Pure artiest Marc Almond omzeilt clichés in Patronaat

Gezien: Marc Almond, Patronaat Haarlem, 22 maart 2023

Tekst en foto: Pieter Visscher

Marc Almond is kwiek en bijzonder goedgemutst in het Haarlemse Patronaat, dat vrijwel uitverkocht is deze woensdagavond. Almond breekt zo lekker de week. In een periode die herinneringen oproept aan de jaren 80 van de vorige eeuw. De tijdgeest. Marc Almond scoort hit na hit in dat decennium. Een tijdperk dat evenals nu getekend wordt door de ‘koude oorlog’ tussen Amerika en Rusland. De Brit breekt in de eighties wereldwijd door met zijn geesteskind Soft Cell, gevormd met gitarist/toetsenist David Ball.

Het is interessant de setlist van Marc Almonds tournee door Nederland in 2019 naast die van de huidige tour door ons land te leggen. Het zegt veel over de pure artiest die hij is. 65 inmiddels, maar nog altijd wel wat jeugdig en vol passie en energie. En dat na een leven vol drank en drugs én een zwaar motorongeluk dat hij zo’n twintig jaar terug ternauwernood overleeft, na een tijd in coma te hebben gelegen. Sterke genen en some guys have all the luck? Dat moet het zijn. Een positieve inborst doet de rest. Dat blijkt ook uit de setlist van nu. Een hoofdrol voor de vrolijkheid, zonder de donkere kanten des levens uit het oog te verliezen, hetgeen het allemaal extra knap maakt.

Almond speelt in 2019 onder andere in het Paard in Den Haag en in het Alkmaarse Victorie. Terwijl hij het eerste, leeuwendeel van de set lardeert met wat hits, waaronder Tears Run Rings en Bedsitter permitteert hij het zichzelf in Patronaat met zestien betrekkelijk onbekende nummers te starten. Veel covers, waaraan hij zijn eigen draai geeft, gesteund door een formidabele, zeskoppige band. The Stars We Are is misschien het bekendst. Een single in 1988, goeddeels genegeerd in ons land. De pure artiest Marc Almond kiest allesbehalve voor de makkelijke weg, de platgetreden paden. Hij wil musiceren en clichés omzeilen. Zo laat hij een wereldhit als Torch zelfs domweg liggen. Je moet ‘t durven.

Het eerste feest der herkenning, eigen werk bovendien, is nummer 17, Bedsitter uit 1981, dat een wat zwoelere aankleding krijgt. Almond heeft inmiddels wat afgestoeid met zijn microfoonstandaard en krijgt de lachers op zijn hand met anekdotes die hij deelt, niet gespeend van zelfspot. “Yes, I’m telling the same jokes every night.” Tekenend voor de luchtigheid van het concert, met een, zo blijkt, jarige achtergrondzangeres Kelly Barnes. Het publiek zingt haar hartstochtelijk toe. Almond legt de vrolijke boel vast op zijn iPhone. Bryan Chambers flankeert Barnes. Ook hij beschikt over een fenomenaal stemgeluid. De twee krijgen van Almond de ruimte om te excelleren. Almond zelf is niet ontkomen aan enige sleet op de stembanden, maar redt zich nog prima, zelfs zonder de twee.

In de finale gaan alsnog alle remmen los en verandert volgepakt Patronaat in een grote dansende massa. David McWilliams’ Days Of Pearly Spencer (1967), in 1992 op plaat gezet door Almond, zorgt voor heerlijke, feestelijke taferelen. De Brit glundert en heeft zijn zonnebril toch maar afgezet. Jacques Brels Jacky zorgt voor hetzelfde effect. Ook zo’n song die door de Almondsaus sterker uit de verf is gekomen dan het origineel. Ondanks Brels zeggingskracht nota bene. En dan hebben we Almonds grootste hit Tainted Love, ook weer zo’n cover, nog niet eens gehad. Het is een speelse uitvoering, terwijl Almond blijft dollen met Kelly Barnes, die volop geniet, zich laat fêteren. En terwijl je denkt, kan dit nog wel beter dan, wordt afgesloten met Say Hello Wave Goodbye, met dat refrein waarvan je nog altijd kippenvel krijgt tot in je endeldarm: ‘Take your hands off me. I don’t belong to you, you see. Take a look at my face for the last time. I never knew you, you never knew me. Say hello, goodbye. Say hello, wave goodbye.’ Waarna Patronaat langzaam leegstroomt. Samen de druilerige, kletsnatte nacht in. Na een epische avond, waarvan je kunt zeggen: já, daar was ik bij.

 

 

 

Tommy Lefroy – Worst Case Kid

Tommy Lefroy is de naam van een duo, bestaande uit de Canadese Tessa Mouzourakis en de Amerikaanse Wynter Bethel.

