Terugkijken op 10 jaar Birth of Joy: “Het was echt waanzinnig.”

Bekend om de goeie live reputatie en met een ongekend tourschema deed de band bijna 2000 optredens in Nederland, Europa en de V.S.. Nog een paar shows te gaan en dan eindigt het avontuur van Birth of Joy na ruim tien jaar en vijf studioalbums in Paradiso. Op 3 januari bouwt de band samen met Death Alley, die ook stopt, een laatste feestje. Na zo lang samen in de bandbus en op het podium moeten er wel veel toffe dingen zijn gebeurd. We spraken met Kevin, Bob en Gertjan af in hun Leidse stamkroeg de WW om te praten over het rock ’n roll-avontuur dat Birth of Joy voor ze is geweest.

Tekst Nadieh Bindels Foto Jorah Terwisscha van Scheltinga

De stamkroeg is de plek waar de drie vanaf het begin van de band samenkomen om bier te drinken, plannen te smeden en bij te komen van optredens. Binnenin de bruine kroeg komen de scheurende gitaren uit de boxen. Voor de deur is de steeg waar Birth of Joy één van haar eerste optredens deed. Op een 2,5 meter hoog podium speelde ze tijdens Leidens Ontzet in 2008 de steeg helemaal ramvol. Gertjan: “Dat was zo vet. Er kon letterlijk niemand meer bij in de steeg en iedereen ging los. Het is misschien wel één van de vetste optredens die ik me kan herinneren.” Na bijna 2000 shows is het lastig te zeggen welk optreden het tofst was, maar er zijn zeker nog wel wat pareltjes blijven hangen bij de drie muzikanten. Bob: “Ik vond de eerste keer Zwarte Cross heel tof. Volgens mij was dat in 2010. We speelden meteen al in de grootste tent en stonden daar met onze kleine spulletjes op het podium. Dat was zeker een hoogtepunt.” Kevin: “We stonden in 2012 op Transmusicales in Frankrijk. Dat was ook echt een speciaal moment. We stonden voor het eerst in het buitenland en speelden meteen voor 3000 man. Het was echt waanzinnig.”

Met hoge toeren de grens over
Na het optreden tijdens Transmusicales stroomden de aanvragen voor optredens binnen. Birth of Joy reisde stad en land af om te spelen. In het begin deden ze Frankrijk, Duitsland en Engeland nog in één weekend, niet veel later deden ze zo een week over één land. En ook de V.S. sloegen ze niet over. Ze mochten er op verschillende showcasefestivals spelen. Bob: “Ja het was wel heel vet dat we daar heen mochten en konden zeggen dat we in ‘het grote Amerika’ hadden gespeeld. Het was alleen onmogelijk om daar op te vallen. Zo stonden we in 2013 op CMJ in New York. Dat is een soort ESNS maar dan twintig keer groter met twintig keer zoveel bands.” Kevin: “Ja, weet je nog dat we daar met onze spullen door de stad zeulden? We hadden geen auto en moesten met al onze bandspullen door de stad en in de metro. Wat een gedoe.” Gertjan: “Dan hebben we dat in L.A. beter gedaan. Toen hebben we ergens een winkelwagentje vandaan getoverd om onze spullen de stad door te krijgen.”

Bandbus capriolen & feestelijke streken
De bandspullen van A naar B krijgen is in de geschiedenis van Birth of Joy wel vaker een avontuur geweest. Zo had de band in het begin een brandweerbusje uit 1963. Super romantisch en veel mooie herinneringen, maar.. Gertjan: “Ja het was een heel mooi ding, maar handig was het zeker niet. We hebben zo vaak pech gehad met dat ding. Bob: “Er zat een gat in het dak boven de bestuurdersstoel. Dus als het regende, deed Gert-Jan een pet op om niet helemaal zeiknat te worden.” Gertjan: “En de accu ging heel snel leeg. Dus altijd als we bij een plek aankwamen om te spelen, moest ik hem daar opladen. Niet echt handig, maar we hebben er toch twee jaar in gereden, er de clip van ‘Make Things Happen’ mee opgenomen en er Popronde mee overleefd.”

Popronde was de eerste echte tourervaring voor Birth of Joy. Het was voor de band een aanloop naar meer succes, dé periode waarin ze hun goede live reputatie neerzette, maar het was ook zeker een feestelijke ervaring. De drie deden mee in 2010, toen het rondreizende showcasefestival nog een stuk kleiner was dan nu. Bob: “Het duurde destijds zes weken en er waren iets van vijfentwintig steden die meededen. We hebben er toen zo’n tweeëntwintig gedaan, bijna allemaal dus.” Kevin: “Ik kan me herinneren dat het altijd chaos was. Een half uur voor de show was er nog niemand op zo’n locatie en als de show begon, was het stampvol. Het was altijd feest. En weet je nog dat leipe eindfeestje toen in Eindhoven? Dat was in een kraakpand ergens. Super tof!” Gertjan: “Ja, of toen in Middelburg. Dat we met de hele Popronde-crew en allemaal bands in dat huis belandde om nog even een feestje te bouwen tot de zon weer opkwam. Dat was ook een mooie!”

Een feestje bouwen, dat kunnen de drie muzikanten van Birth of Joy zeker wel. Ze hebben dan ook goed van de gelegenheid gebruik gemaakt in de afgelopen tien jaar. Gertjan: “Weet je wat het is. Overal waar je dan komt als band, ben je zelf het feestje. Je treedt op, dus er is feest. Of het nou voor het optreden is, tijdens of erna, er is altijd feest.” Kevin: “Ja dat betekent niet dat we altijd naar de tering zijn gegaan. Met zware tours houd je daar natuurlijk ook wel rekening mee, maar ik kan niet zeggen dat ik altijd een brave gast ben geweest.” Gertjan: “Weet je nog met oud en nieuw toen we in Pacific Parc speelden? We moesten om vier uur ’s nachts spelen. Ja, wat denk je dat er dan gebeurt? Haha! Ik weet nog dat we heel snel door de nummers heen waren.”

Einde in zicht
Momenteel tourt Birth of Joy samen met Death Alley door Nederland, om 3 januari voor beiden bands de avonturen af te sluiten in Paradiso. Het kan bijna niet anders dan dat het een bijzondere avond wordt. Bob: “Ik kijk er wel naar uit, samen met Death Alley. Het wordt sowieso gezellig en heel tof.” Kevin: “Er komen zelfs Franse fans naar Amsterdam om die laatste show mee te maken. Dat is echt goeie support! Maar ik heb ook wel in m’n achterhoofd dat het voor het laatst gaat zijn en dat het nu aftellen wordt. Van die kleine momentjes op het podium, de drumsolo’s van Bob bijvoorbeeld”. Toch zijn alle drie de muzikanten blij dat ze dit besluit hebben genomen en ruimte gaan krijgen voor andere projecten en nieuwe kansen. Al blijven ze elkaar wel regelmatig zien.

Als eerste lichting Herman Brood Academie studenten vonden ze elkaar op dag twee van de introductieweek in de oefenruimte. Destijds een jaar of 16, nu bijna 30, is er zoveel gebeurd en beleefd. Gertjan: “Het voelt bijna alsof we een soort broers van elkaar zijn. In goede en in slechte tijden en alles ertussenin. En ik zeg nooit, nooit. Niemand weet wat de toekomst zal brengen, maar voorlopig is het mooi geweest.” Kevin: “Precies dat. Het was een gigantisch avontuur!”

LIVEDATA
15 december Gebr de Nobel, Leiden
20 december Neushoorn, Leeuwarden,
21 december Gebouw-T, Bergen Op Zoom (+Death Alley)
22 december Bibelot, Dordrecht
27 december Grenswerk, Venlo (+Death Alley)
28 december LuxorLive, Arnhem
29 december De Pul, Uden
03 januari Paradiso, Amsterdam (+Death Alley)

Interview met Matthew Houck van Phosphorescent

PhosphorescentGetrouwd, vader van twee kinderen en eigenaar van een persoonlijk gebouwde opnamestudio in Nashville. Veel is er veranderd in het leven van Matthew Houck – Phosphorescent – sinds hij vijf jaar geleden het veelgeprezen album Muchacho uitbracht. Alle grote veranderingen die de gewezen New Yorker doormaakte zijn terug te vinden in de nieuwe langspeler, met de daarom logische titel C’est La Vie.

Tekst Mania | Ruben Eg

Helemaal stil was het overigens niet in de vijf jaar na Muchacho. In 2015 verscheen immers nog Live At The Music Hall. Een plaat die Houck zelf als méér dan een tussendoortje beschouwt. ‘Ik heb hard aan die plaat gewerkt, en zou het niet hebben uitgebracht als het zomaar een collectie liedjes zou zijn’, vertelt hij. ‘Voor mij is Live At The Music Hall een écht album.’

