Water From Your Eyes – Track Five

De vreemdste eend die we de laatste tijd aan onze bijt hebben toegevoegd komt op naam van Water From Your Eyes. De bandnaam is al apart, de songtitel, Track Five misschien nog wel meer. Zeker als je weet dat het het zesde nummer wordt op het nieuwe album van het duo uit Brooklyn.

Track Five opent met een stukje meerstemmige a capella. Daarna volgt een zacht golvende synthesizer en dan begint het geweld. Een industriële klinkende drum die al ras gezelschap krijgt een van neurotische bas zetten de toon voor de rest van de track. Af en toe neemt de ritmesectie wat gas terug maar nooit voor lang. De zangeres laat zich niet opfokken door wat er om haar heen gebeurt en zingt rustig haar partij.

Het geheel doet denken aan het soort robotrock dat midden jaren tachtig klonk in gekraakte panden in steden als Berlijn, Tokyo en Sheffield. Track Five komt van het nieuwe album van het hoogst productieve Water From Your Eyes.

Structure wordt de tweede langspeler van het duo dit jaar. Dat brengt het totaal aantal albums dat Nate Samos en Rachel Brown sinds 2017 hebben vervaardigd op zes. Ondanks die gestage stroom releases is Water From Your Eyes nog niet echt boven komen drijven. Aan de kwaliteit van hun songs en producties ligt het absoluut niet. Vanaf album 1 maakt het duo bovengemiddeld boeiende, en ook originele muziek (overigens lang niet altijd zo ‘neurotisch’ als Track Five), die veel meer aandacht verdiend dan die schamele 5000 luisteraars die ze nu trekken. Hopelijk brengt Track Five de aandacht Nate en Rachel meer dan verdienen.

Reb Fountain – Lacuna

Reb Fountain komt binnenkort met haar vijfde album. Dat haar naam hier toch geen belletje doet rinkelen zal te maken hebben met het feit dat ze woont en werkt in het verre Nieuw-Zeeland. Daar is ze best beroemd, maar weer niet zo dat het buitenland lokt. Haar gezinsleven is ook een reden om het nog even niet al te ver van huis te zoeken.

Maar gelukkig hebben we het internet nog, zodat we bijna 19.000 km noordelijker ook van haar muziek kunnen genieten. En genieten doen we! Reb zingt zacht rockende luistersongs waarin naast haar aangename stem steevast een smaakvolle gitaar te horen is. Ze maakt deel uit van de kleine maar o zo fijne alt-folkscene van Nieuw-Zeeland waarvan ook o.a. Marlon Williams en Aldous Harding lid zijn.

Lacuna is een prima instappunt voor oningewijde. De beat is zacht, maar nadrukkelijk, haar zang expressief. De kers op de taart is een Neil Youngiaanse gitaarsolo.

Ty Segall – Harmonizer

Harmonizer is het titelnummer van het naar schatting 22ste album van Ty Segall. Het is de eerste solo release van het Californische gitaarwonder in twee jaar. Waarom de man die makkelijk drie albums per jaar produceerde zo lang over zijn nieuwe heeft gedaan, hoor je meteen als je de plaat aanklikt.

De productie is voor Ty’s doen opvallend verzorgd, en hij heeft zijn wapenarsenaal uitgebreid met drummachines, synths en een batterij nieuwe pedalen zodat hij zijn gitaar nog harder, hoger en gemener kan laten scheuren. De titelsong denkt de lading.

Op Harmonizer komen de gitaren uit alle hoeken op je af, sterk vervormd of juist kraakhelder, de beat klinkt als een serie zweepslagen terwijl Ty’s stem met hulp van een plugin is vermenigvuldigd. Er is weinig harmonieus aan Harmonized, maar zo horen we de oude garage-rocker ook het liefst verbeten en bezeten.

Big Thief – Little Things

Na in 2019 twee albums uit te hebben gebracht nam Big Thief even pauze om frontvrouw Adrianne Lenker de gelegenheid te geven om in 2020 twee albums onder eigen naam te maken. De uitdrukking ‘op de lauweren rusten’ komt niet voor in het woordenboek van Big Thief dus wordt er momenteel alweer gewerkt aan een nieuw album. Tenminste dat hopen we, want de twee nieuwe nummers die de band deze week losliet smaken naar meer. Zeker omdat de band nieuwe wegen lijkt in te slaan.

Wat de muziek van Big Thief tot dusver typeerde was de innerlijke rust waarmee de band hun songs bracht. Dat is absoluut niet het geval op Little Things. De nieuwe single is zo nerveus als de wachtkamer van een tandarts. Het lijkt wel alsof er twee songs door elkaar lopen. Pas na een paar draaibeurten wordt de structuur duidelijk. Verwacht dus geen ‘Paul’ part two of een herbewerking van ‘Shark Smile’. Little Things klinkt nog het meest als een beschonken Kate Bush. Dat is dus een compliment.

