The Smashing Pumpkins – Silvery Sometimes (Ghost)

Goed maar niet geweldig was Solara, de comeback single van The Smashing Pumpkins dat weer voor ¾  in de oorspronkelijke opstelling speelt.

De verwachtingen waren dan ook laag gespannen. Misschien is dat de reden dat het tweede nieuwe nummer van de veteranen wel goed valt. Zo van stel je het ergste voor dan kan het alleen maar meevallen. Maar misschien is Silvery Sometimes (Ghost) gewoon wel echt goed. De tijd zal het uitwijzen, maar vooralsnog zijn we behoorlijk in onze sas met de nieuwe Pumpkins single.

Billy is goed bij stem en er zit spanning in de compositie. Silvery Sometimes (Ghost) is ook geen herhaling van zetten, geen poging om te klinken als ‘in the good old days’ van Mellon Collie, maar laat een ontwikkeling horen. Je hoort dat het The Smashing Pumkins zijn aan de stem van Billy, maar het is  nieuw terrein dat hier wordt betreden.

Het is verleidelijk om producer Rick Rubin de schuld te geven van het welslagen van Silvery Sometimes (Ghost). Hij heeft keer op keer bewezen precies te weten wat de kracht is van de (oude) acts waarmee hij in zee gaat en dat hij in staat is om die sterke punten weer naar boven te halen. Maar het materiaal waarmee Rubin zijn producties opbouwt moet natuurlijk nog wel aanwezig zijn,. En dat is dus duidelijk het geval. Plotseling lijkt de wederopstanding van de originele The Smashing Pumpkins minus D’Arcy een belangrijkere gebeurtenis te worden dan we in eerste instantie dachten.

Animal House – Mummy

Animal House is een nog zo goed als onbekende band uit het Engelse Bristol. Uit Australië eigenlijk. Het vijftal is naar Europa gekomen in de hoop dat dat gunstig zou zijn voor hun carrière. Tot nu toe is dat dus ijdele hoop gebleken, Wat best wel vreemd is, want Animal House (genoemd naar een klassieke comedy met John Belushi) maakt luchtige, vrolijk stemmende, Weezer-esque pop-punksongs, die gehoord mogen worden.

Mummy is de 9e single, die de band dit jaar heeft uitgebracht. Liever dus dan de hele hap in één keer uitwerpen brengt Animal House hun songs een voor een uit. Zo van ‘spaar ze allemaal’! En waarom niet? Wie wil binge luisteren zet ze zelf in een playlist en de fans hebben elke twee weken iets nieuws om naar uit te kijken. Maar qua marketing lijkt de Animal House methode dus weinig effect te hebben, Misschien raakt de aandacht te verdeeld als die om de paar weken wordt afgeleid door weer een nieuwe release. Wij reiken Animal House een helpende hand door Mummy op onze playlist te zetten. Mocht het muntje vallen dan is er dus nog veel meer te halen bij de expats uit Australië. 

Stationschef #325 Scram C Baby

En weer terug! Acht jaar lang heeft Scram C Baby niks van zich laten horen, een eeuwigheid in de popmuziek, maar nu zijn ze er weer en hoe! Als we de Volkskrant mogen geloven -en ze hebben een punt- is Scram C Baby 2.0 beter dan ooit!

“Nooit eerder klonk het Amsterdamse Scram C Baby zo goed”, schreeuwt de kop boven de vijf sterren recensie van het comeback album, Give Us A Kiss.

Het was niet makkelijk de verbazing te schetsen van de ouwe trouwe Scram C Baby schare toen er een paar maanden geleden plotseling een nieuw nummer van hun helden online opdook. De laatste release van de band verscheen nog gewoon op cd, zolang zijn ze weggeweest. De release van het super sterke ‘Elephant’ bleek de start van een nieuw offensief, dat nu met het verschijnen van de eerste langspeler in bijna een decennium in volle hevigheid is losgebarsten. Ze gaan zelfs weer spelen!

