Dirty Honey – When I’m Gone

Dirty Honey is nog zo jong dat de band nog maar één EP op hun kerfstok heeft, maar die is wel crimineel goed.

Het kwartet uit L.A. nam o.l.v. de van zijn werk voor Pearl Jam & RATM bekende producer Nick Didia een handvol songs op, waarin ze  ‘de vuil onder je nagels rock & roll’ van AC/DC mengen met de ‘panter-leggings glamrock’ van Guns & Roses.

Best wel retro dus, maar niet voor de millennials van Dirty Honey. Net als voor de boys van Greta van Fleet is de oerrock van genoemde bands fris en opwindend, en compleet anders dan wat ze door de media krijgen voorgeschoteld.

Breekijzer When I’m Gone is bluesy en direct. Marc Labelle kan gillen als de beste, John Notto laat zijn gitaren lekker laag vliegen en toont zich in de beknopte solo ook nog eens een snelheidsduivel, terwijl bassist Justin Smolian en drummer Corey Coverstone een bodem leggen van beton.

Het soort rock van Dirty Honey komt live het beste uit de verf. Als het op plaat al zo lekker bruist, kan je nagaan hoe het op de bühne zal koken. Hierheen halen dus dat stel en liefst voordat ze doorbreken.

MorMor – Outside

Mormor is de nom du disque van Seth Nyquist, een ingezetene van Toronto Canada, die zich niet voor één muzikaal gat laat vangen. Eclectisch heet dat.

Seth’s ouders hadden gehoopt op een wetenschappelijke loopbaan voor hun zoon, zijn moeder doceert Engels aan de universiteit, maar het bloed stroomt enzovoorts. Het zal waarschijnlijk niet lang meer duren voordat pa en ma Nyquest zullen moeten toegeven dat hun zoon er niet onverstandig aan heeft gedaan om voor het muziekpad te kiezen. Tenzij zijn managers die ook Adele en Rick Rubin onder hun hoede hebben zich vergissen natuurlijk.

Mormor onderscheidt zich met hoogwaardige songs, die zich dus moeilijk laten rubriceren. Outside bijvoorbeeld is wat duistere 80’s aandoende track gebouwd rond een akoestische gitaar en aangekleed met ruimtelijke synthesizers. Centraal staat de zang  van Mormor, die hier klinkt als een poppy Thom Yorke.

Helaas komt dit bericht een beetje al mosterd na de maaltijd, want vorige week was Mormor in het land voor een optreden in de kleine zaal van Paradiso. Reken er op dat zijn volgende bezoek aan ons land niet onopgemerkt voorbij zal gaan.

Mini Mansions feat. Alison Mosshart – Hey Lover  

Hey Lover is niet het eerste nummer dat we draaien van Mini Mansions, maar wel het beste.  

Dat het trio zich dit keer heeft overtroffen, heeft veel zo niet alles te maken met het gastoptreden van Alison Mosshart, de frontvrouw van The Kills en sidekick van Jack White in The Dead Weather. De bundeling van krachten heeft geresulteerd in een liefdesduet met de potentie om een classic te worden, een indie alternatief voor ‘Paradise By The Dashboard Light’. Of iets in die richting.

Mini Mansions begon zijn bestaan als een ‘off season band’. De drie leden verdienen hun dagelijks brood als huurmuzikant, zowel live als in de studio. In de periodes dat er weinig werk is, slaan ze hun slag. Zach Dawes speelt bas en keyboards op albums van Miles Kane, Arctic Monkeys en The Last Shadow Puppets, met die laatste treedt hij ook op. Michael Schuman verving in 2007 Alain Johannes als bassist van Queens Of The Stone Age en Tyler Parkford staat op de loonlijst van Arctic Monkeys als toetsenist.

Als hun werkgevers een pauze inlassen komt het trio in actie. Dat doen ze al sinds 2009 en met stijgend succes. Album 3, ‘A Guy Walks In A Bar’ is klaar voor release. Als er nog een paar songs opstaan van het kaliber van Hey Lover kunnen hun broodheren op zoek naar nieuw personeel. Zach, Michael en Tyler krijgen het dan veel te druk met hun Mini Mansions.

Sam Fender – Hypersonic Missiles

Sam Fender heeft zich in iets meer dan een jaar opgewerkt van veelbelovend tot arrivé.

De Britse rocker maakte naam met franjeloze indie-rock met sterk gitaarwerk en gepassioneerde zang. Fender gebruikt zijn solide songs als vehikel voor persoonlijke en maatschappelijk betrokken teksten. In een tijdsbestek waarin entertainment het toverwoord is, maakt dat hem tot een roepende in de woestijn.