King Gizzard & the Lizard Wizard – Butterfly 3000

King Gizzard & the Lizard Wizard – Butterfly 3000 (Virgin)

Voor de hyperproductieve formatie King Gizzard & the Lizard Wizard was het niet meer dan logisch om na het dit jaar reeds verschenen L.W. een nieuwe plaat te lanceren; in 2017 bracht de band immers nog vijf (!) platen uit. Geen stilzitters.

Butterfly 3000 is het achttiende studioalbum van het zestal dat in 2012 debuteerde met een langspeler en gemiddeld dus twee platen per jaar aflevert. Met psychedelische rockmuziek gevuld en wie had dus kunnen voorspellen dat de Australiërs opeens met een zo goed als elektronisch album voor de dag zouden komen? Maar dat is wel wat er is gebeurd. Butterfly 3000 is zonder meer een stijlbreuk te noemen.

Niet alleen vanwege die elektronische sound, waarvoor modulaire synthesizers zijn gebruikt. Ook wat betreft de manier waarop de plaat tot stand is gekomen. Een “groepsuitdaging” laat de band weten. De modulaire synthesizers waren onbekend voor de zes bandleden. Ze begonnen er in hun eigen huis mee te rotzooien en er ontstond van alles. Zoals er ook van alles misging. Wat geheel logisch is wanneer je acteert binnen zo’n geheel nieuw metier.

Vooral wat fout ging, vond de band enorm interessant. ‘Mislukte’ geluiden werden omgedraaid en in een loop gegooid. De herhaling als leidraad. In een muzikaal spel zonder grenzen. Opeens waren er tien songs! Met kop en staart. Dansbaar! Net zo uitdagend als vervreemdend. Zo heeft Interior People wat weg van Prince’ beginperiode, ook al door de falset die Joey Walker opzet.

Kraftwerk sluimert op talrijke momenten door het album heen. Alles songs zijn in majeur geschreven. Ook nieuw en uitdagend voor King Gizzard & the Lizard Wizard, dat inmiddels tot een van de belangrijkste bands op deze planeet gerekend mag worden. Pieter Visscher

 

Berebot – Zeeziek

Een band die zich Berebot noemt komt er niet onderuit om een liedje over varen te maken. Helaas heeft Berebot nog geen zeebenen. Zeeziek is een lekker stoonde reggae tune, op de eigen taal na behoorlijk authentiek met zijn wazige koortjes en schorre keyboard-sound die waarschijnlijk niet toevallig doet denken aan het werk van The Wailers met super producer Lee Perry.

Zeeziek stamt van begin dit jaar. Een reggaenummer uitbrengen in hartje winter is net zo onverstandig als een kerstliedje releasen in de zomer. Ook al laat de zon zich zelden zien, een nummer als Zeeziek is precies wat onze playlist nodig heeft. En beter laat dan nooit ook.

Wie alleen Zeeziek kent zou kunnen denken dat Berebot mikt op een novelty hit om daarna weer over te gaan tot de orde van de dag. Niet dus. Het Antwerpse duo -Bob van der Leij en Kaena Bervoets- heeft nog een nummer in de aanbieding, Heerlijke Figuur, een bijzonder geslaagde hertaling van Beautiful Freak van Eels, dat ook nog eens zeer overtuigend wordt gezongen.

Twee van zulke sterke producties kunnen onmogelijk het werk zijn van een stel nieuwkomers, en inderdaad Bob en Kaena hebben zich warmgelopen in het ook bij ons niet geheel onbekende gebleven en eveneens eigen talige Paper James.

Het leuke is dat je op basis van deze twee singles onmogelijk kunt voorspelen wat er hierna gaat gebeuren. Maar dat de verassing aangenaam zal zijn, lijdt geen twijfel.

Grootse gebeurtenis in geschiedenis rock-‘n-roll

Een van de grootste gratis concerten in de geschiedenis, het legendarische optreden van The Rolling Stones op het beroemde strand van Copacabana in Rio de Janeiro, 8 februari 2006, was een historische gebeurtenis. Een grootse gebeurtenis in de geschiedenis van de rock-‘n-roll.

 

The Rolling Stones en Mercury Studios hebben met trots voor het eerst deze complete concertfilm uitgebracht, geremixt, opnieuw gemonteerd en geremasterd. The Rolling Stones – A Bigger Bang: Live On Copacabana Beach is beschikbaar zijn op meerdere formaten, waaronder dvd, SD Blu-ray, dvd+2cd, SD Blu-ray+2cd, 2dvd+2cd deluxe, 2SD Blu-ray+2cd Deluxe, 180 gram 3lp, limited edition 3lp geperst op 180 gram blauw, geel en groen vinyl en digitaal.

