Baby Boys – Duke and the Cash

Van de zeven songs die Baby Boys afgelopen jaar heeft uitgebracht is er één net iets langer dan vier minuten, de rest nauwelijks meer dan twee. Een specifiek genre valt nog niet te distilleren, wel een eigen productiestijl. De nummers van Baby Boys zijn het resultaat van geduldig sample en plakwerk, van uren lang mixen en overdubben en experimenteren met sounds en structuren. Dat klinkt allemaal ingewikkeld en het proces zal dat ook zeker zijn, maar de producten -als we een lelijk woord voor muziek mogen gebruiken- van het trio uit St Paul, Minnesota zijn dat zeker niet. 

Nieuwe single Duke and the Cash is een goede introductie tot de frisse studiomagie van Jake Luppen, Nathan Stocker en Caleb Hinz. De heren zijn  bevriend sinds de middelbare school. Daarna hebben ze in verschillende bands (o.a. Hippo Campus) gespeeld, maar altijd contact gehouden met het vage plan om ooit de koppen bij elkaar te steken. Corona jaar 2019 gaf het nodige duwtje.

In Duke and The Cash trekken in hoge snelheid een uitgebreid instrumentarium en een verzameling ongedefinieerde geluiden aan je voorbij. Net als je denk dat het niet gekker, of voller kan, duikt er nog een blazerssectie op. De strakke samenzang trekt het experiment weer terug in popsferen. De totale lengte is twee minuten en veertien seconden. King Gizzard op dubbele snelheid, dat komt ongeveer in de buurt van wat Baby Boys te bieden heeft. 

Sunglasses For Jaws – Walk Me Home

Dat je ook buiten Australië prima paddo-pop wordt gebrouwen laat Sunglasses For Jaws horen op hun uitstekende nieuwe single Walk Me Home. De band uit Londen maakt er geen geheim van een groot deel van hun mosterd uit Frankrijk te halen. In hun Spotify playlists zie je namen als Air, het enfant terrible van de Franse popscene Serge Gainsbourg, maar ook nieuwer spul als La Femme en Juniore schallen regelmatig uit de speakers van Sunglasses For Jaws.

Typisch voor Franse muziek is dat die altijd zo mooi en verzorgd klinkt en dat melancholie nooit ver weg is. Die vliegers gaan ook op voor het werk van Sunglasses For Jaws. Walk Me Home lijkt geënt op de sound van Air ten tijde van Moon Safari, maar dan dreigend in plaats van dromerig. De fraaie productie is van Charlotte Kemp-Mulh, de eega van Sean Lennon in wiens studio in Upstate New York het nieuwe (5e!) album van Sunglasses For Jaws is opgenomen.

Toledo – Dog Has Its Day

Toledo is er voor mensen die van verzorgde, maar niet al te gepolijste muziekjes houden. Zoals nieuwe single, Dog Has Its Day met zijn onnadrukkelijke, maar steady beat, zachte falset-zang en ruimtelijke productie. Net als je denkt dat nu is de kitschgrens wel bereikt, duikt er een riffje op van een elektrische gitaar of trekt de bassist wat harder aan zijn snaren.

Het zal niet verbazen dat de producer van neo-yachtrock-band Wild Nothing zich er tegenaan heeft bemoeit. Toledo is een duo uit Brooklyn. Daniel Avarez en Jordan Dunn-Pilz doen het al een jaar of vier vijf samen, maar op een tempo dat net zo relaxed is als hun songs. De oogst tot dusver is drie singles en twee EP’s. Maar het albumdebuut zit er eindelijk aan te komen. Op 12 februari verschijnt ‘Jockeys of Love’ met daarop uiteraard ook, Dog Has Its Day.

The Notwist – Al Sur

1989 is het bouwjaar van The Notwist en Weilheim -een plaats in Beieren- de plek waar de gebroeders Markus en Micha Archer en compagnon Andi Haberi hun muzikale experiment begonnen. In hun lange, bewogen bestaan heeft de band diverse wegen bewandeld. Meestal waren die moeilijk begaanbaar voor de gemiddelde indie-fan of radioluisteraar. Wiki noemt o.a. plinkerpop – wat dat ook moge zijn-, post-rock, avant-electronica en post-hardcore als door The Notwist beoefende genres. De ontwikkeling van de band valt te volgen op een tiental albums.

Nu zes jaar na de laatste is er weer een nieuwe langspeler van The Notwist verschenen, een plaat die breder, toegankelijker en beter is dan alles wat er aan voorafging. Is onze bescheiden mening.  The Vertigo Years, is poppy, speels, melodieus en gewoon goed draaibaar. Het op single verschenen Al Sur, een new waverig electropop-nummer met achtergrondgeluiden, meidenzang (Juana Molina) en een lekker vlot tempo geeft een goede indruk van het album.

