Pinguin’s favoriete garage rockband van onze zuiderburen gooit het op de nieuwe single Dark Ride over een andere boeg. The Sore Losers is minder rechttoe rechtaan rock, maar klinkt nu als een frisse retroband met verwijzingen naar de jaren ’70 en zelfs een beetje Stones. Het gezelschap uit Hasselt komt in oktober met het nieuwe album Gracias Señor (Caroline Benelux), dat belooft wat luisterend naar de IJsbreker van deze week!
Menigeen had hem vorig jaar in zijn eindlijstje staan: de The French Press ep van Rolling Blackouts Coastal Fever, inmiddels kortweg Rolling Blackouts C.F. geheten. Sindsdien was het reikhalzend uitkijken naar Hope Downs; de bij Sub Pop uitgegeven eerste volledige langspeler van het Australische vijftal.
Wie er begin september 2017 bij was in de Tolhuistuin, de dependance van de Amsterdamse poptempel Paradiso, keerde razend-enthousiast thuis. De frisse popsongs van de Rolling Blackouts Coastal Fever, gedreven door hoekige gitaarlijnen en een strakke ritmesectie, deed veel aanwezigen denken aan hun eerste kennismaking met The Strokes. Tom Russo, een van de drie zingende en liedjesschrijvende gitaristen van de band, herinnert zich het optreden eveneens nog goed. “Geen idee waarom, maar het was het drukst bezochte optreden van die tournee”, zegt hij over de toen vooruitgesnelde roem.
Misschien omdat jullie muziek maken die je écht live moet horen? “Misschien wel, ja. Iets anders kan het niet zijn. We zijn niet bepaald charmante of aantrekkelijke figuren. De enige manier waarop wij iemand voor ons kunnen winnen is met optreden (lacht). Toch zijn we meer als songschrijversproject, dan als band begonnen. Ik ben met Fran (Keaney, red.) en Joe (White, red.) liedjes gaan schrijven op onze slaapkamers. Echte grote ambities hadden we niet. We hadden daarvoor wel in verschillende bandjes gespeeld, maar met Rolling Blackouts Coastal Fever zijn we juist heel voorzichtig wat gaan optreden. In het begin speelden we slechts om de paar maanden ergens. Het duurde even voor we in echte zalen gingen spelen. Pas toen werden we langzaam een echte liveband.”
Door de vele tempowisselingen in de liedjes op Hope Downs, lijkt het alsof jullie al jammend liedjes in elkaar schroeven. Hoe begint het schrijfproces doorgaans?
“Aanvankelijk begon een nummer altijd met de tekst, waarna we samen de muziek maakten. Dat veranderde door de jaren heen. Nu maakt Fran, Joe of ik eerst een soort skelet van iets dat een liedje moet worden, waarna we er als band een geheel van maken. Daarom komt de ritmesectie er nu zo sterk doorheen.”
Is er een nummer van de eerste twee ep’s, waarvan je nu denkt: ‘Daar hadden we nu iets totaal anders van gemaakt’? “Interessante vraag. Er is een oud nummer, Angoline, dat we nog altijd nu en dan live spelen. Maar de huidige versie is heel anders dan de versie die we jaren terug opnamen voor een ep waar nummers van meerdere bands op stonden. Het is veel meer poppy dan wat we nu schrijven. Daarom past het eigenlijk niet zo goed in de set. Het is in een totaal andere tijd geschreven, maar we houden toch nog erg van het nummer. Ik denk dat als we het nu hadden geschreven er iets totaal anders uit was gekomen.”
Misschien omdat de drie songschrijvers in één band elkaar nu beter aanvoelen? “Ja. We spelen nu een paar jaar samen en alles is inmiddels tweede natuur geworden. Je hoeft weinig meer tegen elkaar te zeggen. Een knikje is genoeg.”
Wat had je indertijd zelf voor ogen? Was er een speciale sound waar je naar zocht? “Een beetje van alles wat. We hadden een paar ideeën: popsongs met jagende gitaren, met simpele en melodieuze gedreven ritmes, een akoestische gitaar die meer bij de ritmesectie past, plus twee elektrische gitaren er overheen die doen wat ze willen. Dat was een beetje het hokje waar we ons in plaatsten. Dit is wat er uiteindelijk van geworden is. Een echte definitie voor de muziek die we maken hebben we niet. We zeggen altijd een beetje cynisch dat we ‘stoere pop’ of ‘softe punk’ maken. Eigenlijk als grapje, want zo punk zijn we helemaal niet en zo heel pop klinken we ook niet. Maar dat lepelen we maar op als iemand ons er om vraagt. We horen wel eens dat er veel ruimte zit in onze liedjes. Misschien is dat wel iets Australisch, waar je enorme uitgestrekte vlaktes hebt als je de stad uit gaat. Veel klassieke Australische bands uit de jaren tachtig hadden dat ook, zoals The Go-Betweens en The Triffids; die enorme ruimte die onbewust in de muziek sluipt.”
