De Staat – What Goes, Let Go

Maar liefst drie nieuwe nummers heeft De Staat uitgebracht; drie smaken, drie emoties die worden gesymboliseerd door de kleuren rood, geel en blauw.

Rood (Look At Me) is boze Staat. Geel (Numbers Up) is Staat standje happy en blauw (What Goes, Let Go) is droevige De Staat. Rood en geel zijn aspecten van De Staat die we al kennen, met blauw (bleu) begeeft de band zich op nieuw terrein. En met succes. What Goes, Let Go is een exquisiet geproduceerde ballad met Torre in de rol van gekneusde minnaar. Treurige Torre blijkt heel mooi en oprecht emotioneel te kunnen zingen. Heel anders dus dan de strenge toon die hij doorgaans aanslaat.  Je wenst niemand ongeluk toe maar we zouden hem graag vaker zo horen.

Binnen het repertoire van De Staat klinkt What Goes, Let Go dus als een buitenbeentje. Torre schreef het nummer dan ook niet met zijn gebruikelijke partners in de band, maar met Matthias Janmaat en Tjeerd Bomhof, respectievelijk ex Bombay en ex Voicst.

Of het nieuwe drieluik een vervolg krijgt en welke vorm dat dan zou aannemen weet ook de band nog niet, maar er zijn nog genoeg kleuren over. 

Popwarmer: Foals – Wake Me Up

Het lijkt een eeuw geleden dat Foals met nieuwe muziek kwam, maar dat valt dus heel erg mee. In 2019 bracht de band nog twee albums uit, Everything Not Saved Will Be Lost pts 1 en 2 en vorig jaar nog een geremixte Best Of.

Maar dat maakt de nieuwe single niet minder welkom. Wake Me Up is eerder solide dan spectaculair. Er zit een licht discosausje over het nummer, met name in de funky gitaar, maar verder is het Foals zoals we ze kennen, energiek en enerverend. Wake Me Up is niet alleen, het is de eerste proeve van een nieuw album dat de band heeft geschreven tijdens hun gedwongen thuisverblijf.

Sinds het aimabele vertrek van toetsenist Edwin Congreave zijn er nog maar drie Foals. De onderlinge sfeer is opperbest volgens aanvoerder (en Cat Stevens lookalike) Yannis Philippakis. Dat vertaalt zich in de nieuwe songs, die grotendeels gaan over het (terug)verlangen gaan naar zorgeloze tijden. Vandaar ook die dansbare beat in Wake Me Up. Foals zit nog volop in het productieproces van het nieuwe album. Over het wat en wanneer is dan ook nog niets bekend.

Spoon – The Hardest Cut

 Spoon is op de blues toer op nieuwe single The Hardest Cut, of beter op de boogie toer. De eerste single van het tiende album van de Texanen doet sterk denken aan staatsgenoten ZZ Top, voordat die de disco ontdekten.   

Britt Daniel omschrijft het nieuwe album van zijn band als ‘classic rock geschreven door een gast die nooit heeft begrepen waar Eric Clapton voor stond’. Nog los van het feit dat je Clapton gezien zijn recente standpunten en oude uitlatingen beter even buiten beschouwing kunt laten, is het niet helemaal duidelijk wat Daniel bedoelt.

Er is namelijk niks mis met The Hardest Cut, de riff, het ritme en ook de gitaarsolo zijn geheel in de classic rockstijl. Er zit een zekere atonaliteit in het nummer  – het is tenslotte Spoon– maar dat is verder geen probleem. Misschien is The Hardest Cut een parodie -de tekst duidt daar overigens niet op- maar dan zo goed gegaan dat niemand het doorheeft.

Het nieuwe Spoon album, de eerste zonder bassist Rob Pope die na 13 jaar trouwe dienst iets anders gaat doen heet ‘Lucifer On The Sofa’ en komt 11 februari uit.

Porcupine Tree – Harridan

Op hun eerste levensteken in twaalf jaar kiest Porcupine Tree voor de heavy kant van de prog-rck, zij het met een jazzy afdronk. Drummer Gavin Harrison zoekt en vindt een middenweg tussen John Bonham en Billy Cobham, toetsenist Richard Barbeiri toont zich een geslaagde leerling van Keith Emmerson en bandbaas Steven Wilson toont zijn ware aard. Onder eigen naam flirtte hij het met pop. Hier klinkt hij als door de duvel bezetten.

Een funky basloopje blijkt de opmaat naar een net geen acht minuten durend epos dat strak staat van de spanning. Na de zoveelste eruptie volgt een Queen waardig stukje samenzang en keert de rust weder.

Samen met deze comebacktrack komt het nieuws dat er een compleet nieuw album aan zit te komen. PC plaat # 11 heet Closure/Continuation en verschijnt op 24 juni 2022, ruim op tijd dus voor het optreden in de Ziggo op 7 november.

Nation of Language – The Grey Commute

Het begint er op te lijken dat Nation Of Language eindelijk op doorbreken staat. Eindelijk is misschien wat overdreven; de band bestaat pas 5 jaar. The Grey Commute is de vierde track die we draaien van de New Yorkse neo-synthi-popband, hun tweede IJsbreker. Maar dit keer zijn we niet langer de enigen.

