Vanavond om 21:00 uur de Volkskrant Radio special: de voortdurende wedergeboorte van cool

In een serie artikelen onderzoekt de Volkskrant het belang van de clubcultuur. Aflevering 4: de voortdurende wedergeboorte van cool. Hoe krijg je magie op de dansvloer? Lees hier het hele artikel.

Luister naar V’s Radio-Dancecollege

Elke vrijdag om 21.00 uur draait de Volkskrant de fijnste plaatjes uit het nachtlevenartikel van de week op Pinguin Indie (pinguinradio.com). En we praten ze aan elkaar met een smakelijk college over de muziek in kwestie. Deze vrijdag hoor je Wieteke van Zeil over het fenomeen cool. De uitzending is daarna terug te luisteren op Pinguin Indie, waar ook de eerdere afleveringen te horen zijn (over waar rockdisco is gebleven, hoe de remix werd uitgevonden of hoe acid in 1988 een nieuwe hedonistische tijdgeest inluidde). Of beluister de Spotify-playlist.

Metronomy – Small World

Metronomy – Small World (Because Music/Virgin)

Toen ik Joseph Mount een kleine acht jaar terug interviewde, had hij net Love Letters afgeleverd. Een frisse, opgewekte plaat. Daarna volgden Summer 08 (2016) en Metronomy Forever (2019). Platen die wat minder sprankeling hadden, dan we waren gewend van Mount, die het geschonden blazoen oppoetst met de nieuwste worp: Small World.

Small World is weer een album dat uitpuilt van de smaakvolle indiepopliedjes, waarin elektronica nog altijd een prominente plaats inneemt. Niet geheel toevallig heeft Mount de computer weer links laten liggen bij het tot stand komen van Small World. Iets wat hij acht jaar geleden ook deed. “Het album is wat traditioneler ontstaan. Dat voelde als een soort contradictie, omdat ik het heel moeilijk vind de computer te negeren”, zei de eloquente Mount toen. Maar hij doet het het dus opnieuw en dat komt de kwaliteit van de songs ten goede. Het voelt allemaal wat organischer.

En hoewel tegen het niveau van het sublieme The English Riviera (2011) niet continu wordt aangeschurkt, had een song als I Lost My Mind zo op dat album gepast. De frivoliteit van het gepingel op een piano in het outro verraadt veel van de frivoliteit die er was toen Small World werd geschreven. Mount heeft zijn vorm hervonden en speelt de zon achter de wolken vandaan in tijden waarin we van de ene naar de andere crisis glijden. Woningcrisis, asielcrisis, coronacrisis, oorlogscrisis en ga nog maar even door.

Het trekt een wissel op lichaam en geest, wees eerlijk, en daarom is het verfrissend dat Metronomy ons even uit die sleur haalt. Met een plaat waarop lichtvoetigheid en goeie indiepopliedjes elkaar vinden. Tekstueel opbeurend en verwarmend, alsof Mount wil zeggen: “We moeten hier even doorheen, met z’n allen. Maar het komt allemaal goed. Kom op!” Het goud op Metronomy’s Small World verlicht ons hart een beetje. Dank, Joseph. Pieter Visscher

Midlake – Exile

Je zou het het ‘t Phil Collins effect kunnen noemen. Bepalend bandlid verlaat om wat voor reden dan ook het schip waarna een ander opbloeit en wel op zo’n manier dat de ‘deserteur’ totaal niet wordt gemist. Zo iets is er aan de hand bij het Texaanse  Midlake.

De voortijdige bandverlater is Tim Smith, zijn bevlogen vervanger heet Eric Pulido. In 2013 brengt Midlake met Antiphon een album uit waarop ze laten horen dat het vertrek van Smith niet onoverkomelijk is. Daarna wordt het echter angstig stil. Tot eind vorig jaar een nieuwe single verschijnt en begin dit jaar nog een en afgelopen week weer een, tegelijk met het ‘For The Sake Of Bethel Woods’ album. Bedoeling was dat een en ander al in 2019 uit zou zijn gekomen, maar ja Corona en zo.

Maar nu is Midlake dus weer terug. Dat is extra goed nieuws omdat de band met Pulido als voortrekker minstens net zo goed is al toen met Smith aan het roer. En ook flink anders. Point in case is Exile dat prettig onrustig klinkt, een beetje spooky zelfs met zijn bewerkte gitaren, zweverige fluit en dwarse beat. Het nummer roept eerder de sfeer van de moerasgebieden van Louisiana op dan de lieflijke wouden van het dorpje Bethel uit de albumtitel, waar in 1969 het Woodstock Festival plaats vond. 

Dazy & Militarie Gun – Pressure Cooker

Dazy, een verbastering van Daisy (madeliefje) is de wat misleidende artiestennaam van James Goodson, een punkzanger uit Richmond, Virginia. Militarie Gun is de veelzeggend naam van een fuzzy rockend gezelschap uit L.A. dat nauwe banden onderhoudt met Drug Church.

Hun gezamenlijke single Pressure Cooker is een mooi voorbeeld van het samen zijn we sterker principe. Presure Cooker is iets poppier, of misschien is gedisciplineerder een beter woord, dan wat de mannen los van elkaar uitspoken. Niet dat hier sprake is van een gepolijst popliedje. Alles behalve. Met zijn dope(y) beat en losbandige samenzang klinkt Pressure Cooker als een onbelicht gebleven albumtrack van Stone Roses. Hopelijk zien ze zelf ook in dat deze ‘one song stand’ voor herhaling vatbaar is.