Tot nu toe was het mijn favoriete Phosphorescent-plaat. Mag je dat zeggen over een live-album?
‘Ik vind het prima. Ik was blij dat ik via dit album kon laten horen hoe sommige oudere nummers geworden zijn. In de vroege jaren van Phosphorescent maakte ik mij weinig zorgen over de kwaliteit van de albumopnames. Het was gewoon zorgen dat je liedjes opgenomen kreeg. Met de wetenschap van nu, begrijp ik wel waarom veel van die nummers niet al te gemakkelijk… te verteren waren (lacht).’

Wat is het geheim van een goede opname? De studio, de apparatuur? Of toch alles in de computer zetten, in stukken hakken en aan elkaar plakken?
‘Ik sta niet dicht bij één van beide. Met Muchacho, en met C’est La Vie in het bijzonder, heb ik geleerd waarom bepaalde platen uit de seventies en eighties zo mooi zijn. Die klonken fenomenaal door alles: de ruimtes waarin ze zijn opgenomen, de apparatuur, de opstelling van de microfoons, de technici. Ik heb mij daar jaren nooit druk over gemaakt. Het was gewoon: liedjes opnemen en weer verder. Nu steek ik daar veel meer tijd in.’

Word je uiteindelijk geen apparatuurfreak, die steeds de allerbeste microfoon moet hebben?
‘Een beetje. Maar je groeit door de jaren heen natuurlijk ook als muzikant. Ik ben een betere zanger dan vroeger. Op de live-plaat staat het nummer Dead Heart. De originele versie op het album Aw Come Aw Wry uit 2005 is… Ik houd van alle albums die ik heb opgenomen. Toen ik ze uitbracht was ik zo trots als je maar kunt zijn. Maar soms kunnen nummers groeien in iets wat je toen nooit had kunnen bedenken. Daarom ben ik zo blij dat Dead Heart op Live At The Music Hall op een andere manier is verschenen.’

Terug naar dit album: waar heb jij al die jaren uitgehangen?
‘Ik was aan het werk! (lacht) Mijn vrouw (bandlid Jo Schornikow, red.) en ik kregen een kind. Wij wilden daarom weg uit New York en vonden een huis in Nashville.’

Waarom Nashville? Omdat het een muziekstad is?
‘Precies. Er woonden ook wat vrienden van ons. We dachten: laten we eens kijken, als het niet bevalt kijken we verder. Maar het beviel uitstekend, vooral omdat het een muziekstad is. Toen ik bijvoorbeeld voor het nummer These Rocks een contrabas nodig had, kwam een kennis direct aanzetten met Dave Roe: de oude bassist van Johnny Cash. Zoiets kan alleen in Nashville.’

Wanneer ben je begonnen met C’est La Vie?
‘Het is een beetje een raar verhaal. Vrij snel nadat we in Nashville kwamen, tikte ik een analoog MCI-studiomengpaneel uit de seventies op de kop. Ik dacht dat ik dat met een paar weken wel had opgeknapt en er dan mee aan de slag kon. Dat was heel, heel erg naïef gedacht. Zes maanden later zat ik er nog steeds aan te sleutelen. Op dat moment moesten wij ook ons huurhuis uit. Omdat ik vervolgens geen plek meer had voor dat mengpaneel, ben ik gaan zoeken naar een vaste ruimte. Maar ik vond alleen een oud winkelpand, zonder muren en elektriciteit erin. Dus ik dacht: dat doe ik ook wel zelf. Daardoor werd het een alleen maar langer project. Tussentijds speelde de band op een festival, en toen ik ze toch bij elkaar had wilde ik in drie dagen de basis van zes nieuwe nummers opnemen in The Bomb Shelter-studio in Nashville. Gewoon om te horen hoe het zou klinken. Die eerste, spontane opnames klonken zó fantastisch. Toen ik pas acht maanden later in mijn eigen studio aan de slag kon, kreeg ik het enthousiasme van die eerste spontane opnames niet terug. Daardoor greep ik veel terug naar dat materiaal. Ondertussen had ik ook meer nummers geschreven, kregen we een tweede kind en ging het leven verder. Zo is uiteindelijk het album ontstaan.’

Klinkt eigenlijk een beetje magisch.
‘Eigenlijk precies het gevoel dat ik altijd najaag. Het is uiteraard slimmer om, eh, gedisciplineerd te werk te gaan. Maar voor mij werkt het zo.’

Christmas Down Under vind ik een erg mooi nummer. Kerst op een plek waar het niet sneeuwt, water en vuur: het lijkt alsof iemand twijfelt tussen religie en de evolutietheorie?
‘Er gebeurt veel in dat nummer. De titel is wat goedkoop, maar ik ben blij dat je verder hebt gekeken dan de titel alleen. Ik denk dat dit één van de sterkste nummers is die ik ooit heb geschreven. Er zit inderdaad veel in. Maar ik twijfelde hoeveel er van over zou blijven.’

In meer nummers stel je vragen over het leven. Heeft dat iets te maken met een man van middelbare leeftijd die zich gaat settelen, die opeens geen kind meer is maar een vader?
‘Over dat laatste had ik toe nu toe nog niet nagedacht. In Phosphorescent loop ik vaak wat vragenstellend rond. Maar de focus op mijzelf, die egoïstisch naar binnen kijkt, is wel veranderd door mijn kinderen. Daarom kon ik ook geen betere albumtitel bedenken dan C’est La Vie. Er zijn geen antwoorden. Het is leuk om er over na te denken. Maar het lijkt mij onwaarschijnlijk dat jij en ik de waarheid over het leven wel even naar boven halen.’

 

Interview Tamino: “Een waanzinnige rollercoaster.”

TaminoGeuren van markten in Egypte, creativiteit uit Antwerpen. Kan dit samengaan? Zeker. Tamino Amir is hier een voorbeeld van.

Tekst Mania | Linda Rettenwander

Ik heb een beetje gekeken naar hoe het bij jou in sneltreinvaart is gegaan. 2016 de uitnodiging om samen te spelen met Het Zesde Metaal bij Radio1, in 2017 won je De Nieuwe Lichting en nu heb je getekend op Communion Records. Hoe is dit voor jou?
‘Een sneltrein. Een waanzinnige rollercoaster. Een droom die uitkomt ook, natuurlijk. Ik kijk met veel dankbaarheid terug op de afgelopen twee jaar. Met heel veel motivatie en zin om te werken kijk ik naar de toekomst.’

In een interview met Radio1 noemde je je ep uit 2017 een visitekaartje, de ep had geen titel. Nu is er dit debuutalbum met een naam. Je hebt het je tweede naam gegeven; AMIR.
‘Ik had het gevoel dat we veel elementen gebruikt hebben die dicht bij mij staan. We hebben niks gebruikt dat niet niets met mij te maken had. Het was dan ook heel vanzelfsprekend om een naam te kiezen die ook dichtbij me staat. Mijn eigen naam. Maar niet alleen daarom. Ik vind het een heel mooi woord en niemand noemt mij Amir. Dus op die manier ook nog een beetje afstandelijk. Het is een Arabisch woord, het betekent prins en ik vond de symboliek ook mooi. Een prins wordt geboren als prins, die kiest daar niet voor maar heeft wel nog veel te leren want is nog geen koning. Ik zie een parallel met hoe ik het gevoel heb geboren te zijn als muzikant, dat er geen andere optie was voor mij.’

Als ik naar jouw album luister, dan neem je de luisteraar heel erg mee. Je vertelt als het ware een verhaal, een robuust rijk verhaal.
‘Als ik schrijf dan denk ik niet, dan voel ik. Op den duur had ik een hoop nummers en keek naar welke elementen erin zitten en op welke wil ik een nadruk leggen? En zo begon ik wat meer te denken en bewust te worden van dat wat ik had geschreven. Voor de productie hebben we vanuit een concept gewerkt waarin we hebben gekozen om de nadruk te leggen op dat grootse, dat majestueuze. Die open klanken, een groot gevoel. Een combinatie van bepaalde traditionele aspecten uit de Arabische muziek en elektronische muziek en het contrast daartussen. Mijn ep was een visitekaartje en dit album is mijn identiteitskaart. Voorlopig althans. Het is een samenkomst van al die invloeden, van alles wat ik tot nu heb meegemaakt.’

Als we wat meer kijken naar de content op jouw identiteitskaart, dan komen je roots zowel Egypte als België naar boven. Zo is er bijvoorbeeld So It Goes, hierin komt het Egyptische sterk naar voren. In hoeverre was het belangrijk om ook die roots te laten klinken?
‘Het was iets dat ik niet echt kon controleren. Je weet niet wat er gebeurd tijdens het schrijven. Tijdens So It Goes had ik kunnen kiezen om dit niet op de piano te schrijven, alleen had je dan niet dit grootse gevoel gehad dat ik zo belangrijk vond. Ik vond het daarom ook belangrijk om hiervoor een Arabisch orkest hun arrangementen te laten spelen, ik wilde die Golden Age sound. Alle focus gaat hierin naar het ritme en de melodie waarin iedereen dezelfde melodie speelt als de zanger. Dat geeft dat grootse gevoel terwijl het maar twaalf mensen zijn.’

