“Laten we niet al te stellig zijn en beweren dat Sundara Karma het dit jaar gaat maken, dat kan namelijk ook volgend jaar zijn. Maar dat de band afstormt op roem en fortuin is een ding dat zeker is”.
Dat schreven we twee jaar geleden naar aanleiding van de single ‘A Young Understanding’, die we prompt tot IJsbreker bombardeerden. Daarna volgden ‘She Said’, ‘Flame’ en ‘Happy Family’ en was wel duidelijk dat onze voorspelling uit zou komen. In Engeland heeft Sundara Karma inmiddels de A-Status bereikt. Bij ons -moeten we eerlijk toegegeven- is er nog wel wat terrein te winnen. Maar -daar gaan we weer- dat is nu toch echt alleen nog maar een kwestie van tijd.
Illusions, de eerste single van het nieuwe album van de glamrockers uit Reading is er namelijk een voor de boeken. In het begin vergeleken we de band van Oscar ‘Lulu’ Pollock ook met Arctic Monkeys. Die vlieger gaat nog steeds op. Pollock’s stem doet sterk denken aan die van Alex Turner op het nieuwe Arctic Monkeys album. Maar waar Turner veel vorm en weinig inhoud biedt op Tranquility Hotel, heeft Sundara Karma een toptrack gecomponeerd waarin Pollock alle ruimte heeft om te schitteren. En hij niet alleen. De tweede helft van het ruim 5 minuten durende Illiusions geeft hij over aan de band, die de spanning opvoert tot een bijna ondraaglijk niveau.
Je kunt overigens ook zeggen dat Pollock en Turner dezelfde held hebben, het zelfde voorbeeld volgen, dat van the late great David Bowie. Zijn invloed is bijna tastbaar op Illusions. Met zijn vrouwelijke voorkomen lijkt Pollock ook nog eens behoorlijk veel op Bowie ten tijde van Hunky Dory. Wat ons betreft bestaat er na Illusions geen enkele twijfel meer. Sundara Karma is gemaakt is van headliner materiaal.
Douglas Firs is aan een boerenjaar bezig. Enkele maanden terug brachten ze hun fel bejubelde derde album Hinges of Luck uit, en sindsdien was frontman Gertjan Van Hellemont zo goed als non-stop onderweg. Met zijn vrienden/topmuzikanten die Douglas Firs vervolledigen: Simon Casier (Balthazar), Laurens Billiet en grote broer Sem.
De band die intussen zo op elkaar is ingespeeld, lost nu een gloednieuwe track: single Everything’s A Lie. Het plezier waarmee deze muzikanten samen spelen, spat ervan af, wat klinkt alsof Courtney Barnett Jack White heeft uitgenodigd op de koffie. Aan de mengtafel tijdens het mixen: Kevin Ratterman, bekend van zijn werk met Ray Lamontagne en My Morning Jacket.
De zoektocht naar wat je als jonge mens (‘millennial’ heet dat zeker?) in dit leven moet gaan kiezen was al eerder te horen op die derde plaat, maar toont zich hier met een iets andere, onrustigere insteek: “You just have to figure out exactly what it is you want to do so you can then decide to go and do something else,” aldus Douglas Firs. Of ook wel: “Come on get out your gun // we’ll have a little fun // I’ll show you things we don’t need no more”
Tim Knol is van het rustieke Hoorn verhuisd naar Amsterdam en heeft daar een beetje spijt van. Het is namelijk nogal hectisch in de hoofdstad. Daarover gaan de nieuwe single van de singer-songwriter-verzamelaar en platenbaas.
I’m Not Ready For The City klinkt alsof Tim L.A. bezingt i.p.v. Amsterdam. Qua stijl doet I’m Not Ready For The City sterk denken aan de songs, die Graham Nash schreef voor C.S.N. met en zonder Y. De song zong al een tijdje rond in Tim’s hoofd, maar was niet op tijd rijp voor zijn redelijke recente Cut The Wire album. Hij nam het nummer op in zijn studio in Hoorn, die hij zo verstandig was om aan te houden. Daar kan hij in in alle rust werken zonder dat zijn muze wordt overstemd door loeiende sirenes, stonede Italianen en crashende Segways.
LIVEDATA:
02 nov. Poppodium Hedon Zwolle 03 nov. Bibelot Dordrecht 09 nov. Gebouw-T Bergen Op Zoom 10 nov. Mezz Breda 16 nov. Fluor Amersfoort 23 nov. De Oosterpoort Groningen 24 nov. De Pul Uden 08 dec. Grolsch Zaal Enschede 05 jan. Paradiso Grote Zaal Amsterdam
Elke ochtend om acht uur is het tijd voor een verse Clip van de Dag. Met vandaag de nieuwe single Love It If We Made It van de populaire Britse poprock band The 1975 uit Manchester. 30 november komt het derde album A Brief Inquiry into Online Relationships uit. Love It If We Made It is afgelopen week binnengekomen in de Graadmeter en hoor je ook op Pinguin Pop.
