Rolling Blackouts Coastal Fever: “Zo punk zijn we helemaal niet.”

Rolling Blackouts Coastal FeverMenigeen had hem vorig jaar in zijn eindlijstje staan: de The French Press ep van Rolling Blackouts Coastal Fever, inmiddels kortweg Rolling Blackouts C.F. geheten. Sindsdien was het reikhalzend uitkijken naar Hope Downs; de bij Sub Pop uitgegeven eerste volledige langspeler van het Australische vijftal.

Tekst Mania | Ruben Eg

Wie er begin september 2017 bij was in de Tolhuistuin, de dependance van de Amsterdamse poptempel Paradiso, keerde razend-enthousiast thuis. De frisse popsongs van de Rolling Blackouts Coastal Fever, gedreven door hoekige gitaarlijnen en een strakke ritmesectie, deed veel aanwezigen denken aan hun eerste kennismaking met The Strokes. Tom Russo, een van de drie zingende en liedjesschrijvende gitaristen van de band, herinnert zich het optreden eveneens nog goed. “Geen idee waarom, maar het was het drukst bezochte optreden van die tournee”, zegt hij over de toen vooruitgesnelde roem.

Misschien omdat jullie muziek maken die je écht live moet horen?
“Misschien wel, ja. Iets anders kan het niet zijn. We zijn niet bepaald charmante of aantrekkelijke figuren. De enige manier waarop wij iemand voor ons kunnen winnen is met optreden (lacht). Toch zijn we meer als songschrijversproject, dan als band begonnen. Ik ben met Fran (Keaney, red.) en Joe (White, red.) liedjes gaan schrijven op onze slaapkamers. Echte grote ambities hadden we niet. We hadden daarvoor wel in verschillende bandjes gespeeld, maar met Rolling Blackouts Coastal Fever zijn we juist heel voorzichtig wat gaan optreden. In het begin speelden we slechts om de paar maanden ergens. Het duurde even voor we in echte zalen gingen spelen. Pas toen werden we langzaam een echte liveband.”

Door de vele tempowisselingen in de liedjes op Hope Downs, lijkt het alsof jullie al jammend liedjes in elkaar schroeven. Hoe begint het schrijfproces doorgaans?
“Aanvankelijk begon een nummer altijd met de tekst, waarna we samen de muziek maakten. Dat veranderde door de jaren heen. Nu maakt Fran, Joe of ik eerst een soort skelet van iets dat een liedje moet worden, waarna we er als band een geheel van maken. Daarom komt de ritmesectie er nu zo sterk doorheen.”

Is er een nummer van de eerste twee ep’s, waarvan je nu denkt: ‘Daar hadden we nu iets totaal anders van gemaakt’?
“Interessante vraag. Er is een oud nummer, Angoline, dat we nog altijd nu en dan live spelen. Maar de huidige versie is heel anders dan de versie die we jaren terug opnamen voor een ep waar nummers van meerdere bands op stonden. Het is veel meer poppy dan wat we nu schrijven. Daarom past het eigenlijk niet zo goed in de set. Het is in een totaal andere tijd geschreven, maar we houden toch nog erg van het nummer. Ik denk dat als we het nu hadden geschreven er iets totaal anders uit was gekomen.”

Misschien omdat de drie songschrijvers in één band elkaar nu beter aanvoelen?
“Ja. We spelen nu een paar jaar samen en alles is inmiddels tweede natuur geworden. Je hoeft weinig meer tegen elkaar te zeggen. Een knikje is genoeg.”

Wat had je indertijd zelf voor ogen? Was er een speciale sound waar je naar zocht?
“Een beetje van alles wat. We hadden een paar ideeën: popsongs met jagende gitaren, met simpele en melodieuze gedreven ritmes, een akoestische gitaar die meer bij de ritmesectie past, plus twee elektrische gitaren er overheen die doen wat ze willen. Dat was een beetje het hokje waar we ons in plaatsten. Dit is wat er uiteindelijk van geworden is. Een echte definitie voor de muziek die we maken hebben we niet. We zeggen altijd een beetje cynisch dat we ‘stoere pop’ of ‘softe punk’ maken. Eigenlijk als grapje, want zo punk zijn we helemaal niet en zo heel pop klinken we ook niet. Maar dat lepelen we maar op als iemand ons er om vraagt. We horen wel eens dat er veel ruimte zit in onze liedjes. Misschien is dat wel iets Australisch, waar je enorme uitgestrekte vlaktes hebt als je de stad uit gaat. Veel klassieke Australische bands uit de jaren tachtig hadden dat ook, zoals The Go-Betweens en The Triffids; die enorme ruimte die onbewust in de muziek sluipt.”

Hope Downs heeft een echt ‘rand-van-de-stad-gehalte’, zeker als je naar de teksten luistert.
“We wonen in Melbourne; in een grote stad, maar toch dicht bij de natuur. Die fascinatie hebben we allemaal wel. Ik denk dat de omgeving waarin je woont en de ervaringen die je opdoet onbewust in de dingen die je maakt doorschijnt. Het beïnvloedt je toch. An Air Conditioned Man, het eerste nummer van de plaat, heeft absoluut dat gevoel van vervreemding in een grote stad. Fran heeft het nummer grotendeels geschreven. Ik zing het laatste refrein, wat een soort tegenreactie is op het hoofdfiguur uit het nummer die een paniekreactie heeft over zijn 9-tot-5-leven in de stad.”

Bellarine, mijn favoriete nummer van de plaat, heeft ook zo’n intrigerend hoofdpersonage.
“Joe heeft dat geschreven. Bellarine is de naam van een badplaatsje, aan de overkant van de baai bij Melbourne. Ik kwam daar als kind vaak vakantie vieren, Fran en Joe ook. Het vertelt het verhaal van een terneergeslagen vader die vanaf het strand in Bellarine de wolkenkrabbers van Melbourne in de verte ziet. Hij maakt een zware tijd door, is vervreemd van zijn dochter en blikt terug op zijn leven. Bellarine is een badplaats, maar tegelijk een zware omgeving. Mensen die er wonen hebben het niet makkelijk. Het is een mooie plek, waar het tegelijk ook best deprimerend kan zijn.”

LIVEDATA 17/08 Lowlands, Biddinghuizen (Sold Out) 18/08 Pukkelpop, Hasselt (BE) 01/11 Trix, Antwerpen (BE) 03/11 Paradiso, Amsterdam 04/11 Doornroosje, Nijmegen

The Glücks oftewel de Belgische ‘Bonnie & Clyde’ van de garagerock

“Het is rauw met triestesse”, vertelt Alek over Oostende, de Belgische plaats waar het garage duo The Glücks vandaan komt. De twee zijn de afgelopen tijd niet veel te vinden geweest in hun melancholische doch inspiratievolle woonplaats. De ‘Bonnie & Clyde’ van de Belgische garage speelden show na show, waaronder in Nederland. Wie zijn deze twee rockende figuren uit ons buurland? En waarom Bonnie & Clyde?

