Maruja – Kakistocracy

Ooit was punk een muziekstijl beoefend door beginnende muzikanten die zich vanwege hun magere muzikale kennis beperkten tot het spelen van songs met één hooguit twee akkoorden. Dat soort bands zijn vrijwel volledig uit het muzieklandschap verdwenen. Als we het tegenwoordig over punk hebben, post of niet dan bedoelen we de mentaliteit van de muzikanten, een anti commerciële inslag en een onafhankelijke opstelling.

Om die redenen kan het uit Manchester afkomstige Muraja met recht de punkmantel claimen. Al vanaf de eerste noot van Kakistocracy is duidelijk dat de band niet uit is op een hitparadenotering. Zelfs airplay lijkt de band niet erg te interesseren. Op veel oren zal Kakistocracy kakofonisch overkomen met zijn ruwe, intense zang en nog ruwere saxofoonsolo. Ja dat lees je goed. Het hoofdinstrument van het kwartet is een sax. De band afficheert zich dan ook als zijnde een jazz-punk, of punkjazzband.

Live schijnt Muraja een sensatie te zijn, maar ook hun studio-opnamen zoals te horen op debuut EP, Knockarea zijn niet gespeend van enige opwinding. Van de vier tracks is Kakistocracy, een regering van mensen die daar het minst geschikt voor zijn (denk aan Trump en zijn trawanten) is een goede introductie tot Maruja, een band die maar snel onze kant moet opkomen.

Vreemde Kostgangers’ zwanenzang van grote schoonheid

“We zijn te oud om jong te sterven, maar te jong om dood te gaan”, klinkt het op Mist, de derde langspeler van Vreemde Kostgangers. Wrang en navrant, omdat het album postuum is uitgebracht na de dood van Henny Vrienten. Die stond erop dat de plaat zou verschijnen. ‘In liefdevolle herinnering aan Henny. Het was zijn nadrukkelijke wens dat dit album er zou komen’, lezen we in de liner notes.

Mist is net zo fraai als zijn twee voorgangers. Toch luistert het allemaal heel anders. Niet alleen vanwege het heengaan van Vrienten, die in april 2022 overleed aan longkanker, ook omdat George Kooymans aan een strijd bezig is die hij zal gaan verliezen; ALS is een onverbiddelijke, meedogenloze, smerige sloper. Droevig dat twee mastodonten van de Nederlandse muziek zo ziek zijn geworden. Kooymans maakt er het beste van liet hij zich onlangs ontvallen in een zeldzaam interview in Algemeen Dagblad.

Boudewijn de Groot noemt Koooymans de beste Nederlandstalige zanger die ons land heeft gekend. Wanneer je luistert naar Mist begrijp je wat hij bedoelt. Kooymans heeft sowieso een van de mooiste stemmen die we in Nederland ooit hebben gekend. En hij is een van de allerbeste liedjesschrijvers. Op 19-jarige leeftijd al schreef hij het mooiste nummer van zijn band Golden Earring: Just A Little Bit Of Peace In My Heart. We hebben het over 1968.

“Het liefst ga ik naar bed met mijn Fender Strat”, zingt Kooymans in het nummer dat de naam van zijn favoriete gitaar draagt. Hij schreef het samen met De Groot. Een rocksong waarin Kooymans zich uitleeft op zijn Fender. Een van de steviger nummers op Mist. Een album dat verre van somber klinkt, ofschoon de stemmige hoesfoto anders doet vermoeden. Het is vooral een plaat waar de speelvreugde én kwaliteit van afdruipt. De dood lijkt nog heel ver weg, hoewel Vrienten er ook over mijmert, in Tijd Tekort. “Waarom heeft de week maar zeven dagen? Ik ren achter m’n schaduw en m’n adem. Ik raas iedereen voorbij, want ik kom zoveel tijd tekort.” Mist is een album waarop de vergankelijkheid van het leven zeldzaam fraai in kaart wordt gebracht. Pieter Visscher

Liefhebbers van Vreemde Kostgangers luisteren uiteraard naar Pinguin Pluche.

Silver Moth – The Eternal

Silver Moth is een project van Stuart Braithwaite van Mogwai, zijn echtgenote en een aantal muzikale geestverwanten die zich net als Braithwaite ophouden in avant-gardistische en experimentele kringen.

