Don Melody Club – Psychonauten

Een opvallend plaatje van eigen bodem. Psychonauten van Don Melody Club klinkt als een verloren gewaande track van Gary Numan, OMD, Human League of iets in die richting.  Zo retro als Jacco dus, maar zeer sfeer, stijl en smaakvol gedaan. Bijzonder ook is dat Don zijn droevige dansplaatje in het Hollands zingt. Wie weet wat een psychonaut is weet ook waar het nummer over gaat.

Don Melody Club is een soloproject van Don Madjid. We kennen hem als lid van The Mauskovitz Dance Band. Als bronnen van inspiratie noemt Don drie namen, Ramses Shaffy, Doe Maar en Ronald Langestraat. Waarschijnlijk behoeft alleen die laatste enige toelichting. Langestraat is een jazzmuzikant c.q. thuisopname en synthesizer pionier die in 1984 in eigen beheer een inmiddels klassiek verklaard ‘space jazz’ album uitbracht. Searching is de titel.

Psychonauten staat niet alleen. Dom heeft nog acht andere nummers die allemaal op zijn debuutalbum Pure Donzin staan. Donzin is vanaf nu ongeveer te koop op cd en vinyl en overal te streamen.

Tirzah – Send Me

Het eerste dat opvalt aan Send Me van Tirza is de zang. Niet vanwege een aparte stem of zo, maar door de manier waarop die is gemixt. Als of ze naast je zit zo dichtbij klinkt ze.

Send Me is een hypnotiserende ballad waarin feitelijk niet heel veel gebeurd, maar die van begin tot eind blijft boeien. Je hoort een hihat en een basdrum, een bescheiden bas en wat getokkel op gitaar. Tirzah herhaalt hier en daar wat strofes, maar van een refrein is niet echt sprake. Alle aandacht wordt opgeslokt door Die Stem. Tot aan het eind plotseling een snoeiharde, vervormde gitaar invalt en de betovering verbreekt.

Tirzah Mastin komt uit de Engelse grime scene. Grime is de inheemse Britse rap variant. Iets heel anders dus. Maar als je het eenmaal weet herken je wel iets van dance-roots in de productie. Send Me is Tirzah’s eerste nieuwe nummer sinds haar drie jaar geleden verschenen debuutalbum. Daarop staan ook meerdere buitengewoon goede songs, maar geen zo indringend als Send Me. We hadden nu dus graag een releasedatum bekend gemaakt voor de opvolger van het Devotion album. Maar daarover is nog niets bekend.

Frampton: ‘Mijn gitaar is ook een stem’

Frampton Forgets The Words is het nieuwe studioalbum van The Peter Frampton Band. Het album bevat, dat maakt het allemaal bijzonderder, instrumentale eerbetonen aan enkele van Framptons favoriete nummers en is het vervolg op zijn Grammy Award-winnende instrumentale album uit 2007, Fingerprints. – dat bevatte hoofdzakelijk eigen nummers. 

Frampton Forgets The Words werd gecoproduceerd door Frampton en Chuck Ainlay en werd opgenomen/gemixt in Framptons eigen Studio Phenix in Nashville. Met zijn beruchte Les Paul Phenix uit 1954 – die in 1980 verloren ging bij een vliegtuigcrash en meer dan 30 jaar later herstelde – brengt Frampton virtuoos gitaarspel op liedjes van David Bowie, George Harrison, Stevie Wonder, Lenny Kravitz en meer.

Frampton merkt op: “Dit album is een verzameling van tien van mijn favoriete muziekstukken. Mijn gitaar is ook een stem en ik heb er altijd van genoten om mijn favoriete zanglijnen te spelen die we allemaal kennen en waar we van houden. Deze nummers zijn mijn geweldige band en ik breng een eerbetoon aan de oorspronkelijke makers van deze prachtige muziek.”

Peter Frampton is een van de meest gevierde gitaristen in de rockgeschiedenis. Op 18-jarige leeftijd was hij medeoprichter van een van de eerste supergroepen, Humble Pie. Toen hij 22 was, toerde hij onophoudelijk en maakte hij gebruik van de talkbox die zijn kenmerkende gitaareffect zou worden. Hij werkte samen met legendarische artiesten als George Harrison, David Bowie, Jerry Lee Lewis en Ringo Starr, en vele anderen, en toerde met onder meer Stevie Nicks, Greg Allman, Lynyrd Skynyrd, Cheap Trick en de Steve Miller Band. In 2014 werd hij opgenomen in de Musicians Hall of Fame.

Zijn album All Blues uit 2019 stond vijftien weken op nummer 1 in de Billboard Blues Chart, en zijn autobiografie Do You Feel Like I Do?: A Memoir, die afgelopen oktober werd uitgebracht via Hachette Books, debuteerde op de lijst van The New York Times Bestsellers.

A.M. Sam – Chuckleberry Drive

De eerste release van Ochtendmens Sam in 2021 is weer zo’n ongrijpbaar lekker weer plaatje waar hij het patent op lijkt te hebben.