Tekst Nadieh Bindels Foto’s Jos van den Broek

“We zijn constant met z’n tweeën op de weg, net als die twee opgehemelde cultfiguren en ons leven vertoont veel gelijkenissen. Maar het is niet zo dat we onszelf zo hebben genoemd hoor”, vertelt gitarist Alek. Tina: “De naam werd ons ooit in een interview toegewezen en werd meerdere keren overgenomen. Het is grappig dat het zo snel is gegaan en nu iedere keer weer naar voren komt.

The Glucks
The Glucks

Ex drummer
De band The Glücks begon zo’n zes jaar geleden in de Belgische kustplaats Oostende. Eigenlijk waren ze met z’n drieën, maar al gauw bleven gitarist Alek en drumster Tina met z’n tweeën over. Tina: “We hadden een show, maar de drummer kon niet. Toen zei Alek ‘kom op, ga jij drummen’. Ik had nog nooit gedrumd, maar ik heb het gedaan en dat ging eigenlijk best goed.” Alek: “Iedereen was enthousiast en riep ‘keep the drummer’. Sindsdien zijn we met z’n tweeën.”

Wie de film Ex Drummer over een band in Oostende heeft gezien, zal een vrij melancholisch beeld hebben bij de Belgische badplaats en volgens het garage duo klopt dat beeld ook wel. Alek: “Je vindt er de onderbuik van de maatschappij en komt er daar wel achter hoe en wat de samenleving echt is. Het is er rauw en er is veel armoede.” Tina: “Ja, en veel geweld en drugsgebruik, maar het is er ook wel mooi hoor. Oostende heeft een bepaalde charme die uniek is en waar wij van houden.”

No bullshit
De rauwheid uit hun woonplaats komt ook terug in de muziek van de twee en dan niet alleen in het geluid. Alek: “Je woonplaats kan je beïnvloeden in de manier waarop je over het leven denkt. We zingen over wat we tegen komen, ook de nare dingen, the no bullshit. We staan redelijk achter bepaalde zaken, zoals gelijke rechten, groene toekomst, geen elite, en dat komt ook terug in onze muziek. Zingen over whiskey is ook cool hoor, maar het is niets voor ons.”

Het ‘no bullshit’-idee gaat verder dan alleen de teksten en het gevoel. De band wil in het hele proces van muziek maken en uitgeven ook ‘no bullshit’. Ze doen dan ook zo veel mogelijk zelf. Alek: “We willen het zelf in handen houden en willen niet dat onze muziek in handen valt van anderen of bedrijven.” Tina: “Onze muziek is een soort van ons kindje en dan is het niks als iemand anders gaat vertellen hoe dingen moeten. We doen de financiering, bedenken het art-work. We willen de eigenheid bewaren.” Om dat voor elkaar te krijgen, heeft de band toen ze de eerste plaat maakte een eigen labeltje ‘Suck My Goo Records’ opgericht. Maar soms kan het niet anders en kom je handen en tijd tekort. Daarom is de tweede plaat Run Amok, die afgelopen maart uitkwam, uitgebracht door Drunkabilly. De band drukte vijfhonderd platen, waar er trouwens nog een paar van over zijn.

LIVEDATA 01/09 Epop Festival, Epe 08/09 Girls Go Boom: The Loud Edition @ Roodkapje Rotterdam

In het najaar gaat de band op tour door Europa met The Sonics, daarover vind je hier meer.

Amerikaanse indierockers Parquet Courts: “Me uitspreken is mijn plicht”

“Proud to be an American? Currently not.” New Yorker én rocker ineen, Andrew Savage, heeft nog wel een appeltje te schillen met zijn vaderland en diens regerende orang-oetan. Reden te meer voor Parquet Courts’ gitarist en zanger om zijn hart te luchten op de kersverse langspeler Wide Awake!, geproduceerd door niemand minder dan Brian Burton a.k.a. Danger Mouse. “Ik moet eerlijk bekennen dat ik nog nooit van hem had gehoord.” Juist.

Tekst LiveGuide | Kees Braam Foto Ebru Yildiz

Een lichtelijk norse blik werpt Andrew ons toe, als we op de zolder van een Amsterdams café bij hem aanschuiven. “Austin [Brown, de man met wie hij het frontmanschap deelt] en ik zijn in Europa voor interviews, dus we spelen momenteel niet.” Dat zal de blik verklaren. Welke muzikant gaat er nou op tour zonder een noot te spelen?

Maar Parquet Courts heeft met het extreem diverse, dwarse en dansbare nieuwe album Wide Awake! ook alle reden voor een louter promotioneel uitstapje. Al is het maar om de Verenigde Staten heel even te ontvluchten, zo blijkt later. Net als dat achter Andrews blik toch echt een bijzonder vriendelijk en openhartig persoon schuilt.

“Waarschijnlijk kun jij me meer vertellen over Danger Mouse dan ik”, lacht de muzikant. Goed, een klein stukje Wikipedia dan. De producer − immer stijlvol gewapend met afro en zonnebril − verwierf zijn faam verwierf als helft van succesvolle pop- en hiphopduo’s Gnarls Barkley, DANGERDOOM en Broken Bells. Later produceerde hij platen voor onder meer The Black Keys, Beck en Gorillaz.

Giga-ruzies
Volgens Andrew legde de samenwerking met Danger Mouse − toch een zwaargewicht in de muziekwereld − totaal geen druk op het schrijfproces. “Hij probeerde ons als band niet te veranderen en daar ben ik blij om. Onze vorige albums produceerden we allemaal zelf en het baarde ons wel zorgen om voor het eerst met een externe producer samen te werken.”

Maar de eerlijkheid en objectiviteit van Danger Mouse bespaarde de band uiteindelijk een hoop tijd en ellende. “We hebben in het verleden gigantische ruzies gehad over welke liedjes er wel en niet op het album moesten belanden. Brian stak daar een stokje voor door gewoon rechtdoorzee te zeggen welke nummers het beste werkten.”

Werken doen hagelnieuwe songs als Total Football, Almost Had To Start a Fight en Wide Awake! zeker. Dat is dan nog zacht uitgedrukt, want in feite slaan ze in als een bom. En dat is niet in de laatste plaats omdat Andrew de teksten van een prettig scherpe politiek-kritische lading voorzag. En dus komt ook het onvermijdelijke onderwerp Donald Trump op tafel. “Pff… Waar moet ik beginnen? Trump is een verschrikking. En jullie hebben in Nederland die witharige. Die is net zo erg.”

Plicht
“De geschiedenis lijkt zich te herhalen”, vervolgt de indierocker met punkattitude, die opgroeide in Texas, het thuisland van George W. Bush. “Doordat de mensen die de Eerste en Tweede Wereldoorlog bewust hebben meegemaakt langzaam uitsterven, lijken we steeds minder gevoelig te worden voor de gevaren die kleven aan de gekken die nu opstaan. In de vorige eeuw stonden mensen niet op tegen Hitler of Stalin. Nu hebben we de kans om te laten zien dat we hebben geleerd van de geschiedenis, en dat lijkt ook het geval te zijn.”

Wide Awake!, de voltreffende opvolger van Human Performance (2016), is dan ook één en al opstand. “Songs als Violence en Normalization zijn onze manier om mensen wakker te schudden. Ik zie het als mijn plicht om me uit te spreken.”