De vanuit Londen opererende singer-songwriters hebben hun naam van de Ierse politicus Thomas Langlois Lefroy op wie naar verluid Mister D’Arcy uit Jane Austin’s Pride and Prejudice is gebaseerd. Er is iets vreemds aan de hand met Tommy Lefroy. Het beste nummer van hun nieuwe EP, Rivals duurt net één minuut. Ook van hun debuut EP was de sterkte track krap één minuut lang. De grote vraag is zouden die songs nog steeds zo goed zijn als ze ze hadden uitgebreid, of is het juist het korte wat ze zo krachtig maakt?Intrigerend.

Gelukkig zijn de meiden ook goed op de lange afstand. Zoals Worst Case Kid dat qua stijl aan boygenius en dus aan de vrouwelijke kant van Fleetwood Mac doet denken. Opvallend is dat Tessa en Wynter hun songs vrijwel allemaal unisono ofwel gezamenlijk zingen. Dat geeft ze een eigen en herkenbaar geluid dat hen geen windeieren zal leggen.

Youth Lagoon – Idaho Alien

Als Youth Lagoon maakte Trevor Powers drie albums in een eclectische, introverte DIY stijl. Vooral het eerste album trok veel volk. Na 2016 volgden nog twee langspelers onder eigen naam met een vergelijkbaar geluid, maar minder succes.

Waarom hij er voor koos om zijn toch succesvolle merknaam los te laten is niet helemaal duidelijk, maar nu is Powers weer terug als Youth Lagoon. En mensen weten hem weer te vinden. Het eerste wat opvalt aan Idaho Alien is de kwaliteit van de productie, die is volvet vergeleken met zijn oudere werk. Iets anders dat opvalt is zijn androgyne stem. Powers is herstellende van een medisch ongeval (een heftige allergische reactie op een vrij verkrijgbaar medicijn) waardoor hij zelfs een tijd zijn stem verloor. Die stem lijkt dus veranderd en zeker niet ten nadele.

Het breekbare Idaho Alien werd geproduceerd door Powers en Rodiadh McDonalds, die ook met o.a. Savages, The xx en Adele werkt(e). Het nieuwe album van Youth Lagoon heet Heaven Is A Junkyard en bevat songs over ten oorlog trekkende broers, dronken vaders die leren knuffelen, moeders die verliefd worden, post stelende buren, drugs gebruikende cowboys en andere dingen uit het dagelijkse leven in Idaho.

The Saxophones – Desert Flower

Als je de naam The Saxophones ziet /hoort denk je eerder aan een maandelijkse jamsessie van een stel jazzveteranen in een bruine kroeg dan aan een eigentijds art-rockduo, echtpaar zelfs uit Oakland.

Alexi Erenkove (zang/gitaar) en Alison Alderdice (percussie/achtergrondzag) hebben zich gespecialiseerd in het vervaardigen van sfeerballades waarin zo’n beetje de hele popgeschiedenis doorklinkt van Bing Crosby to David Bowie (en Morphine en Tindersticks).

Met zijn sonore, lage stem drukt Alexi een zwaar stempel op de songs die het echtpaar aankleedt met gitaar en zachte blaasinstrumenten, waaronder inderdaad het instrument dat de Belgische instrumentenbouwer, Adolphe Sax in 1835 uitvond. Het filmische Desert Rose -dat in de verte wel iets country-achtigs en dichterbij wel iets van Twin Peaks heeft- is single 1 van To Be A Cloud, album 3 van The Saxophones.

Nation Of Language – Sole Obsession

Over obsession gesproken. Nation Of Language is geobsedeerd door de synhtipopscene zoals die in de eerste helft van de jaren 80 tot wasdom kwam in Engeland.

De riedel waarmee de nieuwe single van de New Yorkse trio opent is een variatie op die van Don’t Go van Yahoo. Yahoo was een afsplitsing van Depeche Mode, de band die het Grote Voorbeeld is van de Taalstaat. Wat Nation Of Language feitelijk doet is de oude sound upgraden. De synths van nu klinken vele malen beter die die van toen. Ook heeft de band beter haar dan die van toen.

The Pigeon Detectives – Lovers Come Lovers Go

The Pigeon Detectives mogen dan al bijna 20 jaar meedraaien, op nieuwe single Lovers Come Lovers Go vertoont de band uit Yorkshire geen enkel spoor van slijtage.

Zoals meer bands van hun lichting (Razorlight/Zutons/Fratellis) is het The Pigeon Detectives nooit gelukt om het succes van hun debuutalbum te evenaren. Dat wil echter niet zeggen dat ze na het Wait For Me albums niet meer met scherp hebben geschoten. Op elk van de vier latere albums stonden wel een paar pareltjes. Sinds 2017 is er niks meer van de Pigeons vernomen. Tenminste niet op het platenfront. Live draaide PD gewoon lekker door.