Met zijn stops en starts, zijn Disney koortjes en dopey geluidseffecten klinkt Chuckleberry Drive  als The Monkees onder invloed. Sam breidt het geheel aan elkaar met zijn relaxte stem en zongedroogde gitaarspel. Het is een beetje plotseling wakker worden als na tweeënhalve minuut de muziek plotseling stopt, maar gelukkig hebben we een repeat-knop.

Biig Piig – Lavender

Biig Piig is de muzikale schuilnaam van Jessica Smyth, een in Ierland geboren deels in Spanje getogen en momenteel in Londen woonachtige rapper/rocker/singer/songwriter.

In 2017 bracht Jessica de eerste van inmiddels zo’n 20 singles uit. Als je door de nummers heen prikt hoor je een scala aan stijlen met naast Engels ook Spaanstalige songs. Je zou de indruk kunnen krijgen dat ze nog op zoek is naar een eigen stijl, maar het is juist die diversiteit die kenmerkend is voor haar werk. Desondanks is er wel een rode lijn te ontwarren. De meeste Biig Piig songs hebben een beat uit de drums ‘n bass catalogus. De meeste, maar dus niet allemaal.

Haar nieuwe single bijvoorbeeld valt onder het kopje luister thuismuziek. Lavender laveert tussen spooky en zwoel. Op een stroperige beat en omgeven door dreigende keyboards komt Miss Piigy uit de mix als een ware femme fatale. Hoe zeggen ze het ook alweer? Alle verzet is zinloos! Wie nog twijfelt aan haar malafide intenties moet maar eens naar de clip te kijken. Doe dat echter niet op je werk.

The Black Keys – Crawling Kingsnake

‘The Blues Had A Baby And They Named It Rock & Roll’ zong blueslegende Muddy Waters zo’n halve eeuw geleden. Blues is dus een van de pijlers waar popmuziek op rust. Nu is blues niet meer zo prominent aanwezig als in de jaren zestig en zeventig met bands als The Stones en Led Zeppelin, maar dankzij o.a. Stevie Ray Vaughn en The Black Crowes en in deze eeuw o.m. The White Stripes en The Black Keys is de blues nooit helemaal uit beeld verdwenen.

Als producer werpt Dan Auerbach van The Black Keys zich op als conservator van Amerikaanse roots-genres, blues en country dus. We raden iedereen die ook maar een beetje van blues houdt aan om eens naar het door Dan geproduceerde nieuwe album van Robert Finley te luisteren, een van de laatste nog levende authentieke blueszangers. Voor zijn zendelingenwerk heeft Dan nu ook zijn eigen band ingeschakeld. Het nieuwe album van The Black Keys bevat louter covers, voornamelijk van  ‘Hill Country Blues’ zangers ‘Mississippi’ Fred McDowell, Robert Lee Burnside en Junior Kimbrough. Hill Country ligt in het noordelijke deel van de staat Mississippi aan de grens met Tennessee. Met zijn accent op de groove (boogie) onderscheidt Hill Country Blues zich van andere vormen van country of delta blues.

Het Delta Kream album is zo goed als live, in slechts tien uur opgenomen. Net als vroeger zeg maar. Voor de gelegenheid is The Black Keys met twee veteranen uit het bluesveld uitgebreid tot kwartet. Bassist Kenny Brown en gitarist Eric Deaton zijn voormalige begeleiders van Kimbrough (1930 – 1998) en  Burnside (1926 – 2005). Het zijn deze twee bluesmannen die de jonge Dan Auerbach en Patrick Carney het bluespad hebben op geleid. Aan hen dankt het album ook zijn authentieke atmosfeer.

De single die de kar moet trekken is het bekendste nummer van het album, een versie van Crawling King Snake van John Lee Hooker. Aan deze titel hebben The Doors zich ook een keer gewaagd, maar met een heel andere uitkomst. Er zijn twee versies in omloop, een radio-edit en de oorspronkelijke van zes minuut plus. Uiteraard draaien wij de laatste.

Alyson McNamara – After Hours

After Hours is precies wat de titel suggereert; een zich langzaam uitrekkend wiegelied met een slaperige beat. Dat je toch wakker blijft komt door de trage maar tegelijk krachtige gitaar die mooi contrasteert met de rustgevende stem van de maakster.

Alyson McNamara heeft na verschillende omzwervingen in de muziekscene van Toronto nu toch echt haar muze heeft gevonden. Dat bleek al op haar eerste soloalbum, een collectie onthaastte folk-rocksongs, maar de drie songs van haar nieuwe album die nu online staan tillen haar naar een nog hoger plan. De nieuwe songs spannend en ontspannend tegelijk. Een soort muzikale valium. Gelukkig heb je voor de muziek van Miss McNamara geen doktersrecept nodig.

Let Me Sleep, Alyson’s nieuwe album verschijnt begin juni.