In het New York van nu ondervindt Andrew de maatschappelijke veranderingen aan den lijve. Hij en zijn bandmaten wonen (op bassist Sean Yeaton na) allemaal in de Big Apple. “En het is gewoon ongezond om de negatieve maatschappelijke ontwikkelingen te negeren. Als mensen in de toekomst terugkijken op deze tijd, wil ik dat ze weten aan welke kant Parquet Courts stond.”

LIVEDATA 16/07 Valkhof Festival, Nijmegen 24/08 Doornroosje, Nijmegen

Klinkt als: indierockers die op tribale wijze totaalvoetbal spelen met klaarwakkere artpunk

LiveGuideDe zomereditie van LiveGuide is nu overal in het land verkrijgbaar. De krant heeft hierin de festivalzomer van 2018 centraal staan en presenteert een imposante fictieve line-up van de 150 tofste acts die de komende maanden naar Nederland komen.

Het gratis blad heeft de line-up onderverdeeld in tien categorieën, zoals hiphop, elektronica, headliners, Nederlandse acts en het zwaardere gitaarwerk. Het heeft geleid tot een zeer diverse lijst namen met alleen acts die deze  zomer naar de Nederlandse festivals komen. Van Pinkpop tot Best Kept Secret en van Vestrock via Down the Rabbit Hole en North Sea Jazz naar Zwarte Cross en Lowlands: allen zijn ze goed vertegenwoordigd.

In de 42e uitgave van LiveGuide zijn verder interviews te lezen met de opstandige artpunkers van Parquet Courts, de culty hardrockgiganten van Ghost, de Franse indierockact Theo Lawrence & The Hearts en het Duitse duo Âme, dat na vijftien jaar opereren aan de frontlinie van de dance plotseling een debuutalbum met een ook nog eens zeer verrassende sound uitbrengt.

Verder deelt het Smèrrig-duo Nixus & MC Jordan hun veeleisende tourrider (o.a. een Volkswagen Polo uit 2005 met Katja Schuurman en Kim Holland erin…), durft het Brabantse Bear’s Den-bandlid Christof van der Ven het aan quizvragen over Beyoncé te beantwoorden en tipt PR & Marketing-dame Laetitia Abbenes van het Into the Grave-festival de beste metalalbums van het moment.

Lamont Dozier: “Ontbijten en dan de hele dag rammelen op de piano.”

Lamont Dozier is misschien zelf geen soullegende, maar zijn liedjes zijn wel degelijk legendarisch. Baby Love van The Supremes, Marvin Gaye’s Can I Get A Witness of Reach Out, I’ll Be There door The Four Tops zijn slechts een paar van de vele klassiekers die uit zijn pen vloeiden. Op Reimagination laat Dozier horen hoe hij zijn eigen hits bedoeld heeft.

Tekst Mania | Ruben Eg

Songteksten op de straten van Detroit op papieren boodschappentassen van de supermarkt krabbelen, zoals de straatarme Dozier in zijn begindagen als liedjessmid moest doen, is er al heel lang niet meer bij. Maar de romantiek van componeren is gebleven. “Ik kruip nog elke dag trouw achter de piano”, lacht hij. “Mijn dagelijkse routine is al veertig jaar: eerst ontbijten en dan de hele dag rammelen op de piano. De laatste jaren componeer ik vooral veel theatermuziek.”

Is het maken van liedjes voor het theater structureel anders dan popmuziek?
“Eigenlijk niet. Het is gewoon veel proberen en veel fouten maken, nieuwe melodieën en verhaallijnen bedenken. Je werkt wel meer samen, met scriptschrijvers enzo. Met mijn zoon Paris Ray werk ik de laatste anderhalf jaar aan de theaterproductie Last Stop On Market Street voor het Chicago Children’s Theatre. Daar ben ik heel enthousiast over. Het houdt mij bezig, scherp en creatief.”

En in de tussentijd nog een eigen plaat?
“Ik had producer Fred Mollin zo’n 2,5 geleden beloofd om dit te doen. Het leek hem leuk om liedjes die ik in de sixties schreef opnieuw te arrangeren en op te nemen. Maar pas onlangs kregen we de plaat eindelijk af.”

Hoe maak je een selectie je uit zo’n imposante collectie songs?
“Je kiest je eigen favorieten. Maar natuurlijk ook liedjes waarvan je weet dat mensen die graag eens op een andere manier willen horen. In My Lonely Room bijvoorbeeld. Die was door Martha & The Vandellas als danslied opgenomen. Ik heb er zelf een ballad van gemaakt.”

Begeleid je jezelf op de piano op I Can’t Help Myself (Sugar Pie Honey Bunch)?
“Nee. Dat is Brian… God vergeve me; nu ben ik zijn naam kwijt. Een blinde, maar geweldige pianospeler. We probeerden de essentie van het verhaal naar voren te halen, ook in de melodie. Veel van mijn liedjes zijn als dansliedjes opgenomen, terwijl de essentie van de tekst totaal anders is. Ik schreef veel songs als ballad, maar de artiesten versnelden het tempo steeds in de studio. Nu hoor je het origineel.”

Is songschrijven een echt ambacht?
“Voor mij ging zingen altijd hand in hand met schrijven. Ik had gewoon direct een melodie bij de tekst. Het is een soort puzzel die moet leggen. Als je bijvoorbeeld schrijft over een onbeantwoorde liefde, dan moet je dit gevoel dicteren met een sombere melodie.”

Voor wie zou je nu nog een song willen schrijven?
“Er zijn zo veel goede artiesten, die ook kunnen schrijven. Ed Sheeran is top. Of Mikky Ekko, die Stay voor Rihanna schreef. Ik heb voor veel jonge artiesten respect. En er zijn er best veel die interesse hebben om met mij samen te werken. Dat ga ik binnenkort ook doen.”

Liefhebbers luisteren wellicht ook naar Pinguin Grooves!

Triggerfinger: “Het is bizar dat je zoiets je baan kunt noemen…”

Triggerfinger wordt in 1998 opgericht en deze beste rock band van België bestaat nog steeds uit: Ruben Block (zang, gitaar), Paul van Bruystegem (basgitaar) en Mario Goossens (drums). Vorig jaar verscheen hun vijfde studioalbum getiteld Colossus en dat album klinkt als vanouds met veel afwisseling tussen de nummers. Ondertussen is het festivalseizoen weer begonnen en staat Triggerfinger ook weer op de line up voor Pinkpop. Voor hun optreden in de tent heb ik een gesprek met deze drie vriendelijke Vlaamse gasten.

Tekst Martien Koolen

Dit jaar bestaat Triggerfinger 20 jaar, proficiat, komt er nog een feestje of misschien een speciale plaat?
Ruben: “Je moet eerst verjaren en dan pas kun je een feest geven, ha ha, volgend jaar dus; alleen weten we nog niet wat we gaan doen om het te vieren.”

