Balthazar – Fever

Eind 2016 maakte Balthazar bekend na zes jaar onafgebroken toeren voorlopig even alle activiteiten te op te schorten. De vrees sloeg de vele fans om het hart. Was dit het begin van het einde van misschien wel de beste band van het Europese continent?

Veel tijd om zorgen te maken was er niet. De virtuele inkt van het persbericht waarin het hiaat werd aangekondigd was nog niet droog of de eerste solo-projecten verschenen al online. Wat bleek? In plaats van de gevreesde magere jaren was het smullen geblazen met prachtalbums van Maarten Devoldere’s Warhaus, Jinte Deprez’ J Bernhardt en Simon Casier’s Zimmerman.

Het succes van de bij-bands was van dien aard dat niemand verbaasd zou zijn geweest als de werkonderbreking voor onbepaalde tijd zou zijn verlengd.  Maar niet dus. Min of meer vanuit het niets verscheen deze week een nieuw nummer van Balthazar met de mededeling dat het hier het titelnummer betrof van een gloednieuwe langspeler, Fever geheten.

Je vraagt je af waar de band de tijd en de inspiratie vandaan heeft gehaald, want het nieuwe album is geschreven en opgenomen terwijl Maarten, Jinte en Simon druk in de weer waren met hun buiten-bandse activiteiten. Hoe dan ook Balthazar heeft weer de geest.

Het heupwiegende Fever belooft weer een prachtalbum. Een Afrikaans aandoend intro (duimpiano, Marimba?) en intermezzo doen aan Talking Heads denken, de nadrukkelijk onnadrukkelijke leadzang en de ruimtelijke koortjes zijn echter gepatenteerde handelsmerken van de band die onuitwisbare indruk maakte met songs als Fifteen Floors, Sinking Ships en Bunker.   

Dus alles is weer wel in het Balthazar-kamp? Niet helemaal. Violiste Patricia Vanneste heeft haar vertrek heeft aangekondigd. Ze speelt nog wel mee op het nieuwe album, maar zal live niet meer van de partij zijn. Dus ook niet op 7 maart als Balthazar in de AFAS Live staat.

Rosalía – Di Mi Nombre

Elke ochtend om acht uur is het tijd voor een verse Clip van de Dag. Met vandaag de 25-jarige Spaanse (Catalaanse) zangeres Rosalía Vila Tobella, oftewel ROSALÍA. Haar veelzijdige, moderne popmuziek is helemaal in de flamencostijl. Ze viel al in de smaak bij Charli XCX, J Balvin en Pharrell Williams. Haar tweede album El Mal Querer komt vandaag uit. Malamente is al een gigantische hit, volgt nu de volgende single Di Mi Nombre? De videoclips zijn sowieso al de moeite waard.

Julia Holter – I Shall Love 2

Als Lou Reed en Laurie Anderson een dochter hadden gehad, die in hun voetsporen zou zijn getreden, had ze waarschijnlijk geklonken als Julia Holter. De 33 jarige singer-songwriter heeft vorige week haar vijfde album gepresenteerd. Het is nog te vroeg om het met stelligheid te beweren, maar het zou wel eens haar beste plaat kunnen blijken.

Veel artiesten beginnen en blijven goed. Er zijn er echter maar weinig die beter worden naarmate hun carrière vordert. Julia Holter is zo’n uitzondering. Ze is ook geen gewone singer-songwriter. Haar songs zijn zelden recht toe recht aan en lenen zich niet echt voor lekker languit luisteren op je bed met een tekstvel in de hand. De term ‘uneasy listening’ dringt zich op. Maar wie de wereld van Julia Holter durft te betreden wordt ruimschoots beloond. Julia houdt zich nauwelijks aan de conventies van wat een popsong zou moeten zijn en experimenteert ook met sounds en stemmingen. Op het Aviary album misschien nog wel meer dan ooit.

Het zegt genoeg dat I Shall Love 2 een van de meer toegankelijker songs is op het album. De eerste single van Julia’s vijfde heeft wel een kop en staart en zelfs een (gezongen) hook. Naast de stem van de componiste valt de akoestisch bas op, die samen met een strijkje en een verre trompet de instrumentatie vormt van een song die broeit als een bermbrand. I Shall Love  neemt de zangeres zich heilig voor. Of het lukt?

LIVEDATA: 24/11 Explore The Nord, Leeuwarden. 26/11 Paradiso Noord, Amsterdam.

Sharon Van Etten – Comeback Kid  

Sharon Van Etten is terug, new and improved zouden ze in Amerika zeggen. Natuurlijk is de zangeres, die ons eigentijdse classics schonk als Every Time The Sun Comes Up en Our Live direct herkenbaar, -wat wil je met zo’n stem- maar in Comeback Kid staan de drums harder dan voorheen en bepalen synthesizers de duistere sfeer van haar eerste nieuwe nummer in vier jaar.

