunnen ze wonderwel uit de voeten. Ze brengen een geheel terechte ode aan Stefan Reichmann, de grote drijvende kracht achter Haldern Pop, dat het jaar in jaar uit presteert de crème de la crème van de hedendaagse indiepop en -rock te programmeren. Bands als Muse en Editors stonden op het affiche in het gemoedelijke Duitse dorpje, waar de boer zijn koeien dus nog gezellig in de wei laat grazen. We zien dat zo graag. Waar nog altijd een sigarettenautomaat hangt, die niet wordt vernield cq opengebroken. Waar Jan Terlouws touwtjes nog uit brievenbussen hangen en pils in de lokale bar nog sympathiek geprijsd is. IDLES, Engelse punkers die groot geworden zijn door normaal te blijven, passen naadloos binnen dat geheel. Alhoewel, wat is ‘normaal’ binnen de vigerende rockkaders? Wat is überhaupt normaal? Niets zo arbitrair als dat woordje, wees eerlijk. Gitarist Mark Bowen hangt opnieuw de clown uit in zijn spectaculaire Hawaïaanse zwembroekje. IDLES heeft een punkattitude die elke rechtgeaarde muziekliefhebber bevalt. Goudeerlijk, onbevangen en recht door zee komt zelfs een kort Nothing compares to you-intermezzo uit de verf.

Zoals de organisatie van Haldern al zo vaak flikte, werd ook Fontaines D.C. (foto) al vastgelegd voordat er maar een single uit was van de band. Zo stond al in een vroeg stadium vast dat de Ieren in de Spiegeltent zouden spelen. Die was met de kennis van nu te klein. Veel te klein. Er staat een rij voor de tent die de komende jaren niet meer uit de boeken gaat. Binnen puilt het uit en is het van de eerste tot de laatste noot urgent wat de Dublinse formatie laat zien en horen. Zanger Grian Chatten is een autistischer versie van Ian Curtis en maakt kilometers op het podium, zijn woorden zet hij kracht bij met wilde armgebaren. Het hele album wordt gespeeld, terwijl een grote massa voor het podium wild danst en pogoot. “My childhood was small, but I’m gonna be big!”, is de overtuiging. Ieren met bravoure. Ze hebben het geflikt inmiddels. Fontaines D.C. is een wereldband.

 

Mooi om te zien hoe de besnorde bassist van Pictures (foto) opgaat in de muziek van zijn band. Pictures is die band uit Berlijn die het doet met twee zangers en op z’n plek is in de knusse Haldern Pop Bar, waar het Duitse bier rijkelijk vloeit. Pictures doet het zonder al te veel interactie met het volle café, speelt een degelijke indierockset en wint aan sympathie per nummer. Zelfs wanneer “Are you fuckers ready?!”, wordt geschreeuwd. We interpreteren het als een koosnaampje. Neuken doen de meesten immers wel op deze planeet.

Spinvis is ook in Haldern en niet voor de eerste keer. Het hoofdpodium is geen onbekend terrein voor de Nieuwegeiner die steeds opzichtelijker flirt met Duitsland en gelijk heeft-ie. De taal is prachtig en hij is ze machtig. De nichemuziek van Erik de Jong en consorten valt al jarenlang goed in de smaak bij onze oosterburen en Erik is niet te beroerd de boel in het Duits gezellig aan elkaar te babbelen en een Duitstalig nummer te zingen om zich nog wat steviger te nestelen. De prachtige Merel, rode jurk, op viool, blijft Spinvis’ paradepaardje. Het oog wil ook wat. Een enkele hit van Spinvis komt vertaald net zo goed uit de verf. Het wordt gewaardeerd.

Ja vaders in den lande, houd uw dochters thuis wanneer Daughters het podium bestijgt. De Amerikanen houden het midden tussen IDLES en Fontaines DC, hoewel eerstgenoemde qua furiositeit een stuk dichter in de buurt komt. METZ en Vietcong kunnen we eraan toevoegen. Niet al te melodieus, verre van superopwekkend, maar heerlijk agressief. Daar kunnen we wat mee op deze verdwaasde planeet. Punkrock die wat extra verkeersboetes oplevert. Eet die microfoon nou niet op, jongen.

