Sinds JAGD vorig jaar met de Popronde door het land trok, hebben deze Amsterdammers een keiharde livereputatie en deze maand schept ook de debuut-EP hoge verwachtingen. Los daarvan valt er nog iets op aan de harde indierockers: een interessant videocliprepertoire.
Tekst LiveGuide | Elysa van der Ven Foto Richard Tas
Toch eerst even over jullie bandnaam: is JAGD een bewuste verneuking van het woord ‘jacht’? Nanne van der Linden (zangeres): “Ik las ergens het woord ‘hetzjagd’, wat in het Nederlands ‘renjacht’ betekent. Dit houdt in dat de prooi sneller is dan de jager, maar de jager hem toch te pakken krijgt omdat hij de prooi weet uit te putten en overmeesteren. We vonden het allemaal een vet woord, maar hetzjagd in zijn geheel klonk een beetje te…”
Duits? “Nou ja, dat ook. Maar het klonk vooral te metal. JAGD past verder heel goed bij onze muziek. Die is ook gejaagd, maar wel op een gestileerde manier: je hoort allerlei agressieve outbursts die rusten op een heel doordachte basis. Als je onze muziek met een fi lmgenre moet vergelijken, zou het een psychologische thriller zijn. Zoals A Clockwork Orange of American Psycho. In die films is ook overal over nagedacht: het verhaal, de beelden…”
En wat beelden betreft zijn jullie niet vies van horror. Zo zijn er zombies te zien in de videoclip voor Parlay en Do Something draait om een creepy pop. Is al dat gegriezel in jullie video’s een bewuste keuze? “Ik heb er nooit zo bij stilgestaan dat in beide clips horrorelementen voorkomen. In Parlay wilden we een karikatuur van onszelf maken. Onze bassist is een typische guy, dus hem in zijn houthakkersblousje zombies laten aanvallen met een kettingzaag leek ons logisch. De horror in Do Something was vooral een idee van degene die de clip heeft gemaakt.”
Namelijk Elmer Kaan, die eerder een video maakte voor The Prodigy. Hoe zijn jullie bij hem beland? “Via Reddit. Daar had ik een aantal oproepjes gedaan omdat we heel graag een stop-motionclip wilden. Elmer reageerde daarop. Terwijl hij aan onze video werkte, was hij bezig met een stop-motionreclame voor Bertolli-olijfolie. Niet de meest uitdagende opdracht ooit, dus vandaar dat hij ook iets wilde doen wat hij zelf vet vond. We hadden met hem afgesproken om de track te laten horen en zijn eerste reactie was: ‘klinkt als Alice in Wonderland meets David Lynch.’ Die fucked-up shit past goed bij het nummer.”
Jullie zijn dus niet per se horrorfans? “Ik wel hoor. Onze bassist ook en van de rest weet ik het niet. Maar als ik me kut voel, vind ik het heel fijn om een enge film te kijken. Wanneer je schrikt van creepy shit, dan gaat dat echt in je lijf zitten. Daar kán je niet niks bij voelen. Op zo’n moment geniet ik van het feit dat mijn lichaam reageert op angst. Ik ben wel alleen fan van de mooie horrors hoor, geen cheap scares.”
— Het kan verkeren bij concert- en festivalkrant LiveGuide. Hebben ze eerst Kendrick Lamar op de cover staan, prijkt een maand later doodleuk de kop van Tom Smith op het voorblad. Maar deze overgang mag dan als water en vuur zijn: ook Editors levert weer een pomper van een coverstory op.
In de nieuwe LiveGuide, het krantje waarvan de 39e editie vanaf eind februari gratis te verkrijgen is op ruim 500 locaties in Nederland. Onder meer bij popzalen als TivoliVredenburg, Melkweg, 013, De Oosterpoort en Muziekgieterij.
Dronken Alex Kapranos Waar met Tom Smith en gitarist Justin Lockey uitgebreid wordt gesproken over hoe verdomde gewelddadig de mannen van Editors zelf wel niet zijn, heeft ook het interview met Franz Ferdinand een agressief tintje. Alex Kapranos biecht namelijk op hoe hij een keer in een dronken bui iemand het gevecht gaf waar hij om vroeg. “Ze willen met een artiest vechten, zodat ze tegen hun maten kunnen zeggen dat ze een bekende zanger hebben geslagen.”
