Wolf Alice – Blue Weekend (Dirty Hit/Mattan)
Is Ellie Rowsell de beste zangeres die rondloopt in het pop-rockcircuit? Dat is een vraag die al een jaar of elf gesteld kan worden; in 2010 debuteerde de band Wolf Alice met een titelloze ep. Rowsell beheerst alle zangfacetten binnen het muzikale metier.
Grootste zangprestatie van Rowsell (29) vond plaats op het werkelijk sublieme Visions Of A Life (2017), als Rowsell zó godvergeten veel gevoel legt in het geweldige Planet Hunter dat ondergetekende het niet droog wist te houden bij de eerste luisterbeurt. Alles wat muziek het belangrijkst maakt op onze verwilderde planeet zit verwerkt in die epische prachtsong. Op een album waarop Rowsell ook zo schitterend fluisterzingt. Zoals alleen zíj dat kan. Ze sleurt je mee in haar universum. Of je dat nu wil of niet. Er is geen ontkomen aan.
Visions Of A Life is het magnum opus van de Engelse formatie, die nu, vier jaar later, terugkeert met een album dat raakt aan het enorm hoge niveau van zijn voorvanger. Dat maakt het allemaal extra knap. Terwijl het geluid zonder meer poppier is geworden. Wat radiovriendelijker voor de massa. Een enkele track misschien zelfs voor de goegemeente.
Rowsell verkent op Blue Weekend iets minder de uithoeken van haar vocale capaciteiten; ze is minder vaak (zó prachtig, en gemeend) boos en getergd. Het leidt in elk geval tot de meest consistente collectie songs die op plaat is gezet door Rowsell en haar drie bandgenoten.
Opvallend is het intro van Feeling Myself, dat sterk doet denken aan dat van The Rolling Stones’ Gimme Shelter. Je moet het maar durven. Wat verder opvalt is dus dat Wolf Alice een soort innerlijke rust heeft gevonden. Wat leidt tot sfeervolle indierock met wat meer poppy accenten op een album waarop Rowsell maar tweemaal (het venijnige Smile (goeie clip ook!) en de woeste punkrocker Play The Greatest Hits) écht het achterste van haar tong laat horen. De rest van haar gezang is ‘slechts’ wonderschoon. Pieter Visscher
Faye Webster – I Know I’m Funny Haha (Secretly Canadian)
Niemand wist, zelfs Frank Zappa niet, toen hij zijn elfkoppige band door een feestelijke versie van America The Beautiful leidde om zijn show in het Nassau Coliseum in Uniondale, NY op 25 maart 1988 af te sluiten, dat het de laatste keer zou zijn dat hij ooit in de Verenigde Staten speelde. Dagen later zou de band uit ’88 naar Europa trekken voor een tour door meerdere landen, om vervolgens op de weg te imploderen voordat ze terug konden naar de Verenigde Staten voor een nieuwe ronde van geplande shows.
The Black Keys – Delta Kream (Nonesuch Records/Warner)
Sarah Neufeld – Detritus (One Little Independent Records)
Mdou Moctar – Afrique Victime (Matador/Beggars)
Black Midi – Cavalcade (Rough Trade/Konkurrent)
Yell40Years van Dieter Meier en Boris Blank is geen gebruikelijke best of met de typische nummers als The Race, Oh Yeah of het baanbrekende Bostich, maar meer een plek voor alle parels van hun discografie die altijd stonden voor de Yello-klankkosmos, maar ze kregen nooit echt de schijnwerpers die ze verdienen.
St. Vincent – Daddy’s Home (Virgin/Caroline)
Sophia Kennedy – Monsters (City Slang/Pampa Records/Konkurrent)