Even een korte samenvatting van het voorafgaande. Het bouwjaar van Scram C Baby is 1992. In dat jaar trommelde frontman John Cees Smit voor het eerst zijn troepen op. Het eerste van in totaal 9 albums volgde een jaar later. Tussen toen en 2010 heeft Scram C Baby zo’n beetje alles kunnen afvinken wat een Nederlandse band maar kan bereiken. En toen werd het stil. Naar nu blijkt was dat dus (een nogal lange) stilte voor de storm. In het interbellum tussen het laatste en het nieuwe album zijn (de meeste) bandleden ouder geworden (maar niet noodzakelijk wijzer) en hadden dus wel andere dingen aan hun hoofd dan het land onveilig maken. Maar, artiestenbloed kruipt nou eenmaal waar het niet gaan kan, dus hoeven we niet echt verbaasd te zijn dat de Scram C Babies weer in de weer zijn. De drang om te rocken blijkt zelfs erfelijk. De zoon van JC is in diens voetsporen gestapt, letterlijk en muzikaal. Als gitarist van Canshaker Pi opereert de jonge Smit in het vergelijkbaar vaarwater als senior. Dat wordt nog wat als ook de kinderen van de andere bandleden oud genoeg zijn om gecomponeerd lawaai te maken.

Naar aanleiding van de Pinguin hit ‘Elephant’ suggereerden we dat het herrezen Scram C Baby misschien wat minder onstuimig zou zijn dan voorheen. Na beluistering van het Give Us A Kiss album nemen we dat terug. De band kan zich als het om felheid en energie gaat nog makkelijk meten met de jonkies en wat het schrijven van goede songs betreft kunnen de hedendaagse garagerockers nog wel het een en ander opsteken van de veteranen, die -wederom volgens de Volkskrant – “ (nu) de rust in de kop hebben gevonden om de liedjes echt uit te werken”. Met als resultaat een ‘verbijsterend’ album.

Onze Bazz zocht contact met Scram C Baby om ze namens ons allen een warm welkom terug te heten. Het interview dat hij had met John Cees Smit kan je zaterdagavond beluisteren om 19.00 uur en/of in de herhaling op donderdagvond vanaf 22.00 uur.          De lijst prachtplaten, die de band heeft ingeleverd hoor je dan en de hele week door.

Scram C Baby‘s favorieten

1. Personal Trainer – The Industry
2. Sleaford Mods – Tied up in notz
3. Bull – Perfect Teeth
4. I believe in my mess – My sad thoughts
5. The Wedding Present – Everyone thinks he looks daft
6. De Artsen – Ten Grains
7. Parquet Courts – Outside
8. KANIPCHEN-FIT – Fight
9. Canshaker Pi – No sack, no way
11. The Fall – The Classical
12. Nick Cave – Jubilee Street (live in Copenhagen)
13. LCD Soundsystem – How do you sleep
14. New Order – Bizarre Love Triangle
15. The Gun Club – Sexbeat
16. Boum! – Charles Trenet
17. Hospital Bombers – Thunderstorm
18. The Smiths – London
19. Nina Simone – To love Somebody
20. Stiff Little Fingers – Break Out
21. Pavement – Stereo
22. Pixies – Santo
23. Meindert Talma & the negroes – Rinskje
24. Beastie Boys – Sabotage
25. Oh Sees – C
26. The Liminanas – Two Sisters

27. Grinderman Go tell the women
28. The Chills – Look for the good in others to see the good in you

LIVEDATA: 25 & 26 oktober: Cinetol: Amsterdam (cd-presentatie). 22 november: Merleyn: Nijmegen. 01 december: Simplon: Groningen.
01 februari: Altstadt: Eindhoven

Shining – Animal

Afhankelijk van hoe je er in zit, heeft Noorwegen een goede of slechte reputatie op metalgebied. Het Scandinavische land is de broedplaats van de meest duistere om niet te zeggen duivelse vormen van metal, maar herbergt ook een scene die niet Satan aanbidt, maar virtuoze muzikanten, mannen en helaas nog in mindere mate vrouwen, die de sterren van de hemel spelen.

Aanvoerder van die vriendelijkere Noorse scene is Jørgen Munkeby, baas van de band die Shining heet. Munkeby is van oorsprong een jazzmuzikant, die is omgeschoold tot metalman. Hij is min of meer de uitvinder van een stijl die Blackjazz is gedoopt, een samensmelting van -inderdaad- metal en jazz. De link tussen beide genres is virtuositeit. Shining is een begrip geworden in de wereld van de muzikale metalen.

