Vorig jaar verscheen al een live album voornamelijk gevuld met covers van The Magpie Salute, maar dat bleek slechts een vingeroefening met het nu verschenen officiële debuut High Water.
Waar broer Chris met regelmaat nieuw werk komt, heeft Rich Robinson na het uiteengaan van The Black Crowes slechts mondjesmaat platen uitgebracht. Het was tijdens een soloshow in 2016 dat hij ex-Black Crowes leden gitarist Marc Ford, bassist Sven Pipien en keyboardspeler Eddie Harsch uitnodigde mee te spelen en de chemie was als vanouds. Harsch overleed kort daarna en de band heeft Matt Slocum als vervanger aangetrokken.
Zanger van de band is John Hogg met wie Robinson in 2002 al samen speelde in Hookah Brown. Deze Brit beschikt over een soepele en schurende stem die uitstekend past bij de typische gitaarpartijen van Robinson en Ford. Uiteraard ligt de vergelijking met Black Crowes voor de hand en die is er dan ook. Toch heeft Magpie Salute genoeg eigen gezicht en beschikt het over gevarieerd en kwalitatief hoogstaand songmateriaal en daarmee is het bestaansrecht meer dan gerechtvaardigd. Sterker, High Water is een van de beste rockplaten van de laatste tijd. Tekst Mania | Bert Dijkman
In 2011 werkte Ane Brun mee aan het album New Blood, waarop Peter Gabriel liedjes uit zijn eigen discografie opnieuw opnam met behulp van een orkest. De Noorse zangeres vond dat zo’n bijzondere ervaring dat ze zelf ooit iets soortgelijks wilde doen.
Die kans kwam in maart dit jaar, toen ze drie optredens gaf in de Berwaldhallen in Stockholm, thuishaven van het Swedish Radio Symphony orkest en dirigent Hans Ek. Live At Berwaldhallen is al haar derde live-album, maar dankzij de medewerking van het grote orkest en de keus om vooral materiaal van haar laatste, meer ambitieuze studioplaten te spelen, is dat geen bezwaar.
Daarnaast komen ook een paar oude favorieten in een nieuw jasje voorbij (To Let Myself Go, This Voice) en een opvallende bewerking van Sonnet 138 (Shakespeare). Het orkest dringt zich zelden op de voorgrond, maar levert wel een substantiële bijdrage. Een geslaagde samenwerking en zeer sfeervol album. Tekst Mania | Marco van Ravenhorst
Hoewel al in de maak sinds zijn vorige soloplaat uit 2013, werd Miles Kane’s derde album langdurig opgehouden door het album wat hij maakte met The Last Shadow Puppets en een onvervalst writer’s block.
Dat laatste werd opgelost door de samenwerking aan te gaan met de Engelse singer/songwriter Jamie T en, voor een enkel nummer, met Lana Del Rey. Haar invloed is duidelijk hoorbaar op eerste single Loaded, ondanks dat het tempo van dat nummer, net als de rest van het album, behoorlijk hoog ligt.
Kane barst werkelijk van de energie zo te horen, en zijn punky aanpak van onvervalste rock ’n roll klinkt herkenbaar en aanstekelijk. Ondanks dat eigen geluid eert hij zijn helden respectvol, getuige het geweldige Cry On My Guitar, waar Marc Bolan anno de hoogtijdagen van T-Rex overduidelijk de inspiratie voor vormt. Too Little Too Late blijft, zoals het een echt popliedje betaamt, uren in je hoofd hangen, zonder ook maar een seconde irritant te worden. Miles Kane is onderhand de meester van de moderne Rock ’n Roll. Tekst Mania | Jurgen Vreugdenhil
Mehrsamkeit is het thema van Haldern Pop 2018; een woordspeling op Einsamkeit (eenzaamheid). Be True, Not Better is een spreuk die al jarenlang te lezen is op het terrein in de prachtige streek Rees, die sterk doet denken aan de Achterhoek. Haldern Pop is een festival waar het om meer draait dan louter muziek, al vormt die wel de hoofdmoot. Ook dit jaar valt er zeer veel te genieten.
Tekst Pieter Visscher
Foto’s Sander Brugman
Donderdag
Uitstekende festivalaftrapper is Tamino, wiens hoge stem goed uit de verf zou moeten komen in de kerk van Haldern. Dat gebeurt ook, ware het niet dat het geluid vrij matig is afgesteld. De falset van de uit Antwerpen afkomstige singer-songwriter is nu te schel, zijn gitaar te indringend, hetgeen een smetje is op het halfuur waarmee hij een groot deel van zijn toehoorders toch nog in katzwijm krijgt. Dat maakt het extra knap.
