Meg Myers – Jealous Sea

Tot voor kort was het een taboe voor artiesten om over hun geestgesteldheid te praten, laat staan om er over te zingen. Na ontboezemingen van o.a. Kanye West en Father John Misty over suïcidale gedachten lijkt het taboe doorbroken.

Meg Myers heeft nooit een geheim gemaakt van haar zielenroerselen. Integendeel, haar angsten en emoties zijn vanaf het begin haar belangrijkste thema’s geweest. Muziek als therapie. In mindere handen dan die Meg zouden zulke onderwerpen al snel te persoonlijk en te pijnlijk worden, maar zij heeft een vorm gevonden die haar privésituatie overstijgt en herkenbaar is voor iedereen die wel eens worstelt met donkere gedachten.

Het is dus niet moeilijk te raden waar Jealous Sea over gaat. De derde single van Meg’s nieuwe album (Take Me To The Disco 20/7) gaat over het onvermogen mensen te vertrouwen en de verlammende angst om verlaten te worden. De titel is meer dan een doorzichtige woordspeling. Meg gebruikt de golven van de zee als metafoor voor de emoties die haar soms overspoelen.

Ook muzikaal is Jealous Sea Meg Myers ten voeten uit,  een spannende, duistere, verontrustende en overdonderende rocksong. Persoonlijk maar niet privé. In het verleden wilde Meg het nog wel eens letterlijk uitschreeuwen, op haar nieuwe nummers lijkt er sprake van berusting of controle. De intensiteit is er niet minder om. Het is en blijft ‘uneasy listening’ wat Meg maakt, maar ook bijzonder en waardevol.

Iggy Pop & Underworld – Get Your Shirt

‘Wat vind je ervan dat Iggy altijd in zijn blote bast optreedt?’, vroeg een journalist een paar jaar geleden aan Josh Homme toen de frontman van Queens Of The Stone Age op tournee was met de legendarische zanger.’ Ik ben allang blij dat hij zijn broek aanhoudt’, was zijn antwoord. De oude rocker mag dus graag naaktlopen. Al sinds de vroege jaren zeventig toen Iggy half naakt poseerde voor de hoes van Raw Power is zijn ontblote bovenlijf zijn handelsmerk.  Toen was Iggy (71) nog een jonge god, nu ziet zijn torso eruit als het achterwerk van een olifant en is het misschien een idee om zijn shirt aan te houden. Dat lijkt het thema van Get Your Shirt, de nieuwe single Iggy Pop & Underworld.

Don’t Try Hard To Be A Flirt. Get Your Shirt /Cause Nobody Loves A Jerk. Get Your Shirt/It’s Getting So Much Harder To Be Me.

Get Your Shirt klinkt precies zoals je zou verwachten van een muzikaal samengaan van de punkveteraan en de oude housemeesters, een roes opwekkende rocksong met een big beat en synths i.p.v. gitaren. In stijl en sound is Get Your Shirt niet eens zo ver verwijderd van de muziek die David Bowie maakt tijdens diens Berlijnse periode. De samenwerking tussen Iggy en Underworld kwam tot stand na een meeting over de soundtrack van Trainspotting 2. In deel 1 van de legendarische film zaten zowel Iggy‘s Lust For Life als Born Slippy van Underworld. Beide songs hebben aan eeuwigheidswaarde gewonnen door hun prominente plek in de film en staan in een remix op de soundtrack van Trainspotting 2. Na het housy Bells & Circles en de spoken word track I’ll See Big is Get Your Shirt de derde track die uit is van de Teatime Dub Encounters EP van Iggy & Underworld, die volgt op 27 juli.

Big Red Machine – Hymnostic

Big Red Machine is de naam van het samenwerkingsverbond van Justin Vernon a.k.a. Bon Iver en Aaron Dessner van The National. Het duo bracht eerder dit jaar een kwartet songs uit die alleen te streamen waren op www.p-e-o-p-l-e.com, een initiatief van Vernon en de Dessner broers met als doel om jonge kunstenaars een platform te geven. De nummers zijn nu ook te beluisteren op de reguliere streamingsdiensten.