Zwarte Cross, Camp Moonrise en Nana Adjoa Stukken vriendelijker gaat het eraan toe in gesprek met Pieter Holkenborg van de Zwarte Cross, die uitlegt waarom het festival toch in vredesnaam begint met een hiphopweide… Ook leuk: LiveGuide laat de directeur van het nieuwe festival Camp Moonrise drie fijne albums tippen en spreekt Nana Adjoa (A Polaroid View, Sue the Night, Janne Schra) over haar besluit om haar eigen hoofd op het hakblok te leggen door het solopad te kiezen.
Tusky, Khalid, Dream Wife, Rosemary & Garlic, The Game en Avatar Verder nog: de rider van de kersverse punkrockhype Tusky, de zwembadavonturen van riot grrrl-dames Dream Wife, een ode aan Khalid door zijn grootste fan Aïcha, een quiz waarin wordt getest wat Rosemary & Garlic weet van hiphopsuperster The Game en bizar geouwehoer van de Zweedse metalhead Johannes Eckerström, die met zijn band Avatar in het koninkrijk van hun almachtige gitarist leeft. “Het is het land van je wildste dromen en al je heavymetalfantasieën.”
Amper 23 jaar oud en de wereld aan je voeten. Isaac Gracie schreef er een liedje over, Terrified, een muzikaal relaas over twijfels en angst waarmee het rijzende singer-songwriter icoon zichzelf definitief op de kaart heeft gezet. Op vrijdag 13 april verschijnt zijn langverwachte en zelfgetitelde debuutalbum, met daarop naast Gracie’s huidige single Terrified ook het liedje waarmee hij in 2015 doorbrak, Last Words. Gracie’s Europese tour voert in mei langs diverse Nederlandse podia en in september maakt hij zijn opwachting op het Twentse Tuckerville Festival.
Isaac Gracie speelt op zijn elektrische gitaar pastorale, folky popliedjes waarin hij zijn meest intieme emoties bezingt. Nadat hij in 2015 de track Last Words openbaarde, veranderde zijn leven voorgoed. Het breekbare timbre van de blonde, langharige singer-songwriter uit het Britse Ealing werd vergeleken met dat van grootheden Jeff Buckley, Damien Rice en Thom Yorke. De druk was hoog en de twijfel sloeg Gracie genadeloos om de oren. Juist in deze periode nam hij zijn debuutalbum op, samen met de ervaren producer Markus Dravs (Florence + the Machine, Arcade Fire). Volgens Gracie behelst zijn eerste werk “the darkest, the roughest and most uncertain time in my life”. Een muzikale trip waarin zelfreflectie centraal stond en Gracie worstelde met de grote levensvragen, die hem in elk geval als antwoord opleverden dat hij zijn talent en gave met zoveel mogelijk mensen wilde delen. Op het debuutalbum Isaac Gracie is een onderzoekende Gracie te horen en een mix van stijlen, variërend van ingetogen ballads en een western wals tot aan anthematische tracks.
Liveshows
Afgelopen jaar luisterde Gracie al het 7 Layers Festival, Motel Mozaique en ITGWO op én verzorgde hij in Europa het voorprogramma van Angus & Julia Stone. Begin dit jaar bracht Gracie menigeen in vervoering op het Groningse Eurosonic en ook onlangs nog, met zijn optreden in het TV programma DWDD. Gracie’s nieuwe single ‘Terrified’ wordt omarmd door de Nederlandse radiozenders, 3FM DJ Domien ontving de singer-songwriter voor een akoestisch optreden in zijn studio. In april begint Gracie met zijn Europese tour en zal daarbij ook in Nederland te zien zijn, op de volgende dagen:
Elke eerste maandag van de maand op Pinguin Radio van 20:00 tot 22:00 uur de beste tracks van de beste albums van het moment samengesteld door de muziekredactie van de Volkskrant. Deze editie hebben we overigens de beste albums van het afgelopen jaar voor je geselecteerd.
