Voka Gentle, Hamish Hawk – Ultra Aura Glow

Voka Gentle is een art-rock (electric freak-folk) trio uit Groot Brittannië dat drie jaar geleden een IJsbreker in de wacht sleepte met het ongrijpbare DREAD/TKOE.

Een succes werd het niet. Latere releases hebben we daarom maar laten gaan. Ook omdat hun songs niet de makkelijkste zijn, zeg maar. Maar met Ultra Aura Glow heeft Voka Gentle weer onze aandacht . De nieuwe single is minder experimenteel dan zijn vier eerder dit jaar verschenen voorgangers, maar niet minder mysterieus. De leadzang is van een van de twee zussen van de band, de mannenstem hoort toe aan Hamish Hawk, een Engelse singer-songwriter die is uitgerust meteen warme bariton. Ultra Aura Glow is er alleen in een single edit. De langer versie bewaart de band voor het album. Dat heet Domestic Blues, verschijnt op 6 februari en is hun derde.

J Mascis – Say It On

J Mascis kwam bij het opruimen van zijn archief een alleraardigst nummer tegen. Hij nam Say It On al in 2017 op tijdens de sessies voor zijn Elastic Days album, maar de song is dus op de ‘plank’ blijven liggen.

Tot het begin dit jaar als B-kantje op een Japanse single verscheen en als track op een Benefiet album van een Amerikaans tijdschrift.  Maar Say It On verdient meer dan een obscuur bestaan, dus heeft J het alsnog online gezet zodat zijn fans er wereldwijd van kunnen genieten. Een belangrijk verschil van J Mascis met of zonder Dinosaur Jr is de rol van de akoestische gitaar. Die ontbreekt vaak op bandopnamen, maar domineert bij J solo. Say It On is een beetje een hybride: een in de basis akoestisch nummer, maar wel met een dijk van een elektrische gitaarsolo. Niet nieuw dus maar wel weer erg goed.

The Reytons – As Good As It Gets

Mocht je As Good As It Gets niet meteen horen, kijk dan eens naar de clip van dit nummer van The Reytons.

Probeer het maar eens droog te houden bij die video. Je ziet een gezin op bezoek bij oma in een verzorgingstehuis voor demente ouderen. Oma herkent niemand en is boos op de wereld. Later op haar sterfbed verschijnt er alsnog een blik van herkenning in Oma’s ogen als ze haar kleinkinderen ziet. Sentimenteel zeker? Plat? Absoluut niet. Dat geldt ook voor de song, een sterke en oprechte en mooi klein gehouden ‘blue collar’ rockballad. Ook te vinden op het nieuwe (mini) album van de sympathieke Britse band, Roll The Dice.

Mandrake Handshake – Hypersonic Super-Asterid

Mandrake Handshake vindt dat hun eerder dit jaar verschenen debuutalbum wel wat meer aandacht mag hebben.

Wij zijn het daarmee eens dus gaan we op suggestie van de band Hypersonic Super-Asterid draaien. Dat hebben ze in drie versies op single gezet, de album uitvoering, een remix en een single- edit. Het origineel is ruim 8 minuten lang en niet voor niets. Het nummer zit vol prachtige gitaarsolo’s en andere aantrekkelijke elementen met niet op de laatste plaats de zang van miss Trinity Oksana. Zoals we al opmerkten toen we King Cnut uitriepen tot IJsbreker maakt Mandrake Handshake hippierock met een Oosters tintje. Ook Hypersonic Super-Asterid laat zich zo omschrijven, maar dan met naast een pretsigaret ook een Red Bulletje of twee.

Bory – We’ll Burn That Bridge When We Get To It

Bory is de artiestennaam van Brenden Ramirez, een ingezetene van de Amerikaanse stad Portland.

Bory’s roeping is powerpop, de lichtvoetige en melodieuze rocksoort die is geworteld in de muziek van The Beatles 64-66. Zijn albumdebuut is geen groot succes geworden, maar niet geheel onopgemerkt gebleven waardoor zijn nieuwe single wel breed wordt opgemerkt. En omdat het een fijn liedje is. Als We’ll Burn That Bridge When We Get To It een indicatie is voor wat Bory met album 2 van plan is dan lijkt zijn kostje gekocht. Big Star, Badfinger, Emmitt Rhodes: alle groten der powerpop hoor je erin terug.

a fungus – All The Names

a fungus komt uit Nederland. Hadden we niet alleen band die Fungus heet? horen we iemand vragen.