Twintig jaar is best lang, noem eens een paar hoogtepunten uit jullie carrière tot nu toe.
Ruben: “Alles is eigenlijk gewoon een hoogtepunt, zo lang je, je eigen ding kunt doen; muziek kan en mag maken op de manier die je zelf wil en kan maken, bedenken en opnemen, dat is toch een hoogtepunt. De kans hebben om jezelf te creëren en iets te creëren, dat is nog steeds heel fijn!”

Het voelt dus niet als een baan?
Mario: “nee, nee, nee, het is bizar dat je zoiets een baan kunt noemen, dus nee!”

En dieptepunten in jullie carrière?
Paul: “Net zoals het leven, er bestaat geen leven zonder hoogte en dieptepunten en die hoogte en dieptepunten zijn heel snel met de mantel der liefde bedekt, ha ha; alles wat je maar kunt bedenken is ook in die 20 jaar gebeurt!”

Dit is na 2005, 2010 en 2013 jullie vierde keer op Pinkpop? Weten jullie nog iets van die andere edities?
Mario: “De eerste keer was inderdaad in 2005, o.a. samen met Golden Earring, als ik mij dat goed herinner…het was volgens mij qua bezoekersaantallen ook een van de mindere edities van Pinkpop, toch?”

Ja, slechts 20,000 bezoekers, helaas…
Ruben: “Kijk, daar hebben dan een echt dieptepunt in onze carrière, ha ha ha…”

Hebben jullie trouwens een speciale festival set list?
Ruben: “Wel een beetje, eigenlijk, want je speelt niet zo lang op een festival, dus dan moet je wel iets aanpassen. We bepalen eigenlijk alle drie samen de set list; we proberen bepaalde dingen en na zoveel optredens denk je dan: dat kan nog beter, dus dan veranderen we ook iets, in overleg natuurlijk!”
Paul: “Het wordt wel bij elke plaat moeilijker, toch? Mario is daar goed in, de nummers zijn gelinieerd naar tempo, je moet een mooie flow in je set list proberen te krijgen. Dat is best wel een uitdaging om dat goed te doen.”
Mario: “Ik kijk/luister meestal gewoon naar de tempo’s van de nummers en dan hop, hop; de beste song als laatste, dat is sowieso belangrijk, ha ha….”

Triggerfinger
Triggerfinger

Hebben jullie zogenaamde ‘verplichte’ nummers?
Ruben: “Ja, je hebt altijd wel favoriete songs waarvan je voelt/weet dat je die moet spelen, want die doen het goed bij het publiek. Bij de Stones verwachten de mensen ook dat ze Satisfaction spelen; dus, allee, bij ons ook, he; maar het blijft moeilijk. Hoe meer platen dat je maakt hoe moeilijker het wordt om daar eer aan te doen. En als je dan maar een uur mag spelen – of zoals gisteren in London maar een half uur – dan is dat vaak te kort en problematisch. Sommige dingen in de show houden lang stand, zoals de drumsolo van Mario, maar niet alle nummers moeten eeuwig gespeeld worden. Een concert is meer dan een aaneenschakeling van hits, want wij hebben niet zo veel hits, ha ha….. Het concept is veel belangrijker, muziek spelen is niet per se van confettikanon naar confettikanon moment gaan of zo. Dat is ook leuk hoor, de Flaming Lips bijvoorbeeld hebben een orgastisch begin van hun concert, maar ja, er is meer in het leven dan hits; gelukkig, ha ha….”

Zijn hits voor jullie dan niet belangrijk?
Ruben: “Nee, helemaal niet. Muziek is belangrijk; neem bijvoorbeeld ons nummer My Baby’s Got A Gun, dat is eigenlijk gewoon een anti-hit. Daar kun je niets mee op de radio, niemand gaat dat nummer omarmen. Natuurlijk hebben we er niets op tegen om dat nummer op de radio te horen, maar dat is een ander verhaal! Live heeft My Baby’s Got A Gun wel gewoon een fantastisch leven en veel impact; mensen vinden het heel fijn om dat nummer te horen.”

Zijn er misschien nog nummers die jullie nog nooit live gespeeld hebben?
Mario: “Zeker, ja, er is dan nog geen tijd en plaats voor geweest. Je wilt mensen een gevarieerde set aanbieden en we kunnen het niet maken om bijvoorbeeld heel veel songs van het nieuwe album te spelen. Er moet een goede balans zijn tussen liedjes uit onze beginperiode en het heden.”

Colossal is alweer een jaar oud, zijn er al nieuwe songs en/of ideeën?
Ruben: “We zijn eigenlijk altijd wel een beetje aan nieuwe songs aan het werken en tijdens het toeren krijgen we ook wel vaker song ideeën. Maar als je een nieuwe plaat gaat maken, dan moet je daar ook echt de tijd voor nemen om die plaat zo goed mogelijk te maken.”

TriggerfingerDe reacties op Colossal waren positief?
Paul: “Iedereen wordt ouder en het verwachtingspatroon van sommige mensen is misschien te hoog. Sommige fans zijn misschien teleurgesteld in ‘Colossal’, want die zijn blijven houden van de plaat ervoor; ze zijn niet mee geëvolueerd.”
Ruben: “Mensen zeggen altijd: “maar jullie vorige plaat was beter…”.
Paul: “Pas als je een heel oeuvre hebt, zoals Led Zeppelin bijvoorbeeld, dan pas kun je ook favoriete albums benoemen; zover zijn wij dus nog lang niet, ha ha…”.

Wat is de grootste uitdaging voor Triggerfinger?
Ruben: “Platen maken; de beste plaat uit onze carrière maken; dat zal de geschiedenis dan moeten uitwijzen! Neem nou Lust For Life van Iggy Pop, toen dat album in 1977 uitkwam, vonden de media het maar niks en nu is het een rock klassieker, een cool album. Je drijfveer moet zijn: je zelf verrijken en mooie muziek maken, wat dat dan ook moge zijn.”

Hoe belangrijk zijn teksten voor jullie?
Ruben: “Euh, poeff, dat is moeilijk. Heel belangrijk en ook niet; uiteindelijk werken heel normale dingen soms wel en andere niet; het is een dubbeltje op zijn kant en het is vaak een hele dunne lijn. Hoe langer we bezig zijn als band, hoe belangrijker de teksten worden, ook al is dat alleen maar voor mijzelf. Uiteindelijk weet je nooit zeker of je tekst wel of geen lading heeft, maar het is belangrijk om een bepaald gevoel over te brengen via je teksten, dat is evident!”

Hebben jullie nog ambities?
Ruben: “Zeker en vast, dit blijven doen. Over de jaren is er niet veel veranderd in onze ambitie; we doen wat we graag doen en niet iedereen krijgt die kans. We zullen nooit een band worden die een plaat maakt alleen om nog een plaat te maken; dan kunnen we beter ophouden; het komt, of niet, ha ha…..”

Was de nieuwe platenmaatschappij Mascot een bewuste keuze?
Mario: “Eigenlijk wel, we waren op zoek naar een platenmaatschappij die meer internationaal georiënteerd is en een goede structuur heeft en dat was Mascot. Bovendien heeft Mascot een goed internationaal netwerk, maar of het ook echt een goede keuze is, dat moet nog blijken.”

Heren, dank voor uw tijd.