Met zijn Talk Talk achtige intro en vocalen, die aan de grote Patti Smith doen denken zit er een duidelijke jaren tachtig smaak aan Comeback Kid, een periode die de 37 jarige zangeres niet heel bewust heeft meegemaakt.

De interval tussen doorbraakalbum, Are We There (2014) en Sharon‘s vijfde, die begint volgend jaar uitkomt, is niet ingegeven door luiheid of gebrek aan inspiratie. Allesbehalve. Ze is in de tussentijd moeder geworden en heeft hard gewerkt aan haar nevencarrière als actrice. Sharon is te zien in de Netflix serie The OA en op het toneel in een adaptatie van Twin Peaks. O ja. Ze is ook weer gaan studeren, psychologie. Tussen de bedrijven door heeft de moeder/actrice/student toch nog tijd gevonden om songs te schrijven voor haar nieuwe album, songs die bewust een beetje schuren. ‘I didn’t want (the album) to be pretty’, zei ze onlangs in een interview. Het Remind Me Tomorrow album werd geproduceerd door John Congleton, die zo’n beetje de halve muziekwereld in zijn studio heeft gehad, variërend van Blood Red Shoes tot War On Drugs, van Brian Wilson tot David Byrne en van Sigur Ros tot Lana Del Rey.

Comeback Kid laat horen dat het artistieke huwelijk van de studioveteraan en de indie-diva een, zoals de Amerikanen zeggen – match made in heaven -is.

LIVEDATA 29/03 Paradiso Noord, Amsterdam 30/3 Orangerie @ Botanique, Brussel

 

Nothing But Thieves – Take This Lonely Heart

En weer raak! Nothing But Thieves heeft een uitstekend hitsaldo. De ene na de andere track treft doel. En de Britse band schiet niet alleen zuiver, maar ook vrij vaak. Take This Lonely Heart is het zesde nieuwe nummer dat dit jaar is verschenen en dat terwijl het Broken Machines album nog geen eens zo oud is, van vorig jaar pas.

Take This Lonely Heart maakt deel uit van de nieuwe EP, die de band uitbracht vlak voor hun bezoek aan ons land. Je kunt ze gaan zien half november in de AFAS Live en in 013. tenminste als je tickets hebt, want beide concerten zijn stijf uitverkocht. Opvallend is dat alleen de optredens in ons land al ver van te voren zijn uitverkocht. We vlijen ons met de gedachte daar een kleine rol in te hebben gespeeld. Het was immer op één van onze Pinguins In Paradiso festivals dat de band voor het eerst hier te zien was. Dat was in april 2015, een half jaar voor de release van hun debuutalbum. Gelukkig heeft het succes nog geen negatieve gevolgen gehad. Veel bands raken in de war als het geld begint te stromen en proberen dan muziek te maken, waarvan ze hopen dat zoveel mogelijk mensen het mooi vinden. Vooralsnog gaat de band van Conor Mason gewoon zijn eigen gang. Take This Lonely Heart begint lief en aardig, maar na ongeveer een minuut barst de bui los en rockt de band zich een weg naar een glorieus eind. Op naar de Johan Cruyff Arena.

Lewsberg – The Smile

Het is geen toeval dat Lewsberg onlangs op Crossing Border stond. Niet alleen is de band uit Rotterdam muzikaal één van de grote lichten van de huidige indie-scene, ook tekstueel voldoet Lewsberg aan de criteria van het Haagse festival, dat muziek koppelt aan literatuur.

De clou zit in de bandnaam. Lewsberg is de naam die schrijver Robert Loesberg zou gebruiken mocht hij internationaal doorbreken. Helaas heeft het (nog) niet zover mogen komen. Loesberg overleed in 1990 op 46 jarige leeftijd na een val van een trap. Vergeten is hij dus niet. Niet alleen is de bandnaam een eerbetoon aan de dode dichter, ook de teksten van Lewsberg ademen de geest van hun stadsgenoot, die cynisme tot levensstijl had verheven.

Muzikaal vinden de Rotterdammers inspiratie in de new wave/no wave scene van het New York -niet toevallig ook een havenstad- van de jaren 70. Het als single-cassette uitgebrachte The Smile is edit van een van de, zo niet het hoogtepunt van het eerder dit jaar verschenen debuutalbum van Lewsberg. Frontman Arie van Vliet zingt de tekst niet, maar declameert hem. Geen rap, maar parlando zoals de muzikaal technische term luidt. Na twee minuten geeft hij het woord aan de band, die gretig gebruik maakt van de spreektijd en zorgt voor een climax van bas, drums en vooral gitaren, of zoals de muzikaal technische term luidt, een crescendo.

