Man Man – Iguana

Man Man zorgt voor wat vrolijkheid in deze donkere dagen met Iguana.

Het begin van  Iguana doet denken aan Baba O’Riley van The Who. Het repetitieve synthloopje mondt uit in een eigenaardig rockliedje. De stotterende zang suggereert dat het Who citaat geen toeval is. Halverwege verzandt Iguana in chaos, maar Man Man herpakt zich en breit er een happy end aan.

Er is overigens maar één Man Man. De naam van de muzikale mafkees is Ryan Kattner. Sinds 2004 heeft Rattner een zestal albums doen verschijnen vol ongrijpbare, maar veelal vrolijke popsongs. Afgaand op Iguana wordt zijn zevende album, ‘Carrot On A String’ niet heel anders.

Cardinals – If I Could Make You Care

Voor de nieuwe single van Cardinals moet je misschien even gaan zitten.

If I Coul Make You Care is een gotisch liefdeslied met doorleefde zang van Euan Manning. Hij zingt vanuit zijn tenen, zozeer zelfs dat zijn stem overslaat. Bij zo’n indringende performance hoort een passend begeleiding.  En ook de rest van de band waarin meerdere broers van de zanger zitten, gooit zijn collectieve zaligheid in de uitvoering van het nummer, dat langzaam opbouwt van een briesje naar een storm. Drums bulderen, bassen grommen, gitaren schieten in het rood.

Cardinals komt uit het Katholieke Ierland. En dat hoor je, aan het ijdele gebruik van de namen van de Heer en zijn Zoon en aan de melodeon, ofwel een Ierse trekzak die opduikt in de wat stillere delen van If I Could Make You Care. 

St Vincent – Flea

Zou leuk zijn alsAnnie Clarke a.k.a. St Vincent een ode had opgenomen aan de basman van de Peppers, maar Flea gaat toch echt over het beestje waarvan velen al bij het noemen van de naam de kriebels krijgen.

Annie vergelijkt zichzelf met een vlo, als ze je te pakken hebt, of andersom laat ze je nooit meer los. Flea is hoe je het ook bekijkt een nogal neurotisch liefdesliedje met Annie als soort van stalker. De muziek past goed bij dat beeld. Flea is een geniepig, onrustig, rafelig nummer met een een pesterig tempo en een plagerig refrein. Dat klinkt misschien niet erg aantrekkelijk, maar is het dus wel. Flea komt net als voorganger Broken Man op het nieuwe album van St Vincent, All Born Screaming en dat komt uit op 26 april.

Fat White Family – What’s That You Say

Fat White Family doet hun naam als mafste band van het Verenigd Koninkrijk weer alle eer aan met hun nieuwste single.

What’s That You Say tart elke omschrijving. Wat natuurlijk niet wil zeggen dat we geen poging zullen wagen. Er wordt gesproken in plaats van gezongen. De wat hijgerige toon van de vocalen en de synchroon meebewegende dame geven de track iets Frans, denk Serge Gainsbourg. Of Leonard Cohen. De beat is post disco, de gitaren zijn chaotisch. Het met klokkenspel aangedikte refrein is daarentegen gewoon mooi en doeltreffend. Het geheel doet wel denken aan de mutant disco van de vroege jaren negentig zoals gemaakt door bands als Material en Was Not Was. We kijken uit naar het nieuwe album van de muzikale anarchisten uit Zuid-Londen. Forgiveness Is Yours verschijnt later deze maand.

Swim Deep – First Song

Swim Deep kwam begin dit jaar met een nieuw nummer aanzetten, hun eerste in zes jaar waarvan de moed je in de schoenen zakte.

De titel, How Many Love Songs Died In Las Vegas, had nog wel wat, maar verder was het vooral een futloos liedje. Dus wie schets onze verbazing enzovoort toen we First Song hoorden? De nieuwe single heeft pit, flair en volume. Het begint al goed met een intro van anderhalve minuut waarin spanning wordt opgebouwd en verwachting gewekt. Het verdere verloop van First Song valt ook niet tegen. Fraaie fluisterzang van orkestleider Austin Williams wordt afgezet tegen ruwe gitaren en een instrument dat best wel eens een melotron zou kunnen zijn. Het geheel ontvouwt zich als een dromerige popsong, die het vermoeden voedt dat Swim Deep ‘het’ nog niet kwijt is.