LIVEDATA 05/07 Rock Werchter, Werchter (BE) 13/07 Cactus Festival, Brugge (BE) 20/07 Rock Herk, Herk-De-Stad (BE) 02/08 Dicky Woodstock, Steenwijk 05/08 Ronquières Festival, Ronquières (BE) 07/08 Lokerse Feesten, Lokeren (BE) 10/08 Nirwana Tuinfeest, Lierop

Alan Niven – manager Guns N’ Roses van 1986 tot 1991

Guns N' RosesMet de fantastische heruitgave – 29 juni 2018 – van Appetite For Destruction van Guns N’ Roses herleeft voor even de melancholie dat er reikhalzend naar een release werd uitgekeken. We schrijven 1987: de cd leek zijn oneindige intrede te doen en het vinyl was ten dode opgeschreven. Het internet was vooralsnog iets van de toekomst en alleen in zijn meest rudimentaire vorm aanwezig.

Tekst Mania | Menno Valk

Tsja. In retrospectief was Appetite For Destruction de opmaat voor de megastatus die Guns N’ Roses in een effectieve periode van zes jaar zou behalen. De hamvraag waarom Guns N’ Roses de grootste rockband aller tijden werd en een miljoen andere bands niet, is interessant. Rebellerende rockbands met geweldige muziek, trendsettende gitaristen en getalenteerde, excentrieke zangers met een kort lontje en gedragsproblemen, waren er al vanaf de jaren zestig, dus nogmaals: Waarom Rose en zijn gevolg?

De band had in zijn eigen tijdvak voldoende concurrentie van Motley Crue, Poison, W.A.S.P., Ratt, Judas Priest en Iron Maiden, maar uiteindelijk werd Guns N’ Roses de meest bekende en tot de verbeelding sprekende. Hun t-shirts hangen om de schouders van jongens en meisjes die veelal geen idee hebben van de essentie van de naam. Guns N’ Roses is een merk.

Ik heb lang gezocht naar het antwoord en het uiteindelijk gevonden in het jaar 1984, toen de bands Hollywood Rose (met Axl Rose) en Black Sheep (met Saul Hudson (Slash)) gezamenlijk in het voorprogramma speelden van de christelijke heavy metal band Stryper. Na de show maakten Rose en Slash kennis met elkaar en werden vrienden. De rest is geschiedenis. De carrière Roses is dus bovennatuurlijk geregisseerd. Wie had dat kunnen denken?

Guns N' RosesAlan Niven – Manager Guns N’ Roses van 1986 tot 1991

Tekst Mania | Godfried Nevels

Wat zijn jouw favoriete tracks van Appetite For Destruction?
“Ik ben dol op Paradise maar als ik één nummer zou moeten kiezen dan zou het Jungle zijn, omdat het liet zien dat Axl in staat was om op sociologisch en politiek niveau te schrijven. Ook Slash heeft een vrij uitgekiende bijdrage aan Jungle geleverd. Jungle was een van de resttracks op de demo die [A&R-scout Tom] Zutaut mij gaf, maar toch was het duidelijk een steen die goed geslepen moest worden, een ruwe diamant.”

Waarom werd Mike Clink gekozen als producer van Appetite For Destruction?
“De keuze viel op Mike omdat hij het geduld had om met Axl te werken en omdat hij een briljante gitaartechnicus en producer was. Dat bleek wel uit zijn werk met Michael Schenker. Ook had hij de juiste persoonlijkheid, hij was geen ego die in een controleconflict met Axl terecht zou komen.”

Ik heb begrepen dat je tijdens de opname van het album een aantal opmerkingen had over Welcome to the Jungle en Rocket Queen?
“Ik had een suggestie met betrekking tot het arrangement van Jungle die goed was en werd opgevolgd. Wat Rocket Queen betreft, vroeg ik Axl of hij zeker wist dat hij er geen twee afzonderlijke nummers van wilde maken. En dat wist hij.”

Wat waren je verwachtingen na de release van Appetite For Destruction?
“Ik had geen verwachtingen, alleen verplichtingen. Toen we 200.000 stuks hadden verkocht wilde Geffen ermee stoppen. Tijdens een lunch met [Geffen-directeur Eddie] Rosenblatt vertelde ik hem nadrukkelijk dat dit een voorbarige zet was. We hebben in zes maanden bijna 250.000 stuks verkocht zonder airplay en steun van MTV. Wat denk je dat er zou kunnen gebeuren als we van beide een beetje krijgen? In plaats van op het aanbod in te gaan om tijdens de kerstvakantie in de Santa Monica Civic Auditorium op te treden, heb ik het aanbod geaccepteerd om vier avonden in een klein theater in Pasadena te spelen. Vier avonden lijkt meer op een evenement. Zo werd dat ook gezien en het hielp om Rosenblatt in het spel te houden. Op dat moment dacht ik dat we een goede kans op goud hadden, en misschien, misschien…”

Waarom heeft MTV in het begin geen aandacht aan Guns N’ Roses besteed?
“Amerikaanse rock ‘n’ roll van de straat was niet hun stijl. Ze hielden meer van muziek uit de clubs van Manhattan, waar ze gevestigd waren. De directie daar had niet zoveel op met de rockbands van die tijd.”

Hoe kijk je terug op de periode in je leven dat je met Guns N’ Roses hebt samengewerkt?
“Hoeveel mensen krijgen de kans om zo’n ervaring mee te maken? Op dat moment gaf het veel stress en was het veeleisend, maar als onderdeel van mijn leven was het een geweldig voorrecht. Ik zal niet doodgaan met de vraag hoe het geweest zou zijn om dit soort dingen mee te maken. Ik weet het. Ik heb het meegemaakt. Het heeft mijn begrip van het leven diepgaand bepaald. Ik weet bijvoorbeeld dat succes een verzinsel van een jaloerse geest is. Ik weet dat de berg een mythe is. Ik weet dat ik verstandig genoeg ben om geen schoenen te dragen en om met de grond verbonden te zijn. Ik weet dat het nummer, het stuk en het boek het allerbelangrijkst zijn. Dat die doorleven, in hun onsterfelijkheid, in hun vermogen om te informeren, om vervreemding te trotseren, om humane liefde te laten zien. Zolang ze maar de eerlijke test van de tijd kunnen doorstaan. De rest is niet meer dan statisch en geluid. Ego. En hebzucht.”

LIVEDATUM 04/07 Goffertpark, Nijmegen

Hannah Williams: “Na afloop hebben we backstage zitten knuffelen…”

Überrapper Jay Z heeft Hannah Williams & The Affirmations onbedoeld een zetje in de rug gegeven door een nummer van haar te samplen, maar de Britse band had ook wel zonder gekund. Dat bewijzen hun prachtplaat Late Nights And Heartbreak en de fenomenale shows met niet in de laatste plaats Williams’ ravissante stemgeluid en dito charme.