PIT – Dromers Onder Ons

Voor veel muziekliefhebbers in Nederland is de Engelse taal onlosmakelijk verbonden met het idioom popmuziek. Zodra een artiest in onze taal zingt haken hele bevolkingsgroepen af. Kijk maar eens naar de commentaren als we een nummer van bijvoorbeeld Eefje de Visser draaien. De taalhaat is natuurlijk geen reden om niet af en toe een nummer op te pikken dat in onze moerstaal wordt gezongen. Zeker niet als het zo’n sterk liedje is als Dromers Onder Ons van PIT.

Achter PIT zit Pieter van Vleuten, een gediplomeerd componist en producer die met Dromers Onder Ons zijn eerste publiekelijke werkstuk aflevert. De songtitel geeft al aan in welke richting we het moeten zoeken. De debuutsingle is inderdaad een dromerig nummer met een aangenaam tempo, zacht vloeiend gitaarwerk en sfeervolle fluisterzang. In het Nederlands dus. Maar dat hoor je alleen als je het weet, zo diep in de mix zit de zang. Waarschijnlijk zullen er nu mensen zijn die daar over gaan klachten, ‘haters gonna hate’. Maar van ons geen klachten. ‘File under very promising’

Ryley Walker – Course In Fable

Ryley Walker – Course In Fable (Husky Pants/Konkurrent)

Toen ik Ryley Walker interviewde zes jaar geleden viel zijn puurheid meteen op. Niets was gemaakt aan de Amerikaan, met zijn ontwapenende lach. Oprecht geïnteresseerd in de interviewer, terwijl dat meestentijds louter andersom is bij artiesten. Tijd hè, want tijd is geld.

De weergaloze gitarist Ryley Walker (32) is in heel veel aspecten een vreemde eend in de bijt in de wereld van de showbusiness. In de muziekwereld vooral. Heeft onder andere te maken met zijn komaf. Opgegroeid in Chicago. De stad waar hard werken heel normaal is en het nog veel normaler is om zo veel mogelijk normaal te doen. Doe maar lekker gewoon joh, zeggen ze in Chicago. Blijf jezelf. Dat is al lastig genoeg op deze merkwaardige planeet.

Op die manier is Ryley Walker al tien jaar zeer productief met het uitbrengen van ep’s en albums. Zijn nieuwste worp, Course In Fable, telt slechts zeven songs, maar ze zijn lekker lang, uitgesponnen, en zo komen we tot zo’n 40 minuten kwalitatief hoogstaande singer-songwritermuziek. Niet slecht voor iemand die alleen nog met zijn rechteroor hoort, na een paar jaar terug te zijn aangereden door een “drunk motherfucker”.

Onwillekeurig leidde die ellende tot een verslaving aan alcohol, cocaïne en heroïne. Hij probeerde alle rotzooi achter zich te laten in 2019. Maar zijn  zelfmoordpoging mislukte. Walker is inmiddels clean en verkeert in de vorm van zijn leven. Je hoort dat aan alles. Zijn geluid is levendiger dan ooit, opgewekter, hoopgevender. Ryley heeft het lek weer boven. Het vijfenhalve minuut durende Clad With Bunk is misschien wel het fraaiste nummer dat hij schreef tot nu toe. Mooie tempowisselingen, verrassende wendingen. Nick Drake is nog altijd in de buurt.

Ook in Rang Dizzy, met de behaaglijke cello van Nancy Ives, die steeds wat pregnanter aanwezig is. Een song aangestuurd door levenslust. Met een tekst die het hele verhaal van de laatste jaren in een notendop voorbij laat komen: “I am wise. I am so fried. Rang dizzy inside. Fuck me, I’m alive..Pieter Visscher

Briston Maroney – Bottle Rocket

Sinds 2018 slingert Briston Maroney om de paar maanden een liedje de ether in. En niet zonder gevolgen. Ruim 2 miljoen maandelijkse luisteraars trekt hij inmiddels. Zijn doorbraakhit verscheen vorig jaar en heet Freaking Out On The Interstate.

Opvallend is dat dat nummer niet op zijn net verschenen debuutalbum staat. Briston heeft duidelijk geen gebrek aan songs, wat een van de tekenen is waaraan je een ‘echte’ artiest kunt herkennen. Een andere is een constante output. Ook dat vakje is aangekruist bij mister Maroney. Een laatste teken van talent is veelzijdigheid en ook dat zit wel snor bij hem. Wat overigens niet wil zeggen dat hij geen eigenstijl heeft. Alleen al door zijn nasale stemgeluid onderscheid Briston zich van zijn collegae.

Onze man uit Knoxville, Tennessee rockt indie op zijn Amerikaans van Tom Petty-aanse heartland rock tot The Districs-achtige garage rock. Zijn songs getuigen van een puur pop-instict wat zijn populariteit verklaart. Voor wie Briston nog niet kent is Bottle Rocket een prima opstappunt. Je hoort 90’s gitaren, een 80’s drumsound en 60’s geluidseffecten op de zang. Classic rock op zijn millennials dus. Wordt vervolgd.