Achter de vrij gewone naam Jan Verstraeten gaat de maker schuil van een ongewoon mooi nummer. Moon Face is het debuut van de Vlaming die nog net geen dertig is en daarom best wel een laatbloeier genoemd mag worden.
Maar beter een laatbloeier dan een nooitbloeier. De torenhoge kwaliteit van Jan’s eersteling voedt het vermoeden dat hij een perfectionist is met een computer vol afgekeurde mixen en half voltooide songs. Hopelijk is de enorm positieve ontvangst die Moon Face ten deel valt een reden voor de maker om vaker muziek uit te brengen. Al heeft hij met Moon Face de lat wel erg hoog gelegd.
De eerste single van de binnenhuismuzikant uit Sint Niklaas is een fraai vormgegeven ballad, die wel iets weg heeft van Ravel’s Bolero, niet zozeer in melodie maar in compositie. Moon Face blijft zich tot het einde toe ontwikkelen, als een boog die steeds strakker wordt gespannen. De enige herhaling is het woord Away. Jan’s zachte zang maakt Moon Face tot een popsong. De instrumentatie van Moon Face met zijn aanzwellende strijkers, mistige hoorns en beeldende vioolsolo suggereert echter een klassieke muziekopleiding. Moon Face is een soundtrack die roept om een film.
NastiGi is een verbastering van GianLuca Nasticola, de naam van een in Londen wonende Napolitaan. Na een kleine twintig jaar bikkelen in de obscuriteit -of in de undergound zoals hij het zelf noemt- heeft Nasticola eindelijk beet met Love Your Enemy.
Niets ten nadele van zijn vaardigheid wat betreft het schrijven en produceren van pakkende rocksongs, maar de spotlight zal Nasti echt moeten delen met de zangeres van Love Your Enemy. Ook al houdt hij haar naam verborgen.
Die geheimzinnigheid werkt misverstanden in de hand. De naam NastiGi doet een damesact vermoeden. Dat kan ook beroepsdeformatie onzerzijds zijn, NastiGi lijkt op Nasty Gal, de enige hit van Prince protegees Vanity 6, maar het is de dus bandnaam. Nasti’s hoesfoto’s zijn vaak vaag, vertonen wel af en toe een vrouw, maar dat kan net zo goed een hoezenpoes zijn als een zangeres. De cover van Love Your Enemy laat twee mannen zien, of beter twee keert dezelfde. Vermoedelijk is dat Gianluca zelf. Verwarrend is het wel.
Het gros van de NastiGi songs zijn recht toe rechtaan rocksongs, de een leunt richtig grunge de ander richting gothic. Love Your Enemy is de positieve uitzondering, sexy, speels en met zijn nineties invloeden eigentijds retro. Als NastiGi deze sound (en de zangeres) aanhoudt, zou hij best wel eens uit de obscuriteit kunnen opstijgen. Eindelijk.
Afgaande op bandnaam en songtitel zou je kunnen denken dat we hier te maken hebben met een nihilistisch punkcollectief, maar dat valt dus reuze mee. De Heroin van de titel staat symbool voor verslavende liefde en de naam Badflower geeft alleen maar aan dat de bandleden geen softies zijn, maar rockers van het wat ruigere soort.
Voor ons is Badflower een nieuwe naam, in de V.S. kan de band al op een redelijke aanhang rekenen. De output van Badflower is nog beperkt. Er staan 10 songs online, waarvan één in twee versies, Heroin. De eerste take is een luxe demo. De tweede versie is helemaal af, letterlijk en figuurlijk. Heroin versie 2 begint rustig, maar het wordt al snel duidelijk dat er onweer op komst is. Nog voor we halverwege zijn begint het al te donderen en nog geen minuut later barst de bui los, is het windkracht tien en alarmfase rood. Badflower weet hoe je een song moet opbouwen.
Badflower komt uit Amerika en dat is te horen. Badflower is een band met connecties. Hun hoeder is John Varvatos, een bekroonde mode-ontwerper met links met Converse en Ralph Laurens. Varvatos heeft dus wel wat centen te makken. Een deel daarvan heeft hij in een eigen label gestoken. Badflower is zijn eerste signing. Een goed begin. Vavatos maakt ook geen half werk van Badflower. Voor de clip van Heroin heeft hij acteur Johnny Galecki (Big Bang Theory) laten optrommelen. Maar laat je niet van de wijs brengen door die grote namen. Badflower heeft echt iets te vertellen en doet dat op Heroin op een zeer overtuigende manier.