Tekst Popmagazine Heaven | Marcel Haerkens

“In 2014 had ik even een dip”, vertelt Williams. “Mijn band Tastemakers stond op instorten. Het was mooi geweest. Een punt erachter en dan ga ik definitief voor huisje, boompje, beestje, was het idee.” Even klinkt de goedlachse Britse soulzangeres serieus. Dan schatert ze. “Not! Mijn toetsenist James Graham vroeg of ik helemaal besodemieterd was en gelijk had hij. We zouden doorgaan, koste wat het kost. Op de resten van Tastemakers zijn toen The Affirmations ontstaan. Deze kans de hele wereld te ontdekken en voor de rest van mijn leven muziek te blijven maken, laat ik me heus niet ontgaan.”

Stoppen was ook niet logisch geweest. Haar debuutalbum Hill Of Feathers uit 2012 scoorde goed en leverde haar het voorprogramma voor Sharon Jones & The Dap-Kings. Met Jones kreeg ze in korte tijd een innige band, zeker toen beider vaders niet lang na elkaar overleden. “De dag dat Sharon het slechte nieuws hoorde, moest ze optreden. Dat was nog emotioneler en dieper dan normaal. Na afloop hebben we backstage zitten knuffelen en huilen en het voelde goed dat ik haar kon troosten. Pas later besefte ik dat die avond ook belangrijk is geweest voor mijn muzikale ontwikkeling. Ik heb toen voor het eerst gezien hoe een zangeres zich ondanks of misschien wel dankzij haar leed volledig kan overgeven aan de muziek en haar publiek.”

Grunge
Hannah Williams (35) groeit op in High Wycombe, graafschap Buckinghamshire. Haar hele familie is muzikaal aangelegd en vader Williams is voorganger bij de Kerk van Engeland waar ze in het kerkkoor zingt. Haar ouders hebben haar van kinds af aan gestimuleerd professioneel muzikant te worden. “Alleen was mijn vader niet zo gecharmeerd van mijn stijlkeuzes. Ik heb lang gedweept met grunge en ben een grote fan van Black Sabbath. Toen ik Charles Bradley, die ook in de show van Sharon Jones zat, zo prachtig Changes hoorde zingen, wist ik echt niet meer hoe ik het had. Het maakt me nieuwsgierig naar wat Ozzy daarvan zou vinden. Later heb ik veel Afrikaanse groepen beluisterd en natuurlijk soul, funk, gospel en jazz. Nina Simone, Otis Redding, Etta James, Aretha Franklin, Mahalia Jackson, Martha Reeves, Marvin Gaye, Al Green, de lijst is eindeloos. Het fijne aan The Affirmations is dat ze net zo min als ik bang zijn risico’s te lopen en altijd open staan voor iets nieuws. Ik woon tegenwoordig in Winchester, hoofdzakelijk wit en middle class, de rest komt allemaal uit Bristol en dat is één grote etnische en creatieve melting pot .Het doet me denken aan mijn geboorteplaats waar ik op school een van de weinige blanken was. Daarom voelt naar Bristol gaan altijd als thuiskomen. Om het even hoe laat, je stuit altijd wel op een plek waar ze muziek maken. Iedereen stimuleert elkaar, en er is een gezonde competitie. Doordoor komen daar zo veel fenomenale musici en groepen vandaan.”

Met Williams erbij bestaan The Affirmations nu uit tien personen. Ze benadrukt dat het niet haar band is maar een hecht collectief met louter vrienden. “Ik mag dan het gezicht zijn en de meeste interviews doen, de één kan niet zonder de ander. We zijn een democratische band, al gaat dat soms wel erg ver. Wekenlang hebben we zitten overleggen over de bandnaam. Ik was het op een gegeven moment zo moe dat ik met The Affirmations op de proppen kwam. Zij bevestigen per slot van rekening mijn bestaan en andersom.”

De nummers op Late Nights And Heartbreak zijn in verschillende samenstellingen geschreven met James Graham als muzikale regisseur. “We hebben superinstrumentalisten in huis waaronder een fantastische blaassectie en met Victoria Klewin en Hannah Nicholson kan ik de heerlijke jazzharmonieën zingen waar ik altijd al van heb gehouden.”

LIVEDATA 30/06 Down The Rabbit Hole, Beuningen 13/07 North Sea Jazz Festival, Rotterdam 20/07 Welcome tot he Village, Leeuwarden 11/08 Zomerparkfeesten, Venlo 28/08 Noorderzon, Groningen 29/08 Ekko, Utrecht 30/08 Cultura Nova, Heerlen 31/08 Bruis Festival, Maastricht 01/09 Tuckerville, Enschede 02/09Into The Great Wide Open, Vlieland

Black Stone Cherry brengt ‘Family Tree’ uit als familie

Zanger Chris Robertson was 15 toen zijn band Black Stone Cherry in 2001 het daglicht zag. Inmiddels is het 17 jaar later en is de vierkoppige band nog steeds in dezelfde bezetting als toen ze begon en voelt het als een familie. Een gevoel dat meerdere keren terugkomt op het nieuwe en zesde studioalbum Family Tree, dat staat voor de liefde voor familie en 20 april jl. is verschenen.

Tekst Nadieh Bindels Foto Will Ireland

De bandleden kennen elkaar allemaal uit hun woonplaats Glasgow, Kentucky. De plek waar de bandleden allemaal zijn opgegroeid en ze ook niet snel weg zullen gaan: een heerlijke, rustige omgeving met weinig verkeer en veel boerderijen. Het klinkt niet echt rock ’n roll en volgens zanger Chris is de band dat ook niet echt, in tegenstelling tot wat ze uitstralen. “Ja, op het podium is er plek voor rock ’n roll, maar als een show afgelopen is, gaan we terug de tourbus in om met elkaar te hangen en te praten. We doen best wel rustig aan, wat misschien een beetje saai klinkt. Onze lifestyle is gewoon niet zo rock ’n roll. De band is ons bedrijf en daar ligt de focus op, niet op feesten.”

Toch heeft die rustige omgeving de band wel enigszins beïnvloed. Er waren wel wat bandjes, maar er was niet echt een scene. Dat maakte dat band volledig haar eigen gang kon gaan en niet het gevoel had zich te moeten schikken naar het geluid van andere bands. Al hebben natuurlijk ook deze vier muzikanten bepaalde muziek die ze inspireert. Chris: “Het is voornamelijk oudere muziek waardoor we ons laten inspireren, maar qua genres is dat heel divers. Het gaat van blues tot hard rock en van country tot Motown.”

Schrijven in de tourbus
Black Stone Cherry nam in 2006 de professionele route en is daar sindsdien niet meer van afgestapt. De band tourt al jaren de hele wereld over. Tijdens de tour van afgelopen zomer in de Verenigde Staten schreef de band de meeste songs van het nieuwe album. Chris: “Een aantal van de nummers gaat ook over het rondtouren en het gevoel dat we daarbij hebben. Er zitten een paar serieuze nummers tussen, zoals Dancing In The Rain en Family Tree, die over familie gaan. Maar het grootste deel gaat over lol hebben en een goede tijd beleven. Veel rock gaat tegenwoordig over donkere onderwerpen en politiek. Dat is niks voor ons. Onze muziek moet sexy en sleazy zijn en ervoor zorgen dat de mensen willen dansen en plezier hebben.”