Vrees niet als Silver Moth maken ze muziek die weliswaar niet tot het aller gemakkelijkste soort behoort, maar zeer goed te volgen is en zeker niet gespeend van een emotionele laag. The Eternal, de tweede single van het zevental is een eerbetoon aan een vriendin van de band die onverwachts is komen te overlijden. De ode is een imposante ballad met zachte vrouwenzang en een aan Gothic grenzende sfeer.   

Sluice – Centurion

Sluice, sluis of afvoerpijp betekent dat is de artiestennaam van Justin Morris, ingezetene van Durham, een vrij grote stad in North Carolina.

Morris rockt op zijn indie’s met een lichte folk/country kleuring. Centurion, afkomstig van zijn nieuwe, tweede mini-album Radial Gate begint met een akoestische gitaar, maar al snel doemt er een elektrische op, eerst dreigend op de achtergrond om tegen het einde alle andere instrumenten en zanger volledig te overwoekeren. Centurion is een duister lied met een cryptische tekst vol Romeinse symboliek waarin Morris zijn land en leven van bovenaf lijkt te beschouwen en ziet dat in de verte de donkere wolken zich opstapelen.  

Drugdealer – Lip Service

Drugdealer is een Amerikaanse band die sinds ca 2016 met vrij veel succes singles en albums uitbrengt in een stijl die je zou kunnen omschrijven als indie Steely Dan, de oude Dan dan van Can’t Buy A Thrill. Dat wil zeggen dat het spelniveau hoog ligt en de gitaarsolo’s niet van de lucht zijn. De productie is echter vrij ongepolijst is.

Baas van de band is Michael Collins, een gesjeesde kunststudent die van de oost naar de west is getrokken, per trein en tegenwoordig opereert vanuit L.A.. Collins maakt geen geheim van zijn belangstelling voor drogerende middelen. Zijn vorige project heette Run DMT (dmt is een hallucinogeen dat in veel planten van nature aanwezig is). Het album dat hij onder die naam uitbracht, Bong Voyage. En zo heeft hij wel meer op zijn kerfstok dat getuigt van recreatief drugsgebruik en een eigenaardig gevoel voor humor. Zingen en soleren op gitaar doet Collins zelf, de songs schrijft hij met hulp van vrienden en vriendinnen. Hij heeft o.a. gewerkt met Weyes Blood en Kate Bollinger. Lip Service schreef hij met ene Scott Archdale. De vrucht van hun samenwerking is een frisse powerpopsong die (niet toevallig) doet denken aan The Cars.

Island of Love – Fed Rock

Voor mensen die hun rock niet al te ruig willen hebben is het de eerste helft van Fed Rock misschien even doorbijten. Wat daarna komt zal op ieders goedkeuring kunnen rekenen van Hüsker Dü fans tot en met aanhangers van Thin Lizzy.

Tussen die twee polen speelt de nieuwe single van Island of Love zich zo’n beetje af. Van de eerste hebben ze hun energie van de tweede hun gitaarduels. Island of Love  komt uit Londen en staat onder contract bij de Britse dependance van Jack White’s Third Man Records dat op 12 mei hun debuutalbum zal releasen. Island of Love heeft een bassist en twee gitaristen. Beide gitaristen zingen. Er is ook een drummer te horen op Fed Rock maar die is vooralsnog niet opgenomen in de vaste opstelling.   

Island of Love is al vrij snel te zien in NL, op 18 april in Vera Groningen, en de 19e in Cinetol te Amsterdam.

Roufaida – Kalimat

Roufaida Aboutaleb is een Nederlandse zangeres/songschrijver/producer met Marokkaanse wortels. Het bijzondere aan haar muziek is dat haar bi-culturele achtergrond er in doorklinkt.

Nieuwe single Kalimat is een zeer geslaagde symbiose van Noord-Afrikaanse en Amerikaans-Europese muziekstijlen. Roufaida zingt in het Arabisch en de meeste instrumenten vinden hun hun oorsprong in de Maghreb, maar de vorm van de song is nauw verwant aan die van de traditionele singer-songwriter. De beat is dan weer Marokkaans.

Kalimat is pas haar tweede single. Toch horen we hier een ervaren artiest aan het werk. Roufada maakte kilometers in diverse talentenjachten, die ze vaak zegevierend afsloot. Ook heeft ze het speelveld verkend en ervaring opgedaan als supportact van Eefje de Visser, en was ze begin dit jaar te zien op Eurosonic. Een debuut EP staat voor volgende maand.

