White Lung – Date Night

Long time, no hear. Dat mag je wel zeggen na 8 jaar stilte. Toch kunnen we niet spreken van een comeback, want na de release van hun vijfde album later dit jaar houdt de Canadese punkband, White Lung het definitief voor gezien. Totdat het bloed weer begint te kruipen waar het niet gaan kan, natuurlijk.

White Lung houdt niet op te bestaan vanwege de spreekwoordelijke muzikale meningsverschillen, maar omdat frontvrouw Mish Barker-Way nieuwe prioriteiten heeft. Zij is sinds de release van het Paradise album in 2016 is mama geworden. Twee keer zelfs.

White Lung gaat er uit met een knal. Date Night rockt aan alle kanten; aangedikte gitaren en opgevoerde drums begeleiden een tekst van de jonge moeder over een date met een dronken god in L.A. Of zo.  

The Orielles – The Room

De naam The Orielles klinkt als die van een 50’s doo wop of een 60’s girl group, maar het gaat hier om rocktrio uit Halifax U.K. The Room is het eerste nummer dat we oppikken van The Orielles.  Volgens wiki beoefend de band een genre dat space rock wordt genoemd. Als dat je aan Spiritualized doet denken, zit je in de goede richting.

De meeste space op A Room wordt ingenomen door Esmé Hand-Halford. Zij zingt en speelt bas, dit laatste vrij virtuoos. Nu we toch aan het voorstellen zijn, haar zus Sidonie ‘Sid’  Hand-Halford speelt drums en Henry Wade gitaar. De dubbele namen van de zusjes doen een goede komaf vermoeden, het hoge speelniveau een muzikale opleiding.

The Room komt van het derde album van The Orioles, Tableau dat nog voor het einde van het jaar zal verschijnen op het Heavenly label. Dat maakt The Orielles tot labelmaatjes van in onze kringen zeker niet onbekende acts als Baxter Dury, Mattiel en Working Men’s Club.

Rubblebucket – Cherry Blossom

We hebben het hier eerder gezegd, gek is goed in de popmuziek. Gek mag je het New Yorkse Rubblebucket zeker wel noemen. Was ex IJsbreker Earth Worship al een raar plaatje, nieuwe single Cherry Blossom gaat daar eens dunnetjes nog overheen. De single zal dan waarschijnlijk ook minder aanslaan dan zijn voorganger, maar dat is natuurlijk geen reden om hem niet te gaan draaien.

Zoals bekend heeft Rubblebucket onlangs een doorstart gemaakt. De band wordt aangevoerd door een stelletje dat tot de ontdekking kwam dat als ze hun verkering uitmaken het met de band ook gedaan is. Details kennen we niet, maar ze zijn weer bij elkaar. In ieder geval de band.

Alex en Kalmia kennen elkaar van het conservatorium waar ze allebei jazz studeerden. Hij trompet, zij sax. Dat verklaart de aanwezigheid van blazers op hun songs, echt jazzy wordt het echter zelden. Ook niet op het door Kalmia bijna fluisterend gezongen Cherry Blossom dat klein en intiem begint, maar mede door die blazers een vrij uitbundig slot heeft. 

Cherry Blossom is single drie van album twee van de Bubblebuckets dat op 21 oktober verschijnt onder de titel Earth Worship.

Babe Rainbow – Inner Space

Waarom Australië zo’n relatief grote psychedelische rockscene heeft? Misschien wel omdat er ‘down under’ zo’n 20 tot 30 soorten ‘magic mushrooms’ gewoon in het wild voorkomen.

Tame Impala wordt wel gezien als de (aan)stichters van de Australische paddo-rock school. Tot de ijverigste leerlingen horen King Gizzard & Co en Babe Rainbow. King Gizzard veranderd zo’n beetje per album van stylo, Babe Rainbow houdt redelijk bij zijn leest.

Nieuwe single Inner Space sluit naadloos aan bij in het verleden behaalde successen als Peace Blossom Boogie, Zeitgeist en Something New. Weer een zo’n geestverruimende wegdroomtrack dus vol rare kronkels, onverwachte zijpaadjes en geluidseffecten die sinds Syd Barrett  ze bedacht in de gereedschapskist zitten van elke zichzelf respecterende  psych-rockband.

Mocht er een album volgen dan wordt dat het vijfde van de band uit surf city Byron Bay in New South Wales, het eerder dit jaar verschenen live album niet meegerekend.

The Terrys – Situation 99

Het heeft even geduurd, maar de trots van Gerringong heeft nu ook onze kust bereikt.! Voor wie last heeft van een roestige geografische kennis. Gerringong is een stadje aan de kust van New South Wales, zo’n 130 km ten zuiden van Sydney.

We danken het bestaan van The Terrys aan Corona. De kern van de band doodde de tijd tijdens de eerste lockdown met lekker jammen in hun gezamenlijke trailer. Met zo’n bandnaam zou je misschien verwachten dat er meerdere Terrys in de opstelling staan, maar nee. De band is genoemd naar hun huisbaas, misschien in ruil voor een maand huur. Hij vond het in ieder geval prachtig.

Dat is nu twee jaar een iets meer dan een dozijn nummers geleden. Situation 99 is de allernieuwste en een mooi voorbeeld van de ‘kein geloel fussball speilen’ mentaliteit van de band. The Terrys beoefenen een stijl die je Oz-pop zou kunnen noemen, een Australisch antwoord op Britpop. D.w.z. compacte kop-staart songs gezongen in Australisch dialect en doorspekt met gitaarsolo’s waarin de kenners iets van een surfrock sound zullen herkennen.  