De kroniek van de nieuwe muziek
Lees hieronder alle cd-reviews van de albums van het moment volgens de redactie van de Volkskrant.
—
Door: Robert Van Gijssel 14 februari 2018
Lamar is de superheld van de Amerikaanse hiphop; alomtegenwoordig en bovendien een kunstenaar van groot maatschappelijk belang. De analyses van Lamar over de zwarte identiteit en cultuur zouden zonder aanpassing al onder de film Black Panther passen.
Dat Lamar tijd had zich in een ambitieus soundtrackproject te storten, is wel weer een sterk staaltje. Lamar bracht vorig jaar zijn meesterwerk Damn uit, won daarna zo’n beetje alle muziekprijzen, trad op in awardshows en ging op een tournee langs de grootste muziekzalen ter wereld.
Toch klinkt de soundtack niet als een haastklus. Integendeel: de plaat is een weldadig geproduceerd pretpakket van de zwarte muziek, waarin Lamar scheert over de continenten, vanuit Amerika via de Caraïben richting Afrika. Lamar laat een artiestenoptocht voorbijkomen: van rapper Vince Staples tot zangers als The Weeknd, James Blake en SZA.
Black Panther The Album is een ‘gecureerde soundtrack’, hetgeen betekent dat slechts een enkel nummer is terug te horen in de film. De plaat dient vooral als muzikaal uithangbord voor de film, maar in de nummers wordt wel steeds verwezen naar verhaallijnen uit Black Panther. Bij de funky liefdesraps van The Ways bijvoorbeeld, een van de leukste tracks van de plaat, zingt gastzanger Swae Lee (de helft van hiphopduo Rae Sremmurd): ‘Power girl, power girl, If I had you, I’d travel light years for you.’
Lamar heeft de plaat niet volgestopt met tribaal Afrikaans drumwerk uit het fictieve land Wakanda – dat was ook wat te gemakkelijk geweest. De verwijzingen naar antieke Afrikaanse muziek zijn subtiel verstopt; slechts hier en daar een mystieke flard percussie. Maar in het topnummer Seasons graaft Lamar diepe Afrikaanse roots uit, met een sterk refrein in het Zoeloe en een tokkelende duimpiano.
Het spannendst is Black Panther The Album als Lamar in een filmrol stapt en stiekem toch zichzelf blijft. In King’s Dead schuift hij in het hoofd van Killmonger, de aartsvijand van Black Panther, en misschien wel van ons allemaal: ‘Fuck integrity, fuck your pedigree, fuck your feelings, fuck your culture, fuck your moral, fuck your family, fuck your tribe.’ En in de hit Pray For Me, met een heerlijk gezongen r&b-refreintje van The Weeknd, rapt Lamar zich recht naar de ziel van Black Panther: ‘I fight the world, I fight you, I fight myself. I fight God, just tell me how many burdens left.’
Everything Is Recorded – Everything Is Recorded by Richard Russell (XL Records/Beggars)
Richard Russell kennen we vooral als de platenbaas van Adele, The Prodigy en Jack White. Maar zelf heeft hij ook ambities als muzikant en producer. Hij haalde in 2010 Gil Scott-Heron en een paar jaar later Bobby Womack naar zijn label en produceerde hun beste platen in jaren.
Door: Gijsbert Kamer 16 februari 2018
Een ernstige ziekte bracht Russell een paar jaar geleden ertoe een stap terug te doen bij zijn platenmaatschappij en zelf muziek te gaan maken. Hij bouwde een studio waarin hij elke vrijdag open huis hield. Van Damon Albarn tot Kamasi Washington kwamen ze langs. Russell nam alles op en stelde er een ijzersterk album uit samen. Everything is Recorded is een staalkaart van Britse urban stijlen. Techno, soul, reggaedub en gospel vloeien samen tot een wonderlijke mix, waaraan Russell rake samples toevoegt. Zo lopen de soulvolle vocalen van Sampha in Close But Not Quite prachtig over in de gesampelde stem van Curtis Mayfield. Ook samples van reggaezanger Keith Hudson en Grace Jones krijgen van Russell een prominente plek.