Je kunt je voorstellen dat Notwist fans van het eerste uur even zullen slikken als ze i.p.v. atonale saxofoonsolo’s en experimentele percussiepartijen plotseling een vrij conventioneel gestructureerd liedje op hun bordje krijgen. Maar de band is zo vaak van stijl veranderd dat dit er ook wel bij kan. En de industriële percussie aan het eind zal hen er aan herinneren met wie ze ook alweer van doen hebben. De officiële hitparade zal The Notwist ook met Al Sur niet snel halen, maar voor onze Graadmeter is het een serieuze kandidaat.

Delgres – Assez Assez

Delgres is een Afro-Franse band die een geluid produceert dat ergens tussen dat van Black Keys en Tinaruwen inzit. Tenminste op het stemmig swingende Assez Assez (genoeg genoeg). In andere songs op de twee albums die het trio heeft uitgebracht worden ook genres als pop, rock, Afro en fusion aangetikt.

Bijzonder aan de opstelling van Delgres is dat je naast de gebruikelijke drums en gitaar geen bas hoort, maar een sousafoon. Dat is een soort tuba die nog dieper gromt dan een bas. De zanger, gitarist en componist van het trio is Pascal Danaë. Voor hij met Delgres begon was hij solo actief. Ook werkte samen Danaë met o.a. met Peter Gabriel, Neneh Cherry en Morcheeba. Zijn geëngageerde teksten zingt hij in het de Franse variant creools, de taal van Guadeloupe, het Caribische eiland waar zijn wortels liggen.  

King Gizzard & The Lizard Wizard – O.N.E.

Er gaat geen maand voorbij of er is wel een nieuwe single, of album van onze Australische vrienden van King Gizzard & The Lizard Wizard. Met nieuw bedoelen we echt nieuw, vers opgenomen en nog niet eerder uitgebracht. 

Nieuwe single O.N.E. is direct herkenbaar als een nummer van King Gizzard. De zang geeft het weg, maar is ook weer anders dan voorgaand werk. De beat is dit keer exotisch, Turks, Egyptisch in die richting. Een ondefinieerbaar instrument doet Indiaas aan. Het kan een soort fluit zijn, maar ook een vervormde gitaar. De alom aanwezige percussie is weer latin. Een mix van mondiale invloeden en geluiden dus. Gelukkig zijn de mannen niet vergeten een liedje te schrijven en ook niet dat ze van oudsher een gitaarband zijn.

Voor de muzikanten onder u, O.N.E. Is onderdeel van het experiment van King Gizzard met microtonaliteit. Meer van dit moois zal op het nieuwe KG album komen waarvan wel de titel L.W. al wel bekend is, maar nog niet de releasedatum.

Kurt Vile – Speed, Sound, Lonely KV

Kurt Vile – Speed, Sound, Lonely KV (Matador/Beggars)

In de liner notes op de hoes van de ep Speed, Sound, Lonely KV legt Kurt Vile uit hoe enorm gelukkig hij is dat hij heeft kunnen samenwerken met John Prine. Zijn grote muzikale held, die april vorig jaar overleed. How Lucky, een duet mét John Prine, werd in mei 2016 al opgenomen en is nu dus ook op cd en vinyl verschenen. Het doorleefde stemgeluid van de country- en folkartiest matcht uitstekend met dat van Vile.

Ze speelden het al eens live, tijdens een oudjaarsfeest van 2019 naar 2020 in Nashville. Een natte droom voor Vile, die de openingstrack op deze ep, Speed Of The Sound Of Loneliness coverde van Prine. Opvallend is de aanwezigheid van Dan Auerbach op gitaar, alhoewel, Auerbach duikt de laatste jaren op de gekste plaatsen op. In How Lucky en afsluiter Pearls is hij ook van de partij. Afwisselend, op bas, gitaar en percussie.

Kurt Vile kennen we als de voormalig leadgitarist van The War On Drugs, die vooral beroemd werd als soloartiest. Hij heeft al decennialang een lockdownkapsel, waardoor we kunnen spreken van een lockdownkapsel avant la lettre.

Tijdens Viles periode in TWAD opereerde die band nog enigszins in de marge. Vile wilde graag zingen; zijn typerende stemgeluid aan de massa laten horen. Hetgeen geschiedde.