The Inspector Cluzo opent het hoofdpodium van de festivaldonderdag. Opvallend duo uit Frankrijk, dat à la The White Stripes, bijvoorbeeld, niet meer nodig heeft dan een gitaar en een drumstel om indruk te maken. Dat deden ze vorig jaar ook al. Zanger-gitarist Laurent Lacrouts ouwehoert lekker veel tussen de nummers door en dat geeft extra kleur aan het optreden, waar ruimte is voor boodschappen. Pesticiden zijn bijvoorbeeld behoorlijk slecht voor mens en dier, weet Lacrouts, die evenals zijn compagnon, drummer Mathieu Jourdain bioboer is, tussen alle muziekbedrijven door. Lacrouts meldt veel, zo ook dat talentloos muzikantenvolk dat autotune gebruikt compleet waardeloos is. Hij slaat spijkers geregeld op de kop. Muzikaal zijn de Fransen lastig in een hokje te stoppen. Het rockt en groovet, Lacrouts heeft een prettige stem en Jourdain sloopt z’n drumstel in de finale, hetzij op een vriendelijke manier. We noteren een 8-.
“Er hangt een soort kwaliteitslabel aan Fink”, zegt iemand in de Spiegeltent, waar Kevin Morby de boel aardig in beweging heeft gekregen met zijn band. Grillige singer-songwriter, met prettige stem en dito liedjes. Mooie band om zich heen verzameld. Geldt ook voor die eerdergenoemde Fink, op het hoofdpodium. Kind aan huis in Haldern, waar hij een bevlogen set afwerkt, waarin elektronica en percussie alle ruimte krijgen om zijn sterke repertoire naar een hoger plan te tillen. Wie goed luistert hoort vlagen Massive Attack de revue passeren. De man uit Bristol heeft er zin in, het weer zit mee en hij is in bloedvorm. Eerste hoogtepunt van de donderdag.
Shortparis (foto) uit Sint Petersburg, is met afstand de overweldigendste act van de donderdag. Superenergieke, licht-industriële elektronica waarin een voortdurende knipoog naar postpunk is te ontwaren. Iedereen beweegt en swingt, tot de drummer aan toe. Meerstemmig, met een sublieme hoofdrol voor zanger Nikolay Komiagin, wiens falset geen moment op de zenuwen werkt. Er wordt met name in het Russisch gezongen, terwijl ook Engels en Frans voorbij komen. Dit kan weleens een heel erg grote band gaan worden, al is het muzikaal mogelijk wat te lastig voor de grote massa. Maar binnen het indiespectrum moet dat zeker gaan lukken, want het is fenomenaal wat we te zien en te horen krijgen. De Spiegeltent barst welhaast uit z’n voegen. We noteren een tien. Met een griffel. Hup Rusland hup.
Vrijdag
Nadat de oer-Hollandse rockformatie Canshaker Pi de Spiegeltent heeft geopend met een enthousiaste set, die goed in de smaak valt bij het overwegend Duitse publiek, krijgen we op het hoofdpodium te maken met The Slow Readers Club, uit Manchester. Formatie die hartstikke goed heeft geluisterd naar The Killers en Editors en een aantal alleraardigste waverocksongs de revue laat passeren. De wat kleurloze zanger Aaron Starkie is allesbehalve een podiumdier, danst als Nico Haak in zijn nadagen, mist charisma en is een wat beperkte zanger. Dat maakt het allemaal wat jammer. Het is enigszins zielloos. Wel knap overigens om materiaaltechnisch tegen Killers en Editors aan te schuren. Voorts zijn geen complimenten uit het vuur te slepen voor het kwartet.
Dan is het wel een mooie sprong van ADHD-rapper Astronautalis in de Spiegeltent naar De Staat, op het hoofdpodium. Torre Florim en consorten zijn mogelijk op de fiets gekomen vanuit Nijmegen, dat om de hoek ligt. Drumstel, gitaren en een orgel in de bakfiets en gaan met die banaan. De Staat is inmiddels een garantie voor succes en wil dat natuurlijk dolgraag uitbreiden naar Duitsland, waar ze inmiddels flink voet aan de grond krijgen. Het is schitterend festivalweer, de zon maakt weer eens overuren en Nijmegen wordt op de kaart gezet, zo vlak over de grens. De Staat is een van Neerlands sterkste liveformaties en maakt dis status ook in Haldern moeiteloos waar. “Wir sind The Staat. Thank you very much for listening to us tonight”, zegt Florim, terwijl het een uur of half vijf is. Qua tijdstip is het nog even wennen.
“The sun has decided to shine above us today. It’s a beautiful thing”, zegt Curtis Harding (foto) vanaf het hoofdpodium, waar hij De Staat heeft afgelost. Harding heeft dit jaar zijn tweede album afgeleverd en heeft zich inmiddels genesteld tussen de crème de la crème van de mondiale soulrock. Stem waar we maar geen genoeg van kunnen krijgen en de souplesse waarmee een en ander wordt gebracht, verraadt nog veel meer klasse. Harding imponeerde in Werchter een paar weken terug en windt de wei in Haldern ook in no time om zijn vinger. Benieuwd wanneer hij zijn zonnebril weer teruggeeft aan Elton John. Want zo groot en glinsterend is-ie. How wonderful life is, while Curtis is in the world. Het is een graad of 25.