 

Opmerkelijkste gasten op het hoofdpodium zijn misschien wel de drie van Khruangbin, die laidback soulvolle gitaarliedjes brengen met drums en bas. De zang is minimaal. Meestal geen tekst. Zo nu en dan slechts één woord. Welcome, bijvoorbeeld. Hoogstwaarschijnlijk ook de titel van het nummer. Ook opvallend: bassiste/zangeres (gaat continu door de knieën) en gitarist hebben hetzelfde kapsel. De drummer is kaal.

Na de aan Guru herinnerende hiphop van oude bekende Loyle Carner op het hoofdpodium mag Patrick Watson zijn fluisterpopkunsten vertonen in de Spiegeltent. Tijdens enkele nummers geholpen door een enorm mannen- en vrouwenkoor. Watson rockt ook zo nu en dan en daar is hij beter in. Achter de piano is hij het meest in zijn element en ontstaan de fraaiste dingen. Zijn hysterische lachje zo nu en dan wordt mogelijk door geestverruimende middelen veroorzaakt. We houden dat in het midden.

Michael Kiwanuka is een van de headliners op de poster van Haldern 2019 en maakt zijn status moeiteloos waar. De “black man in a white world” is een net zo begenadigd zanger als gitarist en zijn met politiek en maatschappelijke toestanden doordrenkte nummers gaan erin als koek bij het publiek op de afgeladen weide. Waar de temperatuur een uur voor middernacht nog heerlijk behaaglijk is. Opnieuw een uitdagend, spannend en verrijkend muziekweekeinde. Om in te lijsten. We blijven het gewoon zeggen: Haldern Pop is het beste festival ter wereld.

The Black Keys – Let’s Rock

The Black Keys – Let’s Rock (Nonesuch Records/Warner)

Die elektrische stoel op de cover van de nieuwe van The Black Keys staat niet los van de titel van het negende album van de twee Amerikanen. “Let’s rock!”, waren de laatste woorden van de ter dood veroordeelde Edmund Zagorski, vorig jaar. Zagorski had wat mensen in koelen bloede vermoord en dan weet je dat je in sommige staten in Amerika niet je hele leven achter tralies hoeft. Jongen met humor in elk geval, zo vlak voor zijn laatste adem.

Let’s Rock is gevuld met de bluesrock die we kennen van zanger/gitarist Dan Auerbach en drummer Patrick Carney. Het is geen plaat waar we compleet van van slag raken. Vrolijk word je er wel van. Omdat het bruist, positief is en gevuld met bluesrockliedjes waar toch altijd weer dat kwaliteitsstempel op is gedrukt.

Neem zo’n heerlijk heupwiegend liedje als Every Little Thing, dat tekstueel niet al te veel voeten in de aarde moet hebben gehad en ook muzikaal is het qua akkoordenschema’s niet het lastigste wat de mannen op plaat hebben gezet en tóch druk je op de repeatknop. De klasse druipt er opnieuw vanaf. In no time zit het in je kop en probeer maar eens te ontkomen aan meezingen. Dat is zinloos.

Je hoort wat Led Zeppelin terug, The Beatles galmen na, evenals de Stones en je wordt er andermaal ouderwets vrolijk van. Let’s Rock is dan niet het opwindendste album dat The Black Keys hebben opgenomen, het is wel het lekkerste. Een plaat die je op elk moment van de dag kunt opzetten, in wat voor bui je ook verkeert. Het is al een prachtige zomer en The Black Keys maken de mooiste maanden van het jaar nóg veel zonniger. Een en al blijdschap. Check die clip bij Go ook even. Méésterlijk! Pieter Visscher

Thom Yorke – Anima

Thom Yorke – Anima (XL Recordings/Beggars)

Ik las de titel van het nieuwe soloalbum van Thom Yorke ietwat te snel en de i werd een e. Dan krijg je Anema en ik moest onherroepelijk denken aan Aenema van Tool, een van de sterkste albums ooit afgeleverd op deze planeet. Exact 22 jaar geleden. Maar bovendien gingen mijn gedachten uit naar Ype Anema, de noeste verdediger die in de jaren 80 van de vorige eeuw uitkwam voor onder andere AZ, dat toen nog AZ’67 heette. In 1967 fuseerden Alkmaar ’54 en FC Zaanstreek, vandaar dat jaartal.

