Een nieuwe naam. Zo nieuw dat de info nog schaars is, maar het ziet er naar uit dat Des Rocs een eenling is en geen band. Hij komt uit New York en lijkt een actie gestart om de rock weer aan het rollen te krijgen.
Op zijn conto staan nu vier singles. Let Me Live/Let Me Die is nummer 3, maar in onze oren de beste introductie tot de net niet overgeproduceerde semi seventies glamrock van de jonge Amerikaan.
Let Me Live/Let Me Die heeft een gitaarsound die doet denken aan die van Wall Street Shuffle van 10cc. De beat is basic rock ‘n’ roll, familie van zeg maar I Love Rock ‘n’ Roll van Joan Jett. Inderdaad het woord is retro. Het nummer zou onder het kopje kitsch vallen als de break/solo niet zo heerlijk chaotisch was geweest. Het lijkt wel of de drummer van zijn kruk flikkert en de rest van de band in zijn val meeneemt. Even in de gaten houden die Des Rocs.
Nilüfer Yanya is een jonge Britse zangeres met Turks, Iers en Barbadiaans (= van Barbados) bloed in d’aderen. Haar invloeden zijn even divers als haar stamboom. Ze luistert o.a veel naar Nina Simone en The Pixies.
Baby Luv is het openingsnummer van een EP, die Nilüfer eerder dit jaar liet verschijnen. Dat we nu pas inhaken komt omdat we de release in eerste instantie hebben gemist. Toen we zagen dat ze het voorprogramma verzorgt van Interpol hebben we haar alsnog even gecheckt om tot de conclusie te komen dat haar dat haar muziek prima bij Pinguin past en dat de gelukkigen die een ticket voor Interpol hebben weten te bemachtigen er goed aan doen op tijd te komen en het voorprogramma mee te pikken.
In Engeland is het talent van de 23 jarig singer-songwriter al wel opgemerkt. Daar is ze vorig jaar uitgeroepen tot één van de ‘BBC Talents of 2018’. NilüferYanya heeft een donkere stem, die oudere luisteraars wellicht zal doen denken aan die van Joan Armatrading. Haar songs zijn raar op een goede manier. Baby Luv bijvoorbeeld is een akoestische indie-r&b song met een sterke spanningsboog en een hypnotiserend refrein. Het is niet moeilijk te horen waarom Interpol haar mee op sleeptouw neemt.
LIVEDATA: 23/11 Van Alleen Naar Zachter Festival, Paradiso, Amsteram. 27/11 TivoliVredenburg (met Interpol) Utrecht.
Een opgemaakte zanger maakt nog geen glamrevival, maar het zou zo maar kunnen dat The Struts andere bands over de streep trekt en net als zij weer een beetje show in de business gaan brengen. Het is wel weer eens tijd voor een beetje glans en glitter. Aan beiden geen gebrek bij Luke, Adam, Jed en Gethin van The Struts. Na negen jaar samen is er ook voldoende ervaring. Combineer dat met een fysiek, die zich leent voor strakke pakken en kekke kapsels plus een koffer vol songs met flair en je hebt je de voorwaarden voor een topband.
Vreemd genoeg hebben de Amerikanen dat eerder door dan de landgenoten van The Struts uit het oer Engelse Derby. Dat komt waarschijnlijk omdat Dave Grohl uitgesproken fan is. Foo Fighters heeft uitgebreid getoerd in de V.S. met The Struts als support act. De relatie gaat verder dan voetballen voor de optredens. Dave heeft zanger Luke, die in zijn vrije tijd gitaren beschildert ook gevraagd een paar van zijn instrumenten onder handen te nemen.
Primadonna Like Me is de tweede meer dan uitstekende opwarmer voor het tweede album dat The Struts ook een beetje vastigheid in Engeland en Europa moet brengen. De sound is een heerlijk modern sausje van The Rolling Stones, The Who, Queen, Iggy Pop en Guns N’ Roses. The Struts is wat ons betreft de ideale festivalband.
Het knappe van de nieuwe single van My Baby is dat je er meteen de band in herkent van Uprising, terwijl Borderline toch compleet anders is dan we van ze zijn gewend.
My Baby heeft hele volksstammen veroverd met een 6-snarige vorm van EDM, een zelf ontwikkelde variant, die je Voodoo-Boogie zou kunnen noemen, een etiket dat verwijst naar de Mississippi delta -roots van het trio.
Op Bordeline tapt My Baby uit een heel ander vaatje. Dit keer haalt de band de mosterd niet uit de zuidelijke V.S, maar uit de Orient, de landen aan de zijderoute. En waar de meeste My Baby songs een ‘sta op en dans’ effect sorteren, kan je bij Borderline rustig (op je yogamatje) blijven zitten. Het lijkt overigens wel een solonummer van Cato zo groot is haar rol, zo bescheiden die van Joost en Daniel.
We hebben meermalen opgemerkt dat het enige wat nog ontbreekt in het succesplaatje van My Baby een solide radiohit is, Borderline is een serieuze kandidaat.