Everything is Recorded volgt zo de lijn die begin jaren negentig begon bij de baanbrekende albums van Soul II Soul en Massive Attack en later werd voortgezet door Damon Albarns Gorillaz.
Albarns vriend Richard Russell maakt met Everything is Recorded een lome, soulvolle dubversie van de meer uitbundige Gorillaz-pop. Fraai.
Hookworms – Microshift (Domino/V2)
De belangwekkendste nieuwe plaat op het Domino-label is niet de nieuwe Franz Ferdinand, maar Microshift van Hookworms. Een ironische albumtitel, want de stilistische verschuiving die de band uit Leeds op dit derde album maakt, is bepaald niet aan de kleine kant.
Door: Menno Pot 9 februari 2018
Hookworms maakte altijd hypnotiserende, gruizige noiserock, met verwijzingen naar de shoegaze-band Spiritualized. Mooi, maar veel verder dan de kleine zalen reikte de horizon voor Hookworms niet.
Op Microshift gaat ineens het licht aan: lawaaigitaren eruit, synthesizers erin. Resultaat: meer kieren waar een frisse wind doorheen waait en meer focus op de liedjes en de uitstekende zangmelodieën (Negative Space, Shortcomings).
Het mooiste is: de hypnotiserende, repetitieve gekte (fijne krautrockgroove in Opener) is glorieus intact gebleven en je kunt er soms nog op dansen ook (Ullswater).
Zo is Hookworms plotseling een band geworden die lonkt naar een vrij breed indiepubliek. Meer popgevoel, zonder de kernwaarden in te leveren, het is een hoeraatje waard.
AWKWARD i – Kyd (Excelsior/V2)
De laatste jaren maakte Djurre de Haan muziek voor films (De ontmaagding van Eva van End, Aanmodderfakker, Monk) en theater (Het verhaal van de getallen, Alleen op de wereld). Zijn pseudoniem Awkward I reserveert hij voor zijn popprojecten.
Door: Menno Pot 9 februari 2018
Op het derde AWKWARD i-album KYD moesten we ruim zes jaar wachten (de voorganger Everything on Wheels verscheen in 2011), maar het geduld betaalt zich uit.
De Haan beleefde vijf roerige jaren, waarin hij vader werd zonder dat hij er erg in had en zijn moeder een beroerte kreeg. Het leven zette een punt achter zijn jeugd, een constatering waarvan De Haan een montere, lucide muzikale vertaling meenam naar de wereld van AWKWARD i. Zijn mooiste, best klinkende en rijkst gearrangeerde album is het resultaat.
Hier en daar verraden de liedjes welke songschrijvers hij bewondert: in Road is Rock leent hij de dictie van Bill Callahan, The Shotgun Position roept associaties op met Ron Sexsmith. De Haan heeft een feilloos gevoel voor liedjes die niet de geijkte route nemen, maar parmantig hun eigen weg zoeken. Zoals de prachtsingle Milkshakes Funnelcakes, die je doet beseffen dat er zoiets als geamuseerde melancholie bestaat.
U.S. Girls – In A poem Unlimited (4AD/Beggars) Meg Remy maakte als U.S. Girls al een handvol albums voordat ze in 2015 voorzichtig naam maakte met het album Half Free. Langzaam heeft Remy zich meer weten te ontdoen van een wat rammelend indie-geluid, wat nu met In A Poem Unlimited heeft geleid tot haar sterkste plaat.
Door: Gijsbert Kamer
U.S. Girls is weliswaar geen Amerikaanse meidengroep, maar een vanuit Canada opererende zangeres en componist, die zich laat begeleiden door muzikanten uit de jazz- en funkscene van Toronto.
Juist die volle, aan de beste jarentachtigfunk van Talking Heads refererende sound maakt In A Poem Unlimited zo’n verrassend meeslepend album. Niet iedereen zal even gecharmeerd zijn van de dunne, soms wat afgeknepen stem van Meg Remy, zoals niet iedereen van Björk houdt.
