Library Card – Cognitive Dissonance

Het Rotterdamse Library Card heeft blijkbaar de memo gemist waarin staat dat praatpostpunk alweer passé is. En gelukkig maar, want anders hadden we Cognitive Dissonance moeten missen. En dat zou zonde zijn.

Library Card steekt Tramhaus naar de kroon en laat Lewsberg een poeppie ruiken met hun nieuwe single. Cognitive Dissonance is een in rockmal gegoten filosofisch en poëtisch betoog over de onvermijdelijkheid van tegenstrijdige opvattingen en emoties. Wij eenvoudige Pinguins zijn niet geëquipeerd om het relaas van Lot van Teylingen inhoudelijk te toetsen, maar het zou niet verbazen als ze er op kan afstuderen en misschien wel promoveren. Zelden was een bandnaam zo goed gekozen als Library Card.

Waar we wel een mening over hebben is de muziek. Die is krachtig en  opzwepend en zeker niet ondergeschikt. Mocht de memo de band alsnog bereiken mogen ze hem gerust negeren.

The Klittens – Universal Experience

All female indieband The Klittens laten eindelijk weer eens iets van zich horen. Yaël zingt het door het collectief geschreven Universal Experience, een strak en gedisciplineerd liedje, nu met sax appeal!

Een belangrijk deel van de kracht van The Klittens zit hem in hun samenzang. Zo fraai en soepel zoals zij hun stemmen kunnen vlechten doen maar weinigen hen na. Toch is en blijft The Klittens op de eerste plaats een gitaarband. Ook die afdeling laat zich van haar beste kant horen op Universal Experience.  

The Rolling Stones – Hackney Diamonds

The Rolling Stones – Hackney Diamonds (Universal)

Volgens Argentijnse media is voetballer Messi het achtste wereldwonder. Nadat hij wederom tot beste voetballer van het jaar werd verkozen. Maar wat zijn The Rolling Stones dan wel niet? Die zogenaamde wereldwonderen zijn bijzondere constructies uit de klassieke oudheid. De Stones zouden we met gevoel voor overdrijving ook zo’n constructie kunnen noemen.

Al meer dan 60 jaar de grootste band ter wereld en dan met een plaat op de proppen komen die nog bolstaat van de urgentie. De Britten hebben het geflikt. Nee, natuurlijk is Hackney Diamonds niet van het niveau van bijvoorbeeld Their Satanic Majesties Request (1967), Goats Head Soup (1973), Beggars Banquet (1968), Aftermath (1966) of Sticky Fingers (1971). Niettemin hebben Mick Jagger en Keith Richards het voor elkaar gekregen songs te schrijven met een zeggingskracht die we niet meer voor mogelijk hadden gehouden. Waar we niet meer op hadden gerekend. Toch? Jagger is 80 geworden dit jaar, Richards wordt dat volgende maand.

Opvallend is en blijft de enorme kracht die Jagger nog altijd in zijn stem heeft. Hij heeft geen studiofoefjes als autotune nodig om nog elke noot te halen die hij wil halen. De hulpmiddelen laat hij liggen voor de jeugd. Jagger lijkt wel in de kracht van z’n leven, vocaal gezien. Terwijl er ook plaats is gemaakt voor een nummer waarin Keef zijn stem mag laten horen. Tell Me Straight is een ingetogen track. Richards hoeft de hoogte niet in. Alsof hij dat ooit al deed.

Mooi en ontroerend zijn de nummers waarop Charlie Watts nog mee drumt. Die lagen dus al even op de plank. Het swingende Live By The Sword heeft Bill Wyman zelfs op bas. Ja, dat is meer dan prachtig. Op Mess It Up drumt Watts ook mee. Een voor Stones-begrippen misschien iets te poppy liedje.