Silverbacks is een nieuwe aanwinst aan het Ierse indie-front. De bands is nog zo vers dat ze nog niet buiten het eiland zijn gesignaleerd. Maar dat gaat wel gebeuren.
Het vijftal uit Dublin maakt melodieuze punk, deels naar Amerikaans model. Just In The Band is hun meest recente release, er gingen twee andere singles en een EP aan vooraf.
Just In A Band laat horen dat Silverbacks zich razend snel ontwikkelt. Niet alleen worden de songs sterker, ook hoor je het vertrouwen groeien. Het prettig achteloze Just In The Band is rijk gevulde rocksong met een veelvoud aan gitaren. De band is ook niet wars van solo’s waardoor de vergelijking met het fameuze New Yorkse Television zich opdringt, terwijl de zanger klinkt als een verkouden Lou Reed.
Silverbacks heeft iets van een slacker-band. Daar gaat Just In The Band ook over, zo van ‘ik zit ineen band, wat is daar nou bijzonder aan?’ Dat maakt de band geestelijk verwant aan andere laconieke rockers zoals Mac DeMarco en Courtney Barnes. Verschil is wel dat het energieniveau van Silverbacks wel wat hoger ligt. Hun Facebook pagina vermeldt dat de band unsigned is. Gegarandeerd niet lang meer.
Succes heeft vele vaders, luidt het gezegde, maar als het gaat om Wolf Alice menen wij toch wel enige claim op het ouderschap te mogen leggen. We hadden de Britse band namelijk al best vroeg in in het vizier.
Alice was nog een welpje toen onze hit hunters de band spotten. Dat was in 2013 toen ze voor het eerst naar buiten traden met de demo van Bros, een nummer dat twee jaar later in een remake op hun debuutalbum zou verschijnen en nu hun populairste nummer is.
We hebben Wolf Alice nooit meer los gelaten. Nu vijf jaar, twee albums en drie IJsbrekers later is Wolf Alice zo groot gegroeid dat Paradiso te klein voor ze is. Dus waren Ellie, Joel, Joff en Theo afgelopen dinsdag te zien in TivoliVredenburg waar zich zo’n 2000 mensen verzamelden om de band in het wild te zien.
Een van hen was onze Bazz, die zijn stoute schoenen aantrok en backstage ging om de bandleden te vertellen dat ze komende week collectief Stationschef zijn. Hij kwam terug met een lijst met favoriete songs van het kwartet uit Noord Londen en een leuk interview, dat je kunt horen in de nieuwe aflevering van Bazz op de Buzz.
Bazz op de Buzz is elke zaterdag te horen om 19:00 uur en wordt herhaald elke donderdag om 22:00 uur.
De Top 25 van Wolf Alice.
Ariana Grande – Thank u Next
Christine & the Queens – 5 Dollars
Marlon Williams – Beautiful Dress
The Japanese House – Lilo
Cherry Glazerr – Daddi
Mullah – Numb
Metro Boomin – Space Cadet.
Slowthai – Drug Dealer
Amyl And The Sniffers – Some Mutts Can’t Be Muzzled
Surfbort – Dope
LD – Pr
The 1975 – Love It If We Made It
Deftones – Cherry Waves
Madonna – Frozen
Twenty One Pilots – Morph
Pond – Sixteen Days
Ariana Grande – Successful
Rudimental – Giving In
The Cure – (I Don’t Know What’s Going) On
Stooges – Fun House
Lou Reed – Cony Island Baby
Idles – Mother
The Vines – Autumn Shade
Sunflower Bean – 22
Mississippi John Hurt – Candy Man
Live Foto Review: Wolf Alice @ TivoliVredenburg 11 december 2018
Wolf Alice @ TivoliVredenburgWolf Alice @ TivoliVredenburgWolf Alice @ TivoliVredenburgWolf Alice @ TivoliVredenburgWolf Alice @ TivoliVredenburgWolf Alice @ TivoliVredenburgWolf Alice @ TivoliVredenburgWolf Alice @ TivoliVredenburgWolf Alice @ TivoliVredenburgWolf Alice @ TivoliVredenburg
De heuvels van Limburg zijn ‘alive’ met de sound van Mt. Atlas. Uit alle hoeken van onze meest zuidelijke provincie komen ze, de leden van Mt.Atlas. Nou ja alle, Heerlen, Kerkrade en Landgraaf om precies te zijn.
