Yard Act – Redeemer

Hij is behoorlijk stevig de nieuwe single van Yard Act en gehoorlijk goed ook.

Het is nog steeds niet echt zingen wat James Smith hier doet, maar het begint er op te lijken. Ofwel Yard Act is bezig hun postpunkpraatzangstijl op te rekken. Ook anders is dat we hier nu een band aan het werk horen. Waar voorheen de songs via een laptop tot ons kwamen, horen we nu 5 muzikanten in 1 hok echt en hecht samen spelen, zeg maar rocken. Smith maakt zich ergens druk over. Wat en waarom weten we niet. We zullen de tekst eens nader bestuderen. Maar ook zonder tekstbesef is het volop genieten geblazen.

Redeemer is de 1ste single van het 3e album van Yard Act uit Leeds. You’re Gonna Need A Little Music is geproduceerd door Justin Meldal- Johnson, een Amerikaan die eerder werkte met o.a. Nine Inch Nail, Beck, Wolf Alice en behoorlijk wat anderen.

Father John Misty – The Payoff

In den beginne – we spreken dan van 14 jaar geleden- duurden de liedjes van Father John Misty zelden langer dan 4 minuten.

Tegenwoordig zijn ze zelden korter dan 5. En voor een epistel van bijna 10 minuten draait hij zijn hand ook niet om. Wat dat betreft gaat Father John tegen de trend in. De moderne luisteraar is vaak al weg voordat de 2 minuten wordt aangetikt. Mister Misty is dus een artiest die volkomen zijn eigen gang gaat wars van trends, modes en rages. Dat wordt gewaardeerd. Per maand trekt hij ruim 8 en ½ miljoen luisteraars. Die verdelen hun aandacht over 7-tal albums + de nodige EP’s en non album tracks. Of The Payoff de release van een nieuw album inluidt of dat het een ‘one off’ single is, is nog ongewis. Zonder er precies op te lijken heeft The Payoff wel iets weg van The Beatles in hun LSD periode, I Am The Walrus, Strawberry Fields. dat werk. Dat komt door de Lennon-esque zang en de licht excentrisch klinkende violen. Ook de gedrogeerde gitaarsolo is retro a gogo. Je kunt slechtere voorbeelden hebben.

Concert: 8 juni Amsterdamse Bos.

hey, nothing – Boat Garage

Met zijn vette riff en grootse refrein klinkt Boat Garage iets poppier dan we van hey, nothing zijn gewend.

Dat is geen kritiek maar een constatering. Een ‘tweemo Big Thief’ worden Tommy en Tyler wel genoemd. Tweemo -zo laten we ons informeren, is een muzikale hybride van ‘twee pop’ (softe, melodieuze indie) en emo (gevoelige gitaarmuziek). Tis maar dat je het weet. Wat compositie en productie betreft zou Boat Garage best een hit kunnen zijn, maar waarschijnlijk staan de kwetsbare zang en de tekst over de angstaanjagende buitenwereld een crossover naar een groter publiek in de weg. Ook is het duo is niet echt telegeniek. Al moet je natuurlijk nooit nooit zeggen in de popmuziek.

Slow Fiction – junior year

Ruim 2 jaar geleden verscheen het New Yorkse Slow Fiction voor het eerst op onze radar.

Dat was met de single Apollo. Die omschreven we toen als een kruising tussen Blondie, The Pretenders en Patti Smith. Ondertussen heeft Slow Fiction een meer eigen geluid ontwikkeld. De band draait echter nog steeds om de zangkunsten en persoonlijkheid van Julia Vassalo. Die eigen sound is diep geworteld in de grootstedelijke rocktraditie van thuisbasis New York: oude Strokes, de CBGB’s scene van Debbie en Patti en nog verder terug tot de oerband van The Big Apple Lou Reed’s Velvet Underground. Een beetje morsige rock dus met schurende gitaren. Die contrasteren mooi met Julia’s coole zang. junior year is de eerste single van het vijftal uit Brooklyn voor het Tight Knit label. Waarschijnlijk volgt er dit jaar nog een debuutalbum.

My Purse – I Smell

We weten bar weinig over My Purse dus moeten we even deduceren en speculeren.

Wat we weten is dat ze met zijn vieren zijn: 3 girls en 1 boy. Wat we horen is dat My Purse een band is uit het geslacht der postpunk-achtigen. Waarschijnlijk komen ze uit Amsterdam of uit de buurt van. Ze doen namelijk mee aan de Zonneprijs, een lokale competitie. Op 4 juni staat My Purse in de finale in Paradiso. Tenzij ze getrouwd zijn zullen Una en Igor Jongenelis broer en zus zijn. Zij schreven het levendige en funky I Smell samen met Sara Elzinga en Keetje Voogd. I Smell is een debuutsingle, maar zo klinkt-ie niet. Er wordt op hoog niveau gespeeld (Conservatorium?) wat duidt op enige ervaring. Kwa compositie is I Smell ook zeker geen niemendalletje. Een serieus statement is het ook niet echt: gewoon een geinig B52’s achtig dansplaatje. Wat dat betreft is My Purse een vreemde eend in de doorgaans wat humorloze postpunkbijt. We kennende concurrentie niet, maar My Purse zou helemaal geen slechte winnaar zijn van die Zonneprijs.