Hope Downs heeft een echt ‘rand-van-de-stad-gehalte’, zeker als je naar de teksten luistert. “We wonen in Melbourne; in een grote stad, maar toch dicht bij de natuur. Die fascinatie hebben we allemaal wel. Ik denk dat de omgeving waarin je woont en de ervaringen die je opdoet onbewust in de dingen die je maakt doorschijnt. Het beïnvloedt je toch. An Air Conditioned Man, het eerste nummer van de plaat, heeft absoluut dat gevoel van vervreemding in een grote stad. Fran heeft het nummer grotendeels geschreven. Ik zing het laatste refrein, wat een soort tegenreactie is op het hoofdfiguur uit het nummer die een paniekreactie heeft over zijn 9-tot-5-leven in de stad.” Bellarine, mijn favoriete nummer van de plaat, heeft ook zo’n intrigerend hoofdpersonage. “Joe heeft dat geschreven. Bellarine is de naam van een badplaatsje, aan de overkant van de baai bij Melbourne. Ik kwam daar als kind vaak vakantie vieren, Fran en Joe ook. Het vertelt het verhaal van een terneergeslagen vader die vanaf het strand in Bellarine de wolkenkrabbers van Melbourne in de verte ziet. Hij maakt een zware tijd door, is vervreemd van zijn dochter en blikt terug op zijn leven. Bellarine is een badplaats, maar tegelijk een zware omgeving. Mensen die er wonen hebben het niet makkelijk. Het is een mooie plek, waar het tegelijk ook best deprimerend kan zijn.”
Elke ochtend om acht uur is het tijd voor een Clip van de Dag. Met vandaag rockchick Harlea met haar nieuwste single Beautiful Mess. Het is de derde track van haar. Maar wel veel minder rock dan de ex-IJsbreker Miss Me en You Don’t Get It. Het zit meer in de sfeer van Alice Merton’s hit No Roots.
I Know How To Party is de nieuwe single van de Amsterdamse indieband Indian Askin. Deze staat net als de vorige release op een bundel, zowel digitaal als op vinyl. Op de track is ook Rocco van De Staat te horen. I Know How To Party is de a-side van de release, op de b-side staat het nummer Burning Blue.
Onlangs gaf de band een prettig gestoord feest in het Skatecafé in Amsterdam Noord ter ere van de nieuwe release.
Op het feest in het Skatecafé vanavond speelden naast Indian Askin zelf ook De Likt, Personal Trainer, Teddy’s Hiten de DJ’s Sultan Bonanioo, Uira Puru Gozalo Soundsystem & Cristel Bal.
I Know How To Party volgt de single I Feel Something op, waarvoor zij in samenwerking met Patrick Mere een hele bijzondere videoclip maakten. Deze clip werd middels een exclusieve video première in de Melkweg Cinema getoond aan een select publiek.
Het voornaamste voorproefje op het nieuwe album is de track 3AM. VI is misschien niet het album wat je van een band als You Me At Six verwacht. Opgenomen in de VADA Studios met Dan Austin (Biffy Clyro, Massive Attack, Pixies) hoor je op dit album een kant van de groep die je nog niet kende.
Het vijftal wisselt met speels gemak tussen stemmingen en stijlen met een ongelofelijk zelfvertrouwen. You Me At Six floreert op alternatieve poptracks als Back Again, 3AM en Pray For Me, verkent nieuwe terreinen met dansbare elektronummers als IOU, terwijl stevigere nummers als Fast Forward en Predictable zeker bij de trouwe rock fanbase in goede aarde zullen vallen.
Gezien de nog steeds jonge leeftijd van de bandleden had You Me At Six net zo goed nu pas haar debuut kunnen maken. En als ze dat zou doen met VI zou het waarschijnlijk worden beschreven als ‘niet te categoriseren, maar vertrouwd’ en ‘rauw, maar mainstream’. Het moge duidelijk zijn, met VI is You Me At Six nadrukkelijk uit haar comfort zone gestapt en zal ze de manier waarop je over ze denkt voorgoed veranderen. You Me At Six begint aan een gloednieuw hoofdstuk.
VI is het eerste album dat You Me At Six uitbrengt via het eigen label Underdog Records in samenwerking met AWAL. Zanger Josh Franceschi zegt daarover: “You have to make music for yourself, because without authenticity people are going to smell the bullshit. None of us are going to into this with any fear, because we’ve made something we can stand behind”. Sinds ze de band als tieners in 2004 oprichtte in Weybridge, Surrey heeft You Me At Six veel bereikt. De band haalde met vier albums de Top 10 van de Britse albumlijst, waaronder de nummer één positie met Cavalier Youth, en tourde langs uitverkochte zalen en arena’s in de hele wereld.