Onze favoriet is het statige Hymnostic.  Hymnostic is direct herkenbaar als het werk van Justin Vernon. Hij zingt met zijn gepatenteerde, licht geautotunede falsetstem. De titel Hymnostic verwijst naar het hymne-achtige karakter van de song en het beoogde effect. Om echt onder hypnose te komen is Hymnosic net even te kort, gelukkig brengt de repeatknop uitkomst.

Vernon en Dessner hebben eerder samen muziek uitgebracht. Op Dark Was The Night (2009), een benefietalbum voor de Red Hot Organisation staat een nummer dat Big Red Machine heet, een titel die nu dus deinst doet als bandnaam.

De People site draait nu nog in een betaversie. In augustus wordt de site officieel gelanceerd tijdens een non-profit festival in Berlijn dat wordt gecureerd door Vernon, de twee Dessner broers en National zanger Matt Berninger. Misschien is Sufjan Stevens ook van de partij, want ook hij is betrokken bij de organisatie.

Thrice – The Grey

Het Californische Thrice viert zijn 20ste verjaardag met een switch naar een nieuw label, het befaamde Epitaph Records, de thuisbasis van tal van punk en hardcore bands als Pennywise, The Offspring, NOFX en natuurlijk Bad Religion.

Betekent de labelmove van Thrice naar een punklabel dat de band van stijl verandert? Ja en nee. Het is eerder zo dat Epitaph zijn actieradius uitbreidt. Punk is altijd al een van de basiselementen geweest van Thrice, net als emo, industrial, grunge, art rock, hard rock en alles waar post voor staat of core achter. Kortom Thrice heeft zich nooit laten ringeloren, heeft altijd zijn eigen weg gebaand.

De rode lijn van de binnenkort tien Thrice albums is volume, een enorme hoeveelheid decibellen. Nieuwe single The Grey is anders en herkenbaar tegelijk, een potige mid tempo rocksong vol hortende drums, stotende bassen en gemene gitaren. Frontman Dustin Kensrue houdt de boel maar net bij elkaar met zijn machtige stem. Het duidelijk naar meer smakende The Grey is een voorgerecht, de hoofdschotel verschijnt op 14 september onder de naam Psalm.

Foxing – Slapstick

Het is (gelukkig) niet meer te horen, maar Foxing begon ooit als emo-band. Dat was in 2013. Nu bijna 3 albums verder is er geen hokje meer waarin de band zich laat duwen. Foxing anno 2018 is artistiek, maar niet gekunsteld. Amerikaans, maar niet typisch. Complex, maar meeslepend.

Foxing is de band van Conor Murphy, maar een dictator is hij zeker niet. Murphy gelooft zelfs zoveel in het harmoniemodel dat hij zijn bandleden alle ruimte biedt voor inspraak. Zozeer zelfs dat er als  kop boven een oud interview stond; ‘Foxing can’t agree on anything’. De rol van producer is dus belangrijk. De muzikale mediator die het opnameproces van Nearer My God, het nieuwe album van de band uit St Louis in goede banen leidde, was Chris Walla, die tot voor kort deel uitmaakte van Death Cab For Cutie. De albumtitel betekent overigens niet dat de band in den Here is. Nearer My God To Thee is de titel van het laatste nummer dat het orkest speelde op de  Titanic voordat het schip onder de golven verdween.

De song die de weg van de release van het nieuwe Foxing album moet effenen is Slapstick. De single is gebaseerd op de gelijknamige roman van Kurt Vonnegut. Slapstick is een intrigerende ballad, die wel aan Radiohead doet denken, met dit verschil dat Conor Murphy anders dan Thom Yorke zingt alsof zijn leven er vanaf hangt.  Het Nearer To God album verschijnt op 19 augustus.

Kitchenette – Upon The Shoulders

Kitchenette is de band van Chris Kikic, een oorspronkelijk uit Bosnië afkomstige zanger-gitarist-songschrijver-bandleider, die na jaren zijn talent te hebben te hebben uitgeleend aan anderen voor zich zelf is begonnen. Dat had hij dus veel eerder moeten doen. Dat was al duidelijk toen Chris vorig jaar met Kitchenette zegevierend door het land trok onder de vlag van de Popronde en is is nu overduidelijk nu single Upon The Shoulders golven maakt in heel Europa.