Zong hij eerder over de zelfmoordgolf onder jonge Britse mannen en de therapeutische rol van muziek in zijn leven, Hypersonic Missiles, geïnspireerd door het nieuws dat Rusland nieuwe kernraketten wil plaatsen, is een lied over liefde ten tijde van mondiale chaos met opkomende tirannen en een nieuwe wapenwedloop. In zowel het onderwerp als de sound van Hypersonic Missiles klinken echoes van de sombere jaren tachtig toen Engeland politiek en economisch in zwaar weer verkeerde en de wereld vreesde voor een atoomoorlog. De paralellen met nu zijn verontrustend.

LIVEDATUM 29/04 Melkweg, Amsterdam

Fat White Family – Tastes Good With The Money.

Track twee van album drie van Fat White Family klinkt als een slow motion versie van het soort muziek, dat in de jaren 90 werd geproduceerd door bands, die een brug wilden slaan tussen rock en dance, denk aan Primal Scream, Stone Roses en de directe voorgangers van de dikke witte familie uit Londen, Alabama 3, de enige band ooit die van het Lowlands terrein is verwijderd vanwege te liederlijk gedrag.

Tastes Good With The Money blijft tot aan het eind binnen de lijntjes, al worden die natuurlijk wel wat opgerekt. Tijdens de slotakkoorden ontspoort de boel alsnog, maar de buit is dan al binnen. 

Serfs Up! is de titel van het nieuwe FWF album en 19 april de dag des oordeels.

LIVEDATUM: 1 juni Best Kept Secret,

Cabbage – Torture

Ze zijn met zijn vijven, noemen zich Cabbage en komen uit rockcity Manchester. Cabbage heeft al het een en ander uitgebracht en lijkt nu het punt te hebben bereikt waarop ze een grotere pet kunnen passen dan die van ‘local heroes’.

Het punky Torture wordt uitgevoerd met het soort branie waar alleen Britse bands patent op hebben, bands die menen dat het wiel is uitgevonden door hun landgenoten en daarin niet geheel ongelijk hebben.

De oversteek van Cabbage van lokaal naar (inter)nationaal wordt mede mogelijk gemaakt door de klare productie van Torture, dat een paar streepjes professioneler klinkt dan het oude werk zonder het ‘young loud and snotty’ karakter van de band geweld aan te doen.

De man die hier verantwoordelijk voor is, heet James Skelly. Hij verrichte  soortgelijke diensten voor o.a. Blossoms, She Drew The Gun en The Coral. Een album is in de maak, details volgen.

Catfish & The Bottlemen – 2All

Catfish & The Bottlemen is bijna ongemerkt groot gegroeid. De Britse band trekt een miljoenenpubliek op de streamings-kanalen en vult met gemak de A- zalen van het clubcircuit.

Wat de band doet is niet echt nieuw. Catfish & co strijden met dezelfde wapens als hun voorvaderen: bas, drums en twee gitaren. Hun eigenheid zit  in hun sound, en hun kracht in de songs die ze schrijven.

2All mist misschien spektakel, maar heeft alles wat een rocksong nodig heeft; een kop en een staart, een spannende brug en als Van McCann met zijn heerlijk nasale Britpopstem zijn zegje heeft gedaan, neemt de gitaar het over en sta je voor je het weet luchtgitaar te spelen.

En zo heeft de band uit Wales inmiddels een heel arsenaal aan topsongs op voorraad. 2All is afkomstig van het derde album van Catfish & The Bottlemen. De opvolger van The Balcony (2014) en The Ride (2016) gaat The Balance heten en is vanaf 26 april beschikbaar.

LIVEDATUM: 20 mei Melkweg, Amsterdam (uitverkocht).

PUP – Sibling Rivalry

Ruzie komt in de beste families voor. PUP zanger Stephan Babcock weet er alles van.

Hij schreef Sibling Rivalry na een kampeervakantie met zijn zus. Tijdens een boottochtje hadden ze een aanvaring over de manier waarop hij het vaartuig bediende. Hij ontplofte en riep dat ze altijd iets te zeiken had. Herkenbaar? Of ze inmiddels weer ‘on speaking terms’ zijn vermeldt het verhaal niet, waarschijnlijk wel. Het ten slotte broer en zus en Stephan heeft zijn hart kunnen luchten in een song.

Sibling Rivalry is net als voorganger Kids een gepassioneerde, punky popsong met sterk gitaarwerk en waterdicht refrein. Beide songs komen van Morbid Stuff, het alweer derde album van de band uit Toronto dat in de eerste week van mei uitkomt.