De temperatuur is teruggebracht tot een graad of 19 wanneer Villagers plaatsneemt op hetzelfde podium. Het is inmiddels donker, het festivalterrein feeëriek verlicht. Dan komen de Ieren extra goed uit de verf. Het stemmige repertoire van Conor O’Brien verdient duisternis. Villagers is voor de vierde keer te bewonderen in Haldern en het is niet voor de eerste keer dat de band imponeert. Hoewel de stemmige, kleine singer-songwriterliedjes van O’Brien beter gedijen in een Spiegeltent, heeft de band de wei toch snel in zijn greep. Opvallend binnen het geluid van Villagers is de steeds prominentere rol van toetsen en andere elektronica. Het zorgt voor een wat weidsere sound, waarmee de band nog geen stadionact is – gelukkig maar – maar geschikter is voor openluchtpodia als die in het prachtige Rees.
Zaterdag Terwijl Joe Casey, zanger van Protomartyr (foto) de ene na de andere halve liter König Pilsener achterover gooit in de volle zon op het podium van de mainstage van Haldern Pop 2018, speelt hij met zijn band een degelijke set. Omdat het eigenlijk nooit uitbundig is wat de Amerikanen laten zien. Dat hoeft ook niet, omdat ze hun sterke postpunkrepertoire het werk kunnen laten doen. Casey praat wat meer dan anders, al blijft dat beperkt tot platitudes als “Lovely day”, “Wonderful festival” en zelfs de versteende klassieker “We’re glad to be here” passeert ongegeneerd de revue. Protomartyr kan het zich zonder meer permitteren hits als Male Plague en Don’t Go To Anacita links te laten liggen, terwijl liefhebbers dat toch graag anders hadden gezien. Door bezoekers van Rotown in Rotterdam nog gewaardeerd als beste concert van 2017; die prijs wordt in Haldern niet in de wacht gesleept. Er had een stuk meer ingezeten. Misschien toch die hitte? Het is in elk geval opnieuw een prima dag als je een zonnepaneel op het dak hebt liggen. Of misschien wel twintig. Zijn publiek licht beduusd achterlatend, trekt Casey nog snel een König open. Geef ‘m eens ongelijk.
Een van de mooiste albums die dit jaar zijn verschenen, is afkomstig van Marlon Williams. De Nieuw Zeelandse singer-songwriter laat met Make Way For Love horen dat de titelloze voorganger geen toevalstreffer was. Williams heeft niet alleen de luxe dat hij kan leunen op zijn ronduit fantastische stemgeluid, dat geregeld wat wegheeft van dat van Antony Hegarty, hij is ook begiftigd met buitengewoon songschrijferstalent. Williams vertelt dat hij het niet alleen vanwege het weer een heerlijke dag vindt, het heeft ook te maken met, verrassend, het feit dat het 30 jaar terug is dat Straight Outta Compton verscheen. Een favoriet van Williams. “The first three songs are the best three opening songs that ever appeared on an album.” Williams’ repertoire lijkt werkelijk in niets op dat van hiphopgoden NWA, maar hij heeft smaak en verstand van zaken. Williams’ folky, live groots gebrachte singer-songwriterliedjes vallen bijzonder goed in de smaak in de volle Spiegeltent. Tijdens het heerlijk swingende Party Boy gaan flink wat voeten van de vloer. Voor Nobody Gets What They Want Anymore heeft hij eigenlijk zijn begeerlijke ex Aldous Harding nodig. Het is een geweldige therapie verzekert Williams; liedjes zingen met je ex. Gitarist Ben Woolley neemt de honneurs waar en dat valt niet tegen. De song is een van de vele prachtnummers die Williams laat horen. Veel interactie met zijn publiek, hij grapt en grinnikt, krijgt zo nu en dan zelfs de bravoure van Father John Misty en maakt de meeste indruk tijdens de Haldern-vrijdag. Aankomend weekeinde te bewonderen tijdens Lowlands. Wie dat laat schieten, krijgt enórm veel spijt van kleine teen tot kruin. Wees gewaarschuwd!
Phoebe Bridgers volgt Williams op in de Spiegeltent en het is Marlon die even om de hoek kijkt hoe het gaat. Nou, dat gaat hartstikke goed. Het breekbare singer-songwriterrepertoire van de Amerikaanse is gemaakt voor de Spiegeltent, waar het publiek net zo gedisciplineerd (stil) is als tijdens Marlon Williams. Soms mist Phoebe wat pit, terwijl dat de enige aantekening is.