Je sluit het album af met een track die de naam draagt van de Griekse godin van de onderwereld. In hoeverre maken wij als buitenwereld, kennis met jouw onderwereld?
‘In dat nummer zie ik de onderwereld als het onderbewuste waarin ik mezelf heb verscholen achter een karakter, ik leg paralellen met die mythe. Het is een ander nummer dan bijvoorbeeld Habibi dat meer to the point is. Persephone is open voor interpretatie waarin het meer een nummer is van iedereen in plaats van alleen van mij. Het liefste schrijf ik nummers met een grijze zone in de tekst zodat die door iedereen anders ingevuld kan worden.’

LIVEDATA
14 december Paradiso, Amsterdam (Sold Out)
28 februari Motel Mozaique Concerts / Annabel, Rotterdam
01 maart De Oosterpoort, Groningen
02 maart TivoliVredenburg, Utrecht

 

souldiva Macy Gray over haar pieken en dalen

——-Lees hieronder een uitgebreid interview met Macy Gray door Marcel Haerkens, te lezen in de aankomende editie van Popmagazine Heaven.———-

Na de jazz van Stripped uit 2016 keert Natalie Renee McIntyre, beter bekend als Macy Gray (1967), met Ruby verrassend terug naar de soul/r&b-roots uit het begin van haar onstuimige loopbaan. ‘Ik heb nooit een vooropgezet plan, al lijkt het misschien wel zo.’

 

“Inderdaad, mijn tiende album alweer. En weet je dat het volgend jaar twintig jaar geleden is dat mijn debuut uitkwam? Die klok tikt maar door. Eh… wat was de vraag ook alweer?” Macy Gray interviewen is als een rit in de achtbaan: vol onverwachte pieken en dalen, chaotisch, altijd opwindend.

 

Zo klinkt Ruby ook. Na een periode waarin de zangeres, songschrijfster en actrice onder de radar bleef eindelijk weer eens een plaat die het in zich heeft hoog te scoren. Onder productioneel beheer van kopstukken als Tommy Brown, Thomas Lumpkins en haar voormalige manager Johan Carsson trekt ze alles uit de kast. Een fraai gearrangeerde wagonlading instrumenten, van strijkorkest tot rockende scheurgitaar, gemixt met samples. Stilistisch een soulpalet met tinten funk, jazz, gospel, pop, rock en reggae. Gray’s bizarre en soms cryptische teksten overstijgen het gros van de gangbare r&b ruimschoots. En altijd dat unieke rasperige stemgeluid dat onverwacht alle kanten uitschiet.

 

Is Ruby old school Macy Gray?

 

“Mmm…nee…of ja. Ik snap wel wat je bedoelt. In feite is het een fusie van alle muzieksoorten waarmee ik ben opgegroeid en dat zijn er nogal wat. Ik had geen vooropgezet plan dat het zus of zo zou moeten klinken. Er zitten veelzijdige arrangementen in, de meest uiteenlopende instrumenten en verschillende texturen. We hebben alles gebruikt wat we tot onze beschikking hadden om een zo goed mogelijke plaat te maken.”

 

Dat lijkt me vrij bewerkelijk. Hoe ging het opnameproces in z’n werk?

 

“De muziek en de teksten kwamen deels in de studio tot stand. Ik houd van spontaniteit en ben vrij ongeduldig. Binnen een paar takes moet mijn deel erop staan, anders kap ik ermee. Het mooist is het als alles in één keer op z’n plaats valt. Dan vang je de meest zuivere emotie. Daar stop ik al mijn energie in. Het instrumentale gedeelte is dan al helemaal besproken. Dus als ik klaar ben met zingen, laat ik het verder aan de jongens over, want hun taak is het mijn ideeën op de best mogelijke wijze uit te werken, en dat kan ik hun gerust toevertrouwen.”

 

Hoe kom je eigenlijk aan die markante zangstem?

 

“Ha, daar ben ik mee geboren. Ik had als kind al zo’n vreemde stem en daar ben ik veel mee geplaagd. Dat klasgenootjes stripfiguren nadeden. Mijn bandleden maken er achter mijn rug om nog wel eens grapjes over. Nu ik weet dat ik een goede zangeres ben, heb ik er geen moeite meer mee. Ik heb oorspronkelijk scenarioschrijven gestudeerd omdat ik auteur wilde worden. Een vriend had een bandje en vroeg of ik songteksten voor hem wilde schrijven. Bij gebrek aan een zanger heb ik ze toen op zijn recorder zelf maar ingezongen. Daar was iedereen, ikzelf incluis, wel van onder de indruk. Vervolgens ben ik zangles gaan nemen. Ik bezoek nog steeds regelmatig een stempedagoog, maar dat is meer om te leren hoe ik mijn stembanden moet beschermen.”

 

Even terug naar het album. Waarom gekozen voor Sugar Daddy als eerste single?

 

“Omdat ik het zo’n indringend nummer vind, al klinkt het luchtig. De inspiratie voor Sugar Daddy komt van de film Lady Sings The Blues met Diana Ross over het leven van Billie Holiday. Haar zoon Evan Ross is een vriend van me en hij speelt een rol in de videoclip. Als mensen die clip zien, zullen ze de tekst ook beter begrijpen denk ik.’

 

Wat betreft de song Buddha met dat prachtige gitaarwerk van Gary Clark Jr.: richt je de blik vanuit de gospelkerk tegenwoordig naar Azië?

 

“Vraag me in godsnaam niet mijn teksten te analyseren of te verklaren. Ik zou het niet weten. Het is een mooi woord dat lekker bekt. Spiritualiteit trekt me aan, het hoort bij me. Ik ben streng christelijk opgevoed en voor de rest zal het allemaal wel. Begrijp me goed: ik geloof in god, maar die bevindt zich evengoed in de kerk als in onszelf.”

 

Nog een tekst kort dan. In Jenny is de boodschap heel direct “…we shouldn’t judge people if their black or white or straight or gay…” Vind je dat een artiest zich moet uitspreken over maatschappelijke kwesties?

 

“Niet per se. Ik ben in de eerste plaats zangeres. Ooit wil ik nog eens een boek schrijven, dan kan ik een heel andere kant van mezelf laten zien. Een songtekst moet een beetje geheimzinnig zijn, zodat de magie niet verloren gaat. Een enkele keer krijg ik dan toch de neiging de mensen een beetje opvoeding mee te geven.”

 

Over educatie gesproken. Hoe gaat het eigenlijk met de Macy Gray Music Academy, de muziekschool die je in 2005 hebt opgericht?

 

“Daar heb ik eerlijk gezegd niet zo veel kijk meer op. Het is tegenwoordig een stichting en nog steeds actief, hoor. Alleen laat ik de organisatie nu liever over aan mensen die daar meer verstand van hebben. Ik heb in het begin wel eens les gegeven. Dat was best leuk. Er zitten kinderen gewoon omdat ze het van hun ouders opgedrongen krijgen, maar anderen hebben de ambitie en motivatie er alles uit te halen. Daar herken ik me zelf wel in. Daar is nu helaas geen tijd meer voor, al wil ik jonge mensen als ze daarom vragen wel een goede raad meegeven: doe nooit wat ik heb gedaan.”

 

Zoals?

“Alcohol, drugs en het aanleggen met foute mannen.” Ze schaterlacht.

 

Hoe gaat het eigenlijk met je acteercarrière? Je zat onder meer in Spiderman en Scary Movie III.

 

“Ik heb nu een stuk of tien films gedaan. Allemaal kleine rolletjes, hoor. Ik ben geen acteeractrice, als je begrijpt wat ik bedoel. Sommige grote sterren kunnen zich helemaal inleven in hun personage en op het scherm zie je dan een compleet ander iemand verschijnen. Ik blijf meestal heel dicht bij mezelf. Ik zou mijn acteerwerk wel wat meer willen ontplooien, maar op dit moment is muziek het belangrijkst.”

 

In Amerika ben je al een tijdje ter promotie van Ruby aan het touren. Wat kunnen we in Europa straks verwachten?

 

“Het is nog niet geregeld hoe we de band samenstellen, maar het zal zeker een feest worden. Optreden is toch het mooiste van dit vak. En spannend. Alles moet in één keer goed gaan. Je krijgt geen tweede kans. Daarom ben ik tijdens een concert ook meer gefocust dan normaal. Je voelt de adrenaline door je lijf gieren en die van de bandleden om je heen. Je zweet als een otter en de verwachting van het publiek is tastbaar. En dan maar hopen dat alles van een leien dakje loopt. Dat is de ultieme kick.”