Die laatste naam heeft national bekendheid als de gemeente waar jaarlijks het Pinkpop festival wordt gehouden. Het zal dan ook extra bijzonder geweest zijn voor de mannen van Mt.Atlas dat zij vorige week zaterdag de Nu Of Nooit competitie wonnen. De hoofdprijs van de Limburgse bandwedstrijd is namelijk de openingspot op datzelfde Pinkpop.
Mt.Atlas speelt dus een thuiswedstrijd voor een mannetje of -wat zal het zijn?- 30.000? Opvallend is dat veel bands die de Nu Of Nooit-slag winnen uit de categorie heavy komen. Ook Mt. Atlas bestaat uit louter zware jongens, zwaar maar slim. Breekijzer I’ve Sailed The World is een verhalend rockepos met een langzaam, maar zekere opbouw naar een onontkoombare climax. Het is knap hoe de band de spanning laat stijgen en weer dalen zonder uit de bocht te vliegen.
Allemaal op tijd naar Landgraaf gaan dus op 8 juni om getuige te zijn van deel twee van de zegetocht van Mt. Atlas.
We eindigen het jaar met een toekomstvoorspelling. Wij voorspellen The Visual een gouden toekomst. Misschien wel platina.
Wie het trio uit Amsterdam al een keer live heeft gezien, zal beamen dat er iets magisch gebeurt op het podium. En niet alleen daar. Na twee singles kunnen we wel zeggen dat The Visual ook op ‘plaat’ weet te betoveren.
The Visual maakt muziek die niet iedereen zal bekoren. Dansers kunnen beter doorlopen en rockers moeten hun heil elders zoeken, maar als je houdt van muziek met diepgang, met sfeer en met inhoud, dan is The Visual jouw band.
De songs van The Visual zijn veelal traag van tempo en stemmig van sfeer, en hebben zonder uitzondering een mooie melodie en een sterke opbouw, die niet zelden eindigt in een climax van zowel muzikale als emotionele aard. En dan hebben we het nog geen eens gehad over de allersterkste troef van de band, zangeres, Anna van Rij.
Anna kan niet alleen prachtig zingen, maar is gezegend met een warm en donker timbre die haar songs van nature een sfeer geven die anders is, en uniek.
Zij weet zich gesteund door twee instrumentalisten, Timon Persoon op keyboards en Tim van Oosten op drums met wie ze kan lezen en schrijven. Under My Skin is de tweede single van hun binnenkort te verschijnen debuutalbum.
The Visual zal komend jaar veelvuldig op de nationale podia te zien zijn, te beginnen met optredens op zowel Eurosonic als Noorderslag. Grote kans dat de band in Groningen ook gespot zal worden door buitenlandse boekers. The Visual is namelijk te goed om voor helemaal voor onszelf te houden.
Bekend om de goeie live reputatie en met een ongekend tourschema deed de band bijna 2000 optredens in Nederland, Europa en de V.S.. Nog een paar shows te gaan en dan eindigt het avontuur van Birth of Joy na ruim tien jaar en vijf studioalbums in Paradiso. Op 3 januari bouwt de band samen met Death Alley, die ook stopt, een laatste feestje. Na zo lang samen in de bandbus en op het podium moeten er wel veel toffe dingen zijn gebeurd. We spraken met Kevin, Bob en Gertjan af in hun Leidse stamkroeg de WW om te praten over het rock ’n roll-avontuur dat Birth of Joy voor ze is geweest.