King Gizzard & The Lizard Wizard (foto) klinkt als een seksongeluk waar The Who en Led Zeppelin bij betrokken zijn, maar laten we in godesnaam blij zijn met dit soort kopstaartbotsingen. Het ultraproductieve zevental uit Melbourne is een van de interessantste bands van de laatste jaren en heeft sinds 2013 inmiddels 13 (!) albums afgeleverd. Van hoge kwaliteit en dat lijkt geen sinecure. Maar de frivoliteit waarmee de band zich manifesteert op het hoofdpodium zegt eigenlijk alles. Het speelplezier daarnaast is bovendien veelzeggend. Drie van de zeven beschikken ook nog eens over bovenmodale zangstemmen. Het maakt de psychedelische rock van de Australiërs nog sterker, terwijl het songmateriaal al van bovengemiddeld niveau is. Niets staat de twintigers in de weg om uit te groeien tot een van de grootste bands op deze planeet. Ja, dat zijn Grote Woorden. King Gizzard & The Lizard Wizard is een machine, die je continu bij de strot grijpt.
Stadgenoten Rolling Blackouts Coastal Fever hebben net zo’n lastige naam, evenveel sterke leadzangers (3) en maken bovendien muziek waar de kwaliteit werkelijk van afdruípt. Australië deelt de lakens uit op de Haldernzaterdag. Met enkele geweldige ep’s en een dit jaar verschenen debuutalbum op zak laat de band in de kolkende Spiegeltent horen wat ze allemaal in huis heeft. Wát een hoeveelheid sublieme indierockliedjes. Ook nu geldt: ga dat zien op Lowlands!
Terwijl afsluiter Sleaford Mods de meute voor het hoofdpodium nog een uur laat swingen op elektronische punk, die op hilarische wijze wordt gepresenteerd, realiseer je je als verslaggever dat je opnieuw een editie hebt meegemaakt van misschien wel het beste festival ter wereld. Met een organisatie die er elk jaar weer in slaagt de smeuïgste krenten uit de mondiale muziekpap te pikken. Kleinschalig in opzet (7000 bezoekers), maar groots in programmering. Het kan toch niet vaak genoeg worden gezegd.
De onconventionele singer-songwriter Patti Smith zit in 2018 al 44 jaar in het vak. We kennen haar natuurlijk van het legendarische album Horses en haar grootste hit Because The Night, beiden uitgebracht in de beginjaren van haar carrière.
Smith groeide in de jaren die daarop volgden uit tot een icoon in de New Yorkse punkscene en werd als grote invloed genoemd door artiesten als The Smiths, Madonna, Sonic Youth en R.E.M.
De hardrock- en heavy metalwereld wordt bevolkt door adellijke regenten zoals de zelfbenoemde ‘Kings Of Metal’ (Manowar); Metal Queens’ (Lee Aaron en Doro) en door allerhande heiligen (Dio, Satan, Demon). Echter: de absolute eretitel van ‘Metal Gods’ is exclusief gereserveerd voor de Engelse grootmeesters annex NWOBHM-legende Judas Priest zélf.
Begin van dit jaar kwam Firepower uit, het achttiende studioalbum van een van de bekendste en ‘beste’ heavy metal bands aller tijden. Vanavond is Judas Priest te bewonderen in Tilburg, zonder voorprogramma (gelukkig) en een daverende set, bestaande uit 20 tracks met natuurlijk de meeste songs van het laatste fantastische album Firepower.
Van dat album worden maar liefst vijf songs (Lightning Strike, Guardians, Rising From Ruins, No Surrender en de titelsong) gespeeld en de song No Surrender beleeft vanavond zelfs haar live première!! Boegbeeld Halford is in het begin niet zo goed bij stem, maar dat verandert gelukkig al snel en dan kan het massaal uitgerukt publiek genieten en vooral meebrullen met metal klassiekers zoals Sinner, The Ripper, Saints In Hell, Freewheel Burning en You’ve Got Anohter Thing Comin’.
De band, bestaande uit Ian Hill (basgitaar), Scott Travis (drums), Andy Sneap (gitaar) en Richie Faulkner (gitaar) was super op dreef en vooral Faulkner stal de show met zijn fantastische gitaarspel en zijn voortdurende interactie met het publiek. Eigenlijk stonden er geen slechte nummers op de setlist, maar de hoogtepunten waren toch wel Rising From Ruins, The Ripper, Saints In Hell en natuurlijk de laatste song, het formidabele Painkiller!
Priest speelde natuurlijk ook een paar toegiften, vijf nog wel en tijdens deze encores kwam Glenn Tipton (al sinds 1974 gitarist bij de Priest) de band nog even versterken. Grootste verrassing was toch wel dat Victim Of Changes (mijn favoriete Priest song) ook nog gespeeld werd en verder natuurlijk de bekende toegiften Metal Gods, Breaking The Law en Living After Midnight, van het ‘zwakste’ (lees: meest commerciële) Priest album ooit: British Steel!
Natuurlijk ontbrak de Harley Davidson niet tijdens Hell Bent For Leather en was een heerlijke metaalbond echter veel te snel voorbij, want albums zoals Point Of Entry, Ram It Down, Jugulator en Demolition werden deze avond helaas totaal genegeerd…. Maar de Priest komt wel terug en zal dan weer een heerlijk metalconcert verzorgen, dat staat buiten kijf!
