The Nude Party – Honey To The Barflies

Honey To The Barflies van The Nude Party is een lekker ongecompliceerd countryrocksong met een grappige tekst, een lekker retro Farfisa orgeltje en een paar mooie solo’s.

De tekst is geïnspireerd door een vriendin van co-componist Patton Magee. Zij werk in een kroeg en moet avond aan avond de vaste clientèle van haar lijf houden. ‘I feel like honey for barflies’ verzuchtte ze. The Nude Party die we nog kennen we nog van Shine Your Light en IJsbreker Rides On  is een 7 koppige rootsrockband uit NYC. De band heeft inmiddels vier albums op hun kerfstok, een vijfde is in aantocht.

This Is Lorelei – Holo Boy

This is Lorelei is de artiestenaam van Nate Amos, een zanger-schrijver-gitarist uit Vermont, die zijn tijd en talent verdeelt tussen de band Water From Your Eyes waarin hij leadgitaar speelt en This Is Lorelei waarin hij zo’n beetje alles doet.

Met Water From Your Eyes maakt Nate averechtse indierock. Als This Is Lorelei produceert hij vrij pure powerpop. Op zijn recent verschenen tweede album staan 10 juweeltjes, sommigen nog geen 2 minuten lang. Holo Boy, het titelnummer van het album heeft de klassieke popsong lengte van 3 en halve minuut. Maar gezien (gehoord?) de prachtige klanken die hij zijn gitaar ontlokt had dat best 2x zo lang mogen zijn.

Sleaford Mods – No Touch ft. Sue Tompkins.

Nieuwe Sleaford Mods single No Touch is een voor hen doen vrij rustig nummer. Wel weer net als de eerdere singles van het nieuwe album van het duo uit Nottingham met een gastvocalist.

Die eer valt dit keer te beurt aan ene Sue Thomkins, die leert Wiki ons een kwarteeuw geleden een enkel album uitbracht als zangeres van de Schotse punkband Life Without Buildings. Tegenwoordig is Sue beeldend kunstenaar. Ze klinkt hier eerder als het kleine nichtje van een van de Sleaford mannen dan als een voormalige punkzangeres, maar dit terzijde. Het licht dansbare No Touch voedt het vermoeden dat The Demise Of Planes X het meest gevarieerde album tot nu toe wordt van Jason Williamson en Andrew Fearn.

Voka Gentle, Hamish Hawk – Ultra Aura Glow

Voka Gentle is een art-rock (electric freak-folk) trio uit Groot Brittannië dat drie jaar geleden een IJsbreker in de wacht sleepte met het ongrijpbare DREAD/TKOE.

Een succes werd het niet. Latere releases hebben we daarom maar laten gaan. Ook omdat hun songs niet de makkelijkste zijn, zeg maar. Maar met Ultra Aura Glow heeft Voka Gentle weer onze aandacht . De nieuwe single is minder experimenteel dan zijn vier eerder dit jaar verschenen voorgangers, maar niet minder mysterieus. De leadzang is van een van de twee zussen van de band, de mannenstem hoort toe aan Hamish Hawk, een Engelse singer-songwriter die is uitgerust meteen warme bariton. Ultra Aura Glow is er alleen in een single edit. De langer versie bewaart de band voor het album. Dat heet Domestic Blues, verschijnt op 6 februari en is hun derde.

J Mascis – Say It On

J Mascis kwam bij het opruimen van zijn archief een alleraardigst nummer tegen. Hij nam Say It On al in 2017 op tijdens de sessies voor zijn Elastic Days album, maar de song is dus op de ‘plank’ blijven liggen.

Tot het begin dit jaar als B-kantje op een Japanse single verscheen en als track op een Benefiet album van een Amerikaans tijdschrift.  Maar Say It On verdient meer dan een obscuur bestaan, dus heeft J het alsnog online gezet zodat zijn fans er wereldwijd van kunnen genieten. Een belangrijk verschil van J Mascis met of zonder Dinosaur Jr is de rol van de akoestische gitaar. Die ontbreekt vaak op bandopnamen, maar domineert bij J solo. Say It On is een beetje een hybride: een in de basis akoestisch nummer, maar wel met een dijk van een elektrische gitaarsolo. Niet nieuw dus maar wel weer erg goed.