Vier albums oud is The Joy Formidable nu. Maar, zoals nieuw album AAARTH laat horen nog volop in ontwikkeling. Na drie albums is de platenmaatschappij van het trio uit Wales to de conclusie gekomen dat de gewenste doornbraak naar de mainstream er niet meer in zit. Liever dan opnieuw onder het juk van en groot label te leven koos The Joy Formidable de vrijheid van een eigen label.
De opnamen voor het nieuwe album maakten de band op locatie tussen de bedrijven van hun wereldtournee door. Desondanks of misschien wel daarom is AAARTH – arth is Welsh voor beer- hun meest experimentele en Welshe album tot dusver toe geworden.
Niet elk nummer op de nieuwe plaat is zo barok als The Better Me, maar de single is wel representatief voor de drive van de band. Eigenlijk is het enige vertrouwde aan The Better Me de stem van Rhiannon ‘Ritzy’ Bryan. Zij schittert in een vals platte rocksong vol mood swings. Een Oosters klinkend vioolintro wordt verstoord door een scheurgitaar, waarna ze zachtjes begint te zingen, niet veel later begint het geweld. Alsof ze een deur open doet, waarachter een leger gitaren in hinderlaag ligt te wachten op hun kans. Dit proces herhaalt zich een paar keer aan elkaar geregen door een neurotische slide-gitaar. The Better Me is weer niet het soort song, waarmee The Joy Formidable het grote publiek gaat inpalmen, een reden te meer om de band te koesteren.
Mini Mansions is een supergroep van de categorie B. Dat is niet denigrerend bedoeld. De bands waarin de drie muzikanten spelen zijn wereldberoemd, alleen bewegen zij zich op de achtergrond, zijn ook niet officieel lid. Michael Shuman, Zach Dawes en Tyler Parkford zijn huurlingen met o.a. Queens of The Stone Age, Arctic Monkeys en The Last Shadow Puppters als werkgever. Sommige sessiemuzikanten willen en kunnen echter meer dan simpel begeleiden en doen wat de baas zegt. Dat geldt dus voor het genoemde trio dat in 2010 debuteerde als Mini Mansions.
Mini Mansions maakt indie-pop met de nadruk op pop. The Beatles en Elliot Smith worden vaak genoemd om de sound van het trio te omschrijven, vergelijkingen waarmee de band goed kan leven.
Een naam als Ciao Lucifer doet een band vermoeden die in metal handelt. De meeste duivelaanbidders vind je immers in de metal. Maar nee. Ciao Lucifer is de naam van een duo, bestaande uit twee Hollandse jongens van het aardige en muzikale soort, Marnix Dorrestein en Willems Wits.
Beide heren timmeren ook solo aan de weg, Marnix maakt smart-pop als IX en Willem Nederlandstalige neuro-rock onder eigen naam. Inmiddels al weer lang geleden vormden ze samen met Jelte ‘Jett Rebel” Tuinstra het veel te vroeg overleden Metro Mortale. Ciao Lucifer is de serieuze bijband van Marnix en Willem, in het leven geroepen omdat ze graag samen spelen, maar ook als uitlaatklep voor experimenten, probeerseltjes en gekke gedachten, die niet direct in hun reguliere straatje passen. Eerder dit jaar hebben de twee vrienden een huurhuisje in Frankrijk omgebouwd tot een tijdelijke studio en een album opgenomen. Anywhere, een song over fehrnwee -het tegenovergestelde van heimwee- is pure pop met een hoge meezing factor, maar dan vrij averechts geproduceerd met een ritme gitaar die klinkt alsof het gaatje van de plaat niet in het midden zit, een drumbreak die klinkt alsof het toerental verkeerd staat afgesteld en een outro dat klinkt alsof de elektriciteit uitviel tijdens de opname. De oude term Rivella-rock is hier op zijn plaats, beetje vreemd, maar wel lekker. En er is dus meer waar Anywhere vandaan komt.
Tot voor kort was het een taboe voor artiesten om over hun geestgesteldheid te praten, laat staan om er over te zingen. Na ontboezemingen van o.a. Kanye West en Father John Misty over suïcidale gedachten lijkt het taboe doorbroken.
Meg Myers heeft nooit een geheim gemaakt van haar zielenroerselen. Integendeel, haar angsten en emoties zijn vanaf het begin haar belangrijkste thema’s geweest. Muziek als therapie. In mindere handen dan die Meg zouden zulke onderwerpen al snel te persoonlijk en te pijnlijk worden, maar zij heeft een vorm gevonden die haar privésituatie overstijgt en herkenbaar is voor iedereen die wel eens worstelt met donkere gedachten.