Pinguin Radio en de Volkskrant slaan de handen ineen voor een maandelijkse radio-uitzending waarin de luisteraar bij de hand wordt genomen langs de beste albums en de beste tracks van het moment.
Iedere eerste maandag van de maand tussen 20:00 en 22:00 uur live te beluisteren bij Pinguin Radio en een dag later terug te vinden op Volkskrant.nl als podcast en uiteraard ook bij ons op de site! En in de herhaling de eerste zondagavond (van de maand) van 22:00 tot 24:00 uur.
De Kroniek der betere Popmuziek
Dit alles, en meer, is te vinden op de maandelijkse Volkskrant Radio-podcast op Pinguin Radio.
Elke eerste maandag van de maand op Pinguin Radio van 20:00 tot 22:00 uur de beste tracks van de beste albums van het moment samengesteld door de muziekredactie van de Volkskrant. Deze editie hebben we overigens de beste albums van het afgelopen jaar voor je geselecteerd.
De kroniek van de nieuwe muziek
Lees hieronder alle cd-reviews van de albums van het moment volgens de redactie van de Volkskrant.
—
Chastity – Death Lust (Captured Tracks/ Konkurrent) Wat een mooi en rijk bandgeluid etaleert de Amerikaanse band Chastity op de debuutplaat Death Lust. We herkennen Sonic Youth en de noiserock van Big Black en Shellac, én een soort doorontwikkelde hardcore en postmetal van Converge, in het scheurende schreeuwnummer Chains. Genoeg namen genoemd, Chastity is het waard is om even op eigen merites te beoordelen.
Tekst Robert van Gijssel
De band van zanger en liedschrijver Brandon Williams speelt het spel van de dynamiek in het beladen en getergde nummer Suffer, dat vertrekt bij een gekwetste stem en een breekbare gitaar, en arriveert in giftig rockende euforie van tegen elkaar in meppende riffs. Goed, nog één naam dan: het epische en gecultiveerd rommelige rockwerk van Sebadoh lijkt hier de inspiratiebron.
Je ontkomt er niet aan: luister naar Chastity en de gedachten gaan uit naar de platenkast, en dan vooral de herriekratten uit de jaren negentig. Het mooie aan Death Lust is dat de gitaartraditie uit die tijd in een heel natuurlijk klinkend mengel is geroerd, in liedjes mét emotionele meezingrefreintjes. En waar vind je die nou nog, in bijvoorbeeld de hardcore?
RVG – A Quality of Mercy (Fat Possum/Bertus) Compleet weggeblazen worden door een gitaarplaat. Het mag gerust een uitzondering heten in de hedendaagse popmuziek. Maar het Australische, uit Melbourne afkomstige RVG krijgt het voor elkaar. Debuutalbum A Quality Of Mercy verscheen in eigen land al een jaartje eerder, en wordt nu pas wereldwijd uitgebracht. Gelukkig maar, want de door de transgender Romy Vager geleide band sprankelt, kriebelt en ontroert. Niet alleen dankzij Vagers felle stem, die zich ergens bevindt tussen die van Marc Almond en Ian McCulloch (Echo & the Bunnymen).
Ook gitarist Reuben Bloxham drukt nadrukkelijk zijn stempel op het melancholieke bandgeluid. Met sierlijk, lyrisch lijnenspel geeft hij de liedjes extra lading.
Het geluid van RVG (een afkorting van Romy Vager Group, zoals de band aanvankelijk heette) roept dat van Australische (The Go-Betweens) en Britse gitaarbands uit de jaren tachtig (The Smiths) in herinnering. Niet alle liedjes zijn even briljant en met een speelduur van een klein half uur is dit debuut wat aan de korte kant. Maar een nummer als Vincent van Gogh, waarin Vager hen de maat neemt die vinden dat je voor grote kunst zwaar moet lijden, heeft alles in zich een indieklassieker van deze tijd te worden.
The Jayhawks – Back Roads and Abandoned Motels (Legacy Recordings / Sony Music) The Jayhawks, countryrockband uit Minneapolis die ons in de jaren negentig vaak het kippenvel op de rug zong, dat was toch de band van die gelijkwaardige tandem, Gary Louris en Mark Olson?
Tekst Menno Pot
Ja, dat wás zo. Ze kregen ruzie, omarmden elkaar weer, maar waar de magie rond 2010 verdwenen leek, leefde de groep weer op toen Olson vertrok en Louris de enige kapitein op het schip werd.
Gary Louris schreef door de jaren heen aardig wat mooie liedjes voor andere artiesten en dus dacht hij: laat ik die eens zélf opnemen met The Jayhawks en de artiest aan wie ik het liedje ooit schonk.