Dat is mogelijk vrij triviale informatie voor muziekliefhebbers die niet veel op hebben met voetbal, maar zij die de sport een warm hart toedragen, gun ik deze feitjes. Anema had een snor – toen kon dat nog – en bloeide na z’n carrière op in de slagerij van zijn ouders, in het prachtige Friese Bolsward. Anema was wars van scheenbeschermers. Dat kon ook nog, toen. Maar nu houd ik op.

Anima is de nieuwste soloworp van Thom Yorke, het Engelse wonderkind, dat vorig jaar nog op de proppen kwam met de soundtrack Suspiria, voor de gelijknamige horrorfilm. Met Radiohead al niet vies van elektronica, gaat Yorke op zijn soloprojecten nog een stapje verder. Nu ook weer.

Anima is uit computers gerold en is op het stemgeluid van Yorke na andermaal weinig organisch. Nochtans hebben we opnieuw te maken met geluidscollages die beroeren. Want dat is ook nu het geval met de elektronische klanktapijten die uit Yorkes brein zijn ontsproten. Wie wil dansen, wordt ook nog eens op zijn of haar wenken bedient, want die monden worden zonder meer gevuld. Verwacht geen uitzinnig gezwier in de clubs, hoezeer de drumcomputer in Impossible Knots (fijne titel) hartstochtelijk zijn best doet.

De melodieën op Anima zijn niet snel beklijvend, als ze dat überhaupt al worden na meerdere draaibeurten, en dat maakt het allemaal des te fascinerender. Het knispert, het wrijft, het wringt en is bij vlagen meesterlijk fraai en sleept je ook mee zoals alleen Yorke meeslepend kan zijn. Als je eerlijk bent zijn zijn soloplaten spannender dan alles wat met Radiohead op plaat is gezet en dan met name de liedjesalbums zoals OK Computer en The Bends – meesterwerken uiteraard (!).

Een nummer als Twist, met zijn onvoorspelbare opbouw, ontroert tot op het bot. Zeven minuten lang zweef je mee met Yorke, waardoor je denkt: oké computer, laat die muzikale omhelzing nog maar wat langer duren. Anima is een intrigerende ontdekkingstocht, die met het briljante Runwayaway zelfs stiekempjes knipoogt naar Kraftwerk. Neem er de tijd voor en verdwaal eindeloos in Yorkes wonderland. Pieter Visscher   

 

Kate Tempest – The Book Of Traps And Lessons

Kate Tempest – The Book Of Traps And Lessons (Caroline)

Zeg het ze, Kate. Zég het ze! Ook op haar derde album neemt Kate Tempest natuurlijk geen blad voor de mond. Het is de Britse woordkunstenares op z’n kwetsbaarst.

The Book Of Traps And Lessons is elf nummers lang in-your-face spoken word waar overduidelijke en dieper liggende boodschappen elkaar in hoog tempo opvolgen. Zoals we van haar gewend zijn. Tot zover niet veel nieuws onder de zon, maar schijn bedriegt. Tempest ontroert meer dan ooit. Ze is ook daarin confronterender. Mogelijk heeft Rick Rubin er een rol gespeeld. De topproducer.

Tempest houdt ons een spiegel voor. Opnieuw. Over de leegheid van sociale media en apps, zoals WhatsApp et cetera. Sociale contacten lijken waardevol op een smartphone, maar ze stellen meestal geen reet voor. Tempest komt continu binnen. Het wemelt andermaal van de metaforen en je weet dondersgoed wat ze bedoelt. Hoewel er ook hoop is. Niet alles is gitzwart.

