Joyce Manor is een Amerikaanse emo band , of nu die term min of meer in onbruik is geraakt een pop-punkband. hun thuisstaat California en Epitaph het label dat net hun vierde album heeft uitgebracht. Dat album, Cody is een flinke stap vooruit, tenminste als je een heldere productie, slimme songs en verstaanbare teksten belangrijk vind. Sinds hun hard-core start in 2011 is Joyce Manor steeds toegankelijker geworden, met hun nieuwe album richt de band zich niet meer alleen op het punkpubliek, maar op iedereen die houdt van door gitaren aangedreven powerpop met teksten over ouder worden, angsten, Kanye West en John Steinbeck. Producer van het potentiele cross-over succes van Joyce Manor is Rob Schnapf, die eerder vergelijkbare wonderen verrichtte voor Beck en Elliott Smith.
Category: Nieuwe Muziek
Interview Twin Atlantic: “Dit is wie wij zijn en dit is hoe wij klinken”
Vorige maand verscheen GLA, het vierde album van Twin Atlantic, de Schotse rockband die na enkele bescheiden pogingen deze keer eens het Europese vasteland definitief zou willen veroveren. Het optreden tijdens Pinkpop 2015 en een eerdere show op Lowlands leken een grote doorbraak in ieder geval niet in de weg te zitten. Het publiek en de daar aanwezige pers wisten het in ieder geval zeker: het kan niet anders, dit gaat een hele grote worden…
Tekst Jeroen Bakker
Vele uren voor aanvang van het optreden hebben de eerste fans zich al voor de hoofdingang van Paradiso verzameld. Het zijn voornamelijk jonge meiden die nerveus om zich heen kijken of er wellicht een mogelijkheid is om één of meer bandleden te kunnen ontmoeten. Een eerder optreden van hun helden kon wegens stemproblemen van zanger Sam McTrusty geen doorgang vinden. “Vanavond gaat het allemaal goedkomen,” zo verzekeren Ross en Craig, respectievelijk bassist/toetsenist en drummer van de band, ons. De vocalist verrekte eerder dit jaar zijn stembanden zodanig dat wanneer hij zou doorgaan en het daardoor forceerde, de ramp niet te overzien zou zijn. De fans hoeven zich geen zorgen te maken: “De stem van Sam is sterker dan ooit.”
De bescheiden en goedlachse Schotten genieten zichtbaar van de aandacht en laten het gewillig over zich heen komen. Er zijn veel herinneringen aan Nederland. Ze hebben hier tenslotte regelmatig gespeeld. Maar verder dan de legendarische katers na een ruige nacht in de hoofdstad weten ze op dit moment klaarblijkelijk niets noemenswaardigs te vermelden.
De titel van het album bevat de eerste drie letters van de stad Glasgow en is tegelijkertijd een ode aan de uit die stad afkomstige trouwe achterban. “Wij bedoelen hier in het bijzonder de mensen die vanaf het allereerste begin achter ons stonden en in ons geloofden toen we hiermee begonnen.” De kenmerken van de stad zijn volgens de muzikanten terug te vinden in de muziek die we op dit nieuwe album kunnen horen. Het zit boordevol contrasten. Het ruwe kille karakter maar ook de tedere en gepassioneerde kant van de stad. “Elke track is een snapshot die een kant van de stad belicht. Glasgow is een geweldadige stad maar niet ruiger dan iedere andere grote stad in Europa,” zo vertelt Ross. “Glasgow is honest, real en kent ook een darkside. Zo zit de stad boordevol gangs, draait alles om drugs en dat brengt veel problemen met zich mee”, klinkt het serieus. De ouders waren indertijd dan ook heel erg gelukkig met de keuze van de jonge gasten om zich volledig met muziek bezig te gaan houden. Dat ze er ook nog succesvol mee zouden worden had werkelijk niemand verwacht.
