Popwarmer: Mark Ronson & RAYE – Suzanne

Geen Valerie, maar Suzanne op de nieuwe single van Mark Ronson. Inderdaad, deze nieuwe track doet veel denken aan Amy Winehouse, maar daar doen we superster RAYE veel te kort mee. De Britse perfomer lijkt qua soulvol stemgeluid wat op Amy en de productie van Mark Ronson is heerlijk jazzy. Wij kunnen niet wachten op een liveversie, want RAYE is op de bühne waan-zin-nig.

bar italia – Cowbella

De leden van bar italia zijn na twee albums en zo’n 160 optredens een beetje om zich heen aan het kijken. Jezmi Tarik Fehmi en Sam Fenton zijn een bijband begonnen, Double Virgo. Nina Christante maakt ook muziek als NINA en ook tourdrummer Mark William Lewis heeft pas een plaatje gemaakt.

Maar hun hoofdactiviteit lijkt er niet onder te lijden, want er is een nieuwe single van bar italia en er staat weer een nieuwe trektocht op stapel. Cowbella is een spartelend en sexy duet. De gitaren staan wat harder dan we van ze zijn gewend, maar de tekst is als vanouds weer lekker cryptisch.

Concert: 30 oktober in Toekomstmuziek, Amsterdam

Westside Cowboy – Alright Alright Alright

Net als Divorce en Sorry en Caroline en Ugly is Westside Cowboy weer zo’n genre-bending band die lekker zijn eigen gang gaat zonder rekening te houden met modes, trends of TikTok.

Twee dingen hebben die bands gemeen: ze zijn Brits en tellen zowel vrouwelijke als mannelijke leden. Okay nog een derde overeenkomst dan, hun teksten zijn belangrijk. Na slechts drie singles is wel duidelijk dat Westside Cowboy tot grote dingen in staat geacht mag worden. Als je als nieuwkomer al zo’n prachtlied als Shells kan componeren, zo’n meeslepend nummer als I Never Met Anyone I Thought I Could Love produceren en zo’n alle remmen los rocker als Alright Alright Alright dan heb je wel wat in je mars. Het aftellen naar een debuutalbum is begonnen.

Turnstile – LOOK OUT FOR ME

Net nu we ons erbij neer hebben gelegd dat Turnstile het iets rustiger aandoet komen ze met een nieuwe single waar de vonken weer van afslaan. Hoewel?

In de eerste drie minuten van LOOK OUT FOR ME herkennen we de relschoppers van vroeger. Maar na die vliegende start krijgen we een best wel lang stuk dat we als dromerig (dreampunk?) zouden willen omschrijven. Wie hoopt op een reprise van de rock-eruptie van het begin heeft pech. Het outro heeft nog het meest weg van een drums ‘n’ bass track. Ruim zes en halve minuut duurt LOOK OUT FOR ME dat we nog wel wat keer vaker moeten horen om te kunnen bepalen wat voor vleesch er nou precies in de kuip zit. Nou, dat komt goed deze week als Breekijzer op Pinguin On The Rocks. Intrigerend is het wel. Nieuw album NEVER ENOUGH is nu uit.

Cliffords – My Favourite Monster

Cliffords is een nieuwe Ierse band geformeerd rond zangeres Iona Lynch. Miss Lynch is een performer type natuurkracht. Ze kan fluisteren als een briesje en uithalen als een orkaan, we horen er wel wat Sinéad en Dolores in terug. Maar ze is heel spaarzaam met haar super power en mede daarin schuilt haar kracht. Maar als ze los gaat sleept ze alles en iedereen mee. Een ander talent is – daarbij geholpen door de rest van de band – haar vermogen sterke songs te schrijven met aansprekende teksten. Case in point is nieuwe single My Favourite Monster. De nieuwe single van Cliffords staat op de Salt Of The Lee EP, hun derde. Cliffords viel al op in het woud van bands op ESNS begin dit jaar en onlangs wisten ze vele harten te veroveren op Best Kept Secret. Ook werd afgelopen donderdag Cliffords nog eventjes snel bevestigd voor Into The Great Wide Open.

The New Eves – Cow Song

Hier gaan we klachten over krijgen. Cow Song is zo’n nummer dat voor en tegenstanders kweekt. Waarschijnlijk zullen de haters in de meerderheid zijn. Maar dat is nog geen reden om de nieuwe single van The New Eves niet te gaan draaien natuurlijk. Als Cow Song voorbij komt kan je altijd even wegzappen naar een van onze andere kanalen. Maar goed, ter zake.