Maar de bewondering voor de liedjes en arrangementen is er niet minder om, terwijl de teksten ook nog eens echt ergens over gaan. Neem M.A.H. (Mad As Hell). Het lijkt even alsof ze zich boos maakt op een (ex-) vriend. Maar het is Obama op wie haar woede zich richt. Remy voelt zich bedrogen door de gewezen president, wat ze tot uiting brengt in een van de sterkste popsongs op dit fraaie album.
Superchunk – What A Time To Be Alive (Merge/Konkurrent) Ook de Amerikaanse gitaarband Superchunk maakt zich op zijn nieuwe plaat weer eens flink boos. De woede van voorman Mac McCaughan richt zich op de deerniswekkende situatie waarin zijn land zich bevindt.
Door: Gijsbert Kamer
Als McCaughan, die daarnaast ook de baas is van het indie-label Merge Records, kwaad wordt, dan komt daar de mooist denkbare venijnige gitaarpop uit voort.
Majesty Shredding (2010) was zo’n uitschieter in de discografie van Superchunk, dat al sinds 1990 platen uitbrengt.
Meesterlijke, verslavende powerpop, dit. Zoals die eigenlijk veel te weinig komt bovendrijven.
Fischerspooner – Sir (Ultra Music/Sony) Het Amerikaanse electroduo Fischerspooner was de laatste jaren behoorlijk afgedreven van de muzikale modes. Begin deze eeuw paste de kunstzinnige en haast museale elektronische pop van componist Warren Fischer en videokunstenaar Casey Spooner leuk in een kleine electropop-revival, maar die trend is wel zo’n beetje voorbij. En de laatste tracks en platen van Fischerspooner waren zeker geen reden de revival nieuw leven in te blazen.
Door: Robert van Gijssel Mary Gauthier – Rifles And Rosary Beads (Proper Records/ Bertus) De Amerikaanse zangeres Mary Gauthier heeft als ex-verslaafde het nodige meegemaakt. Na een heftige en ontspoorde jeugd en lange opnamen in afkickklinieken ontdekte zij haar gave om de zelfkant van het leven te vatten in rake songs, vaak door alleen haarzelf begeleid op gitaar. Haar platen zijn vaak autobiografisch, maar op het nieuwe album Rifles & Rosary Beads bezingt zij het levensverhaal van vele anderen.
Door: Robert van Gijssel 9 februari 2018
Gauthier zocht contact met een organisatie voor Amerikaanse oorlogsveteranen, en zette een liedschrijf-project op. Zij ging in gesprek met militairen en schreef met hen een aantal min of meer therapeutische liedjes, die nu als album aaneen zijn geregen.
The War after the War gaat over posttraumatische stress en het zwarte gat waarin veteranen soms dreigen te vallen, en Gauthier heeft de problematiek knap overgezet naar kraakheldere maar aangrijpende liedteksten. ‘Who’s gonna care for the ones who care for the ones who went to war. There’s landmines in the living room, and eggshells on the floor.’
In het openingsnummer Soldiering On bezingt Gauthier de keuze van jonge vrouwen en mannen om hun leven in de waagschaal te stellen voor het vaderland, en zij doet dat zonder valse romantiek of overdreven sentiment. De soldaten willen kennelijk allen ‘belangrijker zijn dan een enkel leven’, zingt Gauthier bij een trage slaggitaar en krassende violen. Het nummer begint breekbaar, maar wordt door opkomende drums in marsritme toch ook strijdbaar.
Gauthiers stem is aards en nauwelijks versierd, en dat maakt deze collectie van elf oorlogsliederen alleen maar sterker. In Iraq zingt Gauthier over een uitgezonden soldaat die ontdekt dat het met de saamhorigheid in zijn legereenheid slecht gesteld is. ‘My enemy wasn’t Iraq.’ Een plaat met historische betekenis.
Marmozets – Knowing What You Know Now (Roadrunner/Warner) Hun tweede plaat Knowing What You Know Now is wat laagdrempeliger dan de eerste, maar zangeres Becca Macintyre overtuigt aanstekelijk in de stampvolle popzaal De Helling in Utrecht.