Vooralsnog is het voornamelijk de UK waar het succes zich afspeelt. Zalen met een capaciteit van duizend tot tweeduizend toeschouwers raken moeiteloos uitverkocht. “We hebben ons dan ook hoofdzakelijk op de optredens bij ons gericht en daardoor is het Europese vasteland een beetje achtergebleven denk ik. Hoog tijd dus om het in te halen,” klinkt Ross vastberaden. Het komt daarom goed uit dat de muziek van Twin Atlantic ook door enkele grote invloedrijke en commerciële bobo’s lijkt te zijn ontdekt en zou een reclame-spot voor Eurosport zeker niet zo succesvol zijn geweest zonder de krachtige begeleidende muziek van Twin Atlantic. Wie deze jongens zo onderuitgezakt ziet zitten in de kleedkamer van Paradiso zou ze trouwens niet bepaald meteen associeren met een sportief imago of een opwindende sport-commercial. Het blijkt een enorme misvatting. De heren zijn wel degelijk uitermate sportief, al wordt het hoofdzakelijk allemaal op televisie gevolgd met een lekker bier binnen handbereik. In Glasgow draait namelijk alles om het voetbal en dat wordt allemaal nauwlettend in de gaten gehouden. Werkelijk nergens gaat supportersrivaliteit zover als in de Schotse stad waar voetbalclubs Glasgow Rangers en Celtic niet alleen de dienst uitmaken maar ook voor grote verdeeldheid zorgen. In hun eigen land zou een uitspraak hierover invloed hebben op een aanzienlijk deel van de trouwe aanhang maar hier is daar niets van te merken.
Het maakt ze tegenwoordig niets meer uit wat de mensen denken. De tijd dat Twin Atlantic precies dat deed wat het publiek wilde horen is met het uitbrengen van GLA voorbij. De optredens en het contact met bands als Biffy Clyro, Blink 182 en Limp Bizkit heeft ze duidelijk aan het denken gezet. Niet langer zijn de concessies in het maken van muziek leidend. “Dit is wie wij zijn en dit is hoe wij klinken. Als het je niet bevalt is dat jammer voor je”.
De voorkeur is overduidelijk. Celtic zit diep in hun hart. “In mijn jeugd was Henrik Larsson mijn idool,” aldus de enthousiaste Craig. “Niet alleen een geweldige voetballer maar ook nog eens een voorbeeldige prof. Zelfs de fans van de Rangers vonden hem aardig”. Plotseling worden allerlei hoogtepunten van hun jeugd-idool genoemd en kost het zowaar enige moeite om het gespreksonderwerp te veranderen en de focus weer op muziek gericht te krijgen. “Oh ja, er is vanavond een show in Paradiso,” zie je ze denken. “Ieder optreden is een feest dat we samen met de fans vieren. Net als al die andere keren hier. We hopen daarna nog naar de stad te kunnen. Het zal morgen ongetwijfeld weer een zware dag worden!”
LIVEDATA 01/11 KAVKA, Antwerp 02/11 EKKO, Utrecht
CUT_
Elke dag om acht uur is het tijd voor Sex, Clips & Rock ‘n Roll. De nieuwe week beginnen we met een opvallende clip van het Amsterdamse elektronische duo CUT_. Het gaat goed met de groep, ze zijn getekend bij platenmaatschappij PIAS, deze clip ging internationaal in première en CUT_ staat op het Amsterdam Dance Event. Single Tune In, Tune Out laat hun aandachtige donkere elektronica presenteren. Pinguin Radio zegt Tune In!
Savoy Motel – Sorry People
Beter dan de band zelf doet in de bijsluiter van hun nieuwe single/clip op Youtube kunnen wij het niet verwoorden, “ We zijn geen post-punkband of een retro glam revival groep. We proberen niks opnieuw tot leven te wekken. Savoy Motel speelt southern rock in een modere traditie.” Southern rock is, voor wie dat niet weet, een genre dat rond 1970 ontstaan is in het zuiden van de V.S. Southern rock bands spelen muziek, die net zozeer gevoed wordt door country als blues invloeden. De beste southern rockbands lonken zelfs met jazz. Veel southern rockbands hebben twee drummers, bijna allemaal hebben ze twee of meer gitaristen. Ook Savoy Motel uit Nashville sluit hun sterke nieuwe single, Sorry People af met een dubbele gitaarsolo. Verder houdt Savoy Motel zich niet aan de spelregels. Er is nooit eerder een southern rock band geweest met een vintage ritmebox (een Maestro) of synthesizers. Vrouwen in de gelederen anders dan achter een microfoon is ook een nieuwigheid in het genre net als de lekker lijzige zang, die meer weg heeft van Talking Heads dan van southern rockhelden Lynyrd Skynyrd.