Kitchenette maakt indierock met een Amerikaans accent. Chris maakt geen geheim van zijn bronnen. In zijn bio noem hij Kurt Vile en diens oude band The War On Drugs. Upon The Shoulders klinkt zoals The War On Drugs waarschijnlijk had geklonken als Vile gewoon was gebleven, pittig maar relaxed, rijkelijk bestrooid met gitaren en met het tempo van een pick-up truck op een Amerikaanse highway. Chris is overigens niet de enige man met ervaring in de Kichenette, dat verder bestaat uit (ex)leden van Bombay, Tales That Are Not Supposed To Be Heard en Sen Dubaj.

LIVEDATA: 15/7 Hongerige Wolf festival, Groningen. 20/7 De Meester, Almere.

Villagers – Trick Of The Light

Villagers weet weer de juiste snaar te raken met hun eerste nieuwe opname in drie jaar. Nieuwe single Trick Of The Light heeft alles wat Villagers zo bijzonder maakt, het nummer is zo ambachtelijk als een Paul Simon song, zo melancholiek als Elbow op zijn best en gezongen met een gevoeligheid waar ooit alleen Roy Orbison patent op had.

Trick of The Light is dan ook de best denkbare aankondiging van een nieuwe episode in het bestaan van de band van Connan O’Brien. Het vierde* hoofdstuk in de Villagers saga zal geen grote verandering brengen. Het elegante en verzorgde Trick Of The Light laat horen dat Connon O’Brien nog dezelfde bevlogen vocalist is, rusteloos en beschouwend tegelijk, die tien jaar geleden grote indruk maakte met Becoming A Jackal. Drie jaar later volgde {Awayland} met daarop Nothing Arived, het nummer dat Villagers beroemd en onmisbaar maakte. Darling Arithmetic verscheen in 2015 en consolideerde die positie zodat we nu met recht kunnen zeggen dat er halsreikend wordt uitgekeken naar elk nieuw levensteken van de Ierse band.

D Day wordt 21 september, op die dag komt het nieuwe Villagers album uit onder de titel The Art Of Pretending To Swim. Fans doen er verstandig aan de site van Villagers te bezoeken voor speciale uitgaven met extra songs.

* live album niet meegerekend.

LIVEDATA 12/11 Doornroosje, Nijmegen 13/11 Melkweg, Amsterdam 28/11 TivoliVredenburg, Utrecht

Mooon – She Makes Me Feel

Mooon is niet van deze tijd. Het trio oogt en klinkt alsof de klok is blijven stilstaan in 1965, vlak voordat de hippies het muzieklandschap definitief zouden veranderen met hun ellenlange liedjes, drum en dwarsfluitsolo’s. In talloze Amerikaans garages waren wannabe rockers bezig een antwoord te formuleren op de Britse invasie. De lieverdjes wilden klinken als the Beatles, de stoere jongens probeerden de Stones naar de kroon te steken. Terwijl de Beatle-klonen roemloos zijn verdwenen, zijn de Stones-adepten op hun beurt weer bronnen van inspiratie geworden. Bijvoorbeeld van het Brabantse Mooon.

Een eerste inventaris van wat later garagerock is gaan heten, verscheen begin jaren zeventig als dubbelalbum onder de naam Nuggets. Samensteller was Lenny Kay, de latere gitarist van Patti Smith. We kunnen Mooon waarschijnlijk geen groter compliment maken dan te zeggen dat She Makes Me Feel prima op Nuggets had gepast ergens tussen I Want Candy van The Strangeloves en Psychotic Reaction van Count Five.

Net als die tijdloze tracks is She Makes Me Feel  van Mooon een aanstekelijke no nonsense rocksong met smaak gemaakt, met flair gebracht en dus riekend naar garage. Voor wie nog meer Mooon wil, de band heeft een album uit en speelt volop. 

LIVEADATA: 14/Loungefest, Noordwijkerhout. 15/7 Valkhof festival, Nijmegen. 21/7 Summerbeek, Oosthuizen. 4/8 Zoomeravond, Artis, Amsterdam.