Zo horen we Louris dus als het ware zijn eigen weggegeven liedjes coveren: Jayhawks-versies van fonkelende juwelen als Everybody Knows en Bitter End, die er bij de immens populaire countrypopgroep Dixie Chicks al uitsprongen. Ook prachtig: het berouwvolle Long Time Ago, hier een duet van Louris en de man die het op plaat mocht zetten, Emerson Hart van de hier niet zo bekende rockband Tonic.
Twee fraaie nieuwe liedjes erbij om het af te maken (Carry You To Safety en Leaving Detroit) en kijk aan: een Jayhawks-album dat een buitenbeentje in de discografie is, maar wel tot de mooiste hoort.
Janne Schra – OK (Concerto Records) De hoes oogde zonnig en veel van de liedjes klonken ook zo, maar de schijn bedroog: Janne Schra’s succesvolle album Ponzo (2015) was een plaat van spanning en stemmingswisselingen, waarop je de hand van haar toenmalige geliefde Torre Florim (De Staat) hoorde.
Tekst Menno Pot
Nee, dan OK, het derde album onder haar eigen naam, al een paar weken uit, maar te prachtig om onbesproken te blijven. Jazzy, zomers, licht en dromerig klinken de liedjes, soms haast als haar oude succesband Room Eleven, al zouden we OK-liedjes als Light en het prachtige Paris Syndrome voor geen Room Eleven-song willen inruilen.
Schra is moeder geworden en in Amsterdam neergestreken. Florim is niet langer haar geliefde, maar hij speelt hier en daar subtiel mee. Er is rust, loutering en geluk. Er is een swingend Motown-moment (Sun) en ondertussen gaat Schra per plaat mooier zingen: haar stem is onderhand uit duizenden herkenbaar, zo makkelijk, elegant en soepel.
Misschien was OK met een klein mespuntje venijn nog beter geweest, maar niettemin: dit is Janne Schra’s mooiste plaat. De zomervakantie kan niet zonder.
Blawan – Wet Will Always Dry (Ternesc) Jamie Roberts alias Blawan zou eens serieus moeten overwegen in Nederland een appartementje aan te schaffen: de man speelt hier de technofestivals en -tenten plat. Terecht, want de Brit is al jaren een van de heersers in de techno, onder zijn alias Blawan maar zeker ook als de hardware-live-act Karenn.
Tekst Robert van Gijssel
Op zijn eerste volwaardige album laat Roberts horen dat hij in de kunst van de harde, elektronische vierkwartsmaten echt ongenaakbaar is. De groove van de drumcomputers en basslines in tracks als Tasser en Venter is ijzig en onweerstaanbaar: mysterieus en donker, maar zó sfeervol. In Careless bouwt Blawan een mooie spanning op: in de spookachtige stemmetjes aan het einde van dat nummer gloort bijna iets van een popliedje. In Kalosi wordt de stemming gelukkig weer streng Duits, en hier doet Blawan even denken aan de baanbrekende Berlijnse techno uit de jaren negentig, van bijvoorbeeld Basic Channel.
Blawan bewijst dat in het soms wat kille en barse idioom van de techno nog heel veel opwindende nieuwe verhalen verteld kunnen worden.
Let’s Eat Grandma – I’m All Ears )Transgressive/PIAS) Het tweede album van het Britse meidenduo Let’s Eat Grandma is al een maandje uit, maar de plaat blijft fascineren. Jenny Hollingworth en Rosa Walton zijn nog maar 19 jaar oud en verrasten twee jaar geleden al met hun debuut I, Gemini. Een plaat vol elektronisch gelaagde, wat springerige pop, gedragen door de bewust kinderlijke stemmetjes van Hollingworth en Walton.
Tekst Gijsbert Kamer
Hun spel met gender en leeftijd zetten ze nadrukkelijk voort op het tweede album I’m All Ears. De stemmen en muzikale grilligheid doen opnieuw denken aan CocoRosie. De arrangementen en elektronische soundscapes waarin de liedjes worden ondergedompeld zijn altijd van een knisperende frisheid, maar toch blijft er iets knagen waardoor je je niet helemaal aan de muziek kunt overgeven. Hoe mooi bijvoorbeeld de elf minuten durende suite Donnie Darko ook is opgebouwd, uiteindelijk glijdt het allemaal van je af. De nummers zijn net iets te ongrijpbaar en te zelfbewust opgebouwd om echt meeslepend te worden. Waar het verstand heel hard ja roept, zwijgt het gevoel.
Gaika – Basic Volume (Warp/ V2) Een douche op de oren. De Londenaar Gaika spot met de genres en graait onbeschaamd uit de rijke zwarte en vooral ook Britse muziekcultuur, om er eigenhandig een verfrissend nieuw geluid mee te creëren. Zijn eerste volwassen album Basic Volume, op het deftige dancelabel Warp, is een toppertje van de vernieuwende dance en elektronische pop en zou zomaar wat in werking kunnen zetten.
