The Beths – Watching The Credits 

Het gaat goed met The Beths, sterker nog het gaat uitstekend met de Nieuw Zeelandse indierockers!

De band van Elisabeth Stokes en haar getrouwen kwam verder dan ooit met hun vorig jaar verschenen Expert In A Dying Field album en de gelijknamige single. The Beths maakt nu gebruik van het verworven momentum door uitgebreide tournee op tournee te gaan. Eerst door Europa daarna door de VS. Pas eind oktober kunnen de bandleden weer in hun eigen bedje kruipen.

In ons land zal The Beths maar liefst drie tussenstops maken, op 14 juli in Ekko, Utrecht, de 15e in Rotown, Rotterdam en de 16e op het Valkhof Festival in Nijmegen.

Er is nog meer goed nieuws. De band heeft een uitstekend Tiny Desk Concert opgenomen die deze week op Youtube is verschenen en….last but not least is er deze week een fonkelnieuwe single uitgekomen. Watching The Credits is The Beths op haar best, een knisperende rocksong met bevlogen zang van miss Beth en geïnspireerd gitaarwerk van Jonathan Pierce.   

Monolink – Running

Steffen Linck is Monolink. Linck komt uit de Berlijnse ambient/technoscene, maar toont op Running een hele andere kant zijn zijn muzikale medaille.

Zijn nieuwe single drijft weliswaar weer op de elektronica, maar is net zozeer blues als techno. Nou ja blues, bluesy is een betere omschrijving. Linck zegt met zijn nieuwe single terug te grijpen op een van zijn eerste muzikale liefdes, ze blues. Voor hij zich verloor in computerland speelde hij gitaar. Dat doet hij nu dus weer, meer dan verdienstelijk. Wat Running extra aantrekkelijk maakt is dat Flinck zingt, niet heel veel meer dan de titel, maar toch. Zou zo maar kunnen dat Running een zijstapje is zonder vervolg, maar we doen het ervoor.

Clipprimeur: Quiet Hollers – Why Does Everything Hurt

Quiet Hollers viert Nederlandse tournee met release van nieuwe videoclip!

Why Does Everything Hurt is het openingsnummer van Forever Chemicals, het meest recente album van de rootsrockers o.l.v. Shadwick Wilde. De single is uit op Goomah Music, het Nederlandse label van de Amerikaanse band.

Concerten:

19 april Fluor, Amersfoort.

20 april Metropool, Hengelo.

21 april Vera, Groningen.

23 april, Willem II, Den Bosch.

 

Maruja – Kakistocracy

Ooit was punk een muziekstijl beoefend door beginnende muzikanten die zich vanwege hun magere muzikale kennis beperkten tot het spelen van songs met één hooguit twee akkoorden. Dat soort bands zijn vrijwel volledig uit het muzieklandschap verdwenen. Als we het tegenwoordig over punk hebben, post of niet dan bedoelen we de mentaliteit van de muzikanten, een anti commerciële inslag en een onafhankelijke opstelling.

Om die redenen kan het uit Manchester afkomstige Muraja met recht de punkmantel claimen. Al vanaf de eerste noot van Kakistocracy is duidelijk dat de band niet uit is op een hitparadenotering. Zelfs airplay lijkt de band niet erg te interesseren. Op veel oren zal Kakistocracy kakofonisch overkomen met zijn ruwe, intense zang en nog ruwere saxofoonsolo. Ja dat lees je goed. Het hoofdinstrument van het kwartet is een sax. De band afficheert zich dan ook als zijnde een jazz-punk, of punkjazzband.

Live schijnt Muraja een sensatie te zijn, maar ook hun studio-opnamen zoals te horen op debuut EP, Knockarea zijn niet gespeend van enige opwinding. Van de vier tracks is Kakistocracy, een regering van mensen die daar het minst geschikt voor zijn (denk aan Trump en zijn trawanten) is een goede introductie tot Maruja, een band die maar snel onze kant moet opkomen.

Silver Moth – The Eternal

Silver Moth is een project van Stuart Braithwaite van Mogwai, zijn echtgenote en een aantal muzikale geestverwanten die zich net als Braithwaite ophouden in avant-gardistische en experimentele kringen.

Vrees niet als Silver Moth maken ze muziek die weliswaar niet tot het aller gemakkelijkste soort behoort, maar zeer goed te volgen is en zeker niet gespeend van een emotionele laag. The Eternal, de tweede single van het zevental is een eerbetoon aan een vriendin van de band die onverwachts is komen te overlijden. De ode is een imposante ballad met zachte vrouwenzang en een aan Gothic grenzende sfeer.   