Vanaf de openingsmomenten van de film, wanneer The Rolling Stones verschijnen op hun eigen speciaal gebouwde brug die loopt vanaf het Copacabana Palace Hotel, is er een elektrische energie die door de lucht stroomt en weerkaatst tussen de band en de 1,5 miljoen (!) aanwezigen. Luchtfoto’s tonen de uitgestrekte enormiteit van de menigte, niet alleen kijkend vanaf het strand, maar ook vanaf boten die aan de rand van het water zijn afgemeerd. Terwijl Mick Jagger, Keith Richards, Ronnie Wood en Charlie Watts op alle zuigers van het ene nummer naar het andere schieten, blijft het publiek hun energie in woedende ijver ontmoeten, terwijl ze met Braziliaanse en Britse vlaggen zwaaien terwijl ze schommelen in de tropische avondzonsondergang. Het was echt een hoogtepunt van deze tour, die het album Bigger Bang van de band uit 2005 ondersteunde.

Vier nummers die niet op de originele dvd-release van 2007 stonden, The Biggest Bang, zijn voor het eerst te horen op A Bigger Bang: Tumbling Dice, Oh No, Not You Again, This Place Is Empty en Sympathy For The Devil. Dit concert toont op briljante wijze deze indrukwekkende set van twee uur, die het hele spectrum van de carrière van The Rolling Stones bestrijkt: It’s Only Rock ‘n’ Roll (But I Like It), Brown Sugar, Start Me Up en Satisfaction en Wild Horses slingeren tussen de toen nieuwe nummers Rain Fall Down, This Place Is Empty en Rough Justice van Bigger Bang. De setlist bevat ook een cover van Ray Charles’ Night Time Is The Right Time.

“Niet dat we niet gewend zijn aan het spelen van enkele van de grootste shows ter wereld, maar ik moet zeggen dat Rio de kers op de taart was”, aldus Keith Richards.

“Het was geweldig”, zegt Mick Jagger. “Het was echt een leuk publiek. Ze weten hoe ze zich moeten vermaken bij die gelegenheden.”

 

Unknown Mortal Orchestra – That Life

Goed nieuws uit New Zealand. Via Portland dan want daar is het Unknown Mortal Orchestra enige tijd geleden neergestreken, want dichter bij de bewoonde muziekwereld.

That Life is weer een heel andersoortig pareltje dan het nog vrij verse Weekend Run. Haalde orkestleider Ruban Nielson voor die single zijn dansschoenen uit de berging, op That Life blijft hij dichter bij de indie-song stijl waarmee hij -inmiddels ook al weer tien jaar geleden- wereldfaam verwierf. Het charmant krakkemikkige van de vroege songs is er nu wel af. That Life is zo hi als fi maar zijn kan. Zeer geslaagd ook zijn de aan alle kanten opduikende Beatlesque gitaarriedeltjes.

Over een mogelijk nieuw album nog steeds geen nieuws, maar met twee singles binnen een paar maanden begint het daar wel op te lijken.

Claw Boys Claw – Old Man Bones

Claw Boys Claw is weer actief, of nog steeds dat weet je eigenlijk nooit bij de Amsterdamse rammelrockers. De band wil in het najaar weer gaan toeren – onder het bekende voorbehoud- maar wil niet alleen op oude nummers teren. Dus komt er een verse langspeler aan. Kite gaat-ie heten.

Het mogelijk autobiografische Old Man Bones is de tweede single van die plaat. De veteranen rocken alsof er geen 36 jaar liggen tussen Kite en Shocking Shades Of Claw Boys Claw. En gelukkig maar, niks tegen vooruitgang maar op sommige dingen moet je kunnen blijven rekenen. Peter te Bos moet de Nederlandse Iggy blijven (wel met shirt), John Cameron moet gemene riffs blijven produceren, de bassist van dienst moet blijven pompen, en de benjamin van de band drummer Jeroen Kleijn moet zijn fills met achteloze precisie blijven spelen.

Nu maar hopen dat de clubs in het najaar weer normaal open kunnen, misschien met prikpas, maar liever zonder de anderhalve meter regel.

Cari Cari – Jelly Jelly

Cari Cari is een Oostenrijks duo dat een paar jaar geleden goed beet had met het nog steeds zeer innemende Summer Sun. We kunnen nu al verklappen dat Stephany Widmer und Alexander Köck met Jelly Jelly het succes van die oorwurm  gaat herhalen noch overtreffen.

Misschien gaat dat ze nooit meer lukken. Dat neemt niet weg dat een aantal elementen die het duo internationale faam bezorgde nog immer da sind; archaïsche synthesizers, een happy beat, een Oost-Europese sfeertje en maffe zang. Zelfs een kniesoor wordt nog vrolijk van Jelly Jelly. Mocht je Cari Cari  ergens in het popspectrum willen plaatsen dan is dat in de buurt van The B52’s.