Bory – We’ll Burn That Bridge When We Get To It

Bory is de artiestennaam van Brenden Ramirez, een ingezetene van de Amerikaanse stad Portland.

Bory’s roeping is powerpop, de lichtvoetige en melodieuze rocksoort die is geworteld in de muziek van The Beatles 64-66. Zijn albumdebuut is geen groot succes geworden, maar niet geheel onopgemerkt gebleven waardoor zijn nieuwe single wel breed wordt opgemerkt. En omdat het een fijn liedje is. Als We’ll Burn That Bridge When We Get To It een indicatie is voor wat Bory met album 2 van plan is dan lijkt zijn kostje gekocht. Big Star, Badfinger, Emmitt Rhodes: alle groten der powerpop hoor je erin terug.

a fungus – All The Names

a fungus komt uit Nederland. Hadden we niet alleen band die Fungus heet? horen we iemand vragen.

Ja, die van Kaap’ren Varen, maar die heeft niets maar dan ook helemaal niets te maken met a fungus, behalve de nationaliteit dus. A fungus komt uit de hoofdstad en maakt alternatieve rock (postrock?/neo-fusion?/math-wave?). Op hun debuutalbum staat muziek die min of meer aansluit bij de wat ‘moeilijkere’ Britse bands als Black Midi en (de oude) Black Country, New Road, maar op het nieuwe album volgen ze een meer eigen weg. De muziek is niet zozeer minder gecompliceerd, maar minder neurotisch. Wat iets anders is dan relaxed. Er wordt als luisteraar wel iets van je gevraagd. Van de muzikanten overigens ook. Een song als All the Names is niet iets wat speelt na zes jointjes en drie liter bier. Gewoon even het hoofd erbij houden en je zou er best weleens een nieuwe favoriete band bij kunnen hebben.

Dry Cleaning – Let Me Grow and You’ll See The Fruit

Nieuwe nummers van Dry Cleaning hebben altijd even wat tijd nodig. In het begin denk je is dit het nou? Dit kennen we nu wel, maar na herhaaldelijke blootstelling gaat er vaak toch nog een lampje branden.

Let Me Grow and You’ll See The Fruit is anders in die zin dat Flo dit keer fluistert in plaats van praat-zingt op haar normale volume. De tekst is volgens miss Shaw een persoonlijk en spontaan ontstaan (‘stream of conscious) relaas over ‘hyper focus and loneliness’. Haal er uit wat in je kraam van pas komt, maar luister vooral een paar keer voordat je tot een oordeel komt. Album, Secret Love volgt op 9 januari.

Fellatio – Ezekiel Is Unwell

What’s In A Bandname?’ vroeg een oude bard zich ooit af. Laten we het er maar op houden dat de bedenkers van Fellatio het een opvallende naam vonden. En dat is het.

Wat dat betreft past de bandnaam ook prima bij de muziek, want ook die valt op. Een songtitel als Ezekiel Is Unwell suggereert dat de boys van Fellatio niet van de straat komen. Ezekiel is een profeet die volgens de Hebreeuwse traditie de schrijver is van het Bijbelboek over de ballingschap van het Joodse volk in Babylonië.

Fellatio telt drie leden, maar klinkt hier als een heel (blaas)orkest. Ze komen uit Tilburg/Rotterdam. Hun sound is een mix van Krautrock en glamrock, een kruising van Can en (pre-disco) Roxy Music, maar dan met postpunk-achtige praatzang, en humor. De hamvraag is natuurlijk is het wat? Het antwoord is best wel ja. Goed en vooral ook anders en misschien zelfs wel origineel. Zes minuten is wat lang, maar aan de andere kant je raakt er wel goed in. Live schijnt Fellatio ook goed overeind te blijven. Er is hier dus zeker sprake van een belofte.

Ratboys – What’s Right

What’s Right van Ratboys begint vrij neutraal, maar als halverwege de zware gitaren uit de mouw komen weten we dat we goed zitten.

What’s Right is single 3 van het nieuwe album van de band uit Chicago en weer anders dan de voorgangers. Het huppelende tempo is bijna country en de zang van Julia Steiner semi-onschuldig. Die gitaren trekken de boel echter een heel andere kant op, een duistere richting die de band in vergelijkbaar vaarwater brengt als ‘Black Earth, WI’ waarmee ze twee jaar geleden een -1 hit scoorden.

Ratboys stond vorige maand op London Calling. Daar waren ze met hun Gothic Heartland Rock waarschijnlijk een vreemde eend in de bijt. Hopelijk komen ze in 2026 terug om hun nieuwe album te promoten. Dat verschijnt op 6 februari onder de titel ‘Singing To An Empty Chair’.