Door: Robert van Gijssel 19 februari 2018
De debuutplaat van de Britse band Marmozets werd vier jaar geleden onthaald als een nu eens echt vrolijk feestje voor de harde muziek. Marmozets, een schoolvriendenband uit Bingley, West Yorkshire, maakte op The Weird and Wonderful Marmozets (2014) ziedende hardcore gemengd met catchy Britpop. En dus explosief schreeuwerige maar opwindende punkpopmuziek, die ineens – en om onduidelijke redenen – ‘post-hardcore’ werd genoemd.
De net verschenen tweede plaat Knowing What You Know Now is wat laagdrempeliger dan de voorganger. Zangeres Becca Macintyre schreeuwt iets minder en zingt vooral hard, hoog en ‘schoon’. Dat doet ze nog wel met een zeer aanstekelijke overtuiging, blijkt in de popzaal De Helling in Utrecht, die te oordelen aan de opkomst toch net een slagje te klein is. De zaal is stampvol.
Marmozets heeft een behoorlijk fanatiek publiek aan zich gebonden, want de nummers van de nieuwe plaat worden stuk voor stuk meegebruld vanuit de rossende mosh pit voor het podium. De sfeer zit er lekker in als Marmozets bijvoorbeeld het stuiterende gitaarpopnummer Stay inzetten; jengelend gitaarriffje, messcherp gezongen punkrefrein en dan toch weer zo’n beukende ontlading in de finale, die de grond laat trillen als bij een donderende heavy metalshow.
Die gekke mix van opgewekte pop en extreme schreeuwmuziek maakt Marmozets onweerstaanbaar. Het nummer Major System Error, op plaat gewoon een leuk punkpopliedje, wordt live een kolkende bak herrie waarbij de twee gitaren toch mooi puntig tegen elkaar in blijven steken. De stem van Macintyre is lenig op het acrobatische af: in de hoge noten probeert ze de flessen in de bar aan scherven te zingen. Maar in sluitstuk Captivate You, het mooiste liedje van de debuutplaat, zingt ze toch ook ingehouden geëmotioneerd, waardoor het nummer echt even binnenkomt.
Rolo Tomassi – Time Will Die And Love Will Bury It (Holy Roar/ Bertus) Rolo Tomassi uit Sheffield is een sensationele hardcoreband die nog altijd een ‘geheimtip’ voor fijnproevers is: hooggewaardeerd in een kleine kring van gelijkgestemden. Tijd om daar uit te breken, moet de band rond de prachtzangeres Eva Spence hebben gedacht toen ze zich aan de vijfde studioplaat zetten.
Door: Robert van Gijssel 2 maart 2018
De allesvernietigende, met mathematische precisie in elkaar getimmerde hardcore vol tempowisselingen, akkoordenacrobatiek en brullende schreeuwzang wordt op Time Will Die And Love Will Bury It steeds ingeleid met sprookjesachtige sfeerklanken en feeërieke vocalen van dezelfde Spence, die ook in de zuivere zangstand kan betoveren. Rolo Tomassi speelde altijd al met contrasten tussen hard en zacht, zuiver en goor, maar die dynamiek is hier tot hoge kunst verheven. Het nummer Aftermath is eigenlijk een beheerst indierockliedje – met wel loeistrakke drumpartijen – dat daarna overgaat in de bak metalherrie van Rituals. Maar nooit heb je het idee dat er maar wat aan effectbejag wordt gedaan.
Het mooie aan Rolo Tomassi is dat de band je aan de hand meeneemt door een set avontuurlijke liedjes met een verhaal, zonder rockclichés of opgelegde mooizingerij maar geschreven met de beste liedschrijfpen. Een topband, ga ze live zien op 1 april in het Patronaat in Haarlem.
—
Luister hier naar de vorige editie! Volkskrant Radio – februari 2018
Iedere eerste maandag van de maand tussen 20:00 en 22:00 uur live te beluisteren bij Pinguin Radio en een dag later terug te vinden op Volkskrant.nl als podcast en uiteraard ook bij ons op de site!
