Live Foto Review: Eefje de Visser @ Paradiso

Live Foto Review: Eefje de Visser @ Paradiso, Amsterdam
16 juni 2022
Foto’s Peter van Heun

Donkere drums, dromerige synths en een catchy en zwoel geluid. Met haar solotour speelde Eefje de Visser al eerder in Paradiso en clubs en festivals in binnen-en buitenland. Ze liet hier al een meer elektronisch geluid horen, waarmee ze inmiddels ook buiten de land- en taalgrenzen wordt opgepikt. Bijvoorbeeld haar nummer ‘Zwarte Zon’ is de volgende stap in deze richting, een bitterzoet, broeierig nummer over het afsluiten van een waardevolle periode en het vinden van nieuwe energie en inspiratie. Het vierde album van Eefje de Visser ‘Bitterzoet’ heeft zij in 2020 uitgebracht. Onlangs verscheen haar nieuwe single EP ‘Blauwe Regen’ met de single ‘Storm’.

Camp Cope – Running With The Hurricane

Camp Cope – Running With The Hurricane (Run for Cover Records)

Het is een openingszin die wel even blijft hangen. Georgia Maq geeft zichzelf met ““I’ve been seeing my own death, I’ve been laying down, I’ve been going down, giving strangers head”, bloot in de stoere openingstrack van Running With The Hurricane, het derde album van haar band Camp Cope.

Camp Cope is het alternatieverocktrio dat naast zangeres, pianist en gitarist Maq (echte naam McDonald) bestaat uit Kelly-Dawn Hellmrich (basgitaar) en Sarah Thompson (drums en tamboerijn). Ze komen uit Melbourne, de stad in Australië die al zo ongelooflijk lang geweldige bands voortbrengt.

Camp Cope is wat je krijgt wanneer je Tracey Thorn (uit het voormalige Britse prachtduo Everything But The Girl) haalt en haar vraagt de keyboards thuis te laten. McDonalds stem heeft veel weg van die van Thorn. Waardoor je onherroepelijk aan EBTG moet denken, ook omdat de sound er, bij vlagen, wat van wegheeft. Of is dat een mindfuck? Het tempo in de songs van Camp Cope is hoger en de muziek is een stuk meer rockgeoriënteerd.

Camp Cope onderscheidt zich niet eens zozeer door het niveau van die nummers, dat uitstekend is, zonder echte uitschieters, maar vooral door die stem van McDonald. Haarscherp, vol soul, melodrama en zeggingskracht. Vooral McDonald maakt het tot een genot om te luisteren naar Running With The Hurricane, dat net zo veel goeie indierockliedjes, met een vleugje grunge en postpunk, als smaakvolle narratiefjes herbergt. Pieter Visscher

Nikki Lane – First High

Vaste luisteraars weten dat wij niet vies zijn van een beetje alt.country op zijn tijd en al helemaal niet als Josh Homme er bij is betrokken.

Josh produceerde het nieuwe album van Nikki Lane. Het is voor het eerst sinds zijn vechtscheiding met Brody Dalle dat de king van de Queens weer iets van zich laat horen.

Miss Lane timmert alweer zo’n jaar of tien aan the ‘old dirt road’ met enig succes, maar niet genoeg om haar handel in vintage cowboykleding op te kunnen geven. Tot nu toe vond ze haar bewonderaars vooral onder collega’s. O.a. Lana Del Rey is fan en Josh dus, die speciaal voor de opname van Nikki’s vierde album een supergroep samenstelde met leden van QOTSA, Arctic Monkeys en Aurolux.

First High is een Stones Sticky Fingers periode countryrocksong met een tekst beschouwende tekst waarin Nikki constateert dat het nooit meer zo wordt als die eerste keer dat….(zelf invullen). Het nieuwe album van Nikki Lane heet Denim & Diamonds en komt eind september uit. 

Tamino – Fascination

Tamino is terug! Gedurende de coronacrisis heeft hij zich schuil gehouden, maar stilgezeten heeft hij duidelijk niet. Fascination is de tweede single van het tweede album van de Vlaams-Egyptische minstreel, die met zijn betoverende stem en expressieve songs zo’n beetje half Europa en heel Turkije aan zijn voeten wist te krijgen.

Fascination is een van de meer ‘westerse’ songs van Tamino, geen exotische snaarinstrumenten of percussie en vrijwel geen Arabische stembuigingen. Wat we wel horen is een sterk gecomponeerde en weer overtuigend gezongen semi-ballad, die deze oren meer aan Tim Buckley doet denken dan aan diens door Tamino bewonderde zoon Jeff.

De opvolger van Amir heet Shara en staat voor 23 september. Op 2 december treedt Tamino op in Paradiso.

Mt. Joy – Bathroom Light

De vierde voorloper en laatste van het nieuwe Mt Joy album is een uitgeklede ballad, een geslaagde kennismaking met de meer introverte kant van de band van Matt Quinn en Sam Cooper.

Bathroom Light gaat over verwachting en vooroordelen. Het voorbeeld dat Quinn geeft is dat hij zijn partner via Instagram heeft leren kennen. Wanneer hij dat vertelt aan mensen bekruipt hem altijd een soort van schuldgevoel. Als of hij iets verkeerds heeft gedaan. Onzin natuurlijk, maar wel een goed onderwerp voor een luisterliedje met naast een sterke tekst een erg fijne elektrische gitaar.

Het nieuwe album van Mt. Joy, Orange Blood is uit op 17 juni.

Editors – Karma Climb

Na een veni vidi vici op Vestrock en Dauwpop bracht Editors eerder deze week het nieuws naar buiten dat ze op 6 oktober de release van hun nieuwe album, EBM komt vieren met een concert in de Ahoy. Dat is een kleine twee weken na de release van hun zevende langspeler.