Tekst Nadieh Bindels Foto Jorah Terwisscha van Scheltinga
De stamkroeg is de plek waar de drie vanaf het begin van de band samenkomen om bier te drinken, plannen te smeden en bij te komen van optredens. Binnenin de bruine kroeg komen de scheurende gitaren uit de boxen. Voor de deur is de steeg waar Birth of Joy één van haar eerste optredens deed. Op een 2,5 meter hoog podium speelde ze tijdens Leidens Ontzet in 2008 de steeg helemaal ramvol. Gertjan: “Dat was zo vet. Er kon letterlijk niemand meer bij in de steeg en iedereen ging los. Het is misschien wel één van de vetste optredens die ik me kan herinneren.” Na bijna 2000 shows is het lastig te zeggen welk optreden het tofst was, maar er zijn zeker nog wel wat pareltjes blijven hangen bij de drie muzikanten. Bob: “Ik vond de eerste keer Zwarte Cross heel tof. Volgens mij was dat in 2010. We speelden meteen al in de grootste tent en stonden daar met onze kleine spulletjes op het podium. Dat was zeker een hoogtepunt.” Kevin: “We stonden in 2012 op Transmusicales in Frankrijk. Dat was ook echt een speciaal moment. We stonden voor het eerst in het buitenland en speelden meteen voor 3000 man. Het was echt waanzinnig.”
Met hoge toeren de grens over Na het optreden tijdens Transmusicales stroomden de aanvragen voor optredens binnen. Birth of Joy reisde stad en land af om te spelen. In het begin deden ze Frankrijk, Duitsland en Engeland nog in één weekend, niet veel later deden ze zo een week over één land. En ook de V.S. sloegen ze niet over. Ze mochten er op verschillende showcasefestivals spelen. Bob: “Ja het was wel heel vet dat we daar heen mochten en konden zeggen dat we in ‘het grote Amerika’ hadden gespeeld. Het was alleen onmogelijk om daar op te vallen. Zo stonden we in 2013 op CMJ in New York. Dat is een soort ESNS maar dan twintig keer groter met twintig keer zoveel bands.” Kevin: “Ja, weet je nog dat we daar met onze spullen door de stad zeulden? We hadden geen auto en moesten met al onze bandspullen door de stad en in de metro. Wat een gedoe.” Gertjan: “Dan hebben we dat in L.A. beter gedaan. Toen hebben we ergens een winkelwagentje vandaan getoverd om onze spullen de stad door te krijgen.”
Bandbus capriolen & feestelijke streken De bandspullen van A naar B krijgen is in de geschiedenis van Birth of Joy wel vaker een avontuur geweest. Zo had de band in het begin een brandweerbusje uit 1963. Super romantisch en veel mooie herinneringen, maar.. Gertjan: “Ja het was een heel mooi ding, maar handig was het zeker niet. We hebben zo vaak pech gehad met dat ding. Bob: “Er zat een gat in het dak boven de bestuurdersstoel. Dus als het regende, deed Gert-Jan een pet op om niet helemaal zeiknat te worden.” Gertjan: “En de accu ging heel snel leeg. Dus altijd als we bij een plek aankwamen om te spelen, moest ik hem daar opladen. Niet echt handig, maar we hebben er toch twee jaar in gereden, er de clip van ‘Make Things Happen’ mee opgenomen en er Popronde mee overleefd.”
Popronde was de eerste echte tourervaring voor Birth of Joy. Het was voor de band een aanloop naar meer succes, dé periode waarin ze hun goede live reputatie neerzette, maar het was ook zeker een feestelijke ervaring. De drie deden mee in 2010, toen het rondreizende showcasefestival nog een stuk kleiner was dan nu. Bob: “Het duurde destijds zes weken en er waren iets van vijfentwintig steden die meededen. We hebben er toen zo’n tweeëntwintig gedaan, bijna allemaal dus.” Kevin: “Ik kan me herinneren dat het altijd chaos was. Een half uur voor de show was er nog niemand op zo’n locatie en als de show begon, was het stampvol. Het was altijd feest. En weet je nog dat leipe eindfeestje toen in Eindhoven? Dat was in een kraakpand ergens. Super tof!” Gertjan: “Ja, of toen in Middelburg. Dat we met de hele Popronde-crew en allemaal bands in dat huis belandde om nog even een feestje te bouwen tot de zon weer opkwam. Dat was ook een mooie!”