 

Macy Gray live: 5 november in het Paard, Den Haag; 6 november in TivoliVredenburg, Utrecht.

Black Honey over nieuw album, tournee en de wereld van rock ‘n roll

Enkele weken geleden verscheen het officiële debuut-album van Black Honey, het uit Brighton afkomstige viertal met blikvangster Izzy B. Philips, de meest stoere, coole en zoetgevooisde rockchick sinds Gwen Stefani van No Doubt of Shirley Manson van Garbage en, ach vooruit, van iets recentere datum Courtney Barnett.

ex-Stationschef Black Honey is natuurlijk een goede bekende van de Pinguinluisteraar. Voorjaar 2015 scoorde Black Honey al de IJsbreker met Madonna. Bovendien verzorgde de band vorig jaar in een stijf uitverkochte AFAS Live op succesvolle wijze het voorprogramma van Royal Blood. In Engeland lijkt de mix van shoegaze, pop en indierock al behoorlijk aan te slaan. De uitverkochte optredens in de UK bewijzen het. De bedoeling is dat nu de rest van Europa in rap tempo gaat volgen.

We herinneren ons nog goed het jonge blonde meisje op het Metropolis Festival in Rotterdam dat het publiek begroette met ‘Hello Honeys’, een groot stuk kauwgom in haar mond stopte, haar gitaar oppakte, de snaren strak trok en aftelde. Het is de eerste zondag van juli en vanaf de eerste minuut kijkt Izzy B. met een zelfverzekerde blik het publiek aan. Alsof ze wil zeggen: ‘Wij gaan samen nog lange tijd veel lol met elkaar beleven.” Wat volgde was een set vol ijzersterke liedjes waarin de rocknummers met een psychedelisch randje, gedragen door de zwoele en sexy stem van de zangeres, naar meer smaakten. Het was het eerste optreden buiten de UK en de ontvangst deed de band duidelijk goed. De hooggespannen verwachtingen werden in zo’n vroeg stadium, althans in Nederland, ruimschoots waargemaakt.

We zijn inmiddels ruim drie jaar verder en samen met Tommy Taylor, de bassist van de band, wordt vandaag in de hoofdstad serieuze promotie gemaakt voor het album dat voor het gemak maar de titel ‘Black Honey’ heeft gekregen. Dat de release hiervan zo lang op zich liet wachten valt volgens de zangeres moeilijk te ontkennen: “Eigenlijk is er nauwelijks een pauze geweest als je onze touragenda van de afgelopen twee jaren er op na leest. De meeste werkzaamheden in de studio zijn verricht tussen alle andere activiteiten door”, klinkt het haast verontschuldigend. “Tijd voor privédingen was er weinig maar dat is helemaal niet erg. Dit is iets waar je lang van gedroomd hebt en nu werkelijkheid wordt. Kijk, we speelden veel en de fanbase breidde maar uit. Er kwam steeds meer vraag naar optredens terwijl wij aanvankelijk niet eens iemand voor de PR hadden. Voor publiek spelen blijft het leukste wat er is en je wilt ook steeds meer. Het is ontzettend druk geweest en we konden het maar nauwelijks aan maar op een zeker moment ontkom je er niet meer aan om toch een en ander in de studio vast te leggen”, vult Tommy haar aan. “De vele optredens hebben ons blijkbaar goed gedaan. Het verblijf in de studio verliep daardoor zeer voorspoedig. Soms waren slechts enkele takes voldoende om het uiteindelijke resultaat zoals het op de plaat staat gerealiseerd te krijgen. Je kunt zeggen dat we behoorlijk op elkaar waren ingespeeld. We verkeerden op het moment dat we in de studio arriveerden dan ook in bloedvorm.

Leuk was ook de samenwerking met de jongens van Royal Blood die net als wij afkomstig zijn uit Brighton en met wie we de afgelopen jaren goed bevriend zijn geraakt. Ze hebben hun medewerking verleend aan ons album. De twee leverden niet alleen muzikale bijdragen maar werkten ook mee in de aanloop naar het verblijf in de studio.”

Aan de bijbehorende videoclips is eveneens veel aandacht besteed en opvallend daarin is de rol van Izzy B. die ook als actrice prima uit de voeten lijkt te kunnen: “Ik ben altijd een groot fan geweest van de Hitchcock-films maar ‘Blue Romance’ is weer beïnvloed door de film ‘True Romance’. Daarnaast is het werk van David Lynch  een enorme bron van inspiratie geweest”, aldus de zangeres. Natuurlijk wordt daarnaast nog het oeuvre van Tarantino nauwlettend in de gaten gehouden. De fascinatie voor vuurwapens in de teksten en ook in de clips lijken hiermee verklaard. Ze verklaart vluchtig daadwerkelijk te beschikken over een wapenvergunning. Komt goed uit wanneer je de ‘mini-speelfilms’ bekijkt van ‘Hello Today’, waarin zij een pistool richt op iemand en vervolgens met een dood lichaam er vandoor gaat, en ‘Dig’ waarin zij zingt over een “Golden Bullet Through My Brain”. Ze voegt er wel aan toe deze helaas niet te kunnen tonen. Merkwaardig verhaal dus. Bij het schrijven van de teksten blijkt naast A Tribe Called Quest en de Beastie Boys, vooral NWA, noem het maar de gewelddadige kant van de hiphop, te hebben geholpen. Wie de muziek van Black Honey beluistert zal nog veel meer invloeden horen. Het geluid is de ultieme mix van het beste uit de jaren zestig en zeventig maar ook disco- en indiepop uit de jaren tachtig en negentig is sterk vertegenwoordigd. De meezing- en soms ook meebrulrefreintjes maken het geheel compleet. De zangeres heeft nog wel eens de neiging om daarin net even te ver door te gaan. Juist in de week dat de eerste, en zeer belangrijke, optredens in de UK van start moeten gaan klinkt haar stem behoorlijk rasperig. Haar doorgaans zo doordringende, heldere en sexy blik lijkt bovendien enigszins vertroebeld door zoals zij zelf zegt een lichte verkoudheid.

Zij bevindt zich in goed gezelschap. U2’s Bono kampte onlangs tijdens zijn optreden in Berlijn met eenzelfde probleem, Dave Grohl moest zich aan zijn stembanden laten behandelen en Eddie Vedder kon maar net zijn laatste serie optredens in Europa vervolgen. Zo vlak voor die eerste optredens zou je toch denken dat de nervositeit in lichte mate toeneemt maar dat wordt door de zangeres in alle toonaarden ontkend. Ik rook en drink regelmatig en ik durf zelfs te beweren dat ik allesbehalve zuinig met mijn stem omga. Gelukkig heeft het nooit tot afzeggingen geleid. Ook niet toen wij voor vele duizenden toeschouwers speelden als voorprogramma van Royal Blood. Natuurlijk is de verleiding groot om hier in jullie hoofdstad enige bezoekjes aan de coffeeshops te brengen. En ja, ik ben natuurlijk geen Amy Winehouse die volgens mij wel minstens dertig sigaretten per dag probleemloos afwerkte.”

Er moet heel wat gebeuren dus wil een optreden van Black Honey geen doorgang kunnen vinden. “Op een podium spelen en dan zien hoe al die jonge meiden vooraan springen in een shirt met de naam van jouw band er op. Het is altijd al een droom van ons geweest om het zover te kunnen brengen. We hebben in ons korte bestaan al overal gespeeld. Paradiso Amsterdam, Tivoli-Vredenburg in Utrecht, het Reading, Leeds en Glastonbury Festival, Metropolis Festival in Rotterdam, Ibiza en Electric Field. Binnenkort spelen we in de Electric Ballroom, een legendarische club in Camden die dit jaar het 80-jarige bestaan viert,  en waar wij al eerder als support van The Cribbs hebben gestaan. Niet normaal toch? Ook hebben we hele gave instore-optredens gedaan in de mooiste platenzaken van Europa en hebben we op festivals gestaan waar Iggy Pop en Queens of the Stone Age op hetzelfde podium na ons kwamen optreden en nu ook nog een uitgebreide headlinetour in de UK waar we over een sterk groeiende aanhang beschikken. Eigenlijk doen we alleen die dingen die we zelf echt leuk vinden.”                                                                                                                                                                                                                                                                                        Het doel, zoals dat in een eerder interview ter sprake kwam, om de muziek op BBC’s Radio 1 gedraaid te krijgen is al lang geleden bereikt en is nu vervangen door een nieuwe uitdaging. Met een ondeugende glimlach beantwoordt Izzy B. de vraag wanneer het album pas echt geslaagd is: “Wat ik met dit album echt wil bereiken is dat de jongste vrouwelijke fans van ons hun maagdelijkheid verliezen terwijl onze muziek wordt afgespeeld.” Jeroen Bakker

LIVEDATA 03/11 Bitterzoet, Amsterdam 07/11 Hedon, Zwolle

The Magpie Salute: “Met de komst van succes en geld, rijzen de ego’s de pan uit.”