Kapitalisme gaat voor de bijl, racisme wordt keihard op de bek geslagen, de vervreemding van elkaar, terwijl je denkt dat je de ander zo ontzettend goed kent via de whatsApps, facebooks en instagrams van deze wereld. Oja, het ten dode opgeschreven Engeland.

In All Humans Too Late is Tempest emotioneler dan ooit.

Sucking on pork ribs
And summoning pornography
So that we can come when we fuck

Our partners don’t know us
Our families are strangers
Our friends make us nervous

Muzikaal is het ingetogener. Tempest heeft zich losgeworsteld van hiphopconventies en slaat ook die sector in de muziekwereld hard om de oren. Tempest is aan het woord en je luistert.

The Book Of Traps And Lessons is geen plaat die je opzet terwijl je de nieuwe buren voor het eerst uitnodigt voor sjasliek, gamba’s en moten zalm op de grill – al kan de koude pils een hoop goedmaken. The Book Of Traps And Lessons is een album dat je wil horen in de late avonduren. Bij schemerlicht, hangend op de canapé. Indringender wordt het bijna nooit. Pieter Visscher

LIVEDATA 18/08 Pukkelpop, Hasselt 23/10 Paradiso, Amsterdam 25/10 Théatre National de la Communauté, Brussel

 

 

Hot Chip – A Bath Full Of Ecstasy

Hot Chip – A Bath Full Of Ecstasy (Domino/V2)

De zevende van de ‘nerds’ van Hot Chip is een album geworden waar de rode loper voor de dansminnende meute op onze planeet weer breed is uitgelegd. Overdreven veel nieuws onder de zon is er niet. Wel dat we inmiddels klotsende oksels hebben onder de stroboscoop en discoballen. Van vrienden die zichzelf niet al te serieus nemen, net als de wereld om hen heen. “It’s a weird dream world when you’re making music”, legt zanger Alexis Taylor uit. “You’re just exploring things that are of interest to you. Why would that be something to take seriously?”

A Bath Full Of Ecstasy is waar de Londenaren ons op trakteren. Nu zelfs met een flinke dosis autotune in twee songs; het niet al te opwindende Spell krijgt het geïnjecteerd evenals het voor Hot Chip-begrippen wat zweverige titelnummer. Terwijl, en dat weten we allemaal, Alexis Taylor over een uitstekende, karakteristieke falset beschikt en dus wél kan zingen, in tegenstelling tot het ongetalenteerde gespuis dat juist afhankelijk is van autotune om niet compleet voor joker te staan (alhoewel).

A Bath Full Of Ecstasy is niet zo opwindend als wereldplaten One Life Stand (2010) en Made In The Dark, dat twee jaar eerder verscheen, al werd er toen ook al lichtjes met autotune gerommeld al hadden we het toentertijd nog niet echt door. Het was functioneel (proest). I Feel Better en Ready For The Floor bijvoorbeeld zijn tracks die tot het beste behoren wat de dance de afgelopen decennia heeft opgeleverd. Niettemin heeft A Bath Full Of Ecstasy ook een prijsnummer en dat is Hungry Child, met een vrij klassieke Hot Chip-opbouw en waarin de jaren 80 nagalmen. Het intro lijkt zelfs een heimelijke ode aan Alphaville. Het is zo’n track die stilstaan domweg onmogelijk maakt. Dat is geen negen nummers het geval, maar Hot Chip sleept al met al een 7 uit het vuur en daar waren we, behalve de nerds vroeger op school, hartstikke blij mee. Pieter Visscher

LIVEDATA 17/08 Pukkelpop, Hasselt 30/08 Into The Great Wide Open, Vlieland 02/12 Melkweg, Amsterdam 10/12 Trix, Antwerpen

Er wordt uitgepakt met The Rolling Stones Rock and Roll Circus

ABKCO Films en ABKCO Music & Records hebben gezamenlijk de opgepoetste 4K Dolby Vision-concertfilm The Rolling Stones Rock and Roll Circus voor de allereerste keer op Blu-ray uitgebracht. Daarnaast verschijnt de film op dvd en voor digitale download (TVOD). De film, opgenomen in twee dagen in december 1968, bevat The Who, Jethro Tull, Taj Mahal, Marianne Faithfull, de geïmproviseerde supergroep The Dirty Mac (John Lennon, Keith Richards, Mitch Mitchell, Eric Clapton) en Yoko Ono naast de originele line-up van The Rolling Stones.