Cari Cari – Summer Sun

Met Summer Sun heeft Cari Cari een sterke troef in handen, een single die een pan-Europese hit kan worden. ‘The xx meets Ennio Morricone meets The Kills’ staat er in de bio, en daar hebben we weinig aan toe te voegen.

Cari Cari is een koppel. Hij heet Alexander en zij Stephanie. Ze komen uit Oostenrijk en dat is jammer voor hen, want dat betekent dat het waarschijnlijk bij deze ene hit blijft. Niet omdat ze niet goed genoeg zouden zijn, maar omdat de ervaring leert dat acts, die niet uit een Engels sprekend land komen, gedoemd zijn de geschiedenis in te gaan als one hit wonder.

Er zijn een paar uitzonderingen op deze regel. Acts uit Scandinavië houden het vaak wat langer vol en er zijn voorbeelden van Franse acts met een meerjarige internationale carrière. Verder ‘not so much’. Maar wat niet is kan komen natuurlijk. Dankzij het internet is er de mogelijkheid van muziekliefhebbers waar ook ter wereld om dingen te ontdekken en trouw te blijven zonder de tussenkomst van labels of andersoortige filters. Het is Cari Cari gegund om de ban te doorbreken.

souldiva Macy Gray over haar pieken en dalen

——-Lees hieronder een uitgebreid interview met Macy Gray door Marcel Haerkens, te lezen in de aankomende editie van Popmagazine Heaven.———-

Na de jazz van Stripped uit 2016 keert Natalie Renee McIntyre, beter bekend als Macy Gray (1967), met Ruby verrassend terug naar de soul/r&b-roots uit het begin van haar onstuimige loopbaan. ‘Ik heb nooit een vooropgezet plan, al lijkt het misschien wel zo.’

 

“Inderdaad, mijn tiende album alweer. En weet je dat het volgend jaar twintig jaar geleden is dat mijn debuut uitkwam? Die klok tikt maar door. Eh… wat was de vraag ook alweer?” Macy Gray interviewen is als een rit in de achtbaan: vol onverwachte pieken en dalen, chaotisch, altijd opwindend.

 

Zo klinkt Ruby ook. Na een periode waarin de zangeres, songschrijfster en actrice onder de radar bleef eindelijk weer eens een plaat die het in zich heeft hoog te scoren. Onder productioneel beheer van kopstukken als Tommy Brown, Thomas Lumpkins en haar voormalige manager Johan Carsson trekt ze alles uit de kast. Een fraai gearrangeerde wagonlading instrumenten, van strijkorkest tot rockende scheurgitaar, gemixt met samples. Stilistisch een soulpalet met tinten funk, jazz, gospel, pop, rock en reggae. Gray’s bizarre en soms cryptische teksten overstijgen het gros van de gangbare r&b ruimschoots. En altijd dat unieke rasperige stemgeluid dat onverwacht alle kanten uitschiet.

 

Is Ruby old school Macy Gray?

 

“Mmm…nee…of ja. Ik snap wel wat je bedoelt. In feite is het een fusie van alle muzieksoorten waarmee ik ben opgegroeid en dat zijn er nogal wat. Ik had geen vooropgezet plan dat het zus of zo zou moeten klinken. Er zitten veelzijdige arrangementen in, de meest uiteenlopende instrumenten en verschillende texturen. We hebben alles gebruikt wat we tot onze beschikking hadden om een zo goed mogelijke plaat te maken.”

 

Dat lijkt me vrij bewerkelijk. Hoe ging het opnameproces in z’n werk?

 

“De muziek en de teksten kwamen deels in de studio tot stand. Ik houd van spontaniteit en ben vrij ongeduldig. Binnen een paar takes moet mijn deel erop staan, anders kap ik ermee. Het mooist is het als alles in één keer op z’n plaats valt. Dan vang je de meest zuivere emotie. Daar stop ik al mijn energie in. Het instrumentale gedeelte is dan al helemaal besproken. Dus als ik klaar ben met zingen, laat ik het verder aan de jongens over, want hun taak is het mijn ideeën op de best mogelijke wijze uit te werken, en dat kan ik hun gerust toevertrouwen.”

 

Hoe kom je eigenlijk aan die markante zangstem?