Peer – Won’t Be There
Een blik op het deelnemersveld van Popronde 2016 leert dat het heel goed gaat met Nederland Muziekland. Niet alleen is het niveau hoger dan ooit, ook de diversiteit valt op. Een oorstrelend orkest in de categorie pop met punk is het Zeelandse PEER. De jonge honden (de vier leden zijn nog onder de bierleeftijd) scholen samen sinds 2013, een jaar later hadden ze hun eerste erkenning te pakken in de vorm van een Buma Award. De Zeeland connectie leverde een plekje op Concert At Sea op, waar ze in het oog liepen van mensen met smaak en invloed zoals Jett Rebel en Peter Slager van Bløf. PEER kwam moeiteloos door de ballotage van de Popronde 2016 en maakt nu vrienden en fans overal waar ze inpluggen. PEER zit nu in een spannende fase, de naam is gevestigd op het podium, maar je bent pas echt een band als je ook de studio naar je hand kan zetten.Won’t Be There is de derde single van PEER en het bewijs dat ook die horde is genomen. Alles klopt aan Won’t Be There, de energie, de melodie, de pit en de pop. De PEER is los.
Stationschef 229: Kaiser Chiefs / Simon Rix
In het eerste decennium van deze eeuw vierde Kaiser Chiefs de ene triomf na de andere. 4 topalbums op rij brachten de mannen uit en genoeg hits voor een Greatest Hits vol.1. En toen draaide de wind. In 2012 maakte drummer Nick Hodgson zijn vertrek bekend. Hij vond optreden eigenlijk maar niks, in de studio daar lag zijn toekomst. Dat kwam hard aan, niet alleen was Hodgson lid van het clubje vrienden dat sinds de basisschool bij elkaar is en waaruit Kaiser Chiefs is ontstaan, Hodgson was ook mede-auteur van zo’n beetje alle belangrijke hits. Begrijpelijk dus dat Kaiser Chiefs na het afscheid van de componerende drummer in een dipje raakte.
Album 5 leverde maar één hit op i.p.v. de gebruikelijke drie. Er moest iets gebeuren. Er werd hulp gezocht en gevonden in de persoon van Brian Higgins, een veteraan wiens kostje was gekocht in de late jaren 90 toen hij Believe produceerde van Cher. Sindsdien prijkt zijn naam als producer en/of componist op stapels hitalbums en songs. En nu heeft Higgins zijn magie dus op Kaiser Chiefs mogen loslaten. Of het heeft geholpen zal de komende tijd duidelijk worden. De eerste tekenen wijzen wel in die richting.
Nieuw album Stay Together is uit en lijkt, getuige de reacties op de singles Parachute en Hole In My Soul het tij te keren. Kortom spannende tijden voor de lads uit Leeds. We hoefden dan ook niet lang te twijfelen toen de gelegenheid zich voordeed om een lid van de band te spreken te krijgen, bassist van het eerste uur Simon Rix. Onze sterreporter Bazz B. sprak uitgebreid met Simon, een gesprek dat je met de keuze van de Chiefs in zijn geheel kunt beluisteren op zaterdagvond tussen 19:00 en 21:00 uur en/of donderdagavond vanaf 22:00 uur.
De keuze van Kaiser Chiefs.