Bnny – Something Blue

Een oud Engelse traditie wil dat een jonge bruid ‘something new, something borrowed, something blue’ krijgt van haar aanstaande echtgenoot. Dat zou voorspoed en geluk brengen.

Bij de zangeres zich noemende Bnny is er duidelijk iets fout gegaan. Fuck My Dreams and Fuck You Too zingt ze in Something Blue. Bnny, echte naam Jessica Viscius is een zacht zingende, maar hard rockende singer-songwriter uit Chicago die net haar tweede album heeft uitgebracht. Officieel zal Bnny een band zijn, maar die zou niet bestaan zonder Jessica, die zingt, schrijft en produceert. Haar debuutalbum stond in het teken van het overlijden van haar partner. Ook de teksten van het nieuwe album laten zich lezen in dat licht. Aan zelfbeklag doet Bnny echter niet, wel aan zelfspot. Zo zegt ze over haar nieuwe album, One Million Love Songs , ‘This album is about love after loss, getting older and having fun with a broken heart’.

Blondshell, Bully – Docket

Een gevalletje nazorg. Zowel Blondshell als Bully, twee oude favorieten die we vanaf hun prille begin hebben gesteund staan op punt van doorbreken. En hebben onze steun dus niet meer nodig.

Daarnaast hebben de dames wel wat water bij de wijn gedaan om hun commerciële succes te bevorderen waardoor ze voor ons muzikaal minder interessant zijn geworden. Docket is nog op het randje. De samenwerking wordt gered door een sterk refrein en een mooie gitaarsound, maar riekt verder net even te veel naar mainstream. Dus vaarwel Blondshell en Bully, het was goed zo lang het duurde.

Been Stellar – All In One

Been Stelllar is een snel opkomende indieband uit NYC. Het vijftal maakte goede sier met een serie singles die qua stijl het midden houden tussen grunge en shoegaze.

Een eigentijds geluid dus, maar dat is niet de (enige) reden dat Been Stellar in zulke goede aarde valt. All In One is net als voorganger Passing Judgement een vrij complexe song waarin sfeer, sound en dynamiek net zo belangrijk zijn als structuur en compositie. Anders gezegd, het duurt even voordat je kunt meezingen. Producer Dan Carey (ja, hij weer) heeft goed begrepen dat Been Stellar een band is, een organisch collectief en laat dan ze dan ook lekker live klinken. Het debuutalbum van Been Stellar heet Scream From New York, NY en wordt 14 juni verwacht.

Echo & The Bunnymen maakt nauwelijks indruk in Paradiso

Gezien: Echo & The Bunnymen, Paradiso, Amsterdam 5 april 2024

Tekst en foto’s: Pieter Visscher 

Zonder twijfel is Echo & The Bunnymen een van de belangrijkste acts in de muziekgeschiedenis. De Britten inspireerden onder meer Arcade Fire, Radiohead, The Killers, Deftones en Coldplay. De melodische postpunk van de band, gestart in 1978, markeert de opkomst van de new wave. Echo & The Bunnymen is een van de voorlopers van die stroming. Vrijdag 5 april speelt de band Songs to learn and sing; the very best of Echo & The Bunnymen in een uitverkocht Paradiso.

Je krijgt al snel de indruk dat Ian McCulloch mogelijk wat drank tot zich heeft genomen in een Amsterdamse kroeg. Hij brabbelt veel tussen de nummers door.  Er is vrijwel niets van te verstaan. De slungelige gestalte is ook met zijn gebaren richting technici vrij aanwezig. Meer dan je zou willen. In de ogen van McCulloch gaat er nogal het een en ander mis op technisch gebied. Je krijgt medelijden met de knaap links op het podium, die veel met gitaren sleept. Zich in het zweet werkt, voor een zeikende, aftakelende zanger. Er zijn meer bands om voor te werken, jongen.

Ian McCulloch (64) is directiever dan noodzakelijk. Hij houdt in Paradiso het midden tussen een poseur, dronkenlap en narcist. Dat laatste is al vrij lang bekend. En wanneer je heel eerlijk bent mag je ook wel een klein beetje een grote muil hebben en een klein beetje vol zijn van jezelf wanneer je zo ontiegelijk veel goeie nummers hebt geschreven. Louis van Gaal heeft diezelfde onhandigheid, binnen zijn metier.

