Two Feet – Maria

Two Feet is een one man band. De man in kwestie heet Zachary William Dress, roepnaam Bill en komt uit NYC. Dat en een discografie is zo’n beetje alles wat Wiki weet te melden. Er is echter wel degelijk meer te vertellen over Two Feet/Bill Dress. Bijvoorbeeld dat als je regelmatig Pinguin luistert je het nummer ‘Go Fuck Yourself ‘wel kent. Ook als je maar zelden op ons afstemt is de kans groot dat kan je het kent, want al bijna 300 miljoen keer gestreamd.  

Two Feet heeft sowieso geen gebrek aan belangstelling. Per maand trekt hij zo’n 5 miljoen luisteraars. Dat zijn aantallen die doorgaans zijn voorbehouden aan vrolijke flierefluiters met laffe liefdeliedjes. Je kunt veel van Two Feet zeggen, maar niet dat hij vrolijk is en zeker geen flierefluiter. Zijn songs gaan ook vaker over haat dan over liefde, met name zelfhaat.

Bill worstelt met het leven. Je zou denk dat het succes van zijn debuutalbum hem rust zou geven, maar het tegendeel was het geval. Hij viel in een diep dal waar hij zonder professionele hulp waarschijnlijk nooit was uitgekomen. Tien dagen heeft hij in een kliniek gezeten. Weer thuis begon hij aan wat zijn tweede album zou worden, het vers verschenen Pink.

Daarop staat ook Maria, een liedje over liefde die maar van één kant kwam. Inderdaad, de zijne. Maria is een sfeerplaatje. Die sfeer en ook de sound van de song stammen uit de jaren 80 van de vorige eeuw, de bloeitijd van de synhti-pop. De rest van het album is minder retro, maar niet minder mooi. Het is daarom vreemd dat er in Nederland nog zo weinig aandacht is voor Two Feet. Laten we hopen dat Maria daar een beetje verandering inbrengt.

All Time Low – Wake Up Sunshine

Het Amerikaanse All Time Low viert zijn 12 en half jarig bestaan met een gloedjenieuw album, langspeler nummer 8 om precies te zijn.

Op het titelnummer van de plaat, Wake Up Sunshine treffen we de band uit Baltimore in standje pop. Dat kan ook moeilijk anders met een song met het woord Sunshine in de titel. Maar pop bij All Time Low komt altijd met een scherp randje. Al is de band in de loop der jaren iets van hun wilde haren kwijt geraakt, hun verleden als emo rockers wordt niet verloochend.

All Time Low, genoemd naar een tekstregel in een song van New Found Glory hoort sinds het So Wrong, It’s Right (2008) album tot de grote bands der aarde. Die status doet de band alle eer aan met het zoveelste sterke album op rij. Of zoals een fan opmerkt in de comments van Wake Up Sunshine op Youtube, ‘it’s official there are no band songs on this record.’

Husbands – Try Not To Worry

Zoals ze zelf zeggen in hun bio is Husbands een band, maar ook weer niet. De twee leden van Husbands zien elkaar namelijk vaker niet dan wel. Zowel Wil Norton als Danny Davis komen uit Oklahoma City. Maar terwijl Danny honkvast is, reist Wil van hot naar her. Eerst zat hij in Washington DC om af te studeren. Tegenwoordig pendelt hij voor zijn werk tussen Seattle en Costa Rica. Dat de band nog bestaat is een wonder.

Maar als ze samen zijn wordt er hard gewerkt. Sinds 2013 heeft Husbands vijf albums afgeleverd in een stijl die het duo zelf beach punk heeft genoemd. Na een release volgt vaak een kort tourtje waarna weer wordt overgegaan tot de orde van de dag, geld verdienen dus. Ook in de V.S. kunnen de meeste muzikanten niet van hun kunst leven.

Het meest recente album van Husbands verscheen begin dit jaar. Op After The Gold Rush party is het beach gevoel is gebleven, maar is de punk vervangen door een geluid dat meer richting new wave gaat. Die sound perfectioneert Husbands nog verder op nieuwe single Try Not To Worry dat overigens niet op het album staat. En op moment van schrijven ook nog niet op Spotify, maar wel op Bandcamp. Daar hebben wij hem vandaan.

Er is niks ingewikkelds of pretentieus aan Try Not To Worry. Het is gewoon een een lekker in het gehoor liggende lente track met een opbeurende boodschap. Precies wat we nodig hebben op dit moment.