Het is dus niet moeilijk te raden waar Jealous Sea over gaat. De derde single van Meg’s nieuwe album (Take Me To The Disco 20/7) gaat over het onvermogen mensen te vertrouwen en de verlammende angst om verlaten te worden. De titel is meer dan een doorzichtige woordspeling. Meg gebruikt de golven van de zee als metafoor voor de emoties die haar soms overspoelen.
Ook muzikaal is Jealous Sea Meg Myers ten voeten uit, een spannende, duistere, verontrustende en overdonderende rocksong. Persoonlijk maar niet privé. In het verleden wilde Meg het nog wel eens letterlijk uitschreeuwen, op haar nieuwe nummers lijkt er sprake van berusting of controle. De intensiteit is er niet minder om. Het is en blijft ‘uneasy listening’ wat Meg maakt, maar ook bijzonder en waardevol.
Slow Cub is niet meer, lang leve Slow Club! Het Britse duo dat ooit met veel bombarie werd onthaald, heeft een punt gezet achter een loopbaan, die ondanks een veelbelovende start nooit echt van de grond wilde komen. Dat is jammer, maar ook weer niet, want de breuk heeft twee solisten opgeleverd die beiden behoorlijk interessant bezig zijn.
De vrouwelijke helft van Slow Club, Rebecca Taylor opereert tegenwoordig onder de naam Self Esteem. Haar hoor je momenteel dagelijks op de Pinguin met het aanstekelijke Wrestling. Charles Watson kiest ervoor onder eigen naam te werken. Hem ga je vanaf nu regelmatig horen met het sfeervolle Voices Carry Through The Night.
De ex-partners wijken niet heel erg af van wat ze als Slow Club uitvraten, ze maken allebei sfeervolle, goed verzorgde medium tempo mood muziek. Self Esteem is iets pittiger dan Charles, die zich op zijn debuutalbum Now That I’m A River van een gevoeliger kant laat horen.
De single Voices Carry Through The Night is een dromerig lied, dat zachtjes aan kracht wint en uitmondt in een mooie gitaarsolo, die niet niet aan Neil Young doet denken. De rest van het album is even sfeervol en muzikaal als de single en derhalve een aanrader.
Van kraaien naar eksters. Rich Robinson begon met een handvol voormalige The Black Crows-kornuiten zonder de oude ‘bullshit’ een nieuwe band: The Magpie Salute. Na een live-debuut is er nu een volledige plaat met eigen nummers, getiteld High Water I.
In het kantoor van gitaarfabrikant Gibson aan het Amsterdamse IJ, kijkt Robinson uit het raam omlaag naar de Tolhuistuin. Een solotournee van de voormalig Black Crowes-gitarist, met de huidige Magpie Salute-zanger John Hogg als voorprogramma, bracht hem in 2015 naar Paradiso-Noord. ‘Ik probeerde al jaren om iets met John samen te doen, te spelen, toeren of op te nemen. Samen in een busje en gewoon rondtrekken was geweldig’, herinnert hij zich.
Jouw toen verschenen soloplaat, The Ceaseless Sight, was een bandalbum. Heeft solo toeren in Europa dan louter te maken met een financieel aspect?
“Nee hoor. Ik heb ook een solotour in de Verenigde Staten gedaan. Spelen zoals de nummers zijn geschreven zie ik als de ultieme test of een nummer kan overleven zonder alle bullshit er omheen. Dán is het een goede song. Terug naar het ontstaan van het liedje is heel intiem, voor mij althans. De productie na het schrijven is ook geweldig. Je kunt allerlei melodieën en instrumenten toevoegen. Maar als je dat alles weer weghaalt, hoor je de basis.”
Erg bluesy.
“Zeker. Weet je, mensen gaan vaak met een bepaalde verwachting ergens naar toe. Dat is denk ik een meer maatschappelijk fenomeen. Alles moet volgens de regels. Ja, we hebben de vrijheid om te winkelen, te zeggen wat je denkt. Maar eigenlijk rijden we op een enorme snelweg waarin alles volgens de regels gaat. Bij optredens vraag ik me soms wel eens af: wat is de bedoeling van een toegift ook al weer? En dan blijf ik maar gewoon op het podium staan en zeg ik: “Denk nu maar even in dat ik wegloop en terugkeer voor een toegift”. Want eigenlijk slaat het nergens op.”
Eerder dit jaar speelde je broer Chris akoestisch in Paradiso, omdat de helft van zijn band in Ierland was ingesneeuwd. Na een eerste teleurstelling, was het toch één van de beste shows van de Chris Robinson Brotherhood die ik zag.