The Reytons – As Good As It Gets

Mocht je As Good As It Gets niet meteen horen, kijk dan eens naar de clip van dit nummer van The Reytons.

Probeer het maar eens droog te houden bij die video. Je ziet een gezin op bezoek bij oma in een verzorgingstehuis voor demente ouderen. Oma herkent niemand en is boos op de wereld. Later op haar sterfbed verschijnt er alsnog een blik van herkenning in Oma’s ogen als ze haar kleinkinderen ziet. Sentimenteel zeker? Plat? Absoluut niet. Dat geldt ook voor de song, een sterke en oprechte en mooi klein gehouden ‘blue collar’ rockballad. Ook te vinden op het nieuwe (mini) album van de sympathieke Britse band, Roll The Dice.

Mandrake Handshake – Hypersonic Super-Asterid

Mandrake Handshake vindt dat hun eerder dit jaar verschenen debuutalbum wel wat meer aandacht mag hebben.

Wij zijn het daarmee eens dus gaan we op suggestie van de band Hypersonic Super-Asterid draaien. Dat hebben ze in drie versies op single gezet, de album uitvoering, een remix en een single- edit. Het origineel is ruim 8 minuten lang en niet voor niets. Het nummer zit vol prachtige gitaarsolo’s en andere aantrekkelijke elementen met niet op de laatste plaats de zang van miss Trinity Oksana. Zoals we al opmerkten toen we King Cnut uitriepen tot IJsbreker maakt Mandrake Handshake hippierock met een Oosters tintje. Ook Hypersonic Super-Asterid laat zich zo omschrijven, maar dan met naast een pretsigaret ook een Red Bulletje of twee.

Bory – We’ll Burn That Bridge When We Get To It

Bory is de artiestennaam van Brenden Ramirez, een ingezetene van de Amerikaanse stad Portland.

Bory’s roeping is powerpop, de lichtvoetige en melodieuze rocksoort die is geworteld in de muziek van The Beatles 64-66. Zijn albumdebuut is geen groot succes geworden, maar niet geheel onopgemerkt gebleven waardoor zijn nieuwe single wel breed wordt opgemerkt. En omdat het een fijn liedje is. Als We’ll Burn That Bridge When We Get To It een indicatie is voor wat Bory met album 2 van plan is dan lijkt zijn kostje gekocht. Big Star, Badfinger, Emmitt Rhodes: alle groten der powerpop hoor je erin terug.

a fungus – All The Names

a fungus komt uit Nederland. Hadden we niet alleen band die Fungus heet? horen we iemand vragen.

Ja, die van Kaap’ren Varen, maar die heeft niets maar dan ook helemaal niets te maken met a fungus, behalve de nationaliteit dus. A fungus komt uit de hoofdstad en maakt alternatieve rock (postrock?/neo-fusion?/math-wave?). Op hun debuutalbum staat muziek die min of meer aansluit bij de wat ‘moeilijkere’ Britse bands als Black Midi en (de oude) Black Country, New Road, maar op het nieuwe album volgen ze een meer eigen weg. De muziek is niet zozeer minder gecompliceerd, maar minder neurotisch. Wat iets anders is dan relaxed. Er wordt als luisteraar wel iets van je gevraagd. Van de muzikanten overigens ook. Een song als All the Names is niet iets wat speelt na zes jointjes en drie liter bier. Gewoon even het hoofd erbij houden en je zou er best weleens een nieuwe favoriete band bij kunnen hebben.

Dry Cleaning – Let Me Grow and You’ll See The Fruit

Nieuwe nummers van Dry Cleaning hebben altijd even wat tijd nodig. In het begin denk je is dit het nou? Dit kennen we nu wel, maar na herhaaldelijke blootstelling gaat er vaak toch nog een lampje branden.

Let Me Grow and You’ll See The Fruit is anders in die zin dat Flo dit keer fluistert in plaats van praat-zingt op haar normale volume. De tekst is volgens miss Shaw een persoonlijk en spontaan ontstaan (‘stream of conscious) relaas over ‘hyper focus and loneliness’. Haal er uit wat in je kraam van pas komt, maar luister vooral een paar keer voordat je tot een oordeel komt. Album, Secret Love volgt op 9 januari.