De limited deluxe edition is een multiformaatpakket Blu-Ray, dvd, 2cd-soundtrack en een perfect ingebonden 44-pagina’s tellend boek met het originele Rolling Stone-essay van David Dalton uit 1969 en foto’s van Michael Randolf. De soundtrack is uitgebreid naar 28 tracks, heeft een nieuwe mix en 192k 24 bit HD-restauratie gekregen.

Bonusmateriaal opgenomen door de overleden concertpianist Julius Katchen, drie extra liedjes van Taj Mahal en nog nooit eerder verschenen opnames van The Dirty Mac die de Beatles-klassieker Revolution en het toepasselijk genaamde nummer Warmup Jam heeft gespeeld. Voor het eerst uitgebracht op vinyl als een 3 lp-pakket, de soundtrack is ook op cd en alle digitale formaten te verkrijgen.

Opgenomen in een Noord-Londense televisiestudio door regisseur Michael Lindsay-Hogg (Let It Be, Ready Steady Go!), nn cinematograaf, Tony Richmond (Sympathy For The Devil / Let It Be), is The Rolling Stones Rock and Roll Circus een concert gefilmd tegen een Felliniesque circusachtergrond met de band zelf als gastheer op het scherm. Voor het eerst voor het publiek voert The World’s Greatest Rock and Roll Band zes Stones-klassiekers uit (oa Jumpin’ Jack Flash,  Parachute Woman, No Expectations). Het publiek, bestaande uit fanclubleden, wedstrijdwinnaars en vrienden, was getuige van wat aanvankelijk was gepland als een BBC-special om het Beggars Banquet-album van de band te promoten. Die plannen werden verlaten in de nasleep van het vertrek van Brian Jones uit de band en de daaropvolgende dood; de film werd niet officieel vrijgegeven voor de komende 28 jaar.

Geproduceerd door het Grammy Award-winnende team van ABKCO, is The Rolling Stones Rock and Roll Circus de eerste archivistische concertfilm die wordt gemixt met Dolby Atmos Technology en Dolby Vision voor een ongekend meeslepende ervaring.

Heather Nova – Pearl

Heather Nova – Pearl (Rough Trade/V2)

Het tiende studioalbum van Heather Nova verschijnt exact 25 jaar na haar doorbraakalbum Oyster, dat inmiddels een klassieke status geniet. Pearl laat een Nova horen op wie de tijd geen vat heeft gekregen, al is ze met haar 52 lentes nog jong en gezegend met een lichaam en uitstraling die maar één ding zeggen: de eeuwige jeugd. Wat een rijkdom.

De op Bermuda geboren en getogen singer-songwriter heeft hoe je het ook wendt of keert een nieuwe start gemaakt. Na zich vooral op akoestische optredens te hebben toegelegd de afgelopen jaren vond ze het weer prettig een echte bandplaat te maken en daarmee te gaan toeren. Pearl reflecteert ook een periode die ze achter de rug heeft met een echtscheiding na een huwelijk van twee decennia en een nieuwe liefde die ze vond. Het ingetogen, contemplatieve Rewild lijkt daarover te gaan:

‘Rewild me

In the sweetness of nature

I’m free from the failures

I’m gone

No slave to the longing

I’m one with belonging

I’m gone’

Heather Nova is heel erg zichzelf op Pearl, dat ze schreef in de nabijheid van haar twee honden, terwijl ze inspiratie opdeed in de natuur om haar heen. Ze dankt de wind, die voor eeuwig veranderende luchten zorgt, en de boomkikkers waar ze van geniet op Bermuda.