Reken er op dat Shining met hun nieuwe release weer de nodige deining zal veroorzaken. Of je die als positief of negatief ervaart hangt wederom af van hoe je er inzit. De immer onrustige Munkeby heeft namelijk de blackjazz de rug toegekeerd en een album gemaakt dat bedoelt lijkt voor de massa. Nou ja massa, het blijft heavy, maar de bedoeling van Munkeby is dat je er ook op kunt dansen. Hij heeft het zelfs over ‘party anthems’. Een beetje zoals Ghost dus uit buurland Zweden, dat op hun jongste album ook naar rechts (of is het links) is opgeschoven.

Wees gerust de kans dat er tracks van het Animal album op de playlist van Martin Garrix terecht zullen komen is nihil, en er wordt nog altijd op hoog tempo en niveau gemusiceerd. Alleen is de Shining wel wat radiovriendelijker dan voorheen, wat ons natuurlijk prima bevalt. Vandaar dat we de titeltrack van het nieuwe Shining album hebben gepromoveerd to Breekijzer.

LIVEDATUM: 16/2/19 Patronaat, Haarlem.

Sundara Karma – Illusions

“Laten we niet al te stellig zijn en beweren dat Sundara Karma het dit jaar gaat maken, dat kan namelijk ook volgend jaar zijn. Maar dat de band afstormt op roem en fortuin is een ding dat zeker is”.

Dat schreven we twee jaar geleden naar aanleiding van de single ‘A Young Understanding’, die we prompt tot IJsbreker bombardeerden. Daarna volgden ‘She Said’, ‘Flame’ en ‘Happy Family’ en was wel duidelijk dat onze voorspelling uit zou komen. In Engeland heeft Sundara Karma inmiddels de A-Status bereikt. Bij ons -moeten we eerlijk toegegeven-  is er nog wel wat terrein te winnen. Maar -daar gaan we weer- dat is nu toch echt alleen nog maar een kwestie van tijd.

Illusions, de eerste single van het nieuwe album van de glamrockers uit Reading is er namelijk een voor de boeken. In het begin vergeleken we de band van Oscar ‘Lulu’ Pollock ook met Arctic Monkeys. Die vlieger gaat nog steeds op. Pollock’s stem doet sterk denken aan die van Alex Turner op het nieuwe Arctic Monkeys album. Maar waar Turner veel vorm en weinig inhoud biedt op Tranquility Hotel, heeft Sundara Karma een toptrack gecomponeerd waarin Pollock alle ruimte heeft om te schitteren. En hij niet alleen. De tweede helft van het ruim 5 minuten durende Illiusions geeft hij over aan de band, die de spanning opvoert tot een bijna ondraaglijk niveau.

Je kunt overigens ook zeggen dat Pollock en Turner dezelfde held hebben, het zelfde voorbeeld volgen, dat van the late great David Bowie. Zijn invloed is bijna tastbaar op Illusions. Met zijn vrouwelijke voorkomen lijkt Pollock ook nog eens behoorlijk veel op Bowie ten tijde van Hunky Dory. Wat ons betreft bestaat er na Illusions geen enkele twijfel meer. Sundara Karma is gemaakt is van headliner materiaal.

CLIPPRIMEUR! Douglas Firs – Everything’s A Lie

Douglas Firs is aan een boerenjaar bezig. Enkele maanden terug brachten ze hun fel bejubelde derde album Hinges of Luck uit, en sindsdien was frontman Gertjan Van Hellemont zo goed als non-stop onderweg. Met zijn vrienden/topmuzikanten die Douglas Firs vervolledigen: Simon Casier (Balthazar), Laurens Billiet en grote broer Sem.

De band die intussen zo op elkaar is ingespeeld, lost nu een gloednieuwe track: single Everything’s A Lie. Het plezier waarmee deze muzikanten samen spelen, spat ervan af, wat klinkt alsof Courtney Barnett Jack White heeft uitgenodigd op de koffie. Aan de mengtafel tijdens het mixen: Kevin Ratterman, bekend van zijn werk met Ray Lamontagne en My Morning Jacket.

De zoektocht naar wat je als jonge mens (‘millennial’ heet dat zeker?) in dit leven moet gaan kiezen was al eerder te horen op die derde plaat, maar toont zich hier met een iets andere, onrustigere insteek:  “You just have to figure out exactly what it is you want to do so you can then decide to go and do something else,” aldus Douglas Firs. Of ook wel: “Come on get out your gun // we’ll have a little fun // I’ll show you things we don’t need no more”
LIVEDATA 01/11 Crossing Border Festival, Den Haag 18/12 Ancienne Belgique, Brussel

Tim Knol – I’m Not Ready For The City

Tim Knol is van het rustieke Hoorn verhuisd naar Amsterdam en heeft daar een beetje spijt van. Het is namelijk nogal hectisch in de hoofdstad. Daarover gaan de nieuwe single van de singer-songwriter-verzamelaar en platenbaas.