The Magpie SaluteVan kraaien naar eksters. Rich Robinson begon met een handvol voormalige The Black Crows-kornuiten zonder de oude ‘bullshit’ een nieuwe band: The Magpie Salute. Na een live-debuut is er nu een volledige plaat met eigen nummers, getiteld High Water I.

Tekst Mania | Ruben Eg

In het kantoor van gitaarfabrikant Gibson aan het Amsterdamse IJ, kijkt Robinson uit het raam omlaag naar de Tolhuistuin. Een solotournee van de voormalig Black Crowes-gitarist, met de huidige Magpie Salute-zanger John Hogg als voorprogramma, bracht hem in 2015 naar Paradiso-Noord. ‘Ik probeerde al jaren om iets met John samen te doen, te spelen, toeren of op te nemen. Samen in een busje en gewoon rondtrekken was geweldig’, herinnert hij zich.

Jouw toen verschenen soloplaat, The Ceaseless Sight, was een bandalbum. Heeft solo toeren in Europa dan louter te maken met een financieel aspect?
“Nee hoor. Ik heb ook een solotour in de Verenigde Staten gedaan. Spelen zoals de nummers zijn geschreven zie ik als de ultieme test of een nummer kan overleven zonder alle bullshit er omheen. Dán is het een goede song. Terug naar het ontstaan van het liedje is heel intiem, voor mij althans. De productie na het schrijven is ook geweldig. Je kunt allerlei melodieën en instrumenten toevoegen. Maar als je dat alles weer weghaalt, hoor je de basis.”

Erg bluesy.
“Zeker. Weet je, mensen gaan vaak met een bepaalde verwachting ergens naar toe. Dat is denk ik een meer maatschappelijk fenomeen. Alles moet volgens de regels. Ja, we hebben de vrijheid om te winkelen, te zeggen wat je denkt. Maar eigenlijk rijden we op een enorme snelweg waarin alles volgens de regels gaat. Bij optredens vraag ik me soms wel eens af: wat is de bedoeling van een toegift ook al weer? En dan blijf ik maar gewoon op het podium staan en zeg ik: “Denk nu maar even in dat ik wegloop en terugkeer voor een toegift”. Want eigenlijk slaat het nergens op.”

Eerder dit jaar speelde je broer Chris akoestisch in Paradiso, omdat de helft van zijn band in Ierland was ingesneeuwd. Na een eerste teleurstelling, was het toch één van de beste shows van de Chris Robinson Brotherhood die ik zag.
“That’s cool.”

Het debuut van The Magpie Salute uit 2017 was ook zo’n verrassing. Vooral omdat het een live-plaat was.
“In 2014 werd ik uitgenodigd voor zo’n Woodstock-sessie, waar je live voor een klein publiek in de studio speelt. Ik wilde dit toch net wat anders doen. Hoe ouder ik word en hoe meer ik speel, hoe meer ik de gift waardeer om met mensen te spelen met wie je een echte connectie hebt. Het is intrigerend om te spelen met een groep die als een machine werkt. Alle losse onderdelen die als één geheel samen werken, maar waarin iedereen toch een enorme vrijheid heeft om eigen dingen te doen. Dus ik dacht: laat ik Marc (Ford, red.) eens bellen. Die heb ik niet meer gesproken sinds hij The Black Crowes verliet. Zo raar: je zit zes, zeven jaar elke dage dag samen in een bus, en opeens zijn ze weg. Hij zei meteen: “Ik kom eraan.” Zo heb ik toetsenist Eddie Harsch ook gebeld. In drie dagen speelden we zes sets; drie akoestisch en drie elektrische. Marc kwam laat binnen door vertraging met zijn vliegtuig. We hadden elkaar tien jaar niet gezien, plugde zijn gitaar in en de magie was terug.”

Vervolgens nog een korte tournee?
“We deden New York, en dat was met een paar uur uitverkocht. Eddie overleed een paar weken later. Maar we wilden toch doorgaan. Op zoek naar een bandnaam zochten we een vogel die minder donker dan een kraai is. En dus kwamen we uit op een ekster: The Magpie Salute. Want The Black Crowes was zo’n donkere band, de meest negatieve band in de wereld. Alsof je in een tornado woonde. Veel mensen werden de tornado uitgeslingerd, anderen hielden zich staande in het oog van de storm.”

Hoe kwam dat zo?
“Drugs en ego’s, vooral van mijn broer. De vis stinkt vanaf de kop. Onze relatie was altijd giftig en fout, en het werd alleen maar slechter en slechter. Dat droop omlaag naar de rest van de band. Iedereen had een agenda, tot het management aan toe. Niemand ging er goed mee om. Ik was 19 jaar toen ik Shake Your Money Maker maakte. Met de komst van succes en geld, rijzen de ego’s de pan uit.”

De controle kwijt?
“In zekere zin. Drugs, drugs en ego, drama; van alles. Iedereen had zijn eigen shit en iedereen speelde zijn eigen rol. Het was ellendig. Als we speelden was dat alles weg, voor twee uur dan. Maar daarna keerde de tornado snel terug. Het werd alleen maar erger. Terwijl het allemaal niet zo hoeft te zijn. Wij hoeven ons niet als klootzakken te gedragen. Het is nutteloos.”

Lesje van ouder worden?
“Absoluut. Ik speel solo al jaren met drummer Joe Magistro, met Sven Pipien zelfs sinds mijn zeventiende in de Crowes. Sven was niet zo’n geweldige bassist, ik niet zo’n goede gitarist. Maar we werden samen steeds beter. Toen The Black Crowes uiteen ging, had ik nooit meer zo’n klik met een bassist. Zo is het ook met Joe en indertijd met Mark in de Crowes. Zij voegen altijd iets perfects toe aan wat ik had geschreven. Vorig jaar leerden we 220 songs; covers van The Free, Humble Pie en Big Star, zo’n 80 Crowes-nummers en liedjes van mijzelf. Ik vond het fascinerend hoe deze band alle kanten op kon gaan.”

War Drums vind ik fantastisch gedaan op het debuutalbum. Wie speelt de gitaarsolo? Jij of Marc?
“Eeeeeh. Ik denk dat ik het ben. Precies weet ik het niet. Want we hebben toen zo veel opgenomen. (lacht) Ken je het origineel van War? Die band had zo’n fantastische ritmesectie, met blazers. Onze versie is wat meer trippy.”

Sister Moon is mijn favoriete nummer van High Water I. Het brengt zo’n enorme rust over.
“John en Marc hebben dat nummer geschreven. Zij kwamen tien dagen naar mijn huis in Nashville om liedjes te schrijven. We gooiden gewoon alles wat we hadden op tafel. Marc en John waren een keer laat bezig, toen Marc hem een akkoord liet horen. Die nacht maakte John er een pianopartij en tekst bij. Het had daarop helemaal geen gitaar meer nodig. Normaal zou je er strijkers aan toevoegen, maar ik dacht: laten we een pedalsteel doen die lijkt op strijkers. Het resultaat verraste mij enorm. Ik vind het zelf ook één van de mooiste nummers van de plaat.”

LIVEDATA 21/11 Poppodium 013, Tilburg 22/11 TivoliVredenburg, Urecht 28/11 Doornroosje, Nijmegen

J.Spaceman van Spiritualized: “Een nieuwe plaat moet gewoon goed zijn.”

SpiritualizedWat een groteske muzikale productie had moeten worden, eindigde in slaapkamerproject waar bijna oneindig aan moest worden geknutseld. Toch zijn alle frustraties, twijfels en obsessie om een baanbrekend nieuw Spiritualized-album te maken niet hoorbaar op And Nothing Hurt.

Tekst Mania | Ruben Eg Foto Juliette Larthe

“Blij dat het klaar is”, zegt Jason Pierce, oftewel J.Spaceman, in alle ernst over de achtste langspeler van het door hem geleidde Spiritualized. “Ik ben vaak gek geworden. Het werd een obsessie om de plaat die ik wilde maken te maken, terwijl ik niet in de financiële positie zat om die plaat überhaupt te maken. Ik wilde een groots album in de traditie van de oude Columbia- en Capital-producties. Maar ik eindigde letterlijk in mijn slaapkamer.”

Gek als ik zeg dat je dat niet hoort?
“Op zeker moment besloot ik de grote studiosessie te vergeten, en gewoon aan de slag te gaan met wat ik had. Ik heb al mijn talenten aangewend om het te proberen te klinken zoals ik wilde. Achteraf is een studio volstoppen met muzikanten eigenlijk de makkelijke weg. Voorheen was het geld voor zulke productie er uiteindelijk altijd. Wij gingen de studio in als het geld rond was.”