Irontom – Big Shot

Irontom is de band van voormalig Chili Peppers en Pearl Jam drummer Jack Irons. Jack heeft zijn zoon Zach genoemd. Zach speelt gitaar,  Harry Hayes zingt, Dyl Williams en Dan Saslow, respectievelijk op bas en drums completeren het kwartet.

Twee albums heeft de band uit L.A. tot nu toe op zijn conto, beiden geproduceerd door de uit het QUOTSA kamp afkomstige Alain Johannes. Voor album drie is de band met een andere producer in zee gegaan, een man met een wat bredere clientèle dan Johannes. John Fields’s naam kom je tegen in de liner notes van o.a. Pink, The Jonas Brothers en Goo Goo Dolls.

De wisseling van de wacht heeft geen nieuwe sound gebracht. Nieuwe single Big Shot is Irontom zoals we ze kennen, pittige pop met een heavy randje en een laagje glitter. In het begin denk je nog even dat het er hard aan toe zal gaan, maar dat is maar schijn. De zware gitaren ondersteunen een luchtig liedje over liefde en begeerte, zeg maar seks. Over het hoe, wat en wanneer van album drie is verder nog niks bekend.

GUM – Out In The World

Een van de eerste mensen die Kevin Parker belt als hij er in zijn eentje niet uitkomt is Jay Watson. Als Tame Impala stil ligt trekt Watson op met de band Pond en als Pond het even voor gezien houdt gaat hij zelf aan de slag onder de naam GUM.

Geen stilzitter dus die Jay Watson. Zijn staat van dienst telt nu zes Tame Impala albums, acht met Pond en vier als GUM. Dit alles in een tijdsspanne van zo’n twaalf jaar. In Tame Impala en Pond is Watson meestal achter de drumkit te vinden. In GUM neemt hij vrijwel alle instrumenten voor zijn rekening. Als lid van Pond en Tame Impala mag Watson graag de muzikale geest verruimen, als GUM blijft hij wat dichter bij de aarde. Out In The World is een wat weemoedige midtempo indiepopsong over vergiffenis. Nu er voorlopig geen sprake is van tournees van Tame Impala of van Pond heeft Watson alle tijd om zich volledig op GUM te richten. Zou dus zomaar kunnen dat er dit jaar nog een vijfde album komt van zijn verkapte soloproject. 

Deperuse – The Fifteenth Curse

Een van onze influencers is David Dean Burkhart. Hij heeft playlists op Spotify en Youtube. Die hij vult met de allernieuwste dreampop en aanverwante melodieuze lo fi pop en rocksongs. De man heeft er waarschijnlijk een full time job aan om de krochten van het internet af te struinen op zoek naar muziek die in zijn straatje past.  

Dankzij Dean kwamen we op het spoor van Deperuse, een Rolling Blackout achtige band uit Montreal, Canada. The Fifteenth Curse is de debuutsingle van Deperuse. Dat verklaart waarom er nog vrijwel niks over de band te vinden is.

The Fifteenth Curse is een uitstekend begin, een song ergens tussen dreampop en shoegaze in met zacht jengelde gitaren en een trippy end. Nu maar hopen dat de mannen niet meteen hun beste song als eerste hebben uitgebracht en dat ze nog veel meer nummers van dit kaliber in hun arsenaal hebben. 

Bright Eyes – Persona Non Grata

Lang niks gehoord van Bright Eyes. Zolang zelfs dat Persona Non Grata feitelijk een comeback single is. Ondanks de pauze van negen jaar is er niet veel veranderd in het muzikale universum van Conor Oberst. Hij zingt nog steeds alsof het hem veel moeite kost. Met zijn licht geaffecteerde uitspraak en bibber in zijn stem klinkt Oberst als een countryversie van Cure voorman Robert Smith.

Met zijn akoestische arrangement en accordeon solo’s doet Persona Non Grata traditioneel folky aan. Het nummer sluit wat sound en stijl betreft ook aan bij het succesvolste Bright Eyes album tot dusver, ‘I’m Wide Awake, It’s Morning’ uit 2005. En bij de soloalbums van Conor, die eigenlijk niet heel veel verschillen van wat hij uitspookt met de band waarmee hij in eerste instantie naam maakte.

Later dit jaar zal Persona Non Grata worden gevolgd door een nieuw album van Bright Eyes. Dat is goed nieuws voor fans van de band, maar minder goed nieuws voor fans van Better Oblivian Community Center, de band van Connor Oberst en Phoebe Bridgers, waarmee ze vorig jaar debuteerden. Een tweede album B.O.C.C. zit er door de wederopstanding van Bright Eyes voorlopig niet in. Ach, you can’t win ‘m all.