Weer zo’n geweldige band uit Australië en ook weer uit Melbourne. Het debuut van RVG is er een om in te lijsten. Jammer dat het maar acht nummers telt en slechts een halfuur duurt.
RVG is de afkorting van Romy Vager Group, zoals de formatie vroeger heette. Vager, transseksueel, is een, tegenwoordig vrouw die in feite alles in huis heeft om heel erg groot te worden met haar band. De acht liedjes op de plaat, stuk voor stuk door Vager geschreven, kloppen allemaal, hebben stuk voor stuk een zekere urgentie en worden ook nog eens met zeer veel overtuiging gebracht door Vager, die in gitarist Reuben Bloxham een man aan haar zijde heeft die nummers muzikaal naar een hoger niveau weet te tillen.
Vager doet niet alleen qua stem denken aan Ian McCulloch van Echo & the Bunnymen, het geluid van RVG komt ook nog eens dicht in de buurt van dat van de Liverpoolse formatie. Het zijn namen als The Smiths, The Go-Betweens (de band is fan), The Cure, Patti Smith en ook Velvet Underground waaraan RVG bovendien schatplichtig is.
Het leidt tot een album dat swingt, rockt en fascineert. Een stukje drama wordt niet uit de weg gegaan, al weet Vager dat uitstekend te doseren.
Mooi is een titel als Vincent van Gogh. Een song die Vager binnen een uur had geschreven. Vager vertelt dat ze al door een flink aantal mensen is gevraagd of de tekst over hen gaat. “You really should stop drinking. You really should start thinking that you’re Vincent van Gogh. The damage you do is worse than the damage you get”, lijkt ze kunstzinnige vrienden en kennissen een veeg uit de pan te geven. Pieter Visscher
Kacey Musgraves is bekend geworden als countryzangeres, maar maakt met haar nieuwe singles een flinke crossover naar pop met een randje. Eigenlijk volgt ze het voorbeeld als Taylor Swift. In de clip schittert ze in een wereld vol glitter en glamour.
Kacey Musgraves hoor je natuurlijk op Pinguin Pop.
Het is even stil geweest rondom crossover artiest Santigold, vroeger bekend als Santogold. In 2015 bracht ze voor het laatst het album 99 Cents uit, maar we kennen haar natuurlijk van festivalknijters als Say Aha, Lights Out, L.E.S Artistes en iets minder lang geleden Disparate Youth dat zelfs nog IJsbreker bij ons was in 2012. De nieuwe single Run The Road heeft wel wat weg van die sfeer. Een heerlijke mix van dance, caribische muziek, r&b en indie. Run The Road staat op de nieuwe mixtape van Santigold; I Don’t Want: The Gold Fire Sessions.
Elke ochtend om acht uur is het tijd voor een verse Clip van de Dag. Met vandaag de nieuwe single Charcoal Baby van Blood Orange, het alterego van indie R&B’er Dev Hynes uit New York. 24 augustus komt zijn nieuwe album Negro Swan uit.
Liefhebbers van Blood Orange luisteren natuurlijk ook naar Pinguin Pop.
Het is alweer drie jaar geleden dat Slaves de handen op elkaar kreeg met een serie sterke singles en een prima debuutalbum. Wie kent ze niet nummers als Sockets en Cheer Up London? Langspeler twee viel -ondanks het feit dat hij was geproduceerd door Beastie Boy Mike D- een beetje tegen, maar bevatte met Lies en Spit It Out wel een paar lichtpuntjes.
Tussen Take Control en Are You Satisfied zit net een jaar. Zelfs voor een punkband blijkt haastige spoed zelden goed. Die fout maakt het duo uit Kent dus geen tweede keer. Daarom heeft Slaves nu bijna twee jaar uitgetrokken om een album te maken. De band kan zich geen zeperd veroorloven.
Eerste single Cut & Run is een daalder waard, het is een opwindende bundeling van melodie en energie gebracht met die heerlijke bluf die alleen Britse bands eigen is. Cut & Run ligt in het verlengde van eerder behaalde successen, maar laat ook een band horen die heeft opgelet en bijgeleerd. Nog steeds is Slaves (de naam is gekozen omdat hij lekker klinkt en controversieel is) een projectiel, maar niet meer zo ongeleid als vroeger. 17 augustus verschijnt het nieuwe album Acts of Fear and Love met als producer Jolyon Thomas, die ook tekende voor de productie van het debuut van Slaves en sindsdien ook in de weer is geweest voor U2, Royal Blood en rapper Kendrick Lamar.
En nu is er een tweede single, Chokehold. In de clip zien we ook leden van Blur, The Maccabees, Hinds, Royal Blood, Wolf Alice en Peace.