McCulloch, met z’n eeuwige zonnebril voor de ogen, is vocaal niet in allerbeste doen. Hij kucht zo nu en dan. En heeft dus gezopen. Misschien ook nog wat andere geestverruimende middelen tot zich genomen? Wie zal het zeggen.

De Liverpoolse volksheld vraagt of we zin hebben om te dansen. Het is een van de zinnen die zijn te verstaan als ie de nummers aan elkaar lult. Daar gaan we maar even vanuit dan. Omdat het onverstaanbaar is. Het leidt natuurlijk tot gelach in de zaal en tegen de balustrades. Wat zegt-ie joh? Geen hond die ‘m verstaat. We vangen nog op dat er wat bier is gedronken voor het concert. Alsof we dat niet in de gaten hebben. “A few beers”, volgens Ian McCulloch. Tuurlijk, jongen. Hij vergeet het woordje bacchanaal. Zoiets moet het geweest zijn. Je kunt ook ná zo’n optreden gaan zuipen, gast (tip).

Gek genoeg heeft McCullochs zangstem niet geleden onder de drank. Hoewel hij dus schor klinkt en de tand des tijds welzeker ook een forse duit in het zakje heeft gedaan. Dat zij ‘m allemaal vergeven. De flinke galm op z’n microfoon is er ook niet voor niets.

Als afsluiter van het eerste blok wordt Bring On The Dancing Horses gespeeld. Het publiek krijgt alle gelegenheid om mee te zingen. McCulloch laat het al te graag gebeuren en houdt even zijn mond. Na de hit verdwijnt de band achter het podium. Er wordt muziek gedraaid om de pauze op te vullen. Een aangekondigde onderbreking, geen verrassing. Roadies zetten wat extra puntjes op de i. Het is een vrij ongebruikelijke onderbreking tijdens een concert. Die ook wel even duurt. Een kwartier is lang. Wat doen de heren? Even plassen? Facetimen met het thuisfront; dat het gezellig druk is in Paradiso? Mogelijk even sjoelen. McCulloch die 140 gooit in de rust? Nee, te bezopen. Pot bier erbij? Waarschijnlijk. Bitterballen?

Er wordt wat met een groene ballon gespeeld in de zaal. “Hey Amsterdam, you’re looking good”, zegt de wankele McCulloch bij terugkomst, waarna het geweldige Show Of Strength volgt, openingsnummer van het briljante Heaven Up Here uit 1981. Vooral na de pauze is het een feest der herkenning. Tijdens The Killing Moon toch even kippenvel op de armen. Het blijft een van de allermooiste liedjes die ooit zijn geschreven. Ook wanneer de song wordt uitgevoerd door een lamme, schorre zanger. Schorder dan normaalgesproken dan. Terwijl gitarist Will Sergeant de hele avond onverstoorbaar. is Hij, die er al vanaf het begin bij is, kent de nukken en fratsen van McCulloch wel inmiddels.

We krijgen twee toegiften, met de voortreffelijke songs Lips Of Sugar en The Cutter en gaan uiteindelijk moe en onvoldaan huiswaarts. Hier had veel meer ingezeten, om er een voetbalcliché in te gooien. We duiken thuis snel de cd-kast in, pakken het in 2016 verschenen, óngelooflijk sterke livealbum Nothing Lasts Forever eruit. Opgenomen in de Shepherds Bush Empire in Londen, 1 november 2005. Wát een avond moet dat zijn geweest.

Credit Electric – slow burner (live)

Slow burner hebben we opgepikt voor het niet onaanzienlijke deel van onze luisterschare dat zijn/haar rock graag een beetje prog heeft, de Porcupine Tree fans zeg maar en de liefhebbers van het latere Radiohead.

Als je slow burner hoort zou je niet zeggen dat Credit Electric een verleden heeft in de Americana. Ook de bandnaam duidt niet op roots in de country en blues. Wat de band uit California heeft doen besluiten om het roer om te gooien vermeldt het verhaal niet. Maar zo te horen wilden de muzikanten meer vrijheid hebben en ruimte voor improvisatie. Die is er volop in lekker lange en luie live opgenomen slow burner. Credit Electric telt naast een ritmesectie drie gitaristen en is voor de gelegenheid uitgebreid met een saxofoniste.  Slow burner staat op een 3 tracks tellende live EP.