Phoebe Green – Lucky Me

Phoebe Green – Lucky Me (Chess Club Records/Mattan)

De titel Lucky Me, van de eerste langspeler van Phoebe Green is misleidend, vast wat cynisch. Want Green heeft er altijd voor moeten knokken; voor dat geluk. Ze legt het op haar manier uit: “I’ve been so lucky in terms of my upbringing and early life that I’ve felt almost uneasy and guilty about it, because from a young age I believed that success was only earned through suffering. It’s frustrating because despite circumstantial privilege, I’m still fucking traumatised and I find it sort of humiliating.”

De 24-jarige uit Manchester schreef grotendeels alle songs op dit album, nadat ze al furore maakte met twee ep’s. Ze lijkt met Lucky Me, dat behoorlijk wat kartelrandjes heeft, maar wat poppier is dan de ep’s, haar beste geluid te hebben gevonden. Niet in de laatste plaats door de hulp die ze kreeg van producer Dave McCracken, die eerder werkte met onder meer Stone Roses, dEUS en Depeche Mode. McCracken is op Lucky Me zelfs wat meer geweest dan ‘slechts’ producer; zo schreef hij mee aan vijf van de dertien songs.

Op de plaat zoekt Green naar zichzelf, onderzoekt ze haar eigen gedrag. Ze kijkt kritisch naar alle tegenstrijdigheden en complexiteiten die ze in zich heeft. Alsof ze haar eigen psychiater is. Dat is knap en her en der ontrafelt ze zichzelf feilloos.

Alleen op die manier wil ze anderen raken. Niet in staat om om de hete brij heen te draaien of veilig aan de oppervlakte te blijven zweven. Ze zoekt de connectie met anderen. Als zij Greens kwetsbaarheid zien dan zouden ze dezelfde emoties kunnen voelen, doet ze uit de doeken.

Phoebe Green probeert in het reine te komen met haar chaos en doet dat door een pompende bas aangedreven titelnummer het mooist. “Did I get what I wanted? Was it worth the blood, sweat and vomit?” Vermoedelijk wel. Pieter Visscher

Marathon – Age

Post punk uit de hoofdstad. Het zijn serieuze types die we hier aan het werk horen. We citeren de bio; ‘Marathon beweegt zich al enkele jaren door de Amsterdamse underground; ruim twee jaar aan opgekropte frustratie heeft de band naar de oppervlakte gedreven.’ Wat volgt is een lijst  ergernissen, die lang genoeg is om nog jaren op te teren.

Met debuutsingle Age legt het trio de lat meteen vrij hoog. Boze praatzang wordt afgewisseld met indringende gitaarpartijen. De sfeer is nachtelijk, een beetje gothic misschien.

Hoe geslaagd deze eerste opname van Kay, Lennart en Nina ook is, je hoort dat Marathon live pas echt in zijn element is. Goed nieuws dus dat de band een dezer maanden bij jou in de buurt te zien zal zijn onder de wimpel van de Popronde.

The Bobby Lees – Ma Likes To Drink

THE BOBBY LEES rocken je weer uit je sokken met het korte maar prachtige Ma Likes To Drink. Moeders houdt wel van een borreltje als tegenhanger van Ach vaderlief toe drink niet meer. Tenminste dat zou je denken.

De band uit Woodstock, New York heeft iets heel anders voor ogen. Volgens hen zou het nummer gaan over het verschil tussen bloot en naakt. Het eerste betekent ongekleed en is in principe de natuurlijke staat van de mens. Het tweede betekent ontkleed en maakt een mens kwetsbaar. Het maakt nieuwsgierig naar Ma’s gedrag als ze heeft gedronken.

Ma Likes To Drink is de 6e voorloper van het 3e album van THE BOBBY LEES Bellevue dat begin oktober uitkomt.

Elliott Dawson – Truman

De sax is in opmars in de indie-wereld. Let maar op en je hoort ineens opvallend veel toeters. Maar nog maar zelden zo prominent als op Truman van Elliot Dawson.

Zeg je sax dan zeg je al snel jazz. Dat is dan ook de muziek waar Dawson veel affiniteit mee heeft. Dat en het vage genre dat post rock genoemd wordt. Die combi resulteert op Hang Low, het officiële debuutalbum van de Nieuw Zeelander in een aantal tracks die goed zullen vallen bij de wat avontuurlijkere (lees jongere) North Sea Jazz bezoeker*.

Voor onze doeleinden gaan die net even te ver, maar het gedreven Truman is recht in de doelgroep; een soort alternatieve Careless Whisper. Truman is dus niet helemaal representatief voor het Hang Low album van de zanger, maar wel voor zijn veelzijdigheid.

*Ook geschikt voor fans van Jimi Tenor en James White.

Surf Curse – Self Portrait

Surf Curse rockt als een bezetene op nieuwe single, Self Portrait. Het bevlogen gitaarwerk; riff, solo’s en ritme onderstrepen een cryptisch poëtische tekst over hoop en tegenslag. ‘A self portrait gave me hope for today. Just like the rest I threw it away.’

Muzikaal doet de nieuwe single van Surf Curse wel denken aan oude Pixies of heel vroege Pumpkins, maar qua sfeer lijkt het Self Portrait van de band uit Reno Nevada misschien nog wel het meest op De Schreeuw van Edvard Munch.