1. Chad Jackson – Hear the Drummer (Get Wicked)
2. Mac Miller – Dang! (feat. Anderson .Paak)
3. Paul Simon – You Can Call Me Al
4. Dire Straits – Sultans of Swing
5. SBTRKT – New Dorp, New York (feat. Ezra Koenig)
6. The Chemical Brothers – Go
7. Snoop Dogg – Who Am I (What’s My Name)?
8. Disclosure – Boss
9. Jax Jones – House Work (feat. Mike Dunn & MNEK)
10. Kanye West – Stronger
11. David Bowie – Modern Love (Single Version)
12. Kris Kross – Jump
13. Beastie Boys – Root Down
14. Jack White – Lazaretto
15. Missy Elliott – Get Ur Freak On
16. Major Lazer & DJ Snake – Lean On (feat. MØ)
The Jerry Hormone Ego Trip
Een week of wat geleden kregen we een eerste nummer van The Jerry Hormone Ego Trip op ons bordje. Dat was een aangename verrassing. Zelden hadden we zo’n ideaal huwelijk gehoord van controverse, humor en ernst. En nog in het Nederlands ook! Titel van het lied is Dood Dood Dood. Er is nu een tweede track uit, een ode aan enen Josefien. Josefien is minder scherp op de snede, maar niet minder plezant. Op de nieuwe single klinkt zanger Jerry als de liefdesbaby van Iggy Pop en Herman Brood, terwijl de Egotrippers sterk naar garage ruiken. Hormone is een man van meerdere ambachten en ambities. Behalve zanger is hij ook schrijver van romans en korte verhalen. Voordat hij zijn literaire talenten ontdekte, was Hormone gitarist in de polderpunklegende The Apers. Na nog wat omzwervingen in de wereld van zware gitaren, bier en tattoos besloot hij zich om te scholen van bühnebeest tot boekenworm. De Ako literatuurprijs heeft hij nog niet binnen, maar zijn naam als auteur heeft Hormone zeker gevestigd. Gelukkig kruipt ook zijn bloed waar het niet gaan kan en is hij een tweede leven begonnen als rocker-vertolker van het betere Nederlandse lied.
IJsbreker: Temples
Temples is terug! Nu nog psychedelischer! Het Britse Temples bracht twee jaar geleden de juiste plaat op het juiste moment uit. Aangevoerd door Tame Impala beleefde de nieuwe geestverruimende rock zijn eerste bloeiperiode. Temples sloot daar naadloos bij aan met songs als Keep In The Dark en Shelter Song. Hoorde Temples toen nog bij de kopgroep, het laatste jaar is psych-rock (en broertje garage-rock en zusje beach-pop) een van de meest beoefende genres in heel indie-land. Verstandig dus dat Temples niet al te ver van de oorspronkelijk boodschap is afgeweken. Toch is er wel degelijk sprake van ontwikkeling. Op Certainty is het accent verschoven van gitaren naar keyboards, is de sound meer sophisticated en de zang ongeveer een octaaf hoger. Frontman James Bragshaw zei in een recent interview dat hij zich heeft laten inspireren door hele oude Disney soundtracks, die zijn harmonieus, maar met een duistere draai. Mission accomplished. Certainty is de smaakmakende voorloper van een tweede album van de band uit de Midlands, dat waarschijnlijk pas volgend jaar zal uitkomen.
Breekijzer: Enter Shikari
Van de nieuwe Breekijzer op Pinguin On The Rocks gaan je oren klapperen. Geen twijfel mogelijk. Want de surprise single Hoodwinker van de Engelse hardcore-rockformatie Enter Shikari is vuurwerk. De groep is bezig met een vervolg op het zeer succesvolle vierde album The Mindsweep uit 2015 en volgens hen wordt het hun beste werk tot zover. Over de eerste single Moodwinker zegt Enter Shikari: ‘an attack on your God’ and a blast of ‘frustration and righteous indignation’. Op 4 november komt er eerst nog een livealbum uit en vlak daarvoor doet Enter Shikari het voorprogramma van Bring Me The Horizon in de grote O2 Arena in Londen.
Interview traumahelikopter: Laagdrempelig en eerlijk
In de Poelestraat in Groningen, zo’n beetje dé uitgaansstraat van het hoge noorden, zit een trotse Mark Lada, die met liefde en een grote grijns vertelt over de te verschijnen derde plaat van traumahelikopter. De frontman en songwriter van de band dus in z’n eentje, maar voor een saai stroperig gesprek zijn we geen seconde bang. Lada is een goede prater en verstopt zijn liefde voor muziek zeker niet. Lekker lullen over muziek met een biertje, niets mis mee. Al hangend op de bank in de achterkamer van het Concerthuis, een zeventiende-eeuws voormalig concertpodium, hebben we het over album drie: Competition Stripe.