Daniel Docherty heeft ‘alles wel gezien’ en heeft zijn strepen verdiend. Hij speelt net zo gemakkelijk voor een klein publiek als voor een volgepakt Carré. Afgezien van zijn liedjes en zijn geweldige zangkwaliteiten, verdient Docherty ook alle lof als instrumentalist. Hij heeft namelijk nog een extra ‘wapen’, zijn gitaar. Hij is niet alleen een singer-songwriter, maar hij is ook een ‘mean fingerpicker’, een echte virtuoos op zijn gitaar.
Support Judy Blank
Met de kleurrijk ingevulde pianonummers, waarin sterke melodieën en een krachtig, authentiek stemgeluid de toon zetten, maakt zij met een koffer vol nieuwe liedjes over klein geluk, Louisiana en je draai proberen te vinden in de wereld, prachtige albums. Ook blijken ze live goed te werken. Judy Blank werkt momenteel aan haar tweede album dat in 2018 uitkomt.
Vier studioalbums in 28 jaar, dat is niet veel. The Breeders is dan ook een band die vooral tussen bedrijven door van zich laat horen. Het hobbyproject van Pixiesbassiste Kim Deal scoorde in 1993 een indiehit met zijn tweede album Last Splash en de single Cannonball.
Drank, drugs, afkicken en andere beslommeringen (Kim zorgde jarenlang voor haar ouders) maakten dat The Breeders minder productief waren dan de fans wel hadden gewild. Maar vorig jaar dook de band ineens weer de studio in om eruit te komen met All Nerve.
En holy shit, wat een fijn album is dat geworden! Meteen vanaf het openingsnummer Nervous Mary is het een feest der herkenning. De gitaren scheuren (Wait in the Car), de zang van Kim schurkt soms tegen vals aan (Archangel’s Thunderbird) en de meeste liedjes klinken vrolijker dan ze zijn (Wait in the Car, Walking with a Killer), maar 25 jaar na dato heeft Last Splash eindelijk zijn waardige opvolger gekregen. Tekst Mania | Jan Doense
Veel fantastische singer-songwriters ‘komen van de straat’. De bijzonder getalenteerde Daniel Docherty (25) uit Glasgow is er zo eentje. We hebben het hier niet over streetwise zijn, maar over growing up in public, waarbij je vaardigheden opdoet met het spelen op straat, in parken en in winkelcentra. Docherty heeft ‘alles wel gezien’ en heeft zijn strepen verdiend.
Grote, organische nummers verwoven met creative fingerpicking zijn de handtekening van songwriter Banner. Hij schrijft betekenisloze nummers die een diepe lading overbrengen door hun universele boodschap. Dit loopt uiteen van onderlinge relaties tussen mensen, zijn eigen psychische staat tot en met het dagelijkse leven zelf.
Met zijn debuut-EP Over Blue heeft Banner. ondertussen meer dan 400,000 streams vergaard op Spotify alleen al, en alle 3 de singels belandden in de New Music Friday. Sinds de release in april 2017 waren de nummers meer dan 50 keer live te horen, zowel in Nederland als in Duitsland.
De muziek doet denken aan muzikale grootheden zoals Nick Mulvey, Fink, Ben Howard en John Martyn. Live staat Banner. met een volledig live band die de muziek vertaalt naar het podium, al is hij af en toe ook solo zien. Kwetsbaar en intiem brengt hij de nummers terug naar de essentie. Zo deed hij solo ook supports voor uitverkochte shows van onder andere Newton Faulkner en Rhys Lewis, en gaat hij in februari 2018 solo mee op tour met Tame Impala-drummer Julien Barbagallo.
Op 23 maart komt California uit, de nieuwe EP van Diplo. Zijn laatste eigen EP was Revolutionuit 2013. Diplo onthulde het artwork onlangs bij Jimmy Fallon, toen hij met Mø en Goldlink het nummer Get It Right speelde, dat ook op California zal staan.
Ondertussen zijn er ook nog 2 andere nummers van de EP bekend. Vanaf vandaag kan je luisteren naar Worry No More (ft. Lil yachty & Santigold).
Diplo (Thomas Wesley Pentz) is stichtend lid van Major Lazer en werkte in het verleden al samen als producer met Beyoncé, Justin Bieber, Madonna en Bruno Mars.