P.S. Het antwoord op de vraag die haar achternaam misschien oproept is ja.

The Veils – …And Out Of The Void Came Love

The Veils – …And Out Of The Void Came Love (Ba Da Bing)

Negentien jaar terug verscheen The Runaway Found, het ronduit schitterende debuut van The Veils. Liedjesschrijver Finn Andrews was toen 20 en liet al horen wat hij allemaal in zijn mars heeft. …And Out of the Void Came Love is het zesde studioalbum van de band. Tussendoor heeft Andrews solowerk uitgebracht. Geen stilzitter.

…And Out of the Void Came Love is een dubbelalbum op vinyl, terwijl op de cd-versie alle 15 songs op één schijf zijn geperst. Mooie uitklaphoes en op de achterkant wordt over part I en part II gesproken, waardoor je toch de indruk krijgt dat je de elpee in handen hebt. Op die achterkant wordt de albumtitel bovendien nog wat opgerekt naar …And Out Of The Void Came Love, and out of that love came hell, and out of that hell came love for the void, and out of the void came love. Waardoor we iets kunnen zeggen over een cirkel. Nog rond ook.

Finn Andrews heeft zijn muzikale kwaliteiten niet van een vreemde. Vader Barry Andrews is nog altijd lid van rockband Shriekback, hij speelde in XTC en met Iggy Pop, Robert Fripp en David Bowie. Niet de minsten op deze planeet.

De nieuwe The Veils is een magistrale plaat geworden. Om in te lijsten. Natuurlijk is het een bekende valkuil om vijftien songs op een langspeler te zetten, maar Andrews is er niet ingetuind; ze zijn alle vijftien goed. Je voelt aan alles dat de plaat tijdens de pandemie tot stand is gekomen. In beroerde tijden ontstaan nou eenmaal nog altijd de mooiste dingen. …And Out of the Void Came Love is daar maar weer eens een sprankelend voorbeeld van. Een album waarop een ongekend aantal muzikanten meespeelt en dat leidt tot prachtige, volle indierocksongs vol melancholie. Met koortjes, strijkers en gloedvolle melodieën. Andrews is in de vorm van z’n leven.

Muzikale raakvlakken blijven er met Bowie, Cave (neem openingstrack Time), (een snuf) Byrne, maar ook Luka Bloom, in het door strijkers aanzwellende, werkelijk schítterende The Day I Meet My Murderer, dat in huize Visscher zo tienmaal achter elkaar beluisterd wordt middels die handige repeatknop. Hoewel dat meerdere nummers gebeurt, omdat het volgende Between The Ocean And The Storm ook weer zo fraai is. En dan eindigt het album met Cradle Song, dat vader Barry schreef voor zijn zoon Finn, toen deze ter wereld kwam in 1983. Nu draagt Finn het op aan zijn eerste kind, een dochter, die onderweg is, misschien zelfs al geboren. Pieter Visscher

Cat Clyde – Papa Took My Totems

Cat Clyde komt van het platte land van Ontario, Canada dus. Als een spons heeft Cat het hele scala aan rootsmuziek opgezogen, van hard core country tot historische delta blues, en daar een eigen stijl van stijl van gebrouwen. Haar ontwikkeling is te volgen op een vijftal albums.

Op Papa Took My Totems, afkomstig van haar recent verschenen Down Rounder album heeft Cat zich een rockabilly jasje aangemeten. Het nummer is een poëtisch verwoord protest tegen het geweld dat we onze planeet aandoen. Totem staat symbool voor heilige plekken, belangrijke zaken. Papa zou dan staan voor de overheid, politiek en/of de industrie. Cat’s woordkeuze suggereert op een niet zo goede relatie met haar pa. Maar dit terzijde.

Beach Fossils – Don’t Fade Away

Beach Fossils is terug van toch zeker een jaar of zes weggeweest. Titel van comeback single suggereert dat chef d’equipe Dustin Payseur zich een beetje zorgen maakte of ze niet vergeten waren.

Maar dat lijkt enorm me te vallen. De eerste reacties op Don’t Fade Away zijn van dien aard dat de band niet hoeft te vrezen voor hun voortbestaan. Veel veranderd is er niet. De nieuwe single is een fraai melancholiek gitaarliedje in een stijl ergens tussen shoegaze en dreampop in. Noem ze de New Yorkse Haunted Youth.

Don’t Fade Away staat niet alleen. Op 2 juni volgt Bunny, Beach Fossils album numero 5.