Tekst The Daily Indie | Jeroen Sturing Foto’s Tineke Klamer
Voor traumahelikopter moet de tijd de afgelopen zes jaar zijn omgevlogen, want: time flies when you’re having fun. Het begon met recht-voor-z’n-raap-garagerock op het titelloze debuutalbum. Op album twee werden de nummers melodieuzer en de teksten zwarter. Succes hadden ze in Amerika, waar de garagerockscene vele malen groter is dan in Nederland, met drie keer showcasefestival SXSW tot gevolg. Maar traumahelikopter is niet het doorsnee garagerockbandje: het heeft een vrijwel unieke opstelling met twee gitaren en een gestripte drumkit: enkel een floordrum, een bekken en een snaredrum. Op het derde album Competition Stripe zoekt de driemansformatie naar meer dynamiek. Niet meer veertig minuten knallen op het fameuze ‘standje traumahelikopter’ dus, want zeker op de tweede helft van de plaat mindert het tempo en vinden we ballads.
Hoe kwam de sound van Competition Stripe tot stand?
“Bij ons eerste album (traumahelikopter, 2013 – red.) waren we onbevangen en zo hebben we de plaat gemaakt. We hebben in vijf dagen alles erop geknald en dat was het. Het tweede album was gecompliceerder, zo ook het opnameproces. Onze nieuwe plaat gaat qua eenvoud meer richting album één, maar is ook een stuk gevarieerder geworden. Je ontwikkelt je als band. Er hoeft bij ons niet koste wat het kost vooruitgang in te zitten, als we maar niet twee keer hetzelfde album maken. We vinden het altijd interessant om te kijken wat we nu weer kunnen doen. Doordat we zo’n gestripte opstelling hebben, is dat de uitdaging. We hebben nu drie verschillende platen gemaakt en voorlopig lukt dat nog. De rek is er nog niet uit.”
Kunnen we traumahelikopter met deze nieuwe ingeslagen weg nog wel garagerock noemen?
“Als mensen het hebben over garagerock, dan stellen ze zich voor dat het Californische, wiet rokende ragbandjes zijn, maar zo zie ik het niet. Het genre staat voor mij eerder voor een laagdrempeligheid en eerlijkheid in muziek dan voor een bepaalde sound. Waar we voor deze plaat naar geluisterd hebben loopt uiteen van country tot duistere wave. We zijn alle drie ontzettende muzieknerds en dat zit er allemaal in. Voor mij maken we daarom gewoon gitaarmuziek. Ik hoef het wiel niet per se opnieuw uit te vinden, ik zie onze band in een traditie van andere groepen. Het is gitaarmuziek van beste vrienden die het leuk vinden om te spelen. Zo simpel is het.”
De reputatie van garagerockers is wel dat er nog weleens vreemde dingen gebeuren bij een optreden.
“Ja, we hebben ooit in een Belgische bikershop gespeeld waarbij iemand, bewust of onbewust, op een gegeven moment zijn haar in de fik stak. Dat is wel een van de raarste dingen die ik ook heb gezien. Het was een heel klein zaakje en we stonden op een verhoging met een motor ernaast. Toen keek ik naar beneden en zag ik het. De bezoeker is hij de zaal uit geëscorteerd.”
De reputatie van garagerockers is wel dat er nog weleens vreemde dingen gebeuren bij een optreden.
“Ja, we hebben ooit in een Belgische bikershop gespeeld waarbij iemand, bewust of onbewust, op een gegeven moment zijn haar in de fik stak. Dat is wel een van de raarste dingen die ik ook heb gezien. Het was een heel klein zaakje en we stonden op een verhoging met een motor ernaast. Toen keek ik naar beneden en zag ik het. De bezoeker is hij de zaal uit geëscorteerd.”
Hoe was het om met de band drie keer op SXSW in Amerika te spelen?