LIVEDATA 12/06 Boerderij, Zoetermeer 21/06 Graspop Metal Meeting, Dessel (BE) 09/11 Trix, Antwerpen (BE) 10/11 013, Tilburg

Superorganism: “De verwarming is ook al naar de klote.”

De onoplettende lezer zal Superorganism snel verwarren met een geweldig hoogtepunt. Misschien ook wel terecht, want laat dat nou net datgene zijn wat dit groot geschapen organisme je bezorgt. De leden van de maar liefst achtkoppige band komen uit allerlei hoeken van de wereld en bezorgen menig muziekliefhebber rooie oortjes met hun psychedelische indietronica. Ze doen nu ook Nederlandse bodem aan en dus stappen we in het boemeltje naar Amsterdam voor een openhartig gesprek met Orono, Harry en Emily.

Tekst LiveGuide | Kees Braam

“Een waar gekkenhuis.” Dat was het afgelopen jaar volgens synth-baas Mark David Turner, die op het podium de vrouwelijke naam Emily draagt. Superorganism zag begin 2017 noodgedwongen het levenslicht na vele online sparsessies. Zo kwam debuutsingle Something For Your M.I.N.D. tot stand door opnames uit te wisselen via internet.

Het nummer trok na publicatie op Soundcloud de aandacht van Domino Records. “Daardoor moesten we wel bij elkaar komen”, verklaart gitarist Harry, wiens echte naam Christopher Young is. “We waren vooral bezig elkaars ideetjes aan te vullen, maar ineens was er dus vraag naar een heel album. Toen werd het een stuk serieuzer.”

Vandaar dat de acht bandleden, die afkomstig zijn uit Australië, Japan, Amerika en Engeland, tegenwoordig samenwonen in een flat in Londen. “Toch best handig”, geeft de pas achttienjarige zangeres Orono Noguchi toe terwijl ze dromerig voor zich uitstaart. Maar het is geen luxeleventje: “De oven doet het al twee weken niet”, klaagt Emily. Harry doet er nog een schepje bovenop. “Maak daar maar twee maanden van. De verwarming is ook al naar de klote. Het is maar goed dat we amper thuis zijn.” Dat de Britse hoofdstad duur is, baart hen vooralsnog geen zorgen. “Met acht man is de huur best op te hoesten”, lacht Emily.

“We sturen elkaar nog steeds ideeën via internet,
zelfs als we in dezelfde kamer zitten”

Hekel aan Japan
Ondanks de vrij recente centralisatie is het schrijfproces nauwelijks veranderd. “We sturen elkaar nog steeds ideeën via internet, zelfs als we in dezelfde kamer zitten”, vertelt Harry. “Zo hebben we het altijd gedaan en we zijn eraan gewend. Ik geloof ook dat het plotseling veranderen van zo’n traditie het schrijfproces beschadigt. Daarom is heel het album zo gemaakt.”

De Brit omarmt het digitale tijdperk: “Superorganism kon alleen ontstaan doordat internet ons gemakkelijk met elkaar in contact bracht. We voelen ons op ons gemak in een online-bubbel.” Toch komt op dat vlak ook kritiek van Emily’s kant. “De keerzijde van internet is dat je juist sneller geïsoleerd raakt. Zo kom ik – in tegenstelling tot de meeste van ons – nauwelijks buiten onze flat. Behalve als we met de band op pad gaan natuurlijk.”

Dat gebeurt gelukkig regelmatig: de grote vraag naar liveshows verklaart meteen waarom de muzikanten nog altijd zonder verwarming leven. Vertoeven in Amsterdam lijkt het drietal vandaag ook prima af te gaan. De uit Japan afkomstige Orono had vóór Superorganism al veel van de wereld gezien: “Tijdens mijn middelbare schoolperiode kreeg ik écht een hekel aan Japan. Daarna was ik het zat en pakte ik mijn biezen”, verklaart ze met een rebelse blik.

Zelfkastijding
Vervolgens vertrok Orono naar Amerika om te gaan studeren in Maine. “In de States kon ik het veel beter met mensen vinden.” Vlak nadat ze haar diploma haalde, kwam Superorganism op haar pad. Harry blikt daarop terug: “Ik weet nog goed dat ik in de keuken luisterde hoe ze onze debuutsingle zong en ik steeds enthousiaster werd. De rest van de nummers voor de plaat volgden al snel en vielen perfect samen.”

Nu de band tegenwoordig de lapjeskat van muzikale ideeën ook live ten gehore brengt, zou je denken dat daar de nodige glitter en glamour bij komt kijken. Maar veel poespas heeft Superorganism niet nodig om op te vallen. Hooguit een paar appels, zo blijkt uit recente optredens op Eurosonic en in Sugarfactory.

Vol gezond optimisme vertelt Harry dat de groep niet gelooft in een formule, naast die appels dan. “Als we kijken hoe onze liedjes totstandkomen, denk ik dat we het puur voor ons eigen plezier doen.” “En voor de zelfkastijding, niet te vergeten”, voegt Emily daar gierend aan toe. Harry concludeert: “Je kunt leren hoe je een leuke gitaarriff moet spelen, maar niemand kan vertellen hoe je zonder pijn en moeite een Katy Perry-hit schrijft.”

LIVEDATA 10/06 Best Kept Secret, Hilvarenbeek 04/11 TivoliVredenburg, Utrecht 06/11 Doornroosje, Nijmegen 07/11 Vera, Groningen

Klinkt als: een melting pot van verschillende culturen die dankzij het internet hun eigen onverwarmde hive gecreëerd hebben in offline Londen

LiveGuide

Concert- en festivalkrant LiveGuide is toe aan de 41e editie! Daarin staat de maand mei in livemuziek centraal.

Elias Bender Rønnenfelt siert deze maand de cover van LiveGuide. De geniale tekstschrijver en zanger van Iceage vertelt in de krant samen met gitarist Johan Suurballe Wieth uitgebreid over het waanzinnig sterke nieuwe album Beyondless, waarom er vier jaar niks werd uitgebracht door de artpunkers en het opvallende gegeven dat zij het Deense koningshuis op Instagram volgen in de hoop een keer geridderd te worden.

Vrouwenblad
In het maandblad worden verder opvallend veel vrouwen gefeatured. Opvallend omdat het Buma/Stemra laatst juist was opgevallen dat het aandeel dames in de muziekindustrie aan de karige kant is. Daar valt in LiveGuide dus weinig van te merken, want daarin staan bijvoorbeeld interviews met Courtney BarnettSuperorganism en Blackbird. En o ja, ook eentje met de dwarse nu-jazz-meester Kamaal Williams, maar dat is dan weer een vent.

Staatsvijand
Verder wordt in LiveGuide #41 teruggeblikt op Paaspop, wordt staatsvijand nummer #1 Famke Louise opvallend fel verdedigd, delen de indieboys van The Brahms hun merkwaardige rider, doet EUT een heuse Thom Yorke-quiz, vertelt een Lily Allen-groupie over haar gig in Sugarfactory en wordt even uitgebreid als prettig verwarrend gesproken met de Tilburgse meesterabsurdisten Gummbah & Leonard Bedaux, die met hun voorstelling Sexboerderij Het Gouden Kalf op onder meer Donnerwetter Day en Zwarte Cross staan.