Elephant – Hometown

Om een bekend gezegde te parafraseren; één goed nummer is een incident, twee goede songs is toeval, heb je drie topnummers dan ben je gewoon goed. Met Hometown levert Elephant hun derde toptrack op rij af.

De Rotterdammers maken countryrock. Ooit was dat de hipste muziek op de planeet en The Eagles net zo cool als nu The War On Drugs. Ja, echt. In de loop de decennia kreeg het genre echter een slechte naam, het gevolg van  plastic koortjes, spekgladde producties en bloedeloze liedjes.

Elephant weet samen met producer Pablo van DeWollf deze klippen fraai te omzeilen. De samenzang is zakelijk, de gitaren klinken aards en de solo heeft een scherpte die doet denken aan countryrock pioniers Poco in hun beste tijd. Prettig ook is dat de band niet doet alsof ze vanuit hun studio uitkijken op de prairie in plaats van de Maasvlakte.

Misschien moet Elephant eens in de V.S. gaan spelen, dan horen ze daar hoe het ook kan, of eigenlijk hoort. 

Working Men’s Club – Widow

Op Widow viert Working Men’s Club feest alsof het 1979 is. Waren op het debuutalbum van de arbeidersvereniging nog wel muzikanten van vleesch en bloed te horen, op Widow heersen de machines.

Toen acts als Gary Numan, Human League en Soft Cell met synthesizers in de weer waren produceerden ze het geluid van de toekomst. Nu zijn die zelfde synths zo retro als een telefoon met draaischijf. Maar daar houdt het erelid van Working Men’s Club, Sydney Minsky Sargeant dus van. hij is niet alleen.

The Smile – Skrting On The Surface

Skrting On The Surface (Skrting schrijf je zonder i) is een al wat ouder nummer, ooit geschreven voor, maar nooit opgepakt door Radiohead. Ten tijde van het In Rainbow album. Wel is de song een paar keer live gespeeld door Yorke’s andere bijband, Atoms For Peace.

Zonder afbreuk te willen doen aan (nou ja een beetje dan) Never Work in TV Again en The Smoke kunnen we vaststellen dat de derde single van The Smile de beste is, om de simpele reden dat Skrting met zijn zacht schuifelende beat, mooi mijmerend zingende York en smaakvolle instrumentatie het meest op vintage Radiohead lijkt. Verschil tussen hoofdband en bijband is dat de productie wat bescheidener is; logisch want The Smile is maar met zijn drieën (plus voor deze gelegenheid een paar blazers). Over die hoofdband gesproken, nu The Smile zich aan Radiohead songs waagt is de kans op een reünie nu waarschijnlijk nog kleiner geworden. 

Arcade Fire – The Lightning I, II

Om de een of andere reden heeft Arcade Fire hun nieuw single gesplitst in twee delen. Bij elkaar duren part I en II vijf en halve minuut, niet bijzonder lang dus. En II gaat verder waar I ophoudt. Aan de andere kant is het niet voor het eerst dat de band in delen denkt, denk aan het vierdelige The Neighbourhood van het debuutalbum, of Sprawl 1 & 2 van The Suburbs. Het maakt verder ook niks uit, want wij hebben de losse delen gewoon aan elkaar geplakt. 

Dit gezegd hebbende, de eerste nieuwe track van de Canadese geweldenaars is puur Arcade Fire; gedreven, ambitieus en vol gas. Plus een tekst met religieuze referenties. The Lightning doet wel aan The Who denken. Win’s stem heeft hier iets weg van die van Roger Daltrey, en het zal zeker niet verbazen als Arcade Fire ooit nog een keer met een rockopera komt aanzetten. Misschien wordt ‘We’ dat wel, het nieuwe album dat op 6 mei uit moet komen.

Oceanator – Stuck

Net als Billie E. maakt Elise Okusami muziek met haar broer, maar daarmee houden alle vergelijkingen meteen op. Elise is een genrebending alleskunner; sportvrouw, wetenschapper, labelbaas, drummer in zes bands en waarschijnlijk nog wel een aantal dingen waar wij geen weet van hebben.

Tegelijk in zes bands zitten vond ook zij wat overdreven, dus heeft Elise daar een streep onder gezet. Nu kan ze zich volledig te werpen op haar eigen muzikale avontuur als Oceanator. Onder die naam bracht ze twee jaar geleden een eerste album uit dat op 8 april een vervolg krijgt met ‘Nothing’s Ever Fine’. Daarvan is Stuck de tweede single.

Was de eerste single, Bad Brian Day een fuzzy punksong met een saxsolo, met zijn loodzware gitaarriff en dystopische slot klinkt Stuck als een onlangs ontdekte outtake van Black Sabbath. Tussen de explosies door zingt Elise ijzig en lijzig een tekst over het ophopen van trauma’s en teleurstellingen. We mogen blij zijn dat ze muziek heeft als uitlaatklep anders waren er vast ongelukken gebeurd.

Kurt Vile – Hey Like A Child

Hey Like A Child is een tweede hoofdstuk van het persoonlijke nieuwe album, (watch my moves) (15 april) van Kurt Vile waarop hij de strijd aangaat met zijn zijn angsten en demonen. Net als op ‘Exploding Like Stones’ heeft Kurt weinig moeite gedaan om de song mooier te maken dan hij is. Het losjes rammelende Hey Like A Child klinkt een beetje als Lou Reed op de country tour.

Kurt’s nieuwe album wordt zijn eerste voor het befaamde Verve label dat vooral in jazzkringen hoog aanzien geniet. Dat maakt Kurt (postuum) labelgenoot van o.a. Billie Holiday, Ella Fitzgerald en Nina Simone.