“Spelen in Amerika was altijd al een jongensdroom. Ik ben altijd gigantisch fan geweest van de muziek daar en wilde het land heel graag zien. Vooral hun kijk op muziek is inspirerend om mee te maken. De popcultuur in Amerika verschilt enorm van die in Nederland en Europa. Ik merk in Europa, en zeker in Nederland, dat het enorm goed gefaciliteerd is met popzalen en subsidies. In Amerika is dat niet zo. Daar kom je niet weg met halfbakken shit, iedereen kan daar goed spelen. Al die bands zien er goed uit, klinken goed en zijn gewend om keihard te werken – vaak zonder enig succes. Er is veel meer een kroegencircuit waar middelgrote bands nog rocken in bars. Dat heeft iets romantisch, iets charmants. Tegelijkertijd mag je hartstikke blij zijn dat wij hier in een land leven waar je de meest geweldige festivals hebt met topgeluid en goed eten. Op SXSW speelden we op een feestje van het label Burger Records. Het was een van de hipste feestjes die je er kon vinden. Toch was er een enorm slecht geluidssysteem, geen soundcheck of wat dan ook. Iedere band kwam gewoon, plugde in en ging meteen spelen, of het geluid nou goed was of niet: daar was geen tijd voor. Dat is Amerika: een enorm verschil met hier. Het is de essentie van de muziek en het is daardoor heel oprecht en echt. Ik mis die instelling bij veel Nederlandse bandjes, hier moeten we alles maar polijsten.”
Het land Amerika houdt je bezig; je zingt in de titeltrack van jullie nieuwe album ‘We Are Europeans in America, this is what we do now’. Is dat waar de plaat over gaat?
“Dat was lichtelijk ironisch bedoeld. Je ziet heel vaak dat mensen in Europa erg bezig zijn met het kopiëren van wat er in Amerika gebeurt, en een heleboel bandjes doen dat ook. Hoe ik het zie ie dat ik met de vele invloeden die ik heb, graag iets wil maken wat van mij is; iets persoonlijks en geen kopie ergens van. Het overkoepelende idee van de plaat is dat we nu in een internettijd leven waarin alles toegankelijk is voor iedereen. Hartstikke mooi natuurlijk, en het levert ons een ontzettend rijke beeldcultuur op, maar er is ook een geweldige overdaad. Dan vraag ik me af: wat beklijft er nog? Wat houdt er waarde en waar kijk en luisteren we over twintig, dertig jaar nog steeds naar? Bandjes schieten als paddenstoelen uit de grond, krijgen heel veel aandacht en worden heel erg gehypet, maar een jaar later heeft niemand het er nog over. Mensen zijn continu opzoek naar iets nieuws. Daar zit ook een competitief element in, in de zin dat iedereen probeert interessanter, leuker, knapper en beter te zijn dan een ander. Alles lijkt op elkaar en je ziet het eigenlijk in veel dingen: de kunst, de mode en de muziek. Dat is de competition waar de plaat over gaat.”
Doet traumahelikopter daar dan niet aan mee?
“Als ik het op onszelf betrek, vind ik het heel cool dat wij het met z’n drieën gewoon tof hebben. Überhaupt dat we drie platen gemaakt hebben, wat heel veel bands tegenwoordig al niet meer lukt. We zijn beste vrienden, dat is het. Dat maakt dat wij er wel heel veel zin in hebben. We zijn meer een soort broers nu omdat we zoveel samen hebben meegemaakt. Wij hoeven elkaar niets uit te leggen, wij begrijpen elkaar en weten wat we aan het doen zijn.”
LIVEDATA 25/10 Dutch Design Week, Eindhoven 27/10 EKKO, Utrecht 03/11 Vera, Groningen 05/11 Paradiso, Amsterdam
The Daily Indie
Vrijdag 16 september is de nieuwe editie van The Daily Indie uitgekomen!
In het nieuwe magazine, het derde van 2016, vind je interviews met Wild Beasts, Allah-Las, Warpaint, Preoccupations, Glass Animals, Ryley Walker, Lookapony, traumahelikopter en Popronde Nederland.
Abonnement nemen doe je hier.