Wat een groteske muzikale productie had moeten worden, eindigde in slaapkamerproject waar bijna oneindig aan moest worden geknutseld. Toch zijn alle frustraties, twijfels en obsessie om een baanbrekend nieuw Spiritualized-album te maken niet hoorbaar op And Nothing Hurt.
“Blij dat het klaar is”, zegt Jason Pierce, oftewel J.Spaceman, in alle ernst over de achtste langspeler van het door hem geleidde Spiritualized. “Ik ben vaak gek geworden. Het werd een obsessie om de plaat die ik wilde maken te maken, terwijl ik niet in de financiële positie zat om die plaat überhaupt te maken. Ik wilde een groots album in de traditie van de oude Columbia- en Capital-producties. Maar ik eindigde letterlijk in mijn slaapkamer.”
Gek als ik zeg dat je dat niet hoort?
“Op zeker moment besloot ik de grote studiosessie te vergeten, en gewoon aan de slag te gaan met wat ik had. Ik heb al mijn talenten aangewend om het te proberen te klinken zoals ik wilde. Achteraf is een studio volstoppen met muzikanten eigenlijk de makkelijke weg. Voorheen was het geld voor zulke productie er uiteindelijk altijd. Wij gingen de studio in als het geld rond was.”
Wat was het idee achter die grootse productie? Wilde je alle voorgaande albums overtreffen? “Een beetje wel. Ik ben geen jonge man meer. Voorheen werkte alles wat ik deed gewoon. Nu zie ik zo veel mensen van mijn leeftijd die materiaal uitbrengen dat helemaal niets heeft. Zij teren volledig op oude glorie. Ik wilde niet zomaar een plaat uitbrengen, maar nieuwe dingen doen. Misschien kwam dat door de druk van buiten: ‘Doe gewoon wat je altijd deed. Breng gewoon een plaat uit en iedereen koopt het wel.’ Maar in die positie wil ik niet zitten. Een nieuwe plaat moet gewoon goed zijn.”
Het album kent enkele zeer intrigerende nummers. Soms zelfs aangrijpend, zoals het zelfmoordrelaas in The Morning After. “Ik weet de details over het schrijven van dat nummer niet meer. De laatste drie platen ben ik wel meer klassiek songs gaan schrijven. Het steeds maar herhalen van refreinen was altijd een beetje mijn ding. Dat was prima. Sinds ik Chris Kristofferson op zijn tachtigste verjaardag zag spelen, vind ik dat het beter moet. Hij had nog altijd een prachtige stem, hoewel natuurlijk wat oud geworden, maar zijn liedjes leken bij dat concert meer van het publiek dan van hem te zijn geworden. Zo moesten mijn songs ook zijn, vond ik. Dus ik besloot dat als ik nu nog liedjes op een plaat zou zetten, die goed genoeg moeten zijn naar aan iemand anders te laten gaan. Een plaat moet een ontdekking zijn voor degene die er naar luistert. Iedereen kopieert maar ideeën en stijlen en brengt liedjes uit alsof het iets van zichzelf is.”
Here It Comes (The road) Let’s Go is een prachtige routebeschrijving naar een huis. Bestaat die woning? “Die bestaat echt. De rit er naar toe is fantastisch. In mijn liedjes zit altijd een reis verstopt. Maar dit nummer is een échte reis. Het is een beetje gebaseerd op de manier waarop Brian Wilson van The Beach Boys schrijft. Dat zijn ook altijd roadsongs: je begint hier en gaat die kant op. Misschien is dat wel een Amerikaanse traditie. De wegen zijn daar altijd lang en eenzaam.”
Je zei ooit tegen de krant The Independent dat dit je laatste album kon zijn “Dat was toen ik mijn slaapkamer niet kon verlaten. Ik ben aan de plaat begonnen na de tournee rond het 20-jarig jubileum van Ladies And Gentlemen We Are Floating In Space. Die tour met zo veel muzikanten op het podium en een geluid dat door het dak ging inspireerde mij enorm. Omdat mij dit in de studio niet lukte was het ook zo frustrerend. Ik werd een beetje gek daar in de achterkamer van mijn huis. Nu de plaat klaar is kan ik weer naar buiten.”
In de tussentijd verschenen wel enkele platen van jouw oude band Spacemen 3 op vinyl. Ben je daar bij betrokken geweest? “Nee. Wij waren toen jong, en krijgen nu amper nog royalties. Ik heb geen idee of er nog meer wordt heruitgebracht. Het is in ieder geval goed dat mensen weer platen kopen. Een vriend van mij heeft een tweedehandsplatenwinkel in Londen. Soms vraagt hij of ik voor hem kan invallen. Ik kan mij geen betere baan voorstellen. Aan de andere kant is het geweldig dat tegenwoordig zo veel beschikbaar is. Het kostte mij indertijd zeven jaar om iets van de Silver Apples te horen en te kopen. Als je eindelijk een plaat zag moest je hem direct meenemen. Je wist nooit wanneer je weer een exemplaar tegenkwam. Nu zoek je die naam op internet en je hoort alles, inclusief optredens.”
Elke ochtend om acht uur is het tijd voor een verse Clip van de Dag. Met vandaag de bijna 10 minuten durende droomvlucht van Lana Del Rey: Venice Bitch.