Wat was het idee achter die grootse productie? Wilde je alle voorgaande albums overtreffen?
“Een beetje wel. Ik ben geen jonge man meer. Voorheen werkte alles wat ik deed gewoon. Nu zie ik zo veel mensen van mijn leeftijd die materiaal uitbrengen dat helemaal niets heeft. Zij teren volledig op oude glorie. Ik wilde niet zomaar een plaat uitbrengen, maar nieuwe dingen doen. Misschien kwam dat door de druk van buiten: ‘Doe gewoon wat je altijd deed. Breng gewoon een plaat uit en iedereen koopt het wel.’ Maar in die positie wil ik niet zitten. Een nieuwe plaat moet gewoon goed zijn.”

Het album kent enkele zeer intrigerende nummers. Soms zelfs aangrijpend, zoals het zelfmoordrelaas in The Morning After.
“Ik weet de details over het schrijven van dat nummer niet meer. De laatste drie platen ben ik wel meer klassiek songs gaan schrijven. Het steeds maar herhalen van refreinen was altijd een beetje mijn ding. Dat was prima. Sinds ik Chris Kristofferson op zijn tachtigste verjaardag zag spelen, vind ik dat het beter moet. Hij had nog altijd een prachtige stem, hoewel natuurlijk wat oud geworden, maar zijn liedjes leken bij dat concert meer van het publiek dan van hem te zijn geworden. Zo moesten mijn songs ook zijn, vond ik. Dus ik besloot dat als ik nu nog liedjes op een plaat zou zetten, die goed genoeg moeten zijn naar aan iemand anders te laten gaan. Een plaat moet een ontdekking zijn voor degene die er naar luistert. Iedereen kopieert maar ideeën en stijlen en brengt liedjes uit alsof het iets van zichzelf is.”

Here It Comes (The road) Let’s Go is een prachtige routebeschrijving naar een huis. Bestaat die woning?
“Die bestaat echt. De rit er naar toe is fantastisch. In mijn liedjes zit altijd een reis verstopt. Maar dit nummer is een échte reis. Het is een beetje gebaseerd op de manier waarop Brian Wilson van The Beach Boys schrijft. Dat zijn ook altijd roadsongs: je begint hier en gaat die kant op. Misschien is dat wel een Amerikaanse traditie. De wegen zijn daar altijd lang en eenzaam.”

Je zei ooit tegen de krant The Independent dat dit je laatste album kon zijn
“Dat was toen ik mijn slaapkamer niet kon verlaten. Ik ben aan de plaat begonnen na de tournee rond het 20-jarig jubileum van Ladies And Gentlemen We Are Floating In Space. Die tour met zo veel muzikanten op het podium en een geluid dat door het dak ging inspireerde mij enorm. Omdat mij dit in de studio niet lukte was het ook zo frustrerend. Ik werd een beetje gek daar in de achterkamer van mijn huis. Nu de plaat klaar is kan ik weer naar buiten.”

In de tussentijd verschenen wel enkele platen van jouw oude band Spacemen 3 op vinyl. Ben je daar bij betrokken geweest?
“Nee. Wij waren toen jong, en krijgen nu amper nog royalties. Ik heb geen idee of er nog meer wordt heruitgebracht. Het is in ieder geval goed dat mensen weer platen kopen. Een vriend van mij heeft een tweedehandsplatenwinkel in Londen. Soms vraagt hij of ik voor hem kan invallen. Ik kan mij geen betere baan voorstellen. Aan de andere kant is het geweldig dat tegenwoordig zo veel beschikbaar is. Het kostte mij indertijd zeven jaar om iets van de Silver Apples te horen en te kopen. Als je eindelijk een plaat zag moest je hem direct meenemen. Je wist nooit wanneer je weer een exemplaar tegenkwam. Nu zoek je die naam op internet en je hoort alles, inclusief optredens.”

LIVEDATUM 15/03 Paradiso, Amsterdam

Judy Blank & JW Roy: “Wat LA is voor film, is Nashville voor de muziek.”

De naam Nashville duikt steeds vaker op in het Nederlandse muzieklandschap. Nederlandse singer-songwriters met een hart voor country of americana reizen steeds vaker af naar het mekka van de country om daar aan hun muziek te schrijven. Wij spraken met JW Roy, die inmiddels wel de aartsvader van de Nederlandse americana genoemd mag worden, en met Judy Blank, hét grote Nederlandse talent dat met haar nieuwe plaat – Morning Sun – een parel heeft afgeleverd die garant moet staan voor internationaal succes. Wat is Nashville en wat betekent het voor deze artiesten?

Tekst Mania | Remco Moonen-Emmerink

Judy Blank

Volgens Judy Blank is het het ‘Disneyland voor muzikanten’ en JW Roy beaamt dat; “Wat LA is voor film, is Nashville voor de muziek.” Nagenoeg iedereen in Nashville is eigenlijk singer-songwriter, volgens de beide muzikanten die er regelmatig naar toe op reis gaan om daar aan hun muziek te werken.

Judy Blank verwierf voor het eerst bekendheid met haar deelname aan De Beste Singer-Songwriter Van Nederland, waarbij ze uiteindelijk tweede werd. Daarna bracht ze haar album When The Storm Hits uit in 2014, om vervolgens te toeren. In 2016 speelde ze op de Popronde, waarbij ze de piano al grootendeels had omgeruild voor de gitaar. Met een piano ben je heel gebonden aan een vaste plaats op het podium, maar met de gitaar kun je echt een connectie met je publiek maken, aldus Judy. Hierna raakte ze een beetje in een writer’s block.

Toen Judy voor het eerst naar Nashville trok leerde ze er al snel goede singer-songwriters en muzikanten kennen en ontstonden er spontaan mooie samenwerkingen. Zo is ze ook terecht gekomen bij producer Chris Taylor, die zelfs een band geregeld heeft om mee te spelen op haar nieuwe plaat Morning Sun. Deze spontaniteit die je in Nashville bij veel muzikanten terug vindt, is ook te horen op haar plaat in Who’ve You Been Loving Lately, waar de band spontaan doorspeelt terwijl de song al klaar is, om vervolgens tot een echt hoogtepunt te komen, wat de song nog veel sterker maakt, concluderen Judy en ik samen.

In Nashville loop je ook eenvoudig hele goede collega’s tegen het lijf. Zo ontmoette Judy haar helden van The Wood Brothers, en JW Roy heeft gewerkt met Marc Beeson, een songsmid die minstens tien nummer 1 hits heeft geschreven. Een andere collega van JW is Femke Wijdema, een Nederlandse dame die hier nagenoeg onbekend is, maar in Amerika de ene na de andere hit schrijft.

Judy Blank gaat later dit jaar als special guest mee op tournee met JW Roy en ziet hem een beetje als haar muzikale vader. Volgens JW klikte het meteen heel goed tussen beiden en heeft Judy op haar 23-jarige leeftijd al zo veel meer kwaliteit in zich dan hijzelf. Ik proef hier een beetje jaloezie!  JW Roy: “Judy heeft het in zich om het écht te maken in Amerika. Iets wat je vaak hoort over artiesten, maar zij heeft het écht.” Een groter compliment kun je bijna niet krijgen, toch?

‘Southern Ground easing my southern soul’, is een regel uit een liedje dat JW en Judy samen geschreven hebben. Southern Ground is een regio in Nashville en tevens de studio waar Judy haar nieuwe plaat opnam met Chris Taylor (eveneens de engineer/producer bij haar helden van The Wood Brothers). Opnemen in Nashville is voor JW Roy ook nog een onvervulde wens.

Welke platen uit Nashville moet iedereen kennen en waarom?
Judy Blank: “Het album van The Wood Brothers – The Muse betekend heel erg veel voor mij. Toen ik dat hoorde wist ik meteen dat dat de muziek is die ik wil maken. Pure en eerlijke americana.”
JW Roy: “Het nieuwste album van John Prine, The Tree Of Forgiveness is een meesterwerk. John vult het gat dat Guy Clark en Townes van Zandt achter lieten met het grootste gemak op.”

JUDY BLANK LIVE IN DE PLATO WINKELS:
15 sep
Concerto Amsterdamdam (16:00 uur)
22 sep
Plato Deventer (14.30 uur) 
22 sep
Plato Apeldoorn (16.30 uur)
30 sep
Groningen Plato Planet festival

LIVEDATA 05/10 LantarenVenster, Rotterdam * 12/10 Bibelot, Dordrecht 15/10 De Oosterpoort, Groningen * 17/10 Merleyn, Nijmegen 18/10 Metropool, Enschede 20/10 Podium de Vorstin, Hilversum 21/10 Paradox, Tilburg * 25/10 Melkweg, Amsterdam 26/10 Neushoorn, Leeuwarden 28/10 De Flux, Zaandam 01/11 Fluor, Amersfoort 02/11 Podium Victorie, Alkmaar 03/11 De Helling,Utrecht 09/11 Xinix, Nieuwendijk 16/11 Poppodium Iduna, Drachten * 23/11 Effenaar, Eindhoven *

* with JW Roy

Jonathan Wilson: “Deze shit is de dark side van het muzikantenbestaan.”