Een feestje bouwen, dat kunnen de drie muzikanten van Birth of Joy zeker wel. Ze hebben dan ook goed van de gelegenheid gebruik gemaakt in de afgelopen tien jaar. Gertjan: “Weet je wat het is. Overal waar je dan komt als band, ben je zelf het feestje. Je treedt op, dus er is feest. Of het nou voor het optreden is, tijdens of erna, er is altijd feest.” Kevin: “Ja dat betekent niet dat we altijd naar de tering zijn gegaan. Met zware tours houd je daar natuurlijk ook wel rekening mee, maar ik kan niet zeggen dat ik altijd een brave gast ben geweest.” Gertjan: “Weet je nog met oud en nieuw toen we in Pacific Parc speelden? We moesten om vier uur ’s nachts spelen. Ja, wat denk je dat er dan gebeurt? Haha! Ik weet nog dat we heel snel door de nummers heen waren.”
Einde in zicht Momenteel tourt Birth of Joy samen met Death Alley door Nederland, om 3 januari voor beiden bands de avonturen af te sluiten in Paradiso. Het kan bijna niet anders dan dat het een bijzondere avond wordt. Bob: “Ik kijk er wel naar uit, samen met Death Alley. Het wordt sowieso gezellig en heel tof.” Kevin: “Er komen zelfs Franse fans naar Amsterdam om die laatste show mee te maken. Dat is echt goeie support! Maar ik heb ook wel in m’n achterhoofd dat het voor het laatst gaat zijn en dat het nu aftellen wordt. Van die kleine momentjes op het podium, de drumsolo’s van Bob bijvoorbeeld”. Toch zijn alle drie de muzikanten blij dat ze dit besluit hebben genomen en ruimte gaan krijgen voor andere projecten en nieuwe kansen. Al blijven ze elkaar wel regelmatig zien.
Als eerste lichting Herman Brood Academie studenten vonden ze elkaar op dag twee van de introductieweek in de oefenruimte. Destijds een jaar of 16, nu bijna 30, is er zoveel gebeurd en beleefd. Gertjan: “Het voelt bijna alsof we een soort broers van elkaar zijn. In goede en in slechte tijden en alles ertussenin. En ik zeg nooit, nooit. Niemand weet wat de toekomst zal brengen, maar voorlopig is het mooi geweest.” Kevin: “Precies dat. Het was een gigantisch avontuur!”
LIVEDATA 15 december Gebr de Nobel, Leiden 20 december Neushoorn, Leeuwarden, 21 december Gebouw-T, Bergen Op Zoom (+Death Alley) 22 december Bibelot, Dordrecht 27 decemberGrenswerk, Venlo(+Death Alley) 28 december LuxorLive, Arnhem 29 december De Pul, Uden 03 januari Paradiso, Amsterdam (+Death Alley)
Girl In Redis de muzikale roepnaam van Marie Ulven, een jonge artieste uit Noorwegen die dit jaar de ene na de andere knaller scoorde met charmant rafelige songs als Girl, Summer Depression en Say Anything.
Marie wierf haar enthousiaste publiek via Youtube, waar de clip van haar debuutsingle I Wanna Be Your Girlfriend na plaatsing een eigen leven ging leiden en de maakster in no time van dilettante tot (internet) ster maakte.
Marie steekt niet onder stoelen of banken dat ze op vrouwen valt en in eerste instantie bestond haar publiek dan ook voornamelijk uit gelijkgestemden. Het illustreert haar muzikale charisma en intuïtieve gevoel voor melodie dat haar songs inmiddels ook door mensen van alle geaardheden worden gewaardeerd. We Fell In Love In October is het zevende schot in de roos op rij van Marie a.k.a. Girl In Red, die nog 20 moet worden.
Vistas is een jonge nieuwe Schotse band, die je zou kunnen kennen van de single Tigerblood, waar wij begin dit jaar het etiket IJsbreker opplakten.
Ons vroege vertrouwen wordt helemaal waargemaakt door de nieuwe single van het trio onder bezielde leiding van Prentice Robertson. Fade is bombastisch op een goede manier met gruizige gitaren, gierende synths en de energie van traytje Red Bull.
Vistas is een band die het niet moet hebben van vernieuwing, maar van opwinding. De Edinburghse zweetrockers komen dan ook live het best uit de verf, maar komt met Fade behoorlijk dicht in de buurt van de euforie die ze in de zaal veroorzaken.