I’m Not Ready For The City klinkt alsof Tim L.A. bezingt i.p.v. Amsterdam. Qua stijl doet I’m Not Ready For The City sterk denken aan de songs, die Graham Nash schreef voor C.S.N. met en zonder Y. De song zong al een tijdje rond in Tim’s hoofd, maar was niet op tijd rijp voor zijn redelijke recente Cut The Wire album. Hij nam het nummer op in zijn studio in Hoorn, die hij zo verstandig was om aan te houden. Daar kan hij in in alle rust werken zonder dat zijn muze wordt overstemd door loeiende sirenes, stonede Italianen en crashende Segways.

LIVEDATA:

02 nov. Poppodium Hedon Zwolle
03 nov. Bibelot Dordrecht 
09 nov. Gebouw-T Bergen Op Zoom
10 nov. Mezz Breda
16 nov. Fluor Amersfoort
23 nov. De Oosterpoort Groningen  
24 nov. De Pul Uden
08 dec. Grolsch Zaal Enschede 
05 jan. Paradiso Grote Zaal Amsterdam

The 1975 – Love It If We Made It

Elke ochtend om acht uur is het tijd voor een verse Clip van de Dag. Met vandaag de nieuwe single Love It If We Made It van de populaire Britse poprock band The 1975 uit Manchester. 30 november komt het derde album A Brief Inquiry into Online Relationships uit. Love It If We Made It is afgelopen week binnengekomen in de Graadmeter en hoor je ook op Pinguin Pop.

The Joy Formidable – The Better Me

Vier albums oud is The Joy Formidable nu. Maar, zoals nieuw album AAARTH laat horen nog volop in ontwikkeling. Na drie albums is de platenmaatschappij van het trio uit Wales to de conclusie gekomen dat de gewenste doornbraak naar de mainstream er niet meer in zit. Liever dan opnieuw onder het juk van en groot label te leven koos The Joy Formidable de vrijheid van een eigen label.

De opnamen voor het nieuwe album maakten de band  op locatie tussen de bedrijven van hun wereldtournee door. Desondanks of misschien wel daarom is AAARTH – arth is Welsh voor beer- hun meest experimentele en Welshe album tot dusver toe geworden.

Niet elk nummer op de nieuwe plaat is zo barok als The Better Me, maar de single is wel representatief voor de drive van de band. Eigenlijk is het enige vertrouwde aan The Better Me de stem van Rhiannon ‘Ritzy’ Bryan. Zij schittert in een vals platte rocksong vol mood swings. Een Oosters klinkend vioolintro wordt verstoord door een scheurgitaar, waarna ze zachtjes begint te zingen, niet veel later begint het geweld. Alsof ze een deur open doet, waarachter een leger gitaren in hinderlaag ligt te wachten op hun kans. Dit proces herhaalt zich een paar keer aan elkaar geregen door een neurotische slide-gitaar. The Better Me is weer niet het soort song, waarmee The Joy Formidable het grote publiek gaat inpalmen,  een reden te meer om de band te koesteren.

Mini Mansions – Midnight In Tokyo

Mini Mansions is een supergroep van de categorie B. Dat is niet denigrerend bedoeld. De bands waarin de drie muzikanten spelen zijn wereldberoemd, alleen bewegen zij zich op de achtergrond, zijn ook niet officieel lid. Michael Shuman, Zach Dawes en Tyler Parkford zijn huurlingen met o.a. Queens of The Stone Age, Arctic Monkeys en The Last Shadow Puppters als werkgever. Sommige sessiemuzikanten willen en kunnen echter meer dan simpel begeleiden en doen wat de baas zegt. Dat geldt dus voor het genoemde trio dat in 2010 debuteerde als Mini Mansions.

Mini Mansions maakt indie-pop met de nadruk op pop. The Beatles en Elliot Smith worden vaak genoemd om de sound van het trio te omschrijven, vergelijkingen waarmee de band goed kan leven.