Tekst Robert van Gijssel
Gaika Tavares, zo heet hij voluit, groeide op in de Londense wijk Brixton, de plek waar eind jaren zeventig reggae en punk op elkaar klapten om daarna wonderlijk harmonieus samen op te trekken. Die cultuurgeschiedenis moet Gaika hebben geïnspireerd tot zijn eigen stijlenmix. Hij draait sinistere Londense dubstep- en hiphopbeats onder zijn eigen, subtiel vervormde vocalen, die in stijl en teksten steeds terugwijzen naar de muziekcultuur van Jamaica: de dancehall en de reggae. Maar in tracks als Hackers & Jackers en 36 Oaths hoor je ook de door drugs en wanhoop gevoede Amerikaanse emo-rap. Toe maar.
Overdreven gekunsteld klinkt Gaika toch niet. In persoonlijke nummers als Immigrant Sons en Seven Churches for St Jude vertelt hij over emigratie, zijn angsten en zijn plek in de wereld, bij gure drumcomputers en toch ook gelikte synthesizers: al met al best toegankelijke dancetracks, die echt nieuwe perspectieven bieden. In Crown & Key en Born Thieves gooit Gaika dancehall, dubstep, horrorsoundtracks en r&b in de mix, en het kan niet anders of die nummers worden de komende maanden dikke dansvloerhits in de beter verduisterde clubs. En natuurlijk op festival Lowlands, waar Gaika met vooruitziende blik maar vast geboekt stond. We mogen hem daar niet missen.
Dirty Projectors – Lamp Lit Prose (Domino/V2) Het vorige album van de New Yorkse art-rockband Dirty Projectors was een soort echtscheidingsplaat: voorman Dave Longstreth trachtte het stuklopen van zijn relatie met medebandlid Amber Coffman in woord en geluid te vangen. Maar op Lamp Lit Prose, is de toon weer luchtiger en de muziek speelser.
Tekst Gijsbert Kamer
Niet dat het daardoor een rechttoe, rechtaan liedjesalbum is geworden. Longstreth speelt opnieuw met melodie- en zanglijnen, keert liedjes het liefst vanaf het intro binnenstebuiten en vertikt het om de luisteraar en zichzelf even rust te gunnen met een gemakkelijk meezingbaar refreintje.
En toch word je ook door dit achtste album van Dirty Projectors, het tweede zonder Coffman, onmiddellijk gegrepen. Dit keer zijn het de subtiele, West-Afrikaans klinkende akoestische gitaren en de aan de Memphis-soul ontleende blazers die het meest frapperen.
In I Feel Energy lijkt Longstreth met een klein citaat zelfs even te knipogen naar Michael Jacksons Wanna Be Startin’ Somethin’. Maar voordat je de dansschoenen erbij kunt aantrekken heeft hij het nummer al weer omgegooid tot iets ongrijpbaarders. Het fraaist zijn de twee meer richting folk opschuivende slotliedjes. Hier krijgt Longstreth vocale ondersteuning van Robin Pecknold (Fleet Foxes); een betoverend mooie combinatie.
Lamp Lit Prose is dus opnieuw geen gemakkelijke plaat, maar wel een met experiment, speelsheid en knap ambachtelijke compositiewerk. Het album brengt Dirty Projectors terug in de voorhoede van de New Yorkse artpopscene. Naar verluidt gaat de band ook weer op tournee. Iets om naar uit te kijken.
Yob – Our Raw Heart (Relapse Records) We mogen de Amerikaanse band Yob best het geweten van de harde muziek noemen. Het trio, met gitarist, liedschrijver en zanger Mike Scheidt als boegbeeld, volgt het bijna antieke spoor van de doommetal, dat ooit in de aarde is geploegd door Black Sabbath. En de band weet, zonder overdreven vernieuwend te zijn, steeds diepere lagen in het genre aan te boren en in sommige epische treurliederen zelfs een tunnel onder de ziel te graven.
Tekst Robert van Gijssel
De vorige plaat Clearing the Path to Ascend uit 2014 was van een verpletterende schoonheid. Vooral dankzij het nummer Marrow, dat onwrikbaar in de top 10 van mooiste metalsongs aller tijden staat. Het probleem na zo’n meesterwerk: hoe ga je daar als band nog overheen? lees meer
Ammar 808 – Maghreb United ( Glitterbeat/ Xango) Natuurlijk: er komt een keer iemand op het idee de transachtige gnawa-muziek uit de Maghreb, van Tunesië tot Marokko en Algerije, te produceren naast dreunende elektronica en dikke beats. De hele wereld heeft al een dance-bewerking ondergaan. Maar de plaat Maghreb United van de band Ammar 808 is toch origineel. Vooral omdat de vocale kunst intact wordt gelaten en de keiharde drumcomputers uit de klassieke Roland TR 808 de muziek alleen maar nog intenser en hypnotiserender maken. Geen opsmuk en gelikte modernisering, maar juist verharding.