Grote kans dat je nog nooit zoiets hebt gehoord als Cow Song van The New Eves. Misschien maken we hier wel de geboorte mee van een nieuwe stroming, een fusie van freakfolk en paddopop. Laten we het beestje voorlopig maar even ‘neo primitive’ noemen. Cow Song klinkt als een muzikale seance van een Keltisch of Scandinavisch natuurvolk maar dan met een boogie beat, een punk attitude en elektrisch versterkt. De beat is dus tribaal, de zang basaal en de melodische ontwikkeling minimaal. De instrumentatie is bas, trommels, gitaar en viool en fluit. De vier nieuwe Eva’s zingen, soort van. In augustus verschijnt het debuutalbum van de dames die we graag een keer live zouden willen zien.

HighSchool – 149

149 is een song over een best wel saaie vakantie die een onverwachte wending krijgt wanneer er een vakantieliefde opbloeit, een zoete herinnering voor het leven.

HighSchool komt uit Melbourne maar zetelt momenteel in Londen. Daar wordt hard gewerkt aan een debuutalbum. HighSchool begon als duo, maar inmiddels hebben Rory Trobbiani en Luke Scott versterking gekregen van Rory’s zus Lily. Wat stijl betreft zit 149 ergens tussen postpunk en shoegaze in. Dat is een beetje een pleonasme want genretechnisch gezien is shoegaze een vorm van postpunk, maar je begrijpt wat we bedoelen. De zang zit begraven onder een dikke laag gitaren, maar het tempo ligt hoger dan in de shoegaze gebruikelijk. Wanneer dat album moet gaan uitkomen vermeldt het verhaal niet, maar waarschijnlijk nog wel dit jaar.

Interview met Kaiser Chiefs op Pinkpop 2025 “We grew as a band over the last couple of years, for sure!!”

De Kaiser Chiefs staan dit jaar voor de zesde keer op het legendarische Pinkpop Festival. De indie pop/rockband uit Leeds is zonder twijfel een van de meest geliefde acts op het festival in Nederland. Met energieke shows en hits als Oh My God, I Predict A Riot en natuurlijk Ruby is een optreden van de Kaiser Chiefs altijd een feestje voor het publiek in Landgraaf. Hun succesvolle debuutalbum Employment is dit jaar twintig jaar oud, en dat wordt gevierd. Voor het optreden had ik (Martien Koolen) een kort maar boeiend gesprek met Ricky Wilson (zang) en Simon Rix (basgitaar).

Jullie zijn terug in Landgraaf, voor de zesde keer alweer. Is er een Pinkpop-optreden dat je je extra goed herinnert — positief of negatief?
Simon: “Ik denk dat ze allemaal goed waren, maar 2008 was wel speciaal. Ons tweede album Employment deed het toen erg goed, en we speelden vlak voor de Foo Fighters. Het publiek was die dag indrukwekkend, dus die editie staat me goed bij.”

Hebben jullie nog bepaalde verwachtingen voor het optreden van vandaag?
Simon: “Niet echt verwachtingen, nee. Het is vandaag een ander soort optreden dan normaal. Gewoonlijk vieren we een nieuw album en spelen we nieuwe nummers, gemixt met hits. Dan hoort het publiek vaak ook songs die ze nog niet kennen. Maar vandaag zit de setlist vol met nummers van Employment en een paar ‘deep cuts’. We zijn vooral benieuwd of de jongere mensen de teksten van die oude nummers nog kennen.”
Ricky: “Waar ik me het meest druk om maak, is of er wel genoeg mensen komen opdagen. Dat vind ik altijd spannend. En of de mensen die er zijn het leuk vinden. Dus misschien maak ik me zorgen dat we niet het grootste publiek hebben, maar goed… we zullen zien.”

Dus geen speciale Pinkpop-setlist dit jaar? Omdat de focus toch vooral op Employment ligt?
Simon: “We hebben dit jaar nog nauwelijks festivals gedaan — dit is eigenlijk ons eerste. Dus nee, we hebben geen speciale setlist voor Pinkpop gemaakt.”

Hoe moeilijk is het eigenlijk om een setlist samen te stellen met zo’n groot repertoire?
Simon: “Deze keer is het makkelijk, omdat we vooral songs van Employment spelen — dat album is, zoals je al zei, twintig jaar jong. Maar we spelen ook een paar nummers van andere albums.”