Hoogtepunten te over evenwel op het pure rock-‘n-rollalbum Hackney Diamonds. Dat uitpuilt van de goeie songs. Het had in de jaren 70 geschreven kunnen zijn. Depending On You is zo’n nummer om smoorverliefd op te worden. Zwakke broeders zijn sowieso niet te vinden op dit door Andrew Watt (Pearl Jam, Miley Cyrus en Iggy Pop) geproduceerde album. Dat met Sweet Sounds Of Heaven een gospelesque song herbergt die gaat uitgroeien tot een klassieker. Niet in de laatste plaats door de vocale inbreng van Lady Gaga en op toetsen Stevie Wonder. Ongekende schoonheid. Ongekende klasse. En dan doen Paul McCartney en Elton John ook nog eens mee op Hackney Diamonds. Poeh, wie had dít allemaal nog durven dromen? Niets, maar dan ook werkelijk niets wijst op een zwanenzang. Pieter Visscher

Kurt Vile – Another Good Year For The Roses

Het eerste goede jaar voor rozen waar Kurt naar verwijst is een countryklassieker van George Jones (ook vertolkt door Elvis Costello). Zeg je George Jones dan zeg je smartlap en dat is wat de nieuwe single van Kurt Vile is.

Net als George zingt Kurt dat zijn lief weg is en hij eenzaam en allenig achterblijft. Maar anders dan mister Jones neemt hij zich heilig voor zijn ‘shit together’ te krijgen. Another Good Year For The Roses is geen recht toe recht aan countryliedje, maar weer zo’n heerlijke loszand indie Americana rocksong waar meneer Vile het patent op heeft.

Kurt’s nieuwe single komt van iets dat hij zelf een EP noemt, maar met zijn speelduur van ruim een uur net zo goed een langspeelplaat genoemd kan worden. Back To The Moon is de titel. Producer van een deel van de songs waaronder deze single is de Britse singer-songwriter Cate Le Bon, die pas nog eenzelfde vriendendienst verrichte voor Wilco.

Mannequin Pussy – I Don’t Know You

I Don’t Know You had kunnen eindigen als gewoon een leuk liedje, maar ergens kwam iemand op het lumineuze idee om er een partij luidruchtige gitaren tegen aan te gooien waardoor het nummer plots naar een veel hoger plan werd getild.

We kennen Mannequin Pussy als een wat onevenwichtige band. Zo’n kan vriezen kan dooien gezelschap dat al vier albums uit heeft, maar nog geen enkel nummer dat echt beklijft. Dat is I Don’t Know You ook niet, maar het is wel een stap in de goede richting. Het zou best eens kunnen dat producer John Congleton de man is die het verschil gaat uitmaken.

Congleton heeft meer dan 200 producties op zijn naam staan in zo’n beetje alle denkbare genres, rappers, rockers, experimentalisten, kunstzangers, postpunkers en hitmakers. Je kunt het zo gek niet bedenken. Om een paar van zijn cliënten te noemen, Phoebe Bridgers, The Murder Capital, The War On Drugs en Eddie Vedder. Als hij Mannequin Pussy niet op kan stoten in de vaart der volkeren, wie dan wel?

talker – TWENTYSOMETHING

TWENTYSOMETHING van talker is een lekker brutaal liedje in het popunkidioom. De naam talker doet een band vermoeden, maar is feitelijk het speeltje van één iemand, Celeste Tauchar uit L.A.

Zij bracht in 2018 een eerste van inmiddels best wel veel singles en EP’s uit, die zeker niet slecht zijn, al helemaal niet als je van poppy singer-songwriters houdt. Zo raak als met TWENTYSOMETHING schoot ze echter nog niet eerder. Het is niet uit te sluiten dat dit rockende liedje een anomalie zal blijken en miss talker weer over gaat tot de orde van de dag, maar dat zou dus jammer zijn.   TWENTYSOMETHING  smaakt namelijk naar meer.

Het Zesde Metaal – Het Langste Jaar

Begin augustus overleed Tom Pintens aan een ongeneeslijke ziekte. 48 was hij nog maar. Met het heengaan van Pintens verloor België een van haar meest bijzondere en invloedrijkste muzikanten. De lijst van acts aan wie Tom zijn talenten leende is lang, maar vooral Roosbeef, Tamino en de leden van Zita Swoon zullen hem niet snel vergeten.