Of we de afspraak kunnen verplaatsen, van het Amstelhotel naar een airbnb-adres in Amsterdam-West. Duvelstoejager Jonathan Wilson (43) ondersteunt Roger Waters als zanger en gitarist tijdens de Us + Them tour, die in juni vier dagen de Ziggo Dome laat vollopen met Pink Floydfans. “Ik wilde even op mezelf zijn”, verklaart de muzikant, die oogt als een moderne hippie, zijn plotselinge verhuizing.

Tekst Popmagazine Heaven | Louis Nouws

De airbnb biedt het beeld van een muziekfanaat on the road. Een akoestische gitaar achteloos op de bank. Op het tafeltje ernaast speelt een opengeklapte Macbook via een bluetooth speaker muziek af van Scott Walker. Aan de laptop zijn een klein keyboard en een modulaire synthesizer gekoppeld, een PIN Electronis & Ramcur, die Jonathan Wilson op de kop heeft getikt in Berlijn. “Het is een remake van een synthesizer die Pink Floyd gebruikte tijdens de opnamen van The Dark Side Of The Moon. Toen Roger me vroeg voor de Us + Them tour ben ik ernaar op zoek gegaan om de speciale geluidsaffecten van dat album te kunnen herscheppen.”

Wilson heeft de synthesizer zelf ook toegepast op Rare Birds, zijn begin dit jaar verschenen soloalbum, en dat is nieuw. Want de Californische multi-instrumentalist, die vooral naam maakte als producer van albums van onder meer Dawes, Father John Misty, Conor Oberst, Roy Harper en Roger Waters, staat bij uitstek bekend om zijn voorliefde voor een warm analoog geluid waarin geen rol is weggelegd elektronische geluidsapparatuur. “De vergelijkingen met Crosby, Stills, Nash & Young en Dennis Wilson die me ten deel vielen bij mijn eerste twee solo-albums [Gentle Spirit (2011) en Fanfare (2013)-red.], waren vleiend, maar ik heb mezelf nooit gezien als de schatbewaarder van het jaren zeventig westkustgeluid. Ik woon inmiddels een kwart eeuw in LA, dus ik voel wel dat ik in een bepaalde traditie sta. Alleen al de omgeving doet wat met je. Maar als liefhebber van een doorwrocht en gelaagd geluid voel ik me net zo verwant met Engelsen als Trevor Horn, Peter Gabriel en Kate Bush.”

Big
‘Omdat we allemaal stroomafwaarts van Townes Van Zandt aan het vissen zijn, blijft er eigenlijk niets anders over dan het groot te maken’, schijft Jonathan Wilson in de documentatie die Rare Birds begeleidde. “Dat is vrij naar Arlo Guthrie, die zoiets zei over Bob Dylan. Ik zou willen dat ik een nummer als Pancho & Lefty zou kunnen schrijven, maar dat talent heb ik niet. Zulke catchy melodieën met poëtische teksten schrijven, is slechts weinigen gegeven, dus ik zoek het met mijn muziek in het domein van de overdaad. Sommige nummers op Rare Birds zijn opgebouwd uit 120 tot 150 tracks. want dat is mijn sterke punt. Ik kan dat heel goed organiseren. Het zit grotendeels gewoon in mijn hoofd, al prijs ik me gelukkig met een heel gestructureerd werkende engineer aan mijn zijde. Uiteindelijk ligt er natuurlijk wel een puzzel waar ik soms maanden mee bezig ben. Soms is dat heel meditatief, dan trek ik me helemaal terug om het te overdenken. Hoe passen alle stukjes in elkaar? Hoe wil ik het ten langen leste laten klinken?”

“Voor mij is het een enorm voordeel dat ik bijna alles zelf inspeel. Vaak komen de ideeën op tijdens het opnameproces. Ik stel me voor dat een chef-kok in de keuken ook zo aan de slag gaat met de ingrediënten. Je grijpt wat je nodig hebt, sommige bestanddelen zijn bekend, soms bedenk je iets nieuws of geef je het een speciale bewerking. Je hebt een gerecht voor ogen dat mensen versteld doet staan, dat als geheel overtuigt maar ook op onderdelen boeit. Ik werk overigens niet helemaal in mijn eentje, vaak krijg ik juist inspiratie door muzikanten die langskomen in mijn studio. Loving You, het nummer dat feitelijk het startpunt vormde voor Rare Birds, viel in zijn vorm na een paar spontane sessies met new age-zanger Laraaji.”

Ook de aanwezigheid van Roger Waters had grote invloed. De opnamen voor Waters’ Is This The Life We Really Want? en Rare Birds liepen grotendeels parallel. “In totaal zijn we zo’n anderhalf jaar met zijn album bezig geweest. Tussen die sessies door werkte ik aan eigen nummers. Vaak bleef alles precies zo opgesteld, dus het sonische pallet van onze albums kent een grote overlap. Ook heeft Roger geregeld naar nummers geluisterd die ik in hun ruwe versie voorspeelde op piano.”

Shit
Rare Birds is een 78 minuten durende muzikale reis langs oude en nieuwe paden van de psychedelische rock. Geen conceptalbum in strikte zin, maar als geheel bedoeld als “helende muziek”, dixit neohippie Jonathan Wilson. Voor sommigen is de sonische overdaad wat teveel – een Belgische recensent schreef dat er ‘een heel goeie plaat verborgen zit in Rare Birds’ ­–, maar daar heeft geluidsmagiër Wilson geen boodschap aan. “Ik wil dat mijn muziek mensen meeneemt op een emotionele golf. Een album van mij koop je niet voor de liedjes maar voor de totale ervaring.”

In Europa slaat zijn muziek meer aan dan in de Verenigde Staten, waardoor hij een vreemd soort niemandsland dreigt terecht te komen. “Het klimaat is nu zo dat albumverkoop weinig meer voorstelt. Je hebt uiteraard altijd nog bands die binnenlopen, maar doorgaans zijn dat de acts die al niks te klagen hebben. Over de belastingen misschien. Maar voor onbekendere groepen is het schrapen om te overleven. Ik wil het niet eens over mijn eigen verkopen hebben, maar neem de Father John Misty-albums waar ik bij betrokken was. Ik weet voor honderd procent zeker dat als I Love You, Honeybear en Pure Comedy halverwege de jaren negentig waren uitgekomen ze tien keer meer hadden verkocht dan nu.”

Het geld moet komen uit optredens. “Maar het is kostbaar om in Europa te touren als Amerikaanse indieband. Daar heb ik mee te maken. In mijn thuisland kan ik nauwelijks touren omdat te weinig mensen om mijn muziek geven. En in Europa, waar ik wel genoeg fans heb, is het eigenlijk financieel niet verantwoord, omdat het niet meer is op te vangen met plaatverkoop. Op mijn vorige tour heb ik ongeveer 100.000 dollar toegelegd. Maar deze shit is de dark side van het muzikantenbestaan. Het blijft nog altijd een genot muziek te maken, laat ik dat voorop stellen.”

Genieten
Dus staat hij zo’n 175 keer naast Roger Waters op het podium met de US + Them tour en het repertoire van Pink Floyd. “Natuurlijk, het geld is goed, maar ik kan er ook van genieten, temeer daar Dave Kilminster de meeste gitaarpartijen voor zijn rekening neemt. Die doet dat heel goed. Zelf ben ik veel minder bedreven in het noot voor noot naspelen van de originelen. Ik kan me helemaal richten op de zang. Voordat de tour aanving heb ik zelfs nog een zangcoach in de arm genomen om mijn stem en stamina te verstevigen. Toen Roger me vroeg voor de tour dacht ik: waarom niet? Als indie-artiest zal ik nooit in die megahallen spelen, laat staan in stadions in Zuid-Amerika. Het leek me cool dat eens mee te maken. Inmiddels is Roger een vriend van me en voel ik me loyaal. Al is het ook wel weer fijn, zoals nu in Amsterdam, het hele circus even te verlaten en zo’n luxe hotel te verruilen voor een appartement in een gewone buurt. Ik ben teveel een individualist om aldoor met de groep op trekken.”

LIVEDATA 08/09 Melkweg, Amsterdam 13/09 Trix, Antwerpen (BE)

HeavenHeaven #5, 2018 heeft maar liefst twee omslagen. Op de voorkant staat Raymond van het Groenewoud, op de achterkant prijken de jonge heren van DeWolff. Dat in verband met een special die Heaven wijdt aan het spiksplinternieuwe rootsfestival Once I A Blue Moon, dat zaterdag 25 augustus plaatsvindt in het Amsterdamse Bos. Ook de hoofdstad goes americana. Interviews zijn er met DeWolff, I’m With Her en The Dawn Brothers, alle drie te zien op het festival, naast David Crosby The Mavericks en vele anderen.