Sinds zijn eerste editie in 1974 heeft Paaspop een ware metamorfose ondergaan van gemoedelijk regionaal festival naar een driedaags internationaal gerenommeerd evenement dat tot de top van de Europese openluchtevenementen behoort en even ongrijpbaar als onweerstaanbaar is. Tegenwoordig noemen we het de ‘Opener van het Festivalseizoen’. Je kunt je dit jaar overigens gaan vermaken van vrijdag 30 maart tot en met zondag 1 april op terrein De Molenheide in Schijndel.
Drie dagen en nachten kun je helemaal uit bol gaan en verdwalen in het Brabantse Las Vegas bij zo’n 220 acts op 12 podia & area’s; je culinair uitleven bij 42 foodtrucks met eten uit alle windstreken; kortom Paaspop City heeft het allemaal voor je.
En ook de line-up is dit jaar niet normaal. Wat te denken van rock’n’roll god Iggy Pop, indierock van Nothing But Thieves of The Wombats, stevige gitaren van Birth of Joy, Obituary en Death Alley, een potje psychedelic 70’s rock van DeWolff of ga je Eat, Sleep, Rave Repeat bij danskoning Fatboy slim. Liever meebrallen met Guus Meeuwis, uit je plaat bij de Bökkers, in de mash-up bij de Memphis Maniacs of wegzwijmelen bij Maan. Paaspop 2018 heeft dit en nog veel meer voor je in petto…
Onderstaande favoriete tracks van Paaspop 2018 zenden we uit deze zaterdag (03/03) tussen 19:00 en 21:00 uur en op donderdag 8 maart vanaf 22:00 uur. En uiteraard hoor je deze tracks de hele week voorbij schieten op pinguinradio.com.
Altin Gün – Goca Dünya
Birth of Joy – Three Day Road
Death Alley – Black Magick Boogieland
Demob Happy – Be Your Man
DeWolff – Voodoo Mademoiselle
EUT – Supplies
Fatboy Slim – Right Here, Right Now
Frank Carter & The Rattlesnakes – Spray Paint Love
De IJslandse multi-instrumentalist Ólafur Arnalds komt in oktober 2018 terug naar Nederland voor shows in Nijmegen, Groningen en Rotterdam. De optredens worden toegevoegd aan zijn razendsnel uitverkochte wereldtournee, waarmee hij in mei een uitverkocht TivoliVredenburg in Utrecht aandoet. De kaartverkoop voor de drie extra shows start woensdag 7 maart om 10:00 via de websites van de zalen.
Ólafur Arnalds staat bekend om zijn filmische instrumentale composities. Zijn kenmerkende neoklassieke droommuziek met ambient invloeden componeert én neemt hij, bij voorkeur, op in zijn huiskamer. Ólafur Arnalds weet een overweldigend geheel te maken van piano’s, strijkers en compu tergestuurde geluiden, zoals industriële techno en elektronische ritmes.
Tevens is Ólafur Arnalds bekend van de Netflix detectiveserie Broadchurch, waar elke aflevering wordt afgesloten met zijn muziek. Arnalds schreef speciale composities waarin hij kleine hints naar de identiteit van de daders in de serie geeft. In 2014 won hij een BAFTA Award voor zijn bijdrage aan Broadchurch. Arnalds is tevens te horen in grote Hollywoord producties als The Hunger Games, Gimme Shelter, Taken 3 en Venuto al mondo.
Live staat Ólafur Arnalds op het podium met een strijkkwartet, een drummer/percussionist en natuurlijk Ólafur’s speelgoedwinkel van piano’s en synthesisers. De pronkstukken van de show zijn twee half-zelflerende en zelfspelende piano’s, waar Ólafur Arnalds en zijn team meer dan twee jaar over hebben gedaan om te ontwikkelen.
Zelf zegt Ólafur Arnalds daarover: “The self-playing pianos are a jolt to the creative process that forces me to try new and often surprising things. In a live setting the pianos are a integral part of the performance due to their generative nature. Each time they are played is a little different, making every performance unique.”