Sluice – Centurion

Sluice, sluis of afvoerpijp betekent dat is de artiestennaam van Justin Morris, ingezetene van Durham, een vrij grote stad in North Carolina.

Morris rockt op zijn indie’s met een lichte folk/country kleuring. Centurion, afkomstig van zijn nieuwe, tweede mini-album Radial Gate begint met een akoestische gitaar, maar al snel doemt er een elektrische op, eerst dreigend op de achtergrond om tegen het einde alle andere instrumenten en zanger volledig te overwoekeren. Centurion is een duister lied met een cryptische tekst vol Romeinse symboliek waarin Morris zijn land en leven van bovenaf lijkt te beschouwen en ziet dat in de verte de donkere wolken zich opstapelen.  

Drugdealer – Lip Service

Drugdealer is een Amerikaanse band die sinds ca 2016 met vrij veel succes singles en albums uitbrengt in een stijl die je zou kunnen omschrijven als indie Steely Dan, de oude Dan dan van Can’t Buy A Thrill. Dat wil zeggen dat het spelniveau hoog ligt en de gitaarsolo’s niet van de lucht zijn. De productie is echter vrij ongepolijst is.

Baas van de band is Michael Collins, een gesjeesde kunststudent die van de oost naar de west is getrokken, per trein en tegenwoordig opereert vanuit L.A.. Collins maakt geen geheim van zijn belangstelling voor drogerende middelen. Zijn vorige project heette Run DMT (dmt is een hallucinogeen dat in veel planten van nature aanwezig is). Het album dat hij onder die naam uitbracht, Bong Voyage. En zo heeft hij wel meer op zijn kerfstok dat getuigt van recreatief drugsgebruik en een eigenaardig gevoel voor humor. Zingen en soleren op gitaar doet Collins zelf, de songs schrijft hij met hulp van vrienden en vriendinnen. Hij heeft o.a. gewerkt met Weyes Blood en Kate Bollinger. Lip Service schreef hij met ene Scott Archdale. De vrucht van hun samenwerking is een frisse powerpopsong die (niet toevallig) doet denken aan The Cars.

Island of Love – Fed Rock

Voor mensen die hun rock niet al te ruig willen hebben is het de eerste helft van Fed Rock misschien even doorbijten. Wat daarna komt zal op ieders goedkeuring kunnen rekenen van Hüsker Dü fans tot en met aanhangers van Thin Lizzy.

Tussen die twee polen speelt de nieuwe single van Island of Love zich zo’n beetje af. Van de eerste hebben ze hun energie van de tweede hun gitaarduels. Island of Love  komt uit Londen en staat onder contract bij de Britse dependance van Jack White’s Third Man Records dat op 12 mei hun debuutalbum zal releasen. Island of Love heeft een bassist en twee gitaristen. Beide gitaristen zingen. Er is ook een drummer te horen op Fed Rock maar die is vooralsnog niet opgenomen in de vaste opstelling.   

Island of Love is al vrij snel te zien in NL, op 18 april in Vera Groningen, en de 19e in Cinetol te Amsterdam.

Roufaida – Kalimat

Roufaida Aboutaleb is een Nederlandse zangeres/songschrijver/producer met Marokkaanse wortels. Het bijzondere aan haar muziek is dat haar bi-culturele achtergrond er in doorklinkt.

Nieuwe single Kalimat is een zeer geslaagde symbiose van Noord-Afrikaanse en Amerikaans-Europese muziekstijlen. Roufaida zingt in het Arabisch en de meeste instrumenten vinden hun hun oorsprong in de Maghreb, maar de vorm van de song is nauw verwant aan die van de traditionele singer-songwriter. De beat is dan weer Marokkaans.

Kalimat is pas haar tweede single. Toch horen we hier een ervaren artiest aan het werk. Roufada maakte kilometers in diverse talentenjachten, die ze vaak zegevierend afsloot. Ook heeft ze het speelveld verkend en ervaring opgedaan als supportact van Eefje de Visser, en was ze begin dit jaar te zien op Eurosonic. Een debuut EP staat voor volgende maand.

P.S. Het antwoord op de vraag die haar achternaam misschien oproept is ja.

Linking Park – Fighting Myself

Tijdens de restauratie werkzaamheden aan het dit jaar 20 jaar oude Meteora album van Linkin Park zijn een paar verloren gewaande juweeltjes opgedoken die zullen worden toegevoegd aan de jubileum-editie van dat klassieke album.

De platinum raprockers, of was het rockrappers? klinken dus nog jong en fris op Fighting Myself. Dat zo’n toptrack zo lang stof heeft liggen te vergaren in een of andere (virtuele) la geeft maar weer eens aan dat direct berokkenen lang niet altijd weten wat goed van ze is. Maar beter laat dan….