Het lijkt er op alsof we lang niks gehoord hebben van White Lies, maar dat valt dus heel erg mee. Vorig jaar nog bracht de band uit Ealing, Londen een album uit. Alleen heel bijzonder was die plaat niet. Minder van het zelfde, zeg maar. Het album kreeg dan ook maar een fractie van de aandacht, die eerdere releases kregen, de bronnen van hits als Death, Bigger Than Me en Big TV.
Nieuwe single Time To Give maakt duidelijk dat het veel te vroeg is om White Lies af te schrijven. Net al de in het verleden behaalde resultaten leunt ook Time To Give op de sombere Britse 80’s new wave sound, die ook bands als Interpol en Editors tot mooi dingen inspireert, maar anders dan op het vorige album lijkt de drang om te scoren verdwenen, zodat de liefde voor de muziek overblijft.
In vroegere tijden zou het ruim 7 minuten durende Time To Give verdeeld worden in een part 1 en een part 2. De eerste helft is vocaal, het sluitstuk grotendeels instrumentaal en werkt toe naar een climax van epische proporties. Laten we niet overdrijven en zeggen dat Time To Give het beste White Lies nummer tot nu toe is, maar dat het zich meten kan met eerder genoemde songs is een ding dat zeker is.
Helemaal uit Dún Loaghaire, een kustplaatsje onder de rook van de Ierse hoofdstad Dublin komt de Stationschef van deze week. Zijn naam? Conor O’Brien, de voorman van het vrij fenomenale Villagers!
Het gaat zou goed met Connor’s band, dat hij nu al de beroemdste burger is van Dún Loaghaire is. Na Bob Geldoff.
Beroemder dan Bob gaat hij natuurlijk nooit worden. Niet zolang hij geen nieuw Live Aid organiseert. Maar never say never, want als we ons tot muziek beperken heeft Sir Bob nu al het nakijken.
In cijfers is Villagers Boomtown Rats namelijk al ver voorbij gestreefd. Spotify vermeldt dat Nothing Arrived van Villagers bijna 10 x zo vaak is beluisterd dan I Don’t Like Mondays, dat ‘slechts’ 15 miljoen plays op de teller heeft staan. The Rats zijn in ruste en Villagers gaat als een trein, het verschil zal dus alleen maar groter worden.
Afgelopen vrijdag kwam er een nieuw album online van de Ierse band.
The Art Of Pretending To Swim heet het nieuwste pronkstuk van Villagers dat met sterke singles als Trick Of The Light, Fool en IJsbreker Again wel eens het beste album van de band tot nu toe zou kunnen blijken.
Onze Bazz sprak Connor O’Brien, die op ons verzoek een mooie lijst samenstelde met zijn favoriete songs. Traditiegetrouw draaien we die nummers de hele week door en zijn ze te horen tijdens de uitzending van Bazz op de Buzz met Connor als Stationschef op zaterdagavond (22/09) om 19:00 uur en in de herhaling op donderdagavond op (27/09) om 22:00 uur.
In de metal gaat het om volume en virtualiteit. Originaliteit is minder belangrijk, maar indien voorradig natuurlijk mooi meegenomen. Red Sun Risingis zo’n originele metalband.
Niet omdat het vijftal uit Akron Ohio iets doet wat nooit eerder vertoond is. Red Sun Rising valt op omdat ze twee zaken combineren, die doorgaans moeilijk samen te rijmen zijn; melodie en complexiteit. Het is tellen en opletten geblazen voor de muzikanten, maar tegelijkertijd kunnen we dansen en meezingen. Nieuwe single Veins bijvoorbeeld klinkt als Cheap Trick dat een Tool nummer speelt. Gecompliceerde powerpop dus.
Veins is getrokken van het tweede album van Red Sun Rising, het eerder dit jaar verschenen Thread. Eigenlijk is Thread het vierde album van de band, maar ze zijn in hun 11 jarige bestaan een paar keer van label, stijl en bezetting veranderd en blijkbaar opnieuw begonnen met tellen. Die hard headbangers zullen passen bij Red Sun Rising maar de weldenkende metalfan doet er goed aan wat dieper in de band te duiken.
Single 3 van het aanstaande Villagersalbum is in één woord ijzersterk. De beste van de drie. Niks mis met het prachtige Trick Of The Light en het mooie Fool, maar Again is raar en anders, en zo horen we het graag.
Om te beginnen vallen de synthesizers op. Waar eens de gitaren vreedzaam tokkelden grommen nu de elektronische keyboards. Bijzonder ook is de hypnotische stem, die het hele nummer door Again zegt. Daar bovenop onderlangs en tussendoor zingt Connor O’Brien zoals alleen hij dat kan met zijn lenige stem en bitterzoete timbre. Voeg daar de meeuwen aan toe die de song in en uit luiden en je hebt een juweel van een nieuwe single.
Afgaande op de drie songs die Connor O’Brien vooruitgestuurd heeft, is het nu al veilig om te zeggen dat het vierde Villagers album The Art Of Pretending To Swim een plaat wordt om te koesteren, een die wezenlijk anders is dan de voorgangers. En zo hoort het.