“That’s cool.”
Het debuut van The Magpie Salute uit 2017 was ook zo’n verrassing. Vooral omdat het een live-plaat was.
“In 2014 werd ik uitgenodigd voor zo’n Woodstock-sessie, waar je live voor een klein publiek in de studio speelt. Ik wilde dit toch net wat anders doen. Hoe ouder ik word en hoe meer ik speel, hoe meer ik de gift waardeer om met mensen te spelen met wie je een echte connectie hebt. Het is intrigerend om te spelen met een groep die als een machine werkt. Alle losse onderdelen die als één geheel samen werken, maar waarin iedereen toch een enorme vrijheid heeft om eigen dingen te doen. Dus ik dacht: laat ik Marc (Ford, red.) eens bellen. Die heb ik niet meer gesproken sinds hij The Black Crowes verliet. Zo raar: je zit zes, zeven jaar elke dage dag samen in een bus, en opeens zijn ze weg. Hij zei meteen: “Ik kom eraan.” Zo heb ik toetsenist Eddie Harsch ook gebeld. In drie dagen speelden we zes sets; drie akoestisch en drie elektrische. Marc kwam laat binnen door vertraging met zijn vliegtuig. We hadden elkaar tien jaar niet gezien, plugde zijn gitaar in en de magie was terug.”
Vervolgens nog een korte tournee?
“We deden New York, en dat was met een paar uur uitverkocht. Eddie overleed een paar weken later. Maar we wilden toch doorgaan. Op zoek naar een bandnaam zochten we een vogel die minder donker dan een kraai is. En dus kwamen we uit op een ekster: The Magpie Salute. Want The Black Crowes was zo’n donkere band, de meest negatieve band in de wereld. Alsof je in een tornado woonde. Veel mensen werden de tornado uitgeslingerd, anderen hielden zich staande in het oog van de storm.”
Hoe kwam dat zo?
“Drugs en ego’s, vooral van mijn broer. De vis stinkt vanaf de kop. Onze relatie was altijd giftig en fout, en het werd alleen maar slechter en slechter. Dat droop omlaag naar de rest van de band. Iedereen had een agenda, tot het management aan toe. Niemand ging er goed mee om. Ik was 19 jaar toen ik Shake Your Money Maker maakte. Met de komst van succes en geld, rijzen de ego’s de pan uit.”
De controle kwijt?
“In zekere zin. Drugs, drugs en ego, drama; van alles. Iedereen had zijn eigen shit en iedereen speelde zijn eigen rol. Het was ellendig. Als we speelden was dat alles weg, voor twee uur dan. Maar daarna keerde de tornado snel terug. Het werd alleen maar erger. Terwijl het allemaal niet zo hoeft te zijn. Wij hoeven ons niet als klootzakken te gedragen. Het is nutteloos.”
Lesje van ouder worden?
“Absoluut. Ik speel solo al jaren met drummer Joe Magistro, met Sven Pipien zelfs sinds mijn zeventiende in de Crowes. Sven was niet zo’n geweldige bassist, ik niet zo’n goede gitarist. Maar we werden samen steeds beter. Toen The Black Crowes uiteen ging, had ik nooit meer zo’n klik met een bassist. Zo is het ook met Joe en indertijd met Mark in de Crowes. Zij voegen altijd iets perfects toe aan wat ik had geschreven. Vorig jaar leerden we 220 songs; covers van The Free, Humble Pie en Big Star, zo’n 80 Crowes-nummers en liedjes van mijzelf. Ik vond het fascinerend hoe deze band alle kanten op kon gaan.”
War Drums vind ik fantastisch gedaan op het debuutalbum. Wie speelt de gitaarsolo? Jij of Marc?
“Eeeeeh. Ik denk dat ik het ben. Precies weet ik het niet. Want we hebben toen zo veel opgenomen. (lacht) Ken je het origineel van War? Die band had zo’n fantastische ritmesectie, met blazers. Onze versie is wat meer trippy.”
Sister Moon is mijn favoriete nummer van High Water I. Het brengt zo’n enorme rust over.
“John en Marc hebben dat nummer geschreven. Zij kwamen tien dagen naar mijn huis in Nashville om liedjes te schrijven. We gooiden gewoon alles wat we hadden op tafel. Marc en John waren een keer laat bezig, toen Marc hem een akkoord liet horen. Die nacht maakte John er een pianopartij en tekst bij. Het had daarop helemaal geen gitaar meer nodig. Normaal zou je er strijkers aan toevoegen, maar ik dacht: laten we een pedalsteel doen die lijkt op strijkers. Het resultaat verraste mij enorm. Ik vind het zelf ook één van de mooiste nummers van de plaat.”