A. Swayze & The Ghost – Stay Right

A staat voor Andrew. Andrew Swayze is de aanvoerder van een vijfkoppige band uit Australië.

Volgens hun eigen bio beoefenen ze ‘impassionate, intelligent punk’. Gepassioneerd zijn ze zeker en slim ook vast wel, maar in Europa verstaan we wel iets anders onder punk dan de gedrogeerde neo-new waverige grote stadsrock die de band serveert met Stay Right. En gelukkig maar. Punkbands zijn er zat, maar rockers die hun hele ziel en zaligheid in hun muziek gooien zijn er nooit genoeg.

Annie DiRusso – Muck

Annie DiRusso werd in één klap beroemd toen haar versie van I Think Were Alone No van Tommy James & The Shondells (en Tiffany) een TikTok hit werd.

Dat had een probleem kunnen zijn. Het is niet makkelijk om van het imago van cover-acte af te komen. Eigen nummers bleken gelukkig ook aan te slaan.  En nu is de zangeres uit Nashville een bescheiden sensatie met een recente Tiny Desk Concert als nieuw hoogtepunt in haar nog prille carrière.

Na een serie singles verscheen eerder dit jaar een album, Mini-Pedestrian. Dat is nu opnieuw uitgebracht met niet 4 extra songs waaronder het sterke Muck. Zoals veel artiesten van Generatie Z vindt Annie inspiratie in de jaren 90. Op Muck klinkt ze als Alanis Morisette die een liedje van Nirvana en zingt. Van de eerste heeft ze de zangstijl met overslaande stem van de tweede de start/stop songs en harde gitaren. Haar eigen inbreng zijn sterke liedjes en scherpe teksten.

Robber Robber – Talkback

Het duurt maar twee minuten, maar er gebeurt van alles in Talkback, de nieuwe single annex IJsbreker van Robber Robber.

Genre-technisch zal Robber Robber vast onder de postpunk vallen, maar de band heeft een eigen, enigszins excentrieke opvatting van het genre, die ver verwijderd is van de nieuwe noiserock en die varianten waarin gepraat wordt ipv gezongen. Het tempo van Talkback ligt hoog, toch wordt er niet gejaagd. De zangeres laat zich door niets of niemand van haar à propos brengen. Ook niet door de plotselinge break die niet had misstaan in een nummer van een math-rockband. Ondertussen speelt de gitarist een solo dwars door het hele nummer heen. Zoals gezegd, een raar maar vooral bijzonder plaatje en zo hebben we ze graag.

Puma Blue – Croak Dream

N.a.v. vorige single Desire schreven we al dat Puma Blue zijn mojo terug heeft. Dat bleek een juiste constatering want opvolger Croak Dream is minstens zo geslaagd.

Puma Blue alias Jacob Allen verstaat de kunst van de suggestie. Als je Croak Dream analyseert hoor je niet veel meer dan een stem, percussie, gitaar en keyboards, maar het geheel klinkt veel grootser, onheilspellender ook dan de losse delen. Het het stereospectrum zit vol galmpjes en geluidjes. Toch wordt het nergens onrustig of overvol. Spannend dat is het wel en ook vrij ongrijpbaar wat genre betreft. Art-rock maar dan anders. Croak Dream is het titelnummer van het nieuwe album van Jacob Allen alias Puma Blue. Dat wordt uitgebracht op 6 februari.

Concert: 21 mei Melkweg.

Hélène Barbier – Kindness In A Cup

Barbier spreek je uit op zijn Frans, Hélène Barbier komt uit Frankrijk, maar woont tegenwoordig in Montreal waar Frans nog steeds de voertaal is.

Zingen doet ze in het Frans én Engels. Eerlijk gezegd is zingen niet haar sterkste punt. Ze heeft niet veel volume en ook weinig bereik. De klank van haar stem is wel prettig. Wat haar songs bijzonder maakt is haar gitaarspel, daar is ze helaas wat karig mee, maar al haar songs bevatten of een sterke solo of een scherpe lick en soms beiden. Daarnaast schrijft ze ook hele mooie, speelse en/of puntige liedjes. Kindness In A Cup, het openingsnummer van haar pas verschenen derde album, Panorama is een representatief staaltje van haar kunnen. Zoals opgemerkt had ze wel wat meer mogen uitpakken op haar gitaar, maar de hook van de song is geweldig, een ingewikkelde maar niet uitsloverige gitaarriff met zowel een jazzy als een Afrikaans kleurtje. Voor fans van Courtney Barnett en Loupe o.a.