De blijvende belangstelling voor The Pigeon Detectives als bühneband inspireerde hen om toch maar weer eens de studio in te duiken met de onstuimig rockende ode aan polygamie als eerste resultaat. Of er meer in het vat zit zal de tijd leren. Voorlopig is de boodschap dat The Pigeon Detectives nog steeds weet op te winden.

Tame Impala – Wings Of Time

Wings Of Time is misschien niet de glorieuze comeback van Tame Impala die we hadden gehoopt na 3 jaar radiostilte, maar een ‘minder’ nummer van Kevin Parker is altijd nog beter dan het gros van wat er afgelopen week verder is uitgekomen op indie-gebied.

Parker maakte Wings Of Time op uitnodiging van de producenten van de verfilming van de Dungeons & Dragons: Honor Among Thieves game. Bewust of niet de nieuwe Tame Impala single heeft een hoog Paul McCartney gehalte, zou niet hebben misstaan op Band On The Run.

Wings Of Time is Parker’s derde soundtrack bijdrage in korte tijd. Voor Bob Luzman’s Elvis biopic maakte hij een remix van The King’s Edge Of Reality en voor de nieuwste Minions film nam hij een duet op met Diana Ross (!?).

In ander nieuws uit het Tame Impala kamp; tijdens het lopen van een halve marathon kwam Parker ten val en brak hij zijn heup. Desondanks gaat de geplande tournee door Zuid Amerika in september gewoon door. Mogelijk doet hij een Dave Grohl-letje en zal hij het publiek vanuit een zetel toezingen. Van plannen voor een nieuw album is nog niets bekend.

FIEP – Lucid Dream

Single vier van Veerle Driessen inmiddels beter bekend en bemind als FIEP is de minst commerciële van de vier, maar misschien ook wel de beste.

Lucid Dream is monotoon op een goede manier, misschien is hypnotisch een beter woord. FIEP mompelt meer dan ze zingt, worstelt een paar keer met een golf van geluid, maar komt telkens weer bovendrijven. Het nummer had voor het zelfde geld Lucid Nightmare kunnen heten.

Veerle maakte dit bijzondere werkje met Willem ‘Personal Trainer’ Smit. Op 30 maart presenteert FIEP haar debuut EP in de bovenzaal van de Paradiso.

CVC – Sophie

Sophie van CVC draaien we al sinds begin december. Toen was het een lekker nummer waar nog bijna niemand naar luisterde. Nu is het nog steeds een lekker nummer dat hard op weg is een dikke hit te worden.

Niet vanwege een Tik Tok rage of steun van een kapitaalkrachtige platenmaatschappij, maar gewoon omdat het zo’n lekker niks aan de hand liedje is. Voordat Sophie echt ontploft willen we toch even ons vindersloon claimen, dus hebben we er maar IJsbreker van gemaakt. En omdat er verder niet veel soeps is uit gekomen de laatste tijd.

 CVC staat voor Church Village Collective. Denk echter niet dat we hier te maken hebben met een kerkkoor met popambities. De band is genoemd naar Church Village hun dorpje van herkomst in Zuid Oost Wales. Pentre’r Eglwys in het Welch. Zo hadden ze zich dus ook kunnen noemen, maar dat zou commercieel gezien niet erg verstandig zijn.  

Sophie is een pure op Amerikaanse leest geschoeide popsong met een klassieke gitaarsolo en lekker lang outro dat roept om uit volle borst te worden meegebruld. Sophie is een ode aan de vriendin van de toetsenist. Volgens hem kan ze heel goed zingen, maar weigert ze dat te doen waar anderen bij zijn. Haar bijdrage is een aanstekelijk gegiechel aan het begin van het nummer.

Het debuutalbum van CVC heet Get Real en is al uit. CVC staat ook de 19e of 20ste mei op London Calling.   

Bar Italia – Nurse!

Bar Italia kennen we van Polly Armour, een song waarmee de band niet onder stoelen of banken stak zwaar onder invloed van the Cure te staan.

Nieuwe single Nurse is een oorspronkelijker werkstuk zonder directe verwijzingen of hoorbare invloeden. Het geluid van Bar Italia is nog wel geënt op de 80’s, maar een stuk minder opzichtig en ook niet meer zo Brits. Nurse telt twee leadvocalisten: Nina Cristante neemt de coupletten voor haar rekening, Jezmi Tarik Femi dat wat door moet gaan voor refrein.

Maar het opvallendst aan Nurse is de vervormde gitaar. De eerste keer dat die in de mix opduikt ben je geneigd om even te checken of het geluid niet van buiten komt. Tempo en karakter van Nurse zijn laid back om niet te zeggen laconiek. Conclusie; bijzonder plaatje van een band die we goed in de gaten zullen houden.