Speed, Sound, Lonely KV volgt op het smakelijke Bottle It In, dat in 2018 verscheen. Speed, Sound, Lonely KV is veel meer dan een tussendoortje, omdat er bijzonder veel liefde voor Prine in doorklinkt. Stiekem hoor je dat Vile extra zijn best doet wanneer hij Speed Of The Sound Of Loneliness zingt. In How Lucky hoor je zelfs wat nervositeit. Zoals een kleine jongen een balletje gaat trappen met zijn held Ronaldo.

Het is mooi om te horen. ‘t Zijn vijf pareltjes die er op deze ep zijn te vinden. Het gevoelige Gone Girl is ook een cover, van wijlen singer-songwriter Cowboy Jack Clement. Prachtig, die achtergrondzang van Pat Mclaughlin, die ook de mandoline bespeelt. Net zo prachtig, alsook vertederend zijn de tekeningen van Viles dochtertje Delphine op de hoes. Ze maakte van haar pa, John Prine en producer David R. Ferguson een soort aliens. Voor herhaling vatbaar.

Het zalvende, wiegende Dandelions, met dezelfde rol voor Mclaughlin en het heerlijk folky countryliedje Pearls zijn typische Vile-songs, voortbordurend op Bottle It In. Een Kurt Vile in zijn huidige vorm schreeuwt al snel om meer en gezien zijn productiviteit te allen tijde kan dat weleens niet zo heel erg lang op zich laten wachten. Nu al zin in. Pieter Visscher

 

St. Solaire – Where Do We Go From Here

St Solaire steekt zijn invloeden en inspiratiebronnen niet onder stoelen of banken. In de door Geert van Emden, de zanger van de Rotterdamse band samengestelde Spotify-playlist staan namen als Bon Iver, Jeff Buckley en Radiohead (en Tamino, James Blake, Patrick Watson en een heleboel collega’s uit NL).

St Solaire hoort dus tot de school van de falset of kopzangers. De coupletten zingt Geert in zijn ‘gewone’ stem, maar in de refreinen gaat hij stijlvol omhoog. Glad wordt het gelukkig nooit, Where Do We Go From Here is prettig ruw geproduceerd. Het nummer had ook een Coldplay behandeling kunnen krijgen en al snel in kitsch kunnen uitmonden. De aardse aanpak onderstreept echter de geuite emotie en maakt de song alleen maar sterker.

De kans is groot dat Where Do We Go From Here breed zal worden opgepakt. Zelfs hitstatus mogen we niet uitsluiten. Laten we hopen dat de band zich daardoor niet gek laat maken en naar Rotterdamse traditie het hoofd koel en hun muziek zakelijk houdt.

Eelke – Too Much Too Soon

Too Much Too Soon, de nieuwe single van Eelke (Ankersmit) doet met zijn scherpe riff, maar vooral door de zang sterk aan Placebo denken. Niet dat dat een probleem is. Brian Molko en zijn vrienden zwijgen al veel te lang, daarom is het goed weer eens aan hen herinnerd te worden. Daarnaast kennen we Eelke nu wel zo’n beetje en weten we dat hij de imitatiefase al lang voorbij is.

Too Much Too Soon is de derde single in korte rijd die we oppikken van de zanger-gitarist uit Ermelo. Eelke rockt dit keer naar Brits model en steeds harder lijkt wel. Wilde hij op vorige singles nog wel eens wegzweven in Radiohead achtige art-rock passages. Op zijn nieuwe single stevent hij recht op zijn doel af. Harde stukken en zachte delen wisselen elkaar wat de song de vorm van een dialoog geeft. De productie is zakelijk en direct en ook aan het arrangement van de uitstekend spelende band zit weinig vet. Laten we hopen dat Eelke‘s volgende release een compleet album is.

Ben Howard – Crowhurst’s Meme

Ben Howard heeft niet één maar twee nieuwe singles uit. En allebei goed. Wij hebben (voorlopig) gekozen voor Crowhurst’s Meme, omdat Ben op dat nummer een ander pad bewandelt dan hij doorgaans doet.

Ons omver rocken zal de 33 jarige singer-songwriter niet snel doen, maar op Crowhurst’s Meme zijn de gitaren elektrische en flink vervormd. De drummer speelt een constante shuffle (denk Paul Simon’s 50 Ways) op een kit waarover een dikke deken lijkt te zijn gegooid. En dan is er nog een pianist die aldoor akkoorden speelt op zijn eveneens versterkte instrument. Ben is Ben. Hij zingt als altijd zuiver en goed articulerend. De Crowhurst uit de titel is Donald Crowhurst, een solozeiler die in 1969 omkwam tijdens een poging om rond de wereld te varen.

Ben’s nieuwe songs komen op album #4 dat ‘Collections From The Whiteout’ (26/3) gaat heten en is geproduceerd door niemand anders dan Aaron Dressner van The National.