 

Courtney Barnett: “Ik heb daarmee een beetje geëxperimenteerd”

Met twee EP’s, een debuutalbum en een samenwerking met Kurt Vile op zak heeft de Australische Courtney Barnett de indierockscene al zo goed als om haar vinger gewonden. Het hierbij laten? Natuurlijk niet. Binnenkort komt ze naar Utrecht om het nieuwe album Tell Me How You Really Feel te laten horen. Wij spraken haar alvast in Amsterdam, waar de schuwe indierocker laat weten hoe je successen boekt als muzikant in Melbourne: uit pure verveling.

Tekst LiveGuide | Philip Schotte

Pfoe, diepe titel hoor. Is dat iets waar je mee worstelt, mensen vertellen hoe je je echt voelt?
“Ja.”

Lukt dat beter nu je zo vaak op het podium je gevoelens uit naar een publiek?
“Op het podium wel, maar daarbuiten is het eigenlijk hetzelfde gebleven. Die verlegenheid is een onderdeel van mij, dus ik geloof niet dat het volledig om te gooien is. Sommige dingen horen nu eenmaal bij wie je bent.”

De eerste single van het nieuwe album is Nameless, Faceless. Wens jij dat weleens te zijn?
“Om even niet gezien te worden? Nee, dat lijkt me dan weer niks. Mezelf terugtrekken doe ik al wanneer ik wil. Deze erkenning als muzikant zie ik als een groot privilege. Zo verlegen voel ik me namelijk ook weer niet op het podium. Door op te treden, zie ik die angst dus juist een beetje onder ogen.”

Is deze ultragevoelige plaat dan jouw persoonlijke dagboek?
“Mijn nummers gaan zeker over mijn eigen gedachtes, maar het is niet zo dat ik die woord voor woord opschrijf. Het gaat om het ontleden, verder doordenken en concreet maken van deze gedachten. Door ze in een muzikale vorm te gieten kan ik ze bestuderen. Het is daarom eerder een soort werkstuk.”

Hopefulessness, de hypnotische opener, sprong er voor mij heel erg uit. Het is heel erg tegenstrijdig met de rest van het album, dat juist klinkt als de energieke indierock die we van je gewend zijn. Was dit een experiment?
“Dat nummer heeft me even geduurd om bij elkaar te krijgen en ja, ik heb daarmee een beetje geëxperimenteerd. De intentie was om met zo weinig mogelijk muziek een zo lang mogelijk nummer te maken. Zowel het instrumentale gedeelte als de songtekst speelt in een soort loop, wat ik nooit eerder heb gedaan. Ik heb het een hele tijd laten liggen omdat ik er niet uitkwam. Het eindresultaat pakte inderdaad nogal hypnotisch uit.”

Je hebt tijdens eerdere interviews laten weten jezelf niet zo’n heel goede songwriter te vinden. Genoeg mensen zijn dat denk ik met je oneens. Kijk je daar zelf ook anders tegenaan na het schrijven van deze nieuwe nummers?
“Misschien een beetje. Ik zie mezelf in ieder geval niet per se als een slechte songwriter, maar ik realiseer me dat er geen rechte weg is naar het maken van een nummer. Je kunt veel verschillende paden nemen om bij het uiteindelijke nummer te komen. Er zijn geen regels. En daarom is het ook lastig om te stellen dat iemand goed of slecht is in nummers schrijven. Zo benader ik het ook voor mezelf. Anything goes.”

Nog even over in de spotlights staan: je hebt de laatste tijd opgetreden in de band van je vrouw, Jen Cloher. Is het fijn om dan even op de achtergrond te treden?
“Ja, maar ik zie het niet als binnen of buiten de spotlights staan. Of ik nu met mijn eigen band speel of met een andere artiest: ik voel toch wel de drang om mijn best te doen. Niet alleen om mezelf van mijn beste kant te laten zien, maar ook om de muziek eer aan te doen. Dat is voor mij het belangrijkste.”

Die drang om jezelf terug te trekken en weer even thuis te komen, neem je die mee als je met Jen speelt?
“Op een bepaalde manier wel, maar toch ook weer niet. We zijn dan samen voor een lange tijd, dus in dat opzicht is dat gevoel van ‘thuis’ nog steeds bij me. Maar om écht thuis te komen, in je eigen vertrouwde omgeving, zonder verplichtingen; dat gevoel gaat boven alles, toch?”

Jen komt ook uit Melbourne, net als veel andere indie-artiesten. Hoe komt het dat Melbourne zo’n bruisende indie-scene heeft?
“Het is natuurlijk een van de grootste steden van Australië en het stroomt er inderdaad over met indiemuzikanten. Vroeger dacht ik daar nooit zo over na, omdat het verschil natuurlijk pas opvalt als je buiten Melbourne komt. Maar mijn theorie is dat mensen daar gewoon niets anders te doen hebben. Melbourne is een hopeloos gedoe. Je moet dus wel die gitaar oppakken of naar een concert gaan om het er naar je zin te hebben. In Sydney en Brisbane heb je nog mooie stranden waar je heen kan.”

Hey, Melbourne heeft toch ook mooie stranden?
“Nee joh, die zien er niet uit.”

LIVEDATA 30/05 Ancienne Belgique, Brussel (BE) 31/05 TivoliVredenburg, Utrecht

Klinkt als: de mellow poppy indierock die je in de namiddag opzet om jezelf door een overweldigende kater te slepen

LiveGuide

Concert- en festivalkrant LiveGuide is toe aan de 41e editie! Daarin staat de maand mei in livemuziek centraal.

Elias Bender Rønnenfelt siert deze maand de cover van LiveGuide. De geniale tekstschrijver en zanger van Iceage vertelt in de krant samen met gitarist Johan Suurballe Wieth uitgebreid over het waanzinnig sterke nieuwe album Beyondless, waarom er vier jaar niks werd uitgebracht door de artpunkers en het opvallende gegeven dat zij het Deense koningshuis op Instagram volgen in de hoop een keer geridderd te worden.

Vrouwenblad
In het maandblad worden verder opvallend veel vrouwen gefeatured. Opvallend omdat het Buma/Stemra laatst juist was opgevallen dat het aandeel dames in de muziekindustrie aan de karige kant is. Daar valt in LiveGuide dus weinig van te merken, want daarin staan bijvoorbeeld interviews met Courtney Barnett, Superorganism en Blackbird. En o ja, ook eentje met de dwarse nu-jazz-meester Kamaal Williams, maar dat is dan weer een vent.

Staatsvijand
Verder wordt in LiveGuide #41 teruggeblikt op Paaspop, wordt staatsvijand nummer #1 Famke Louise opvallend fel verdedigd, delen de indieboys van The Brahms hun merkwaardige rider, doet EUT een heuse Thom Yorke-quiz, vertelt een Lily Allen-groupie over haar gig in Sugarfactory en wordt even uitgebreid als prettig verwarrend gesproken met de Tilburgse meesterabsurdisten Gummbah & Leonard Bedaux, die met hun voorstelling Sexboerderij Het Gouden Kalf op onder meer Donnerwetter Day en Zwarte Cross staan.