Ja, die van Kaap’ren Varen, maar die heeft niets maar dan ook helemaal niets te maken met a fungus, behalve de nationaliteit dus. A fungus komt uit de hoofdstad en maakt alternatieve rock (postrock?/neo-fusion?/math-wave?). Op hun debuutalbum staat muziek die min of meer aansluit bij de wat ‘moeilijkere’ Britse bands als Black Midi en (de oude) Black Country, New Road, maar op het nieuwe album volgen ze een meer eigen weg. De muziek is niet zozeer minder gecompliceerd, maar minder neurotisch. Wat iets anders is dan relaxed. Er wordt als luisteraar wel iets van je gevraagd. Van de muzikanten overigens ook. Een song als All the Names is niet iets wat speelt na zes jointjes en drie liter bier. Gewoon even het hoofd erbij houden en je zou er best weleens een nieuwe favoriete band bij kunnen hebben.

Dry Cleaning – Let Me Grow and You’ll See The Fruit

Nieuwe nummers van Dry Cleaning hebben altijd even wat tijd nodig. In het begin denk je is dit het nou? Dit kennen we nu wel, maar na herhaaldelijke blootstelling gaat er vaak toch nog een lampje branden.

Let Me Grow and You’ll See The Fruit is anders in die zin dat Flo dit keer fluistert in plaats van praat-zingt op haar normale volume. De tekst is volgens miss Shaw een persoonlijk en spontaan ontstaan (‘stream of conscious) relaas over ‘hyper focus and loneliness’. Haal er uit wat in je kraam van pas komt, maar luister vooral een paar keer voordat je tot een oordeel komt. Album, Secret Love volgt op 9 januari.

Fellatio – Ezekiel Is Unwell

What’s In A Bandname?’ vroeg een oude bard zich ooit af. Laten we het er maar op houden dat de bedenkers van Fellatio het een opvallende naam vonden. En dat is het.

Wat dat betreft past de bandnaam ook prima bij de muziek, want ook die valt op. Een songtitel als Ezekiel Is Unwell suggereert dat de boys van Fellatio niet van de straat komen. Ezekiel is een profeet die volgens de Hebreeuwse traditie de schrijver is van het Bijbelboek over de ballingschap van het Joodse volk in Babylonië.

Fellatio telt drie leden, maar klinkt hier als een heel (blaas)orkest. Ze komen uit Tilburg/Rotterdam. Hun sound is een mix van Krautrock en glamrock, een kruising van Can en (pre-disco) Roxy Music, maar dan met postpunk-achtige praatzang, en humor. De hamvraag is natuurlijk is het wat? Het antwoord is best wel ja. Goed en vooral ook anders en misschien zelfs wel origineel. Zes minuten is wat lang, maar aan de andere kant je raakt er wel goed in. Live schijnt Fellatio ook goed overeind te blijven. Er is hier dus zeker sprake van een belofte.

Ratboys – What’s Right

What’s Right van Ratboys begint vrij neutraal, maar als halverwege de zware gitaren uit de mouw komen weten we dat we goed zitten.

What’s Right is single 3 van het nieuwe album van de band uit Chicago en weer anders dan de voorgangers. Het huppelende tempo is bijna country en de zang van Julia Steiner semi-onschuldig. Die gitaren trekken de boel echter een heel andere kant op, een duistere richting die de band in vergelijkbaar vaarwater brengt als ‘Black Earth, WI’ waarmee ze twee jaar geleden een -1 hit scoorden.

Ratboys stond vorige maand op London Calling. Daar waren ze met hun Gothic Heartland Rock waarschijnlijk een vreemde eend in de bijt. Hopelijk komen ze in 2026 terug om hun nieuwe album te promoten. Dat verschijnt op 6 februari onder de titel ‘Singing To An Empty Chair’.

Annie DiRusso – Muck

Annie DiRusso werd in één klap beroemd toen haar versie van I Think Were Alone No van Tommy James & The Shondells (en Tiffany) een TikTok hit werd.

Dat had een probleem kunnen zijn. Het is niet makkelijk om van het imago van cover-acte af te komen. Eigen nummers bleken gelukkig ook aan te slaan.  En nu is de zangeres uit Nashville een bescheiden sensatie met een recente Tiny Desk Concert als nieuw hoogtepunt in haar nog prille carrière.

Na een serie singles verscheen eerder dit jaar een album, Mini-Pedestrian. Dat is nu opnieuw uitgebracht met niet 4 extra songs waaronder het sterke Muck. Zoals veel artiesten van Generatie Z vindt Annie inspiratie in de jaren 90. Op Muck klinkt ze als Alanis Morisette die een liedje van Nirvana en zingt. Van de eerste heeft ze de zangstijl met overslaande stem van de tweede de start/stop songs en harde gitaren. Haar eigen inbreng zijn sterke liedjes en scherpe teksten.