In de ‘gewone’ Heaven het uitgebreide vraaggesprek met Raymond van het Groenewoud, die een driedelige box samenstelde uit zijn oeuvre met de titel Archivaris. Ook zijn er fijne gesprekken met Beechwood, Low, Jonathan Wilson en Yorick van Norden.

In de serie Portret van…, dit keer podiumdirecteur Marlies Timmermans van het Utrechtse Ekko. Liz Phair’s spraakmakende debuut uit 1993 Exile In Guyville staat centraal in It was 25 years ago today.

In de recensierubriek, met meer dan 100 titels, nieuwe albums van o.a. Neko Case, Charles Lloyd & Lucinda Williams, Curse of Lono, American Aquarium, Dawes, The Wood Brothers, Dirty Projectors, Arthur Buck, RVG, Israel Nash, Needlepoint en Smail Mail.

Dit nummer niet missen? Neem een abonnement en profiteer van de aanbieding: 1 jaar Heaven van € 34,99,- voor slechts € 22,50,-! Een abonnement neem je hier: www.popmagazineheaven.nl/actie-abonnement

 

Duitse technogoeroes Âme: “Dance hoort op 12-inch”

ÂmeAl vijftien jaar lang verrijkt het Duitse super-duo Âme de elektronische muziekscene als geen ander. Met een intense afkeer voor herhaling innoveren Frank Wiedemann en Kristian Beyer er lustig op los; de technogoeroes zijn op geen enkel genre vast te pinnen. Na anderhalf decennium hebben de heren besloten hun eerste album uit te brengen en opnieuw een opvallende uitstap te maken. Geen muziek voor de club, maar voor thuis op de bank. “Ik kan er na drie jaar aan gewerkt te hebben in ieder geval nog steeds naar luisteren.”

Tekst LiveGuide | Daan Keijzer

Voor degenen die Âme, de Franse vertaling van ‘ziel’, enkel kennen van de immens populaire technosingle Rej of grijsgedanste remix van Howling, komen op het debuutalbum Dream House bedrogen uit. De titel is wat dat betreft een eerlijke voorbode en Beyer verpulvert bij dezen alle illusies: “Wij zijn bekend om onze dancetracks, maar daar geven we geen ruimte aan op het album. Dancetracks horen op een 12-inch en niet op een plaat. Een plaat luister je dan ook thuis en niet in de club. Tenminste, zo luister ik ze.”

Wat er dan wel te horen is op Dream House? “Moderne spacerock met een romantisch tintje. Frank en ik gingen op zoek naar ons gemeenschappelijk muzikale terrein: het Duitse erfgoed van spacerock waarin we zijn opgegroeid. We wilden dezelfde atmosfeer van bands als Neu!, Harmonia en Cluster uit de jaren ’70 creëren. Geen replica, maar een versie met een elektronische basis, gemaakt met moderne technieken. Het gaat om de transfer naar het hier en nu.”

Wispelturige kameleon
De Duitse meesters zijn niet bang dat ze met deze nieuwe richting luisteraars afschrikken. Beyer drukt op het hart dat Âme nog lang niet uitgetechnoot is. “Je niet bang te zijn dat we nooit meer dance-nummers maken; alleen op dit album vonden we dergelijke muziek niet op zijn plaats. Er zullen vast een aantal mensen teleurgesteld zijn, aangezien zij bepaalde verwachtingen hebben. Maar ik haat verwachtingen en artistiek gezien is het gewoon saai om dezelfde formule te blijven hanteren, hoe succesvol die ook moge zijn.”

Die leus sluit aan op de zorgvuldig geboetseerde carrière van Âme. Beyer en Wiedemann ontmoetten elkaar begin deze eeuw in Karlsruhe en besloten hun dancevaardige handen ineen te slaan. Die samenwerking leverde een beperkt aantal daverende singles en remixes op, waarbij de stijl net zo veranderlijk was als een kameleon met een identiteitscrisis. Detroit techno, Chicago house of tunnelvisie-trance: het passeert allemaal de revue.

“De essentie van ons karakter is om nooit verveeld te raken”, verklaart Beyer de wispelturigheid in genre. “We willen altijd geïnteresseerd en opgewonden blijven. Gezien onze brede muzikale achtergrond is dat misschien niet de makkelijkste taak. Daarom stappen we regelmatig uit een bepaald genre. Ook Dream House reflecteert die ontwikkeling.”

Grabbelton
Een liveshow van Âme heeft daarom bijzonder veel overeenkomsten met een grabbelton: je hebt niet alleen geen idee wat je voorgeschoteld krijgt, maar ook niet eens wíe. “Een aantal jaar geleden hebben we samen besloten de shows op te delen. Frank kwam er destijds namelijk achter dat DJ’en niet helemaal zijn ding was; zijn passie lag bij het live spelen van materiaal. Mijn liefde voor de draaitafel is echter gebleven. Daarom kan een optreden van Âme bestaan uit een liveset van Frank of een DJ-set van mij. We spelen verschillend materiaal op onze eigen manier, maar integreren allebei Âme in het optreden.

“Alleen bij shows van Âme II Âme spelen we daadwerkelijk met zijn tweeën, rug tegen rug. Het is een hybride vorm van live met een DJ-set. Feitelijk doe ik wat ik normaal ook doe: ik mix mijn muziek, alleen nu in die van Frank. En andersom rommelt Frank met mijn nummers tijdens zo’n set. Het is wat uitdagender, maar we kennen elkaar ondertussen goed genoeg om dit te kunnen uitvoeren. We reageren makkelijk op datgene wat de ander doet omdat we elkaars voorkeuren en favoriete richtingen kennen. Een soort blind begrip.” Op Lowlands valt dit jaar van een dergelijke set te genieten.

Stroomstoring
De hechte vriendschap tussen de twee hielp aanzienlijk tijdens het proces van Dream House. Toch is het niet altijd pais en vree geweest: vlak voordat Wiedemann en Beyer besloten hun optredens te splitsen, barstte er een bommetje tijdens een optreden op Ibiza. “Ik sloot toen aan het einde van een show Franks stroomvoorziening af, want ik was het niet eens met wat hij speelde. Dat was op een hectisch moment waarin we elkaar minder spraken, terwijl onze directe omgeving enorm veranderde. Er sluimerden wat onuitgesproken negatieve gevoelens jegens elkaar, en dat explodeerde tijdens die show in Ibiza. Sindsdien zijn we alleen maar hechter met elkaar geworden. Omdat we zulke goede vrienden zijn, weten we inmiddels hoe we ruzie moeten maken. Op een gezonde manier. Er zit geen onoprechtheid tussen ons. We kunnen elkaar eerlijk vertellen wat we mooi of niet mooi vinden; daardoor zijn we altijd allebei tevreden met het resultaat. Dat geldt ook zeker voor Dream House. We hebben hiervoor nooit echt de tijd of inspiratie gehad om een album te maken. Maar nu vragen we ons af of we niet gewoon meteen aan een tweede moeten beginnen.”

LIVEDATA 19/08 Lowlands, Biddinghuizen

LiveGuideDe zomereditie van LiveGuide is nu overal in het land verkrijgbaar. De krant heeft hierin de festivalzomer van 2018 centraal staan en presenteert een imposante fictieve line-up van de 150 tofste acts die de komende maanden naar Nederland komen.

Het gratis blad heeft de line-up onderverdeeld in tien categorieën, zoals hiphop, elektronica, headliners, Nederlandse acts en het zwaardere gitaarwerk. Het heeft geleid tot een zeer diverse lijst namen met alleen acts die deze  zomer naar de Nederlandse festivals komen. Van Pinkpop tot Best Kept Secret en van Vestrock via Down the Rabbit Hole en North Sea Jazz naar Zwarte Cross en Lowlands: allen zijn ze goed vertegenwoordigd.

In de 42e uitgave van LiveGuide zijn verder interviews te lezen met de opstandige artpunkers van Parquet Courts, de culty hardrockgiganten van Ghost, de Franse indierockact Theo Lawrence & The Hearts en het Duitse duo Âme, dat na vijftien jaar opereren aan de frontlinie van de dance plotseling een debuutalbum met een ook nog eens zeer verrassende sound uitbrengt.

Verder deelt het Smèrrig-duo Nixus & MC Jordan hun veeleisende tourrider (o.a. een Volkswagen Polo uit 2005 met Katja Schuurman en Kim Holland erin…), durft het Brabantse Bear’s Den-bandlid Christof van der Ven het aan quizvragen over Beyoncé te beantwoorden en tipt PR & Marketing-dame Laetitia Abbenes van het Into the Grave-festival de beste metalalbums van het moment.