 

“Ha, daar ben ik mee geboren. Ik had als kind al zo’n vreemde stem en daar ben ik veel mee geplaagd. Dat klasgenootjes stripfiguren nadeden. Mijn bandleden maken er achter mijn rug om nog wel eens grapjes over. Nu ik weet dat ik een goede zangeres ben, heb ik er geen moeite meer mee. Ik heb oorspronkelijk scenarioschrijven gestudeerd omdat ik auteur wilde worden. Een vriend had een bandje en vroeg of ik songteksten voor hem wilde schrijven. Bij gebrek aan een zanger heb ik ze toen op zijn recorder zelf maar ingezongen. Daar was iedereen, ikzelf incluis, wel van onder de indruk. Vervolgens ben ik zangles gaan nemen. Ik bezoek nog steeds regelmatig een stempedagoog, maar dat is meer om te leren hoe ik mijn stembanden moet beschermen.”

 

Even terug naar het album. Waarom gekozen voor Sugar Daddy als eerste single?

 

“Omdat ik het zo’n indringend nummer vind, al klinkt het luchtig. De inspiratie voor Sugar Daddy komt van de film Lady Sings The Blues met Diana Ross over het leven van Billie Holiday. Haar zoon Evan Ross is een vriend van me en hij speelt een rol in de videoclip. Als mensen die clip zien, zullen ze de tekst ook beter begrijpen denk ik.’

 

Wat betreft de song Buddha met dat prachtige gitaarwerk van Gary Clark Jr.: richt je de blik vanuit de gospelkerk tegenwoordig naar Azië?

 

“Vraag me in godsnaam niet mijn teksten te analyseren of te verklaren. Ik zou het niet weten. Het is een mooi woord dat lekker bekt. Spiritualiteit trekt me aan, het hoort bij me. Ik ben streng christelijk opgevoed en voor de rest zal het allemaal wel. Begrijp me goed: ik geloof in god, maar die bevindt zich evengoed in de kerk als in onszelf.”

 

Nog een tekst kort dan. In Jenny is de boodschap heel direct “…we shouldn’t judge people if their black or white or straight or gay…” Vind je dat een artiest zich moet uitspreken over maatschappelijke kwesties?

 

“Niet per se. Ik ben in de eerste plaats zangeres. Ooit wil ik nog eens een boek schrijven, dan kan ik een heel andere kant van mezelf laten zien. Een songtekst moet een beetje geheimzinnig zijn, zodat de magie niet verloren gaat. Een enkele keer krijg ik dan toch de neiging de mensen een beetje opvoeding mee te geven.”

 

Over educatie gesproken. Hoe gaat het eigenlijk met de Macy Gray Music Academy, de muziekschool die je in 2005 hebt opgericht?

 

“Daar heb ik eerlijk gezegd niet zo veel kijk meer op. Het is tegenwoordig een stichting en nog steeds actief, hoor. Alleen laat ik de organisatie nu liever over aan mensen die daar meer verstand van hebben. Ik heb in het begin wel eens les gegeven. Dat was best leuk. Er zitten kinderen gewoon omdat ze het van hun ouders opgedrongen krijgen, maar anderen hebben de ambitie en motivatie er alles uit te halen. Daar herken ik me zelf wel in. Daar is nu helaas geen tijd meer voor, al wil ik jonge mensen als ze daarom vragen wel een goede raad meegeven: doe nooit wat ik heb gedaan.”

 

Zoals?

“Alcohol, drugs en het aanleggen met foute mannen.” Ze schaterlacht.

 

Hoe gaat het eigenlijk met je acteercarrière? Je zat onder meer in Spiderman en Scary Movie III.

 

“Ik heb nu een stuk of tien films gedaan. Allemaal kleine rolletjes, hoor. Ik ben geen acteeractrice, als je begrijpt wat ik bedoel. Sommige grote sterren kunnen zich helemaal inleven in hun personage en op het scherm zie je dan een compleet ander iemand verschijnen. Ik blijf meestal heel dicht bij mezelf. Ik zou mijn acteerwerk wel wat meer willen ontplooien, maar op dit moment is muziek het belangrijkst.”

 

In Amerika ben je al een tijdje ter promotie van Ruby aan het touren. Wat kunnen we in Europa straks verwachten?

 

“Het is nog niet geregeld hoe we de band samenstellen, maar het zal zeker een feest worden. Optreden is toch het mooiste van dit vak. En spannend. Alles moet in één keer goed gaan. Je krijgt geen tweede kans. Daarom ben ik tijdens een concert ook meer gefocust dan normaal. Je voelt de adrenaline door je lijf gieren en die van de bandleden om je heen. Je zweet als een otter en de verwachting van het publiek is tastbaar. En dan maar hopen dat alles van een leien dakje loopt. Dat is de ultieme kick.”

 

Macy Gray live: 5 november in het Paard, Den Haag; 6 november in TivoliVredenburg, Utrecht.