Hoewel Heather heel erg zichzelf is doet ze toch aan iemand denken in een nummer op de plaat: Some Things Just Come Undone had zo op een album van generatiegenoot PJ Harvey kunnen staan. De drive in de song, het tempo, iets meer venijn in de gitaaraanslag. Tekstueel een excuusbrief aan haar zoon, vermoedelijk, die niet ongedeerd uit de scheidingsstrijd lijkt te zijn gekomen. ‘Should I cry or hide my emotion?’

De nieuwe band die Nova om zich heen heeft verzameld komt het geluid ten goede. Misschien wel de beste ritmesectie die ze heeft gehad, zegt ze zelf, met een hoofdrol voor Youth, die ook basgitaar speelt in Killing Joke. Hij produceerde de plaat bovendien. Zoals hij bij Oyster ook al achter de knoppen zat. Oude liefde, u weet wel. In oktober speelt Heather Nova in Utrecht, Den Haag en Alkmaar. Pieter Visscher

LIVEDATA 22/10 Paard, Den Haag 23/10 TivoliVredenburg, Utrecht 24/10 Victorie, Alkmaar

 

Zwaar ondergewaardeerd The Call met Collected in zonnetje gezet

Via Universal Music is het verzamelalbum The Call – Collected verschenen. Hierop zijn voor het eerst de songs van alle door de band uitgebrachte studioalbums bij elkaar gebracht, aangevuld met een aantal live-opnames, b-side-rariteiten en solotracks van frontman Michael Been. Zowel de samenstelling als het ontwerp gebeurde in nauwe samenwerking met de overgebleven bandleden en Beens zoon.

Met bekende fans als Peter Gabriel, Jim Kerr (Simple Minds), Bono (U2) en Robbie Robertson en Garth Hudson (The Band) leek het uit Santa Cruz, Californië afkomstige The Call een gouden toekomst voor zich te hebben. Maar ondanks het feit dat al deze eerdergenoemde fans hun medewerking verleenden aan diverse albums van de band, wist The Call hun cultstatus nooit echt te ontstijgen. Nummers als Everywhere I Go en I Still Believe van het vierde album Reconciled betekenden wel een paar bescheiden hits voor de band. Het tweede nummer werd zelfs gebruikt in een aantal grote films, waaronder de klassieker The Lost Boys.

Let The Day Begin, van het gelijknamig vijfde album, werd in 2000 door Al Gore gebruikt als themasong voor zijn verkiezingscampagne. Het nummer werd bovendien later nog gecoverd door Simple Minds – The Call-zanger Been zong op zijn beurt eerder op het Simple Minds-nummer Sanctify Yourself, en Black Rebel Motorcycle Club.

De band kwam definitief tot een einde toen Michael Been, als geluidsman van Black Rebel Motorcycle Club (waar zijn zoon Robert Levon Been deel van uit maakt) na een optreden op het Belgische Pukkelpop een hartaanval kreeg en overleed. The Call – Collected is een meer dan verdiend eerbetoon aan misschien wel de meest ondergewaardeerde band van de afgelopen 35 jaar.

Wellicht vat Jim Kerr het nog wel het beste samen in zijn in memoriam voor Michael Been: “Iets meer dan twee decennia geleden had ik de eer behoorlijk wat tijd door te brengen met Michael Been tijdens een Amerikaanse tournee,” vertelt hij. “Simple Minds mocht dan wel de headliner zijn, maar eigenlijk bewonderden wij het voorprogramma, The Call, met niemand minder dan Michael als frontman. Dat The Call het commerciële succes dat hun muziek verdiende nooit heeft gekregen, is een duidelijk understatement.”

The Amazons – Future Dust

amazonsThe Amazons – Future Dust (Fiction/Caroline)

Het titelloze eerste album van The Amazons dat twee jaar terug verscheen heeft niet alle aandacht gehad die het verdiende. De plaat puilt uit van de pakkende rocksongs en is her en der zelfs overrompelend. Mogelijk bereikt de band met opvolger Future Dust wel het grote publiek. Het valt nauwelijks uit te sluiten.