We denken dat de E van de albumtitel voor Editors staat en de M voor music. Resteert de vraag wat de B betekent. Een goede gok zou Blanck Mass kunnen zijn, naar het nieuwe lid en inmiddels vaste producer van de band.

Nieuwe single, Karma Climb is net als het eerder verschenen Heart Attack een geslaagd voorproefje. Stilistisch is er niks nieuws onder de zon, maar de sturm und drang waarmee een en ander wordt gebracht maakt veel goed.

WOOZE – Bittersweet Timpani

Bittersweet Timpani is zo’n nummer waar iedereen iets anders in hoort, afhankelijk van je leeftijd en kennis van de pophistorie. In de comments op Youtube worden o.a. Devo, maar ook Faith No More en Adam & The Ants genoemd. Wij willen daar nog The Sweet aan toevoegen, je weel wel van Ballroom Blitz.

Waar iedereen het over eens is is dat Bittersweet Timpani een glamrocknummer is, neo glamrock haasten we ons er bij te zeggen, want ook al wordt WOOZE vergeleken met oude helden er is weinig retro’s aan hun sound. WOOZE is een Brits/Koreaans duo dat sinds 2018 zo’n dozijn tracks heeft uitgebracht die opvallen vanwege hun hoge energiepijl, stilistische verscheidenheid en opvallende songtitels. We noemen er een paar; Ladies Who Lunch With Me, Get Me To A Nunnenry en I’l Have What She’s Having.

Nieuwe single Bittersweet Timpani pas prima in dit rijtje. Een timpani is een trommel, een keteldrum om precies te zijn. Wat er bitterzoet is aan zo’n instrument mag WOOZE weten.

Nation Of Language – Androgynous

Eigenlijk doen we niet aan covers, maar voor Androgynous van Nation Of Language maken we graag een uitzondering. Omdat het een goed nummer is, maar vooral omdat het zo’n verrassende keuze is. Een cold waveband die een nummer covert van een warmbloedige rockband!

Het origineel van Androgynous komt uit 1984 en is van The Replacements, een band die in niets lijkt op Nation Of Language. The Replacements was een rudimentaire rammelrockband met de reputatie altijd dronken te zijn. Maar hun songs waren bijzonder en getuigden van empathie en sensitiviteit die sterk contrasteerden met hun Stones-achtige hedonisme. En dat is waar Ian Devaney van Nation Of Language op aansloeg. Daarnaast vond hij het een uitdaging om een gitaarnummer in een synth-jasje te stoppen.  

Androgynous komt binnenkort uit als 7” met een volgens Deveney verassing op de b-kant. Dat moet dan wel iets heel bijzonders zijn.

Stacks – Above Ground

Stacks is een ietwat mysterieus of in ieder geval social media-loos duo dat zich toelegt op het produceren van elektronische sfeersongs waarin de balans doorslaat naar de menselijke maat. We schrijven duo, maar je zou Stacks ook als trio kunnen beschouwen met de studio als derde lid.

Het introverte Above Ground dat met zijn vele vocale lagen een nazaat is van I’m Not In Love van 10cc (en Moments In Love van Art Of Noise) is wel en niet representatief voor, Love and Language het tweede album van de Antwerpenaren. Niet omdat het het nummer weemoediger is dan de rest. Wel omdat het een mooie etalage is voor het technische vernuft, de warme sferen en de muzikaliteit van Jan en Sis Matthé.

Releasefeest 16 juni in Garage Noord, Amsterdam.

Moss – HX

Moss – HX (Excelsior Recordings)

De openingsriff van Not Today, de eerste track van Moss’ zesde studioalbum HX, had zo afkomstig kunnen zijn uit een Interpol-song, maar we worden op het verkeerde been gezet. Hoewel postpunk wat meer dan in het verleden lijkt na te galmen op HX is het vooral de alom aanwezige synthesizer die in het oor springt. Moss trekt ons geregeld terug de jaren 80 in.

De rol van keyboardheld Jelte Heringa is een stuk prominenter geworden. Dat terwijl het niveau van de songs nog nooit zo hoog is geweest, want HX is met afstand het mooiste wat de Noord-Hollandse band tot nu toe op plaat heeft gezet. Songschrijver Marien Dorleijn is in de vorm van zijn leven. De geboren Zeeuw, die tegenwoordig in Boskoop woont, verloor in de laatste vijf jaar beide ouders en wie goed luistert, merkt dat dat een onderwerp is dat voorbij komt. “Where do we go when we die? Do we know?” Maar ondanks deze ellende is HX een weliswaar bij vlagen stemmig, maar meestentijds opgewekte plaat geworden. Met enkele instant popklassiekers. Neem het door elektronica gedragen, heerlijk weemoedige Beginning.

Around is ook zo’n nummer dat je wel 50 keer achter elkaar wil horen. We ontdekken wat Depeche Mode uit de vroegste jaren 80 (Speak & Spell), terwijl die sound, bijvoorbeeld, ook weer even opduikt in het eveneens retedansbare The Lighthouse. Het zijn twee van de prijsnummers op HX, dat twaalf songs telt, terwijl er geen sprake is van vullers. Dat maakt het allemaal wat extra knap.

Moss heeft zichzelf min of meer heruitgevonden. Zoals Dorleijn meer dan ooit zijn stem inzet als extra wapen. Hij zong nog nooit zo mooi en divers. Zo zoekt hij iets vaker zijn falset en vindt die ook. Het zorgt voor extra emotie in de wederom bloedmelancholische collectie liedjes. Zo is het gloedvolle HX een plaat waarmee Moss niet alleen in Nederland ijzersterk voor de dag komt, maar ook in het buitenland. Let maar op: Engeland en Amerika zetten de poorten wagenwijd open. Pieter Visscher