Tekst Robert van Gijssel
—
Luister hier naar de vorige editie! Volkskrant Radio – juli 2018
Iedere eerste maandag van de maand tussen 20:00 en 22:00 uur live te beluisteren bij Pinguin Radio en een dag later terug te vinden op Volkskrant.nl als podcast en uiteraard ook bij ons op de site!
De altcountry band The Jayhawks uit Minneapolis draait alweer drieëndertig jaar mee in de muziekbusiness. Op zich best een wonder als je bedenkt dat er aardig wat gedoe is geweest in de band. Respectievelijk tussen oprichters Gary Louris (elektrische gitaar en zang) en Mark Olson (akoestische gitaar en zang). Twee kapiteins op een schip bleek uiteindelijk niet mogelijk.
Alle nummers op het titelloze debuut uit 1985, later opnieuw uitgebracht als Blue Earth in 1989, werden geschreven door Olson. Op de tweede plaat, Hollywood Town Hall (1992), kreeg ook Louris een vinger in de pap en schreef mee aan de teksten. Dat, evenals de samenzang tussen hem en Olson, zorgde voor de definitieve doorbraak van The Jayhawks. Het derde album Tomorrow The Green Grass uit 1995 verkocht echter niet zoals verwacht en Mark Olson verliet nog dat jaar de band. Volgens fans het einde van The Jayhawks aangezien hij veel van de songs schreef en de samenzang met Gary Louris een deel van de aantrekkingskracht was. Toch toert de band sindsdien nog steeds met grote regelmaat en brengt verschillende cd’s uit.
In de winter van 2005 en de zomer van 2006 deed Olson twee korte toers met Louris en namen de heren in 2008 samen het album Ready For The Flood op. In 2011 voegde hij zich wederom bij The Jayhawks, nam met hen de plaat Mockingbird Time op en deed nog één toer voor hij opnieuw de band verliet. In 2016 bracht de band Paging Mr. Proust uit en stond dat jaar onder andere op het TakeRoot festival in de Oosterpoort in Groningen.
Inmiddels is het tiende studioalbum Back Roads And Abandoned Motels een feit. Hierop staan liedjes die Gary Louris door de jaren heen schreef voor andere artiesten. Hij bewerkte de songs, stopte ze in een Jayhawks jasje en nam ze samen met de band en de artiest aan wie hij het liedje ooit gaf, opnieuw op. Zo komen onder andere de liedjes Everybody Knows en Bitter End, bekend geworden door de Dixie Chicks, aan bod. Ook het bekende El Dorado, gebruikt door Carrie Rodriguez en Gonna Be A Darkness,gezongen door Jakob Dylan (de zoon van) hebben hun plekje op het album veroverd. Stuk voor stuk mooie uitvoeringen van talentvolle muzikanten, maar toch wel het allermooist van de groep waarbij deze nummers echt thuis horen. Het klopt als een bus. Het is intens, melancholisch, puur en echt. Zowel de muziek als de zang komt direct binnen en laat je niet meer los. Back Roads And Abandonded Motels is een echt Jayhawks album en misschien wel één van de betere uit het repertoire van de band. Het is er eentje om door een ringetje te halen. Het verrassende is dat de laatste twee songs nieuw zijn. Het wachten is dus nu op een plaat met uitsluitend nieuw werk. Tekst BluesMagazine.nl | Ella-Milou Quist
Weer zo’n geweldige band uit Australië en ook weer uit Melbourne. Het debuut van RVG is er een om in te lijsten. Jammer dat het maar acht nummers telt en slechts een halfuur duurt.
RVG is de afkorting van Romy Vager Group, zoals de formatie vroeger heette. Vager, transseksueel, is een, tegenwoordig vrouw die in feite alles in huis heeft om heel erg groot te worden met haar band. De acht liedjes op de plaat, stuk voor stuk door Vager geschreven, kloppen allemaal, hebben stuk voor stuk een zekere urgentie en worden ook nog eens met zeer veel overtuiging gebracht door Vager, die in gitarist Reuben Bloxham een man aan haar zijde heeft die nummers muzikaal naar een hoger niveau weet te tillen.
Vager doet niet alleen qua stem denken aan Ian McCulloch van Echo & the Bunnymen, het geluid van RVG komt ook nog eens dicht in de buurt van dat van de Liverpoolse formatie. Het zijn namen als The Smiths, The Go-Betweens (de band is fan), The Cure, Patti Smith en ook Velvet Underground waaraan RVG bovendien schatplichtig is.
Het leidt tot een album dat swingt, rockt en fascineert. Een stukje drama wordt niet uit de weg gegaan, al weet Vager dat uitstekend te doseren.
Mooi is een titel als Vincent van Gogh. Een song die Vager binnen een uur had geschreven. Vager vertelt dat ze al door een flink aantal mensen is gevraagd of de tekst over hen gaat. “You really should stop drinking. You really should start thinking that you’re Vincent van Gogh. The damage you do is worse than the damage you get”, lijkt ze kunstzinnige vrienden en kennissen een veeg uit de pan te geven. Pieter Visscher