De nieuwe Nation single is weer zo’n absurd authentiek klinkend synthipop-liedje, dat zo van een oud album van The Human League of Gary Numan had kunnen afkomen, ware het niet dat de geluidskwaliteit onnoemelijk veel beter is. Verschil is ook dat genoemde namen een hernia riskeerden door dat gesleep met hun loodzware apparaten terwijl de toetsenist van Nation Of Language waarschijnlijk een paar plugins heeft geïnstalleerd op zijn laptop. Je kun bekvechten of Nation Of Language origineel is of niet. Wie zegt dat het trio een coverband is met eigen nummers heeft geen ongelijk, maar het zijn wel erg lekkere nummers. 

Beirut – Fisher Island Sound

Op nieuwe single Fisher Island Sound houdt Zach ‘Beirut’ Condon vast aan zijn insteek om zijn songs een geografische titel te geven. Fisher Island Sound is een zeestraat in de Amerikaanse staat Connecticut. De naam geeft al aan dat het daar goed vissen is.

Condon heeft de Corona quarantaine gebruikt om eens goed in zijn archief te duiken. Hij verwachtte een paar bruikbare nummers te vinden waar hij nog niks mee had gedaan. Hij vond genoeg materiaal voor een dubbelalbum. Fisher Island Sound is genoemd naar de plek waar de familie van één van Zach’s bandleden een huisje heeft. Daar heeft de band de backingtrack van Fisher Island Sound opgenomen. Zach speelt trekzak op het nummer. Om de een of andere reden is hij er nooit toe gekomen om een zangpartij te bedenken en op te nemen. Maar nu dus wel met als uitkomst weer zo’n heerlijk melancholiek en mondiaal klinkend Beirut nummer. Het ‘nieuwe’ album heet Artifacts en verschijnt top 28 januari.

NewDad – Ladybird

Hoe snel en hoe goed het gaat met NewDad kan je afleiden uit het feit dat de nieuwe single van de band uit het Ierse Galway gemixt is door John Congleton, wiens clientèle kopstukken telt als Lana Del Rey, Phoebe Bridgers en Sharon van Etten. Gevalletje van kosten noch moeite.

Of het resultaat beter is dan Blue, Slowly of I Don’t Recognize You moet je zelf maar bepalen, maar dat Ladybird de zoveelste sterke track op rij is van NewDad kunnen wij je wel vertellen. NewDad is erg sterk in het vinden van een balans tussen sfeer en compositie, daarnaast hebben ze in de persoon van de immer iets verkouden klinkende Julie Dawson een supersterke troef in handen.

NewDad is tot nu toe kort gehouden door de Corona perikelen. Nu er weer licht aan het einde van de tunnel schijnt kunnen ze eindelijk gaan optreden zoals afgelopen weekend op London Calling.

Midlake – Meanwhile…

Het is aan de vader van toetsenist Jesse Chandler te danken, of liever de geest van zijn pa dat Midlake weer bij elkaar is, na een hiaat van ruim 8 jaar. Chandler senior verscheen namelijk in een droom om te vertellen dat hij zijn muziekmaten weer eens moest gaan opzoeken. Tja.

Midlake was tot een voortijdig einde gekomen mede omdat oprichter Tim Smith de band de rug had toegekeerd. Onder leiding van Eric Pulido verscheen er nog een album, maar toen was de animo al vrijwel verdwenen.

Maar het bloed kruipt etc, dus verschijnt er in maart volgend jaar een compleet nieuw album, ‘For The Sake Of Bethel Woods’ van de Texanen. De comeback single van Midlake is een warmbloedig en meerstemmig hippie-liedje met een retro a go go synthesizersolo. Weinig spectaculair op het eerste gehoor, zeer bevredigend na langere blootstelling.

Findlay – Strange One

Long time, no hear van Findlay. De Britse zangeres was favoriet in de begindagen van Pinguin dankzij sprankelende rocksongs als Off & On, Your Sister en Greasy Love. Die nummers verschenen in 2017 op een album, waarna het al snel angstig stil werd rond Natalie Findlay.

Maar nu is ze dus terug. Onherkenbaar mogen we wel zeggen. Haar gitaar heeft ze afgegespt en haar rocky songs ingeruild voor symfonische sprookjes.  Zelfs haar stem is onherkenbaar. Zelden dekte een songtitel de lading zo goed als Strange One. Alles is vreemd zo niet raar aan Findlays‘ nieuwe single. Waar eens de gitaren gromden horen we nu strijkers, toetsen en retro electronica. Strange One klinkt al de soundtrack van een duister sprookje met Findlay afwisselend in de rol van prinses en heks. Findlay album twee zou wel eens heel bijzonder kunnen worden.

Frankie and the Witch Fingers – Cookin’

Frankie and the Witch Fingers heeft een vrij lange weg afgelegd om te komen waar ze nu zijn. Fysiek, de band komt oorspronkelijk uit Bloomington in Indiana en resideert nu in L.A. En muzikaal. Jeugdzondes en liveplaten meegerekend wordt  hun nieuwe album hun achtste.

Je zou gerechtigd zijn te denken met veteranen te maken te hebben, maar dat valt erg mee. De band moet nog tien worden. Die albums laten een ontwikkeling horen van rafelige garage tot gedisciplineerde riff-rock.

Dat blijkt de stijl die Frankie het best past. Even voor de goede orde; in de band zit niemand die Frankie heet. Nieuwe single Cookin’ is een bluesy alibi voor de muzikanten om hun beste beentje voor te zetten. Vooral de gitaristen krijgen alle kans om te shinen, en dat is wat ze doen. Als je uit bent op vernieuwing heeft Cookin’ je niets te bieden, maar als je net als wij vindt dat er weinig boven een goed geoliede gitaarband gaat heb je een goeie aan Frankie and the Witch Fingers.