Ball Park Music – Spark Up

Ball Park Music kennen we van de single ‘The Perfect Life Does Not Exist’, een zonnige meezinger van het soort waar de Australiërs er vrij veel van hebben.

Ball Park Music houdt zich op aan het poppy deel van het Australische indie-spectrum. Het laatste van de inmiddels zes albums is alweer twee jaar oud. Tijd dus voor iets nieuws. Spark Up is de juiste plaat op het juiste moment.  Er gebeurt van alles in dik vier munten die het nummer duurt. Zoveel zelfs dat het wel een potpourri lijkt. Er zijn instrumentale breaks, gitaarsolo’s en talloze tempowisselingen. De drums zijn belangrijk, die stuwen Spark Up naar een onvervalste climax, maar de gitaren mogen er ook zijn. De bas houdt de boel bij elkaar, terwijl de zanger fungeert als de spreekstalmeester van dit muzikale circus. Idereen hads het duidleijk naar zijn/haar zin tijdens de opnamen. 

De meeste bands worden wat gezapig na een album of vier, vijf. Ball Park Music dus niet. De band heeft het nog steeds zijn heupen en komt met een song die je even doet vergeten dat de buitenwereld behoorlijk boos is momenteel.

Kevin Morby – Gift Horse

Kevin Morby begint een oude bekende te worden. Gift Horse is het derde of vierde nummer dat we van het oppikken. Muziek maken doet Morby al vanaf zijn tiende, serieus sinds zijn 17e. Toen gaf hij gehoor aan de lokroep van de grote stad, New York City. Hij verliet zijn school voortijdig en vertrok van Kansas City naar Brooklyn waar hij in diverse bands speelde voordat hij voor zichzelf begon.

Daar woont hij nog steeds. Morby is nu begin dertig en de trotste maker van een zestal albums. Zijn bekendste nummer tot dusver is een ode aan zijn geadopteerde thuisstad, het bijna tien minuten durende Harlem River.

Morby‘s stijl was al vroeg uitgekristalliseerd. Zijn songs zijn veelal traag van tempo, tekstrijk en fraai geïllustreerd. Een beetje Lou Reed-achtig misschien, maar dan zonder venijn. Gift Horse staat niet op een van zijn albums. De tekst is cryptisch zoals een singer-songwriter met een literaire inslag betaamt, maar schijnt te gaan over de geneugten van het live optreden. Extra sneu daarom dat Kevin zoals zoveel collega’s zijn wereldtournee voor onbepaalde tijd heeft moeten uitstellen.

KALEO – Alter Ego

Deze week weer eens een lekker ouderwets rock ‘n’ roll plaatje als Breekijzer, Alter Ego van het IJslandse KALEO. Ja dat lees je goed IJslands. Wie denkt dat er in IJsland alleen maar esoterische, artistiek verantwoorde postfolk wordt geproduceerd a la Bjork en Sigur Ross mag zijn vooroordeel overboord gooien en zijn luchtgitaar uit het vet halen.

Alter Ego klinkt zoals de oudjes rockten en met oudjes bedoelen we dan bands als Aerosmith, AC/DC en Free. Rock dus met een flinke scheut blues. Zanger JJ Julius Son heeft de perfecte stem voor de stijl. De vijf KALEO‘s zijn aan hun achtste jaar bezig en niet zonder succes mogen we wel stellen. Eén van hun songs, ‘Way Down Now’ heeft op Spotify het astronomische aantal van 399 miljoen plays gehaald. En counting. Nee dat is geen typefout.

Nu moeten we er bij zeggen dat ‘Way Down Now’ een ballad is, want zo gaat dat in het hardere band-segment, die scoren vooral met langzame nummers. Deze Jezus hit staat op het debuutalbum van KALEO uit 2016. Dit jaar verschijnt dan eindelijk de langverwachte opvolger. KALEO album 2 gaat ‘Surface Sounds’ heten en komt op 5 juni uit.. Alter Ego is daar een voorbode van.

Dat de band zo lang over album twee heeft gedaan is natuurlijk niet vreemd, Als je debuut zo gigantisch aanslaat wil je dat de opvolger ook een succes wordt. Nu is het onverstandig te denken dat KALEO ooit een tweede hit zal scoren van het kaliber van ‘Way Down Now’. Maar als er meer tracks als Alter Ego op het nieuwe album staan dan hoeven ze zich geen zorgen te maken.