Omdat ook dit album volgepakt is met indierocknummers met een kop en een fijne staart. Een en ander klinkt bovendien voller dan op het debuut. De productie is nog voller en vetter. Soms doet het geluid zelfs wat denken aan dat van Queens Of The Stone Age. Future Dust is afgemixt door de fameuze Alan Moulder, onder meer bekend van zijn werk voor Nine Inch Nails, Interpol, Editors en Foals.

Opener Mother is een stadionrocker die de toon zet voor de rest van de plaat. Gierende gitaren, beukende drums en een drive waardoor je het gaspedaal maar wat harder intrapt. Vervelend niettemin met al die flitspalen in den lande.

Belangrijkste wapen, al het muzikale geweld ten spijt, blijft evenwel het stemgeluid van Matthew Thomson die alle pathos die hij in zich heeft maar al te graag laat horen, zonder ook maar een moment in de buurt te komen van pathetiek. Gewéldige stem.

Alles bij elkaar opgeteld maakt dat enkele nummers ronduit onweerstaanbaar. Zo’n Doubt It heeft een refrein dat je de hele dag door wel wil horen. Dat geldt ook voor het gejaagde Fuzzy Tree, dat er niet voor onderdoet.

Ook wanneer The Amazons het gaspedaal wat minder diep intrappen, zoals met het innemende akoestische 25 (Reprise) blijft het boeiend wat de Britten presteren. Ze flikken het dus gewoon weer.

LIVEDATA 10/10 Trix, Antwerpen 13/10 Rotown, Rotterdam 14/10 Bitterzoet, Amsterdam 

 

 

 

 

Frank Carter & The Rattlesnakes – End Of Suffering

frank carterFrank Carter & The Rattlesnakes – End Of Suffering (International Death Cult/DGR)

Ik ontdekte ‘m op Rock Werchter 2017, toen Frank Carter vroeg in de middag op het hoofdpodium voor het sterkste optreden van het lange weekend tekende. Dat was nogal wat, tussen al die grote namen.

Frank Carter & The Rattlesnakes zijn sinds 2015 actief als punkrockformatie met het rockhart op de juiste plaats. Hoewel Carter op End Of Suffering duidelijk een muzikale knieval heeft gemaakt, om mogelijk een groter publiek te bereiken, hebben we nog steeds te maken met punkrock. Zo enorm furieus en woest als in Paradise op eerste album Blossom (2015) – een vernietigende veroordeling van islamitisch terrorisme – klinkt Carter dus niet meer.

Dat hele album was enkele malen steviger dan End Of Suffering. Met Modern Ruin (2017) werd een flinke sprong naar meer toegankelijkheid al gemaakt en nu is daar de nieuwe plaat. Carter lijkt te hebben afgerekend met zijn demonen en de titel spreekt dan ook boekdelen. Carter zegt zichzelf te willen uitdagen door nieuwe muzikale paden te bewandelen. Geen opgelegde concessies. Dat is gelukt.

Wie weet waar Carter toe in staat is, zal mogelijk afhaken bij End Of Suffering, terwijl het een erg sterk album is, alleen wat minder intens en agressief dan we van ‘m gewend zijn. Het is door Alan Moulder (Nine Inch Nails, QOTSA) geproduceerde punkrock die niet langer je schoonmoeder de gordijnen in jaagt.

Wat wel gebleven is zijn de uitstekende melodieën en refreinen die Frank Carter nog altijd schijnbaar achteloos uit zijn mouw lijkt te schudden. Oké, wat minder woest dan anders dus en soms zelfs verrassend dicht bij een Muse in de buurt; Tyrant Lizard King, met Rage Against The Machines Tom Morello als extra gitarist.

Songs als Crowbar en prijsnummer Kitty Sucker (“I’m a punk rock renegade..”) doen je onherroepelijk op de repeatknop drukken. Niet alleen omdat het muzikaal allemaal heel erg klopt, ook omdat het weer eens tot je doordringt wat een ongekend begenadigd zanger de volgetatoeëerde Brit is. Dit jaar gaan we ‘m tegenkomen op Down The Rabbit Hole, Pukkelpop en in de Melkweg. Pieter Visscher