Finn Wolfhard – I’ll Let You Finish

Finn Wolfhard is een wereldberoemd acteur. Hij dankt zijn roem aan zijn rol als Mike Sheeler in de Netflix serie Stranger Things.

De 23 jarige Canadees heeft waarschijnlijk de rollen voor het oprapen, maar hij kan het rocken niet laten. Op 7 juli komt zijn 2e album uit en dat is beter dan je van een voormalig kindsterretje mag verwachten, tenminste als de 1ste single van Fire From The Hip de lading enigszins dekt. I’ll Let You Finish is een Stones-achtige rocker waarin Finn’s zang misschien wel de zwakste schakel is. Maar Mick moest het ook nooit van zijn vocale virtuositeit hebben en met de rootsy rockende gitaren, sloppy drums en kekke koortjes is er voldoende compensatie. Fire From The Hip komt op 10 juli uit.

Case Oats – Bottom Of An Afternoon

Miss Case Oats (echte naam Casey Gomez Walker) is een alt.country zangeres  zangeres uit Chicago.

Zie je alt.country en Chicago in één zin dan kan je er gif op innemen dat de naam Wilco snel volgt. En ja hoor, er is een link. Producer en muzikaal toeverlaat van miss Oats is Spencer Tweedy, een van de begaafde zonen van Jeff ‘Wilco’ Tweedy. Samen maakten ze al eerder een zeer aan te raden album – als je van laconieke alt.country houdt- en nu zijn ze samen bezig aan een opvolger. Bottom Of An Afternoon is de eerste vrijgeven single, en een bescheiden juweeltje. Case zingt op een spreektoon, rustig en zonder uithalen. Als ze is uitgesproken volgt er nog een mooi stukje trompetmuziek. Een releasedatum voor de opvolger van Last Missouri Exit is er nog niet.

Five Finger Death Punch – Eye Of The Storm

Deze week weer eens een ouderwets moppie metal als snoepje van de week.

Staccato drums, idem gitaren en een zanger die klinkt alsof hij net uit een hol is gekropen. Wie heeft er geen zwak voor? Five Finger Death Punch of 5FDP of FFDP zoals ze ook wel worden aangesproken is niet piep meer. De inwoners van Las Vegas rocken er al ruim 20 jaar op los. Dat roept om een feestje! Nieuwe single Eye Of The Storm is de officiële invitatie van 5FDP om samen met de feestvarkens hun 20ste verjaardag te komen vieren. In ons land ben je met 5999 andere metaalkoppen meer dan welkom op 27 februari in de Amsterdamse AFAS. Maar je kunt eventueel ook (of nog een keer) komen partyen in Vorst (B) op 8/2/27 of in Düsseldorf (D) op 26/1/27. Hell Yeah!

Caroline Rose – Yip Yip Yow 

Caroline Rose is een regenboogartiest. Niet zozeer omdat ze zich als queer identificeert, maar omdat die in de loop van hun nu 15 jaar en 7 albums durende loopbaan een heel scala aan stijlen heeft beoefend; van hardcore country tot stevige rock en alles wat daar tussen zit.

Niet omdat die niet kan kiezen, maar omdat die niet wil kiezen. Op nieuwe single Yip Yip Yow staat Uncle Carol -zoals de New Yorkse artiest liefkozend wordt genoemd- in de psychobilly modus. Carol loopt al 10 jaar met het nummer in hun hoofd, maar heeft nu dus eindelijk een versie opgenomen waar die mee kan leven. Dank gaat uit naar producer John Congleton, wiens naam we recentelijk nog hebben laten vallen i.v.m zijn werk voor Death Cab For Cutie, Friko en Courtney Barnett. Caroline hoopt dat Yip Yip Rock klinkt als een nummer dat is ogenomen in een garage door 4 teenagers die net zo fan zijn van The Gun Club als van Britney Spears. Achter de tekst moet je niks zoeken, dat is gewoon lekker klinkende onzin, aldus Uncle Carol.

Chanel Beads – Song for the Messenger

Shane Lavers, zich noemende Chanel Beads is een muzikale eenling uit NYC die behoorlijk hard aan de road timmert.

Zijn studio heeft ongeveer het formaat van een bezemkast. Dat betekent dat zijn drumstel uit niet veel meer bestaat dan een basdrum en een snare. En dat hij nooit verder van zijn microfoon verwijderd is dan een centimeter of 15. Het resultaat van deze beperkingen is een lekker compacte huiskamersound die prima past bij zijn intuïtieve liedjes. Lavers/Chanel Beads is dus een einzelgänger, maar kan indien nodig een beroep doen op muzikale vrienden, zoals in geval van Song for the Messenger een violist en wat zingende meiden. Bijbehorend album, zijn tweede, heet Your Day Will Come en volgt eind volgende maand.