David Byrne – Gasoline & Dirty Sheets

David Byrne toonde zich de Julius Caesar van Down The Rabbit Hole. Hij kwam, zag en overwon. Dat een 66 jarige veteraan zijn jongere collega’s even een poepie laat ruiken als het gaat om overtuigend optreden is opmerkelijk. En onverwachts. Hoewel, als je in Byrne‘s verleden duikt ook weer niet helemaal.

Het opvallende is dat Byrne niet eerder met zo’n dynamische, gechoreografeerde show is gekomen. Het repertoire heeft hij al jaren en met de concertfilm Stop Making Sense, die hij maakte met Talking Heads is er ook een precedent. De vraag is dus eigenlijk waarom nu pas? Het antwoord ligt waarschijnlijk besloten in zijn nieuwe album, American Utopia, wederom een conceptplaat –Byrne doet niet aan losse liedjes- en deel van een multi-mediaproject dat als doel heeft mensen te wijzen op de goede dingen des levens.

Byrne‘s nieuwe album is geïnspireerd door Reasons To Be Cheerful een song van Ian Dury, je kent hem van Sex & Drugs & Rock & Roll.  Bij zo’n blijde boodschap past een enerverende show, die iedereen met een warm gevoel naar huis moet laten gaan. Dat is dus goed gelukt.

Een neveneffect van Byrne‘s overrompelend optreden is dat zijn American Utopia album weer in de belangstelling staat. Of eigenlijk nu pas. Het album heeft bij release niet veel aandacht gekregen. Het is alweer het elfde soloalbum van de voormalige Talking Heads leider en hoewel altijd interessant is Byrne‘s recente werk niet altijd relevant.  Dachten we. 

American Utopia is dat dus wel een belangrijk album, zeker in de context van de tour van Byrne en band. Dus gingen we op zoek naar een nummer dat past bij Pinguin. Onze keus viel op track 2, Gasoline & Dirty Sheets, een spannende song met een funky beat, een sterk refrein en mooie mysterieuze achtergrondzang. 

Het is even wennen, de metamorfose van David Byrne van neurotische onheilsbode, die ons waarschuwde voor Psychokillers, Roads to Nowhere en Life During Wartime naar positivo eerste klasse en we willen ook niet uitsluiten dat er enige ironie in het spel is, die mogelijk in een vervolg aan de oppervlakte komt, maar ook dan is de oude Talking Head anno 2018 weer net zo relevant als in 1978. En net zo goed.

LIVEDATUM 04/11 AFAS Live, Amsterdam

Donna Blue – Holiday

Je hebt dreampop en je hebt dromerige pop. Dromeriger dan Holiday van Donna Blue is fysiek-psychedelisch niet mogelijk. Holiday heeft het tempo van een ronddobberend bootje in een blauwe baai en de sfeer van een lange lome zomeravond aan de Côte d’Azur.

Nu we toch aan het mijmeren zijn, het jaar is 1964. De zangeres ligt in haar itsy bitsy teenie weenie yellow polka dot bikini op het strand en droomt van die leuke jongen, die ze de avond daarvoor heeft ontmoet in de bar van Hotel Shangri-la. Ze wacht met smacht, waar blijft hij met zijn lachende ogen en ongekamde haar? Straks roept haar vader dat ze terug naar het hotel moet komen. Wordt vervolgd. 

In minder liefdevolle handen dan die van Donna Blue‘s Danique van Kesteren en Bart van Dalen zou Holiday een pastiche geworden zijn, maar nu verraadt het nummer een grote kennis van en diepe affiniteit met muziek uit de eerste helft van de jaren zestig, toen in de V.S. teenagers als Carole King en Ellie Greenwich liedjes schreven voor meisjes zoals zij, naïef maar niet wereldvreemd en in Frankrijk slimme producers de Britse beat een Franse slag gaven en met yé yé girls een fenomeen schiepen dat tegen alle natuurwetten in de tand des tijds heeft weten te doorstaan.

Donna Blue speelt dit najaar in de Popronde, benieuwd hoe ze deze droom tot leven gaan wekken.