Tom maakte ook deel uit van Het Zesde Metaal dat de muzikale duizendpoot nu herdenkt met een lied om stil van te worden. Zanger Wannes Capelle schreef Het Laatste Jaar oorspronkelijk voor de herdenking van de sterfdag van een familielid en bracht het ten gehore op Tom’s begrafenis. Bijzonder is die Tom nog op Het Laatste Jaar te horen is. De pianopartij is van zijn hand.

Het zal overigens niet verbazen als Het Laatste Jaar een eigen leven gaat lijden en nog veel vaker op uitvaarten te horen zal zijn.  Zo treffend is de tekst, zo mooi de melodie.

 

 

Tapir! – My God

Voor een band die het atheïsme belijdt heeft Tapir! het opvallend vaak over goddelijke zaken. Hun debuut EP heet Act 1 (The Pilgrim), gevolgd door Act2 (Their God) en binnekort act 3 (The King of My Decrepit Mountain).  Tezamen vormen de drie delen het debuutalbum van de band uit Londen.

Nieuwe single My God gaat niet over (de christelijke) God per sé, maar over religie in het algemeen. De hogere macht waarnaar de mens zich richt voor duiding, troost of richting in zijn/haar ondermaans bestaan. Allemaal goed en waardevol, maar de tekst zou zijn doel missen als de vorm waarin Tapir! hun boodschap giet niet zo aansprekend zou zijn. My God is een klein, maar o zo fijn (f)luisterliedje. Alleen al de stem van Ike Gray is je entreegeld waard. En dan is er nog die mooie melodie en dat heerlijke koor.

Tapir! was een van onze tips op het Left Of The Dial festival, en nog beter dan we durfden hopen.

Bull – Start A New

Start A New suggereert een nieuw begin, maar is feitelijk een doorstart. Zo lang geleden is het namelijk niet dat Bull iets van zich liet horen. En Bull baas Tom Beer schreef het nummer al in 2020 tijdens de pandemie.

Dat het voor de band uit York toch voelt als een nieuw begin komt omdat ze de single hebben uitgebracht op hun eigen label. Hun debuutalbum verscheen bij een major label. De reden van wisseling van platenmaatschappij is onduidelijk, maar zal waarschijnlijk wel met tegenvallende omzetcijfers te maken hebben.

Hoe het ook zit, Bull klinkt op hun nieuwe single happy en hoopvol, uitbundig zelfs. Start A New is pure pop met wortels die terug gaan naar de Beat boom van de jaren zestig. Niet nieuw is de klinkende productie van producer/engineer Remko Schouten, een bekende naam in het Nederlandse alternatieve circuit (Bettie Serveert/ Claw Boys/ Ceasar) en daarbuiten (Stephen Malkmus/Devendra Banhart/ Sonic Youth).

Yin Yin – Year of The Rabbit

Het Maastrichter Yin Yin neemt ons weer mee op een muzikale trip naar verre oorden. Dit keer gaan we niet naar Azië, maar naar de Stille Oceaan. Meer exact naar de driehoek tussen Hawaii, Australië en de Amerikaanse West-Kust.

Dit is een wat omslachtige manier om te zeggen dat de Limburgers de surf hebben ontdekt. Niet de recht toe recht aan surf van de vroege jaren zestig van de vorige eeuw, maar een meer exotische variant. De wortels van Yin Yin liggen tenslotte in Thailand en omstreken en dat hoor je. Year of The Rabbit is een smaakmakertje voor een nieuw album dat begin 2024 het daglicht zal zien. Rond die tijd gaat Yin Yin ook weer Europa in, maar niet zonder eerst een drietal optredens in eigen land te hebben verzorgd en wel op 27/1 thuis in Maastricht, 3/2 in Vera, Gruun en 9/2 in de Grote Zaal van de Paradiso.