Twintig jaar geleden kwam Employment uit. Hoe kijken jullie daar nu op terug?
Ricky: “Best indrukwekkend eigenlijk. Het is beter dan ik me herinnerde. Het klinkt precies goed, van het eerste nummer Every Day I Love You Less and Less tot Caroline, Yes aan het eind. Het hele album voelt als ons pure zelf. Het is een eerlijk, echt album. Toen we het voor het eerst speelden, traden we op in plekken waar we nog nooit waren geweest, en mensen kenden de nummers al — dat was geweldig. Maar je hebt op dat moment geen tijd om ervan te genieten. Nu, twintig jaar later, denk ik dat het moment er is om die nummers weer te spelen én ervan te genieten. Toen wilden we vooral geweldige songs maken, maar onze performance was toen nog niet zo goed als nu. Nu, met twintig jaar ervaring, zijn we er live veel beter in geworden. Alle nummers op Employment zijn gebaseerd op energie — en die zijn we niet kwijtgeraakt, maar we hebben wel meer vakmanschap ontwikkeld. We zijn als band echt gegroeid.”

Hoe is jullie muziek over de jaren heen geëvolueerd?
Ricky: “Ik denk dat we vooral veel fouten hebben mogen maken, en dat is echt een voorrecht dat niet veel bands hebben. We houden altijd het geloof in onszelf, en komen er telkens sterker uit. Ik ben blij met elk album dat we gemaakt hebben, want in een band zitten is sowieso tricky — je bent de pineut als je niet verandert, en ook als je het wel doet. Als je steeds hetzelfde maakt, zeggen mensen dat je een one-trick pony bent. Je moet risico’s nemen, doen wat je wilt, en je daar niet te druk om maken… al maken we ons er wél druk om, ha ha.”

Raken jullie dan nog steeds van slag door slechte recensies?
Simon: “Ik lees de goede recensies nooit — waarschijnlijk omdat ze niet bestaan, ha ha. Tegenwoordig krijg je zo 500 negatieve reviews, want iedereen is een recensent op social media, maar niemand leest die dingen echt nog.”

Hebben de Kaiser Chiefs een speciale band met Nederland?
Ricky: “Ja, absoluut. Na het Verenigd Koninkrijk komt Nederland op nummer twee. De fans hier zijn altijd supertrouw, en dat werkt beide kanten op. Wij stellen de Nederlandse fans niet teleur, en zij ons ook niet. Het is een geweldig land.”

Waar zijn jullie het meest trots op tot nu toe?
Simon: “Op de band zelf, en op de optredens. Het is zó leuk om in deze band te zitten. Dat we na al die jaren nog steeds samen muziek maken, dat voelt bijzonder.”

Hebben jullie nog ambities?
Ricky: “Oh ja… Je weet wel, we hebben op allerlei festivals gespeeld, maar we hebben er nog nooit een geheadlined. En dan denk je: dat is ons nooit gegund. Dus dat zou mooi zijn om alsnog te bereiken.”

Laatste vraag: als ik nu een bandlid van Kaiser Chiefs was en jij de muziekjournalist, wat zou dan je laatste vraag zijn?
Ricky: “Ha ha… Ik zou vragen: ‘Word je weleens jaloers op andere bands — op wat zij bereiken?’ En natuurlijk is het geen competitie, maar de enige manier om daarmee om te gaan, is om als band beter te worden. Blijf hongerig…”

Ricky: “Ja, ambitie is echt een ongelooflijk sterke drijfveer, dus…”

Bedankt voor jullie tijd.
Ricky & Simon: “Dankjewel — leuk interview!”

MARTIEN KOOLEN

Pebbledash – Asha’s Waltz

Shoegaze uit Ierland, uit Cork om precies te zijn. Pebbledash is ongeveer een jaartje oud, maar hard op weg om een speler van belang te worden.

Asha’s Waltz is precies wat de titel belooft, een wals gezongen door Asha, Asha McCutcheon om volledig te zijn, voorvrouw van viertal. Pebbledash wijkt niet heel erg af van het shoegaze concept, behalve dat walstempo dan. Je hoort Asha zacht zingen in een woud van galmende gitaren. Subtiel is de Ierse draai die het nummer krijgt door in het outro nog even een accordeon te introduceren. Een band om in de gaten te houden.

Interview met Biffy Clyro op Pinkpop 2025 “The live experience has to be a different animal from the record!”

Biffy Clyro is een Schotse rockband, nog steeds bestaande uit Simon Neil (zang, gitaar) en de tweelingbroers James (basgitaar) en Ben Johnston (drums). Albums als Opposites (2013) en The Myth of the Happily Ever After (2021) behaalden aanzienlijk commercieel succes. De band heeft nooit onthuld waar de naam Biffy Clyro vandaan komt — maar het is in ieder geval een naam die blijft hangen. Dit jaar staat het Schotse trio opnieuw op het programma van Pinkpop, en vóór hun optreden kreeg ik (Martien Koolen) de kans om met de tweelingbroers te praten. Dus, daar gaan we…

Back on home ground, right? This isn’t your first time here — I believe it’s your fourth time?
James: “Really? Fuck me, mate — that often? We always enjoy it here, but today it’s ridiculously hot. Especially for us Scots — we’re not used to these temperatures! Ha ha.”
Ben: “The lineup is always great here, with lots of eclectic bands. We always end up hanging out with friends from other bands. It’s a great festival.”
James: “The Dutch crowd is always a challenge — not an easy one. You really have to work hard to convince them!”

You do work hard!
Ben: “Yes, we always go full out as a band, ha ha. It’s always nice to play for such a big crowd — they sing along and really connect with our music.”

Did you prepare anything special for Pinkpop 2025?
James: “No, not really… ha ha. Every show is special. We’re starting this one with our new song.”
The one that was released as a single — A Little Love?
Ben: “Yeah, exactly. I think it’s quite bold to open with a brand-new song that the crowd doesn’t really know yet.”
James: “But every show feels special. We’ve been doing this for over twenty-five years, so I think we know what we’re doing, right?”

How difficult is it to put together a setlist when you have so many songs to choose from?
Ben: “We don’t — ha ha. Simon does that. We don’t care! He’s the one digging for the right songs to get the right vibe. And he does a great job.”

Are there songs you have to play — the so-called crowd-pleasers?
James: “That’s tough. We’ve got so many great songs — pretty much every song in the set is a single. But there’s always someone in the crowd who’ll complain about a song we didn’t play. So yeah, it’s difficult.”

Are there Biffy songs you’ve never played live?
Ben: “There are a few, yeah — but maybe those just don’t fit the live vibe or the energy of the set.”

How has Biffy’s music evolved over the years?
James: “I think our songs have become simpler. Over the years, we’ve developed a unique Biffy sound that keeps evolving. We’re not a band like Iron Maiden — though I love Maiden — who have a clear signature sound. We like to experiment and mess around a bit. We enjoy surprising our fans.”

There’s quite a difference between your studio sound and your live performance. Why is that?
Ben: “Yeah, the albums are a bit softer. But live — all the energy and adrenaline comes out. We turn into fucking monsters, ha ha!”
James: “We do play faster live than in the studio. But I think it’s good to have that contrast. The live experience should feel like a different beast than the record.”

The new album is nearly finished. How does it differ musically from the last one?
Ben: “It’s definitely a different album. We worked with a brand-new producer — a younger guy who brought fresh ideas to the table. The production techniques are quite different. Especially the way the drums were recorded — I’ve never recorded like that before.”

You’re a power trio. Have you ever thought about bringing in a fourth member to change up the sound?
James: “For the album, no. But live, we’ve got a couple of extra guys helping us out this time. I think there’ll be seven of us on stage later — ha ha.”
Ben: “In the studio, we’re happy just the three of us.”

What are the musical advantages of being a trio?
James: “It’s easier to reach a consensus. If you’ve got six people in a band, it’s much harder to get everyone on the same page.”
Ben: “And of course, James and I are twins, so we’re basically one person, ha ha. Our way of communicating is hard to follow for outsiders. We’re a tight unit.”

What are you most proud of so far?
James: “Still being here. That’s what I’m proud of. We’ve had a lot of ups and downs. Many of the bands we’ve been friends with have broken up, but we’re still going — longer than most marriages, and we’re not divorced yet, ha ha.”
Ben: “And we’ve just finished our tenth studio album. That’s fucking amazing. To still be doing it, still enjoying it, still feeling hungry. It’s not about the money or treating it like a job. It’s about our musical ideas and sharing them with the audience. We still love what we do — even though it gets tougher as we get older, ha ha.”

Any ambitions left to fulfil?
James: “Yes, we still haven’t played in a lot of countries. So yeah, we’re ambitious — but quietly so. As Scotsmen, we’re a bit more reserved. We’re not planning to fucking land on the moon — but we want people to hear our music.”
Ben: “If we’re still playing live ten years from now, that’s the dream!”

Which band would you love to share a stage with?
James: “Ooooh, nice question, mate… Pearl Jam. They were huge for us growing up. They’re very down-to-earth, and I love that. They just plug in and play — that’s it. Massive respect for Pearl Jam. They’ve been around forever.”

Final question — if I were in Biffy Clyro and you were the music journalist, what would you ask?
Ben: “Oooooooh, another great question. How about: ‘Would you like a million pounds?’ Ha ha.”
What would be your answer?
James: “Yes!” (very loud laughter)

Thanks for your time, gentlemen.
Ben/James: